--- deu-nld.txt	2007-12-10 23:58:04.000000000 +0200
+++ deu-nld.new	2007-12-10 23:57:19.000000000 +0200
@@ -24,7 +24,7 @@
 
 00databaseshort
 00-database-short
-   German-Nederland Freedict dictionary
+   German-Dutch Freedict dictionary
 
 _____
 
@@ -78,14 +78,13 @@
 
 aaltierchen
 Aaltierchen
-   azĳnaaltje
+   azijnaaltje
 
 _____
 
 aas
 Aas
    rakker; schalk; schelm
-   aas
    aas; kadaver; kreng
    kadaver; kreng
    guit; kwant; ondeugd; rakker; robbedoes; schalk; schelm; snaak
@@ -101,7 +100,6 @@
 
 abakus
 Abakus
-   abacus
    abacus; telraam
 
 _____
@@ -120,7 +118,7 @@
 
 abbildung
 Abbildung
-   image; verzinnelĳking
+   image; verzinnelijking
 
 _____
 
@@ -153,7 +151,6 @@
 abenddämmerung
 Abenddämmerung
    avondschemering; vallen van de nacht
-   avondschemering
 
 _____
 
@@ -208,7 +205,7 @@
 
 aberglaube
 Aberglaube
-   bĳgeloof
+   bijgeloof
 
 _____
 
@@ -220,7 +217,7 @@
 
 abessinier
 Abessinier
-   Abessĳn; Abessiniër
+   Abessijn; Abessiniër
 
 _____
 
@@ -238,7 +235,6 @@
 
 abgabe
 Abgabe
-   afgifte
    belasting; recht
    afgifte; inlevering; overdracht
 
@@ -271,7 +267,7 @@
 
 abhandlung
 Abhandlung
-   artikel; bĳdrage; opstel; stuk; verhandeling
+   artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
    traktaat; verdrag; verhandeling
 
 _____
@@ -348,7 +344,7 @@
 
 abnormalität
 Abnormalität
-   abnormaliteit; afwĳking
+   abnormaliteit; afwijking
 
 _____
 
@@ -393,7 +389,7 @@
 
 abscheu
 Abscheu
-   afgrĳzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
+   afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
 
 _____
 
@@ -405,7 +401,7 @@
 
 abschnitt
 Abschnitt
-   afgesneden stuk; afsnĳden
+   afgesneden stuk; afsnijden
    geleding; segment
 
 _____
@@ -487,7 +483,6 @@
 abstinenzler
 Abstinenzler
    abstemius; geheelonthouder
-   geheelonthouder
 
 _____
 
@@ -517,7 +512,7 @@
 
 abtei
 Abtei
-   abdĳ
+   abdij
 
 _____
 
@@ -551,7 +546,7 @@
 Abwechslung
    afwisseling
    diversiteit; verscheidenheid; verschot
-   keer; omkeer; verandering; verzetting; wĳziging; wisseling
+   keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
 
 _____
 
@@ -565,13 +560,12 @@
 
 abweichung
 Abweichung
-   afwĳking
+   afwijking
 
 _____
 
 abwesenheit
 Abwesenheit
-   afwezigheid
    absentie; afwezigheid; mangel; uitstedigheid; verstek; verzuim
 
 _____
@@ -585,7 +579,7 @@
 abzeichen
 Abzeichen
    embleem; kleur; zinnebeeld
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -598,7 +592,7 @@
 
 acetat
 Acetat
-   acetaat; azĳnzuur zout
+   acetaat; azijnzuur zout
 
 _____
 
@@ -647,7 +641,7 @@
 acht
 Acht
    ballingschap; verbanning
-   proscriptie; vogelvrĳverklaring
+   proscriptie; vogelvrijverklaring
 
 _____
 
@@ -724,7 +718,7 @@
 
 adjektiv
 Adjektiv
-   adjectief; bĳvoeglĳk naamwoord
+   adjectief; bijvoeglijk naamwoord
 
 _____
 
@@ -802,7 +796,7 @@
 
 adverb
 Adverb
-   adverbium; bĳwoord
+   adverbium; bijwoord
 
 _____
 
@@ -948,7 +942,7 @@
 
 agonie
 Agonie
-   agonie; doodsangst; doodsstrĳd; stervensnood; zieltoging
+   agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
 
 _____
 
@@ -1053,14 +1047,14 @@
 
 akt
 Akt
-   akte; bedrĳf
+   akte; bedrijf
    akte; document; stuk
 
 _____
 
 akte
 Akte
-   akte; bedrĳf
+   akte; bedrijf
    akte; document; stuk
 
 _____
@@ -1103,7 +1097,7 @@
 
 akzise
 Akzise
-   accĳns; verbruiksbelasting
+   accijns; verbruiksbelasting
 
 _____
 
@@ -1217,13 +1211,13 @@
 
 algerien
 Algerien
-   Algerië; Algerĳe
+   Algerië; Algerije
 
 _____
 
 algerier
 Algerier
-   Algerĳn
+   Algerijn
 
 _____
 
@@ -1283,7 +1277,7 @@
 
 allegorie
 Allegorie
-   allegorie; gelĳkenis; zinnebeeld
+   allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
 
 _____
 
@@ -1313,7 +1307,6 @@
 
 allianz
 Allianz
-   verbond
    bond; liga; verbond
 
 _____
@@ -1338,7 +1331,7 @@
 
 allotria
 Allotria
-   bĳzaken
+   bijzaken
 
 _____
 
@@ -1417,10 +1410,9 @@
 
 altan
 Altan
-   hoog terras; uitkĳkpunt
+   hoog terras; uitkijkpunt
    balkon
    prieel
-   terras
 
 _____
 
@@ -1432,8 +1424,7 @@
 
 alter
 Alter
-   leeftĳd; ouderdom
-   ouderdom
+   leeftijd; ouderdom
 
 _____
 
@@ -1445,7 +1436,7 @@
 
 altersgenosse
 Altersgenosse
-   leeftĳdsgenoot
+   leeftijdsgenoot
 
 _____
 
@@ -1489,14 +1480,12 @@
 amateur
 Amateur
    amateur; dilettant; knutseaar; liefhebber
-   amateur
 
 _____
 
 amazone
 Amazone
-   amazone; Amazone; paardrĳdster
-   amazone
+   amazone; Amazone; paardrijdster
 
 _____
 
@@ -1514,7 +1503,7 @@
 
 ambrosia
 Ambrosia
-   ambrozĳn; godenspĳs
+   ambrozijn; godenspijs
 
 _____
 
@@ -1604,7 +1593,7 @@
 
 amnestie
 Amnestie
-   amnestie; begenadiging; kwĳtschelding van straf
+   amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
 
 _____
 
@@ -1727,7 +1716,7 @@
 
 anachronismus
 Anachronismus
-   anachronisme; tĳdrekeningsfout
+   anachronisme; tijdrekeningsfout
 
 _____
 
@@ -1805,7 +1794,7 @@
 
 anblick
 Anblick
-   aanblik; aanzien; air; schĳn; uiterlĳk; verschĳning; voorkomen
+   aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
    gezicht; schouwspel
 
 _____
@@ -1845,7 +1834,6 @@
 andrang
 Andrang
    aandrift; drang; aandrang; impuls; opwelling; stuwing
-   aandrang
 
 _____
 
@@ -1937,7 +1925,7 @@
 
 angelleine
 Angelleine
-   sim; snoer; hengelsnoer; vislĳn; vissnoer
+   sim; snoer; hengelsnoer; vislijn; vissnoer
 
 _____
 
@@ -1973,7 +1961,7 @@
 
 angestellte
 Angestellte
-   commies; klerk; schrĳver
+   commies; klerk; schrijver
 
 _____
 
@@ -2005,14 +1993,13 @@
 Angst
    angst; beklemming; benauwdheid; grote angst; zielsangst
    beduchtheid; ongerustheid; zorg
-   angst
    beduchtheid; vrees
 
 _____
 
 anhang
 Anhang
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
    aanhang; leden
 
 _____
@@ -2021,14 +2008,14 @@
 Anhänger
    aanhanger; lid; lidmaat
    discipel
-   aanhanger; lid; partĳganger; partĳlid
+   aanhanger; lid; partijganger; partijlid
 
 _____
 
 anhängsel
 Anhängsel
    aanhangsel
-   bĳzaak
+   bijzaak
 
 _____
 
@@ -2046,7 +2033,7 @@
 
 anis
 Anis
-   anĳs
+   anijs
 
 _____
 
@@ -2076,7 +2063,7 @@
 
 ankylose
 Ankylose
-   ankylose; gewrichtsstĳfheid; gewrichtsvergroeiing
+   ankylose; gewrichtsstijfheid; gewrichtsvergroeiing
 
 _____
 
@@ -2122,7 +2109,7 @@
 
 anmut
 Anmut
-   bekoorlĳkheid; bekoring; charme
+   bekoorlijkheid; bekoring; charme
 
 _____
 
@@ -2136,7 +2123,7 @@
 annehmlichkeit
 Annehmlichkeit
    iets aangenaams; iets prettigs
-   aangenaamheid; behaaglĳkheid; genoeglĳkheid
+   aangenaamheid; behaaglijkheid; genoeglijkheid
 
 _____
 
@@ -2148,7 +2135,7 @@
 
 anomalie
 Anomalie
-   afwĳking; anomalie; onregelmatigheid
+   afwijking; anomalie; onregelmatigheid
 
 _____
 
@@ -2200,7 +2187,7 @@
 
 anschein
 Anschein
-   aanzien; schĳn
+   aanzien; schijn
 
 _____
 
@@ -2233,8 +2220,8 @@
 ansehen
 Ansehen
    faam; naam; reputatie; roep
-   gedaante; uiterlĳk; voorkomen
-   aanzien; schĳn
+   gedaante; uiterlijk; voorkomen
+   aanzien; schijn
    achting; aanzien; gezochtheid
 
 _____
@@ -2242,7 +2229,7 @@
 ansicht
 Ansicht
    beeld; afbeelding; plaat; prent; voorstelling
-   image; verzinnelĳking
+   image; verzinnelijking
    gezicht; schouwspel
 
 _____
@@ -2340,7 +2327,6 @@
 anteil
 Anteil
    deel; gedeelte; onderdeel; Part; stuk
-   deel; gedeelte; onderdeel; stuk
    deel; aandeel; portie; rantsoen; taks
 
 _____
@@ -2395,7 +2381,7 @@
 
 antinomie
 Antinomie
-   tegenspraak; tegenstrĳdigheid
+   tegenspraak; tegenstrijdigheid
 
 _____
 
@@ -2438,7 +2424,7 @@
 antrieb
 Antrieb
    aandrift; drang; aandrang; impuls; opwelling; stuwing
-   beweegreden; drĳfveer; motief; term
+   beweegreden; drijfveer; motief; term
 
 _____
 
@@ -2489,7 +2475,7 @@
 anzeichen
 Anzeichen
    teken; voorbode; voorteken
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -2535,7 +2521,7 @@
 
 apenninen
 Apenninen
-   Apennĳnen
+   Apennijnen
 
 _____
 
@@ -2559,7 +2545,7 @@
 
 apfelwein
 Apfelwein
-   appelwĳn; cider
+   appelwijn; cider
 
 _____
 
@@ -2631,7 +2617,7 @@
 
 apotheose
 Apotheose
-   apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlĳking
+   apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
 
 _____
 
@@ -2661,20 +2647,19 @@
 
 applaus
 Applaus
-   bĳvalsbetuiging
-   applaus; bĳval; bĳvalsbetuiging; toejuiching
+   applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
 
 _____
 
 apposition
 Apposition
-   appositie; bĳstelling
+   appositie; bijstelling
 
 _____
 
 approbation
 Approbation
-   bĳval; fiat; goedkeuring
+   bijval; fiat; goedkeuring
 
 _____
 
@@ -2698,7 +2683,7 @@
 
 aquarell
 Aquarell
-   aquarel; waterverfschilderĳ; waterverftekening
+   aquarel; waterverfschilderij; waterverftekening
 
 _____
 
@@ -2796,7 +2781,7 @@
 
 architrav
 Architrav
-   architraaf; gevellĳst
+   architraaf; gevellijst
 
 _____
 
@@ -2832,7 +2817,7 @@
 
 arena
 Arena
-   arena; kampplaats; krĳt; piste; strĳdperk
+   arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
 
 _____
 
@@ -2844,13 +2829,13 @@
 
 argentinier
 Argentinier
-   Argentĳn
+   Argentijn
 
 _____
 
 argentinierin
 Argentinierin
-   Argentĳnse
+   Argentijnse
 
 _____
 
@@ -2862,7 +2847,7 @@
 
 argument
 Argument
-   argument; bewĳsgrond
+   argument; bewijsgrond
 
 _____
 
@@ -2881,7 +2866,7 @@
 
 arie
 Arie
-   aria; wĳsje
+   aria; wijsje
 
 _____
 
@@ -2899,7 +2884,7 @@
 
 arithmetik
 Arithmetik
-   cĳferen; cĳferkunst; rekenkunde; rekenkunst
+   cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
 
 _____
 
@@ -2995,7 +2980,7 @@
 
 arrak
 Arrak
-   arak; rĳstbrandewĳn
+   arak; rijstbrandewijn
 
 _____
 
@@ -3013,7 +2998,7 @@
 
 arrowroot
 Arrowroot
-   arrowroot; pĳlwortel
+   arrowroot; pijlwortel
 
 _____
 
@@ -3037,7 +3022,7 @@
 
 arsenal
 Arsenal
-   arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazĳn
+   arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
 
 _____
 
@@ -3050,7 +3035,7 @@
 art
 Art
    eigenschap
-   manier; trant; wĳze
+   manier; trant; wijze
    aard; slag; soort
 
 _____
@@ -3063,14 +3048,14 @@
 
 artigkeit
 Artigkeit
-   galanterieën; kramerĳ; opschik
+   galanterieën; kramerij; opschik
 
 _____
 
 artikel
 Artikel
    artikel; handelsartikel
-   artikel; bĳdrage; opstel; stuk; verhandeling
+   artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
 
 _____
 
@@ -3208,7 +3193,7 @@
 
 assessor
 Assessor
-   assessor; bĳzitter
+   assessor; bijzitter
 
 _____
 
@@ -3226,13 +3211,13 @@
 
 assonanz
 Assonanz
-   assonantie; halfrĳm
+   assonantie; halfrijm
 
 _____
 
 assoziation
 Assoziation
-   associatie; bond; genootschap; maatschappĳ; vereniging
+   associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
 
 _____
 
@@ -3286,7 +3271,7 @@
 
 astrologie
 Astrologie
-   astrologie; sterrenwichelarĳ
+   astrologie; sterrenwichelarij
 
 _____
 
@@ -3310,7 +3295,7 @@
 
 asyl
 Asyl
-   asiel; toevluchtsoort; vrĳplaats
+   asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
    heenkomen; schuilplaats; toeverlaat; toevlucht; toevluchtsoord
 
 _____
@@ -3336,7 +3321,7 @@
 
 atheismus
 Atheismus
-   atheïsme; godloochenarĳ; godloochening
+   atheïsme; godloochenarij; godloochening
 
 _____
 
@@ -3366,7 +3351,7 @@
 
 atheïsmus
 Atheïsmus
-   atheïsme; godloochenarĳ; godloochening
+   atheïsme; godloochenarij; godloochening
 
 _____
 
@@ -3385,7 +3370,6 @@
 atlantik
 Atlantik‐
    Atlantisch; van Atlantis
-   Atlantisch
 
 _____
 
@@ -3470,7 +3454,7 @@
 
 attribut
 Attribut
-   attribuut; bĳvoeglĳke bepaling; kenmerkende eigenschap
+   attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
 
 _____
 
@@ -3507,13 +3491,13 @@
 aufenthalt
 Aufenthalt
    hapering
-   oponthoud; verblĳf
+   oponthoud; verblijf
 
 _____
 
 auferstehung
 Auferstehung
-   herleving; herrĳzenis; opleving; wederopstanding
+   herleving; herrijzenis; opleving; wederopstanding
 
 _____
 
@@ -3540,7 +3524,7 @@
 
 aufgang
 Aufgang
-   opgaande lĳn; opgang; stĳging
+   opgaande lijn; opgang; stijging
 
 _____
 
@@ -3565,7 +3549,6 @@
 
 auflösung
 Auflösung
-   oplossing
    oplossing; uitkomst
 
 _____
@@ -3596,7 +3579,7 @@
 
 aufruhr
 Aufruhr
-   muiterĳ; onlusten; opstand
+   muiterij; onlusten; opstand
    getier; herrie; rel; roerigheid; rustverstoring; spektakel; tumult
 
 _____
@@ -3659,7 +3642,7 @@
 
 aufstand
 Aufstand
-   muiterĳ; onlusten; opstand
+   muiterij; onlusten; opstand
    getier; herrie; rel; roerigheid; rustverstoring; spektakel; tumult
 
 _____
@@ -3706,7 +3689,7 @@
 
 auge
 Auge
-   kĳker; oog
+   kijker; oog
 
 _____
 
@@ -3718,7 +3701,7 @@
 
 augenblick
 Augenblick
-   moment; ogenblik; oogwenk; tel; tĳdstip; wĳl; wip
+   moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
 
 _____
 
@@ -3742,7 +3725,7 @@
 
 augenschein
 Augenschein
-   aanzien; schĳn
+   aanzien; schijn
 
 _____
 
@@ -3785,7 +3768,7 @@
 
 auktion
 Auktion
-   afslag; auctie; mĳn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
+   afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
 
 _____
 
@@ -3834,16 +3817,15 @@
 ausdehnung
 Ausdehnung
    bestek; grootte; omvang; uitgebreidheid
-   uitzetting
    afmeting; dimensie
    expansie; uitzetting
-   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wĳdte
+   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
 
 _____
 
 ausdruck
 Ausdruck
-   betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswĳze
+   betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
    term; vakterm
 
 _____
@@ -3858,8 +3840,8 @@
 Ausflucht
    foefje; kneep; kunstgreep; streek; stunt; toer; truc
    uitvlucht; uitweg
-   draaierĳ; smoes; smoesje; toevlucht
-   dekmantel; draaierĳ; smoes; smoesje; voorwendsel
+   draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+   dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
 
 _____
 
@@ -3903,7 +3885,7 @@
 ausgleich
 Ausgleich
    effening
-   gelĳkmaking
+   gelijkmaking
 
 _____
 
@@ -3929,8 +3911,8 @@
 
 auskunft
 Auskunft
-   bericht; informatie; inlichting; terechtwĳzing; verwittiging
-   bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tĳding; verwittiging
+   bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
+   bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
 
 _____
 
@@ -3960,7 +3942,7 @@
 
 auslegung
 Auslegung
-   bĳbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+   bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
 
 _____
 
@@ -3990,7 +3972,7 @@
 
 ausrede
 Ausrede
-   draaierĳ; smoes; smoesje; toevlucht
+   draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
 
 _____
 
@@ -4033,24 +4015,23 @@
 
 aussehen
 Aussehen
-   aanblik; aanzien; air; schĳn; uiterlĳk; verschĳning; voorkomen
-   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlĳk; uitzicht
+   aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
+   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
    zicht; gezicht; gezichtsvermogen
-   aanzien; schĳn
+   aanzien; schijn
 
 _____
 
 aussicht
 Aussicht
-   uitzicht
    panorama; uitzicht; vergezicht
-   doorkĳk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+   doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
 
 _____
 
 aussichtsplatz
 Aussichtsplatz
-   belvédère; uitkĳktoren; uitzichttoren
+   belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
 
 _____
 
@@ -4081,7 +4062,7 @@
 
 austrag
 Austrag
-   beslissing; besluit; uitspraak; wĳzing
+   beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
 
 _____
 
@@ -4118,13 +4099,13 @@
 
 ausweg
 Ausweg
-   draaierĳ; smoes; smoesje; toevlucht
+   draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
 
 _____
 
 ausweis
 Ausweis
-   adstructie; bewĳs; teken
+   adstructie; bewijs; teken
 
 _____
 
@@ -4137,7 +4118,6 @@
 auszeichnung
 Auszeichnung
    decor; decoratie; onderscheiding; ridderorde; versiering
-   onderscheiding
 
 _____
 
@@ -4187,7 +4167,7 @@
 
 autokratie
 Autokratie
-   alleenheerschappĳ; autocratie
+   alleenheerschappij; autocratie
 
 _____
 
@@ -4205,7 +4185,7 @@
 
 autor
 Autor
-   auteur; bedenker; schepper; schrĳver
+   auteur; bedenker; schepper; schrijver
 
 _____
 
@@ -4217,7 +4197,7 @@
 
 außenlinie
 Außenlinie
-   omlĳning; omtrek
+   omlijning; omtrek
 
 _____
 
@@ -4247,7 +4227,7 @@
 
 axt
 Axt
-   bĳl; hakbĳl
+   bijl; hakbijl
 
 _____
 
@@ -4277,7 +4257,7 @@
 
 bachusfest
 Bachusfest
-   bacchanaal; zuippartĳ
+   bacchanaal; zuippartij
 
 _____
 
@@ -4326,7 +4306,7 @@
 
 backstube
 Backstube
-   bakkerĳ
+   bakkerij
 
 _____
 
@@ -4411,7 +4391,7 @@
 
 bagatelle
 Bagatelle
-   bagatel; beuzelarĳ; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
+   bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
 
 _____
 
@@ -4527,7 +4507,7 @@
 
 baldachin
 Baldachin
-   baldakĳn; hemel; draaghemel; troonhemel
+   baldakijn; hemel; draaghemel; troonhemel
 
 _____
 
@@ -4569,7 +4549,7 @@
 
 ball
 Ball
-   bal; danspartĳ
+   bal; danspartij
    bal; speelbal
 
 _____
@@ -4677,7 +4657,7 @@
 bandit
 Bandit
    bandiet; struikrover
-   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwĳnjak
+   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
 
 _____
 
@@ -4702,7 +4682,6 @@
 
 bank
 Bank
-   bank
    bank; zitbank
    bank; bok; ezel; rek; schraag; stander; stellage; werkbank
 
@@ -4722,7 +4701,7 @@
 
 bankett
 Bankett
-   feestmaal; festĳn; gelag; smulpartĳ
+   feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
 
 _____
 
@@ -4858,7 +4837,7 @@
 
 barre
 Barre
-   baar; paal; pĳp; roede; schacht; spĳl; stang
+   baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
 
 _____
 
@@ -4948,7 +4927,7 @@
 
 bassin
 Bassin
-   bassin; kom; stroomgebied; vĳver
+   bassin; kom; stroomgebied; vijver
 
 _____
 
@@ -5002,7 +4981,7 @@
 
 batterie
 Batterie
-   batterĳ
+   batterij
 
 _____
 
@@ -5033,7 +5012,7 @@
 
 bauchweh
 Bauchweh
-   buikpĳn
+   buikpijn
 
 _____
 
@@ -5046,7 +5025,7 @@
 
 bauernhof
 Bauernhof
-   bezitting; boerderĳ; goed; landgoed
+   bezitting; boerderij; goed; landgoed
 
 _____
 
@@ -5124,7 +5103,7 @@
 
 bazillus
 Bazillus
-   bacil; splĳtzwam
+   bacil; splijtzwam
 
 _____
 
@@ -5180,13 +5159,13 @@
 
 bedenken
 Bedenken
-   twĳfel; twĳfeling
+   twijfel; twijfeling
 
 _____
 
 bedenkzeit
 Bedenkzeit
-   bedenktĳd
+   bedenktijd
 
 _____
 
@@ -5228,7 +5207,7 @@
 
 bedingungsfall
 Bedingungsfall
-   voorwaardelĳke wĳs
+   voorwaardelijke wijs
 
 _____
 
@@ -5282,7 +5261,7 @@
 
 befehl
 Befehl
-   gebiedende wĳs; imperatief
+   gebiedende wijs; imperatief
    bevel; commando
    bevel; bevelschrift; gebod; order; sommatie; verordening
 
@@ -5290,7 +5269,7 @@
 
 befehlsform
 Befehlsform
-   gebiedende wĳs; imperatief
+   gebiedende wijs; imperatief
 
 _____
 
@@ -5321,7 +5300,6 @@
 
 begebenheit
 Begebenheit
-   gebeuren; gebeurtenis
    gebeurde; gebeurtenis; voorgevallene
    gebeurtenis; gelegenheid; geval
 
@@ -5358,7 +5336,7 @@
 
 begnadigung
 Begnadigung
-   amnestie; begenadiging; kwĳtschelding van straf
+   amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
    genade; gratie; vergeving; vergiffenis
 
 _____
@@ -5372,14 +5350,13 @@
 
 begräbnis
 Begräbnis
-   begrafenis; teraardebestelling
    begrafenis; graflegging; teraardebestelling
 
 _____
 
 beguine
 Beguine
-   begĳn
+   begijn
 
 _____
 
@@ -5451,10 +5428,9 @@
 
 beifall
 Beifall
-   acclamatie; bĳval; toejuiching
-   bĳvalsbetuiging
-   applaus; bĳval; bĳvalsbetuiging; toejuiching
-   bĳval; fiat; goedkeuring
+   acclamatie; bijval; toejuiching
+   applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
+   bijval; fiat; goedkeuring
 
 _____
 
@@ -5472,20 +5448,20 @@
 
 beihilfe
 Beihilfe
-   assistentie; bĳstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+   assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
 
 _____
 
 beil
 Beil
-   bĳl; hakbĳl
+   bijl; hakbijl
 
 _____
 
 beilage
 Beilage
    extraatje; toegift
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
@@ -5503,14 +5479,13 @@
 
 bein
 Bein
-   been
    been; onderbeen; poot
 
 _____
 
 beinahme
 Beinahme
-   bĳnaam
+   bijnaam
 
 _____
 
@@ -5535,13 +5510,13 @@
 
 beistand
 Beistand
-   assistentie; bĳstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+   assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
 
 _____
 
 beisteuer
 Beisteuer
-   bĳdrage
+   bijdrage
 
 _____
 
@@ -5571,7 +5546,7 @@
 
 bekanntmachung
 Bekanntmachung
-   bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tĳding; verwittiging
+   bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
 
 _____
 
@@ -5607,13 +5582,13 @@
 
 beleg
 Beleg
-   adstructie; bewĳs; teken
+   adstructie; bewijs; teken
 
 _____
 
 belehrung
 Belehrung
-   aanwĳzing; consigne; instructie
+   aanwijzing; consigne; instructie
 
 _____
 
@@ -5693,8 +5668,8 @@
 
 benediktiner
 Benediktiner
-   benediktĳn; benediktĳner monnik
-   benedictĳner; benedictĳner monnik
+   benediktijn; benediktijner monnik
+   benedictijner; benedictijner monnik
 
 _____
 
@@ -5755,7 +5730,7 @@
 
 beraubung
 Beraubung
-   plundering; roverĳ
+   plundering; roverij
 
 _____
 
@@ -5793,46 +5768,46 @@
 
 bergbau
 Bergbau
-   mĳnbouw
+   mijnbouw
 
 _____
 
 bergmann
 Bergmann
-   mĳnwerker
+   mijnwerker
 
 _____
 
 bergwerk
 Bergwerk
-   mĳn; mĳngang
+   mijn; mijngang
 
 _____
 
 bericht
 Bericht
    bulletin; verenigingsorgaan
-   bericht; informatie; inlichting; terechtwĳzing; verwittiging
-   bericht; mededeling; tĳding
+   bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
+   bericht; mededeling; tijding
    exposé; melding; rapport; verslag
 
 _____
 
 berlin
 Berlin
-   Berlĳn
+   Berlijn
 
 _____
 
 berliner
 Berliner
-   Berlĳner
+   Berlijner
 
 _____
 
 berlinerin
 Berlinerin
-   Berlĳnse
+   Berlijnse
 
 _____
 
@@ -5851,7 +5826,7 @@
 beruf
 Beruf
    ambacht; beroep; handwerk; vak
-   bedrĳf; beroep; broodwinning
+   bedrijf; beroep; broodwinning
 
 _____
 
@@ -5893,7 +5868,6 @@
 
 berühmtheit
 Berühmtheit
-   beroemdheid
    beroemdheid; beroemd persoon
    glorie; lof; roem; beroemdheid
 
@@ -5902,7 +5876,6 @@
 berührung
 Berührung
    aanraking; contact; voeling
-   aanraking
 
 _____
 
@@ -5920,7 +5893,7 @@
 
 bescheid
 Bescheid
-   bericht; informatie; inlichting; terechtwĳzing; verwittiging
+   bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
 
 _____
 
@@ -5939,13 +5912,13 @@
 
 beschluß
 Beschluß
-   beslissing; besluit; uitspraak; wĳzing
+   beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
 
 _____
 
 beschreibung
 Beschreibung
-   beschrĳving; schildering; tafereel
+   beschrijving; schildering; tafereel
 
 _____
 
@@ -5977,20 +5950,18 @@
 besitz
 Besitz
    bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
-   bezit
 
 _____
 
 besitztum
 Besitztum
    bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
-   bezit; bezitting; eigendom
 
 _____
 
 besitzung
 Besitzung
-   bezitting; boerderĳ; goed; landgoed
+   bezitting; boerderij; goed; landgoed
    bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
 
 _____
@@ -5998,7 +5969,7 @@
 besonderheit
 Besonderheit
    eigenaardigheid
-   excentriciteit; vreemdheid; vreemdsoortigheid; wonderlĳkheid
+   excentriciteit; vreemdheid; vreemdsoortigheid; wonderlijkheid
 
 _____
 
@@ -6011,7 +5982,6 @@
 besprechung
 Besprechung
    bespreking; discussie
-   bespreking
 
 _____
 
@@ -6024,7 +5994,7 @@
 bestand
 Bestand
    bestendigheid; gestaagheid; standvastigheid
-   afval; overblĳfsel; rest; rommel; staartje
+   afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
 
 _____
 
@@ -6037,7 +6007,7 @@
 
 bestehen
 Bestehen
-   bestaan; zĳn
+   bestaan; zijn
 
 _____
 
@@ -6057,7 +6027,7 @@
 bestimmung
 Bestimmung
    bestemming; lot; lotsbestemming; voorland
-   bepaling; definitie; omschrĳving
+   bepaling; definitie; omschrijving
 
 _____
 
@@ -6093,7 +6063,7 @@
 
 betrag
 Betrag
-   bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcĳfer
+   bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
 
 _____
 
@@ -6106,19 +6076,19 @@
 betrieb
 Betrieb
    stuwkracht
-   drĳfwerk
+   drijfwerk
 
 _____
 
 betrug
 Betrug
-   bedriegerĳ; bedrog; misleiding
+   bedriegerij; bedrog; misleiding
 
 _____
 
 betrunkenheit
 Betrunkenheit
-   beschonkenheid; dronkenschap; roes; zatheid; zwĳmel
+   beschonkenheid; dronkenschap; roes; zatheid; zwijmel
 
 _____
 
@@ -6174,7 +6144,7 @@
 
 beuchhaus
 Beuchhaus
-   wasserĳ
+   wasserij
 
 _____
 
@@ -6187,9 +6157,8 @@
 
 beute
 Beute
-   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrĳging; verwerving
+   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
    buit; prooi; vangst
-   buit
 
 _____
 
@@ -6219,7 +6188,7 @@
 
 beweggrund
 Beweggrund
-   beweegreden; drĳfveer; motief; term
+   beweegreden; drijfveer; motief; term
 
 _____
 
@@ -6227,15 +6196,14 @@
 Bewegung
    aandoening; affect; emotie; gemoedsbeweging
    aandoening; bewogenheid; emotie; roersel
-   beweging
    beweging; slag; zet
 
 _____
 
 beweis
 Beweis
-   argument; bewĳsgrond
-   adstructie; bewĳs; teken
+   argument; bewijsgrond
+   adstructie; bewijs; teken
 
 _____
 
@@ -6268,13 +6236,12 @@
 bewohner
 Bewohner
    bewoner; ingezetene; inwoner
-   bewoner
 
 _____
 
 bewußtsein
 Bewußtsein
-   besef; bewustzĳn; bezinning
+   besef; bewustzijn; bezinning
 
 _____
 
@@ -6312,8 +6279,8 @@
 
 bibel
 Bibel
-   Bĳbel
-   bĳbel
+   Bijbel
+   bijbel
 
 _____
 
@@ -6331,7 +6298,7 @@
 
 bibliothek
 Bibliothek
-   bibliotheek; boekerĳ
+   bibliotheek; boekerij
 
 _____
 
@@ -6350,25 +6317,25 @@
 
 biene
 Biene
-   bĳ; honingbĳ
+   bij; honingbij
 
 _____
 
 bienenkorb
 Bienenkorb
-   bĳenkorf
+   bijenkorf
 
 _____
 
 bienenstock
 Bienenstock
-   bĳenkorf
+   bijenkorf
 
 _____
 
 bienenzucht
 Bienenzucht
-   bĳenteelt
+   bijenteelt
 
 _____
 
@@ -6393,8 +6360,8 @@
 bild
 Bild
    beeld; afbeelding; plaat; prent; voorstelling
-   image; verzinnelĳking
-   doek; schilderĳ; schildering; schilderstuk
+   image; verzinnelijking
+   doek; schilderij; schildering; schilderstuk
    beeltenis; evenbeeld; portret
 
 _____
@@ -6438,7 +6405,7 @@
 
 billett
 Billett
-   biljet; kaartje; plaatsbewĳs; plaatskaartje
+   biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
 
 _____
 
@@ -6463,7 +6430,6 @@
 binde
 Binde
    band; reep; strip; strook; windsel
-   band
 
 _____
 
@@ -6475,7 +6441,7 @@
 
 binokel
 Binokel
-   binocle; kĳker; toneelkĳker; verrekĳker
+   binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
 
 _____
 
@@ -6487,7 +6453,7 @@
 
 biographie
 Biographie
-   biografie; levensbeschrĳving
+   biografie; levensbeschrijving
 
 _____
 
@@ -6524,7 +6490,6 @@
 birne
 Birne
    ampul; lamp; gloeilamp; lampje; peer
-   peer
 
 _____
 
@@ -6591,7 +6556,6 @@
 bistum
 Bistum
    bisdom; diocees
-   bisdom
 
 _____
 
@@ -6699,7 +6663,7 @@
 
 bleiche
 Bleiche
-   bleek; blekerĳ
+   bleek; blekerij
 
 _____
 
@@ -6730,7 +6694,7 @@
 blick
 Blick
    blik
-   blik; aanblik; kĳk
+   blik; aanblik; kijk
 
 _____
 
@@ -6919,7 +6883,7 @@
    bodem; grond; achtergrond; ondergrond
    vloer
    zolder
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
@@ -6932,7 +6896,7 @@
 bogen
 Bogen
    boog; toog
-   strĳkstok
+   strijkstok
    boog; handboog
    blad; blad papier; vel; vel papier
 
@@ -6965,7 +6929,6 @@
 boje
 Boje
    baken; boei
-   boei
 
 _____
 
@@ -7074,7 +7037,7 @@
 
 borste
 Borste
-   borstel; borstel van een zwĳn
+   borstel; borstel van een zwijn
 
 _____
 
@@ -7203,7 +7166,6 @@
 brand
 Brand
    brand; branden
-   brand
    gangreen; koudvuur; verderf
 
 _____
@@ -7222,7 +7184,7 @@
 
 branntwein
 Branntwein
-   brandewĳn; brandy; vuurwater
+   brandewijn; brandy; vuurwater
 
 _____
 
@@ -7277,7 +7239,6 @@
 
 brauchbarkeit
 Brauchbarkeit
-   geschiktheid
    bruikbaarheid; geschiktheid
 
 _____
@@ -7290,13 +7251,13 @@
 
 brauerei
 Brauerei
-   brouwerĳ; bierbrouwerĳ
+   brouwerij; bierbrouwerij
 
 _____
 
 braunschweig
 Braunschweig
-   Brunswĳk
+   Brunswijk
 
 _____
 
@@ -7346,13 +7307,13 @@
 
 brei
 Brei
-   brĳ; moes; pap
+   brij; moes; pap
 
 _____
 
 breite
 Breite
-   breedte; ruimheid; wĳdte
+   breedte; ruimheid; wijdte
    baan; breedte
 
 _____
@@ -7378,7 +7339,7 @@
 
 brennerei
 Brennerei
-   branderĳ
+   branderij
 
 _____
 
@@ -7433,7 +7394,7 @@
 
 brevier
 Brevier
-   brevier; getĳboek; getĳdenboek
+   brevier; getijboek; getijdenboek
 
 _____
 
@@ -7445,7 +7406,7 @@
 
 brief
 Brief
-   brief; epistel; missive; schrĳven
+   brief; epistel; missive; schrijven
 
 _____
 
@@ -7464,7 +7425,7 @@
 
 briefpapier
 Briefpapier
-   briefpapier; postpapier; schrĳfpapier
+   briefpapier; postpapier; schrijfpapier
 
 _____
 
@@ -7574,7 +7535,6 @@
 Bruch
    brok; fragment; stuk
    breuk; hernia
-   breuk
    breking; breuk; fractuur; schending; schennis; verbreking
 
 _____
@@ -7821,7 +7781,7 @@
 
 bulgarien
 Bulgarien
-   Bulgarĳe
+   Bulgarije
 
 _____
 
@@ -7858,7 +7818,6 @@
 bund
 Bund
    bos; bundel; wis
-   verbond
    bond; liga; verbond
 
 _____
@@ -7996,7 +7955,7 @@
 
 bäckerei
 Bäckerei
-   bakkerĳ
+   bakkerij
 
 _____
 
@@ -8075,7 +8034,7 @@
 
 böttcherei
 Böttcherei
-   kuiperĳ
+   kuiperij
 
 _____
 
@@ -8106,8 +8065,7 @@
 
 bückling
 Bückling
-   bokking
-   buiging; slagzĳ
+   buiging; slagzij
 
 _____
 
@@ -8126,13 +8084,13 @@
 bügel
 Bügel
    boog; toog
-   stĳgbeugel
+   stijgbeugel
 
 _____
 
 bügeleisen
 Bügeleisen
-   bout; strĳkbout; strĳkĳzer
+   bout; strijkbout; strijkijzer
 
 _____
 
@@ -8151,14 +8109,12 @@
 
 bündnis
 Bündnis
-   verbond
    bond; liga; verbond
 
 _____
 
 bürde
 Bürde
-   lading; last; vracht
    lading; last; vracht; vulling
 
 _____
@@ -8173,22 +8129,21 @@
 Bürger
    bourgeois; burger; burgerman
    burger; staatsburger
-   burger; lid van de maatschappĳ
+   burger; lid van de maatschappij
    poorter; stadbewoner; stedeling
 
 _____
 
 bürgermeister
 Bürgermeister
-   burgemeester; burgervader
    burgemeester; burgervader; dorpsburgemeester
 
 _____
 
 bürgerschaft
 Bürgerschaft
-   bourgeoisie; burgerĳ
-   burgerĳ; stad met zelfbestuur
+   bourgeoisie; burgerij
+   burgerij; stad met zelfbestuur
 
 _____
 
@@ -8206,7 +8161,6 @@
 
 büro
 Büro
-   kantoor
    bureau; bureel; kantoor
 
 _____
@@ -8214,7 +8168,6 @@
 büroangestellte
 Büroangestellte
    bediende; kantoorbediende; winkelbediende
-   kantoorbediende
 
 _____
 
@@ -8275,7 +8228,7 @@
 
 canaille
 Canaille
-   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwĳnjak
+   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
 
 _____
 
@@ -8397,7 +8350,6 @@
 Chauffeur
    bestuurder; conducteur; wagenbestuurder
    bestuurder; chauffeur; voerman
-   bestuurder; chauffeur
 
 _____
 
@@ -8435,13 +8387,13 @@
 
 cherub
 Cherub
-   cherubĳn
+   cherubijn
 
 _____
 
 chiffre
 Chiffre
-   cĳfer; geheimschrift
+   cijfer; geheimschrift
 
 _____
 
@@ -8562,7 +8514,7 @@
 
 chronologie
 Chronologie
-   chronologie; tĳdrekening
+   chronologie; tijdrekening
 
 _____
 
@@ -8738,7 +8690,7 @@
 
 damm
 Damm
-   dĳk; waterkering
+   dijk; waterkering
 
 _____
 
@@ -8775,7 +8727,6 @@
 darbietung
 Darbietung
    aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
-   aanbieding
 
 _____
 
@@ -8817,7 +8768,7 @@
 
 dasein
 Dasein
-   bestaan; zĳn
+   bestaan; zijn
 
 _____
 
@@ -8841,8 +8792,7 @@
 
 dauer
 Dauer
-   duur
-   duur; tĳdsduur
+   duur; tijdsduur
 
 _____
 
@@ -8878,7 +8828,7 @@
 
 debet
 Debet
-   debet; debetzĳde
+   debet; debetzijde
 
 _____
 
@@ -8924,13 +8874,13 @@
 
 degen
 Degen
-   degen; zĳdgeweer
+   degen; zijdgeweer
 
 _____
 
 deich
 Deich
-   dĳk; waterkering
+   dijk; waterkering
 
 _____
 
@@ -9022,7 +8972,7 @@
 
 delphin
 Delphin
-   dolfĳn
+   dolfijn
 
 _____
 
@@ -9052,13 +9002,13 @@
 
 demonstration
 Demonstration
-   bewĳs; demonstratie; vertoning
+   bewijs; demonstratie; vertoning
 
 _____
 
 demonstrativpronomen
 Demonstrativpronomen
-   aanwĳzend voornaamwoord
+   aanwijzend voornaamwoord
 
 _____
 
@@ -9070,7 +9020,7 @@
 
 denker
 Denker
-   filosoof; wĳsgeer
+   filosoof; wijsgeer
    denker
 
 _____
@@ -9113,13 +9063,13 @@
 
 despotismus
 Despotismus
-   dwingelandĳ; despotisme
+   dwingelandij; despotisme
 
 _____
 
 dessert
 Dessert
-   dessert; nagerecht; toespĳs; toetje
+   dessert; nagerecht; toespijs; toetje
 
 _____
 
@@ -9167,7 +9117,7 @@
 
 devise
 Devise
-   devies; leus; leuze; lĳfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
+   devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
 
 _____
 
@@ -9209,7 +9159,7 @@
 
 diagonale
 Diagonale
-   diagonaal; hoeklĳn
+   diagonaal; hoeklijn
 
 _____
 
@@ -9246,7 +9196,7 @@
 
 diameter
 Diameter
-   diameter; middellĳn
+   diameter; middellijn
 
 _____
 
@@ -9408,8 +9358,7 @@
 ding
 Ding
    aangelegenheid; affaire; ding; zaak
-   ding; voorwerp
-   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lĳdend voorwerp
+   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
 
 _____
 
@@ -9481,13 +9430,13 @@
 
 diskretion
 Diskretion
-   bescheidenheid; discretie; stilzwĳgen; stilzwĳgendheid
+   bescheidenheid; discretie; stilzwijgen; stilzwijgendheid
 
 _____
 
 diskus
 Diskus
-   discus; plaat; grammofoonplaat; schĳf
+   discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
 
 _____
 
@@ -9500,7 +9449,7 @@
 disput
 Disput
    dispuut; getwist
-   dispuut; kwestie; strĳd; twist; redetwist; twistgesprek
+   dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
 
 _____
 
@@ -9677,7 +9626,7 @@
 
 domäne
 Domäne
-   domein; staatsboerderĳ
+   domein; staatsboerderij
 
 _____
 
@@ -9749,7 +9698,7 @@
 
 dotation
 Dotation
-   bruidsschat; huwelĳksgift
+   bruidsschat; huwelijksgift
 
 _____
 
@@ -9804,7 +9753,7 @@
 
 dramaturgie
 Dramaturgie
-   dramatiek; dramaturgie; toneelschrĳfkunst
+   dramatiek; dramaturgie; toneelschrijfkunst
 
 _____
 
@@ -9829,8 +9778,8 @@
 
 dreck
 Dreck
-   drek; modder; slĳk; slik
-   smeerboel; smeerlapperĳ; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
+   drek; modder; slijk; slik
+   smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
 
 _____
 
@@ -9916,7 +9865,7 @@
 
 droge
 Droge
-   dope; drogerĳ; drug; kruid
+   dope; drogerij; drug; kruid
 
 _____
 
@@ -9934,14 +9883,13 @@
 
 droschke
 Droschke
-   huurrĳtuig
-   aapje; huurrĳtuig; vigilante
+   aapje; huurrijtuig; vigilante
 
 _____
 
 drossel
 Drossel
-   lĳster
+   lijster
 
 _____
 
@@ -9953,9 +9901,7 @@
 
 druck
 Druck
-   druk; pressie
    drang; druk; knel; pressie
-   druk
 
 _____
 
@@ -10051,7 +9997,7 @@
 
 durchmesser
 Durchmesser
-   diameter; middellĳn
+   diameter; middellijn
 
 _____
 
@@ -10111,7 +10057,7 @@
 
 dyspepsie
 Dyspepsie
-   dyspepsie; indigestie; slechte spĳsvertering
+   dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
 
 _____
 
@@ -10183,7 +10129,7 @@
 
 ebbe und flut
 Ebbe und Flut
-   tĳ; getĳ
+   tij; getij
 
 _____
 
@@ -10207,19 +10153,19 @@
 
 eber
 Eber
-   ever; everzwĳn; wild zwĳn
+   ever; everzwijn; wild zwijn
 
 _____
 
 eberesche
 Eberesche
-   lĳsterbes; lĳsterbessestruik
+   lijsterbes; lijsterbessestruik
 
 _____
 
 ebereschenbeere
 Ebereschenbeere
-   lĳsterbes
+   lijsterbes
 
 _____
 
@@ -10281,7 +10227,7 @@
 
 edeltanne
 Edeltanne
-   spar; fĳnspar; sparreboom
+   spar; fijnspar; sparreboom
 
 _____
 
@@ -10355,8 +10301,7 @@
 
 ehe
 Ehe
-   echt; echtverbintenis; huwelĳk; huwelĳkse staat
-   echt; echtverbintenis; huwelĳk
+   echt; echtverbintenis; huwelijk; huwelijkse staat
 
 _____
 
@@ -10380,7 +10325,7 @@
 
 ehre
 Ehre
-   eer; eerbewĳs; hulde
+   eer; eerbewijs; hulde
 
 _____
 
@@ -10405,7 +10350,7 @@
 
 eibe
 Eibe
-   ĳf; taxus
+   ijf; taxus
 
 _____
 
@@ -10483,13 +10428,13 @@
 
 eifer
 Eifer
-   ambitie; ĳver; vuur
+   ambitie; ijver; vuur
 
 _____
 
 eifersucht
 Eifersucht
-   jaloezie; naĳver
+   jaloezie; naijver
 
 _____
 
@@ -10513,14 +10458,13 @@
 
 eigenschaft
 Eigenschaft
-   eigenschap
    bezit; eigenschap
 
 _____
 
 eigenschaftswort
 Eigenschaftswort
-   adjectief; bĳvoeglĳk naamwoord
+   adjectief; bijvoeglijk naamwoord
 
 _____
 
@@ -10534,7 +10478,6 @@
 Eigentum
    aanhorigheid; eigendom
    bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
-   bezit; bezitting; eigendom
 
 _____
 
@@ -10558,7 +10501,7 @@
 
 eilbote
 Eilbote
-   bode; ĳlbode; koerier; loper
+   bode; ijlbode; koerier; loper
 
 _____
 
@@ -10606,7 +10549,7 @@
 
 einblick
 Einblick
-   blik; kĳkje
+   blik; kijkje
 
 _____
 
@@ -10656,8 +10599,8 @@
 
 einfahrt
 Einfahrt
-   inrĳ; inrit
-   binnenrĳden; binnenvaren
+   inrij; inrit
+   binnenrijden; binnenvaren
 
 _____
 
@@ -10669,7 +10612,7 @@
 
 einfassung
 Einfassung
-   kader; lĳst; omlĳsting; raam
+   kader; lijst; omlijsting; raam
 
 _____
 
@@ -10694,7 +10637,7 @@
 
 eingeborene
 Eingeborene
-   autochtoon; oorspronkelĳke bewoner
+   autochtoon; oorspronkelijke bewoner
 
 _____
 
@@ -10714,7 +10657,6 @@
 einheit
 Einheit
    eendracht; eenheid; samenhang
-   eenheid
 
 _____
 
@@ -10839,7 +10781,7 @@
 
 einsicht
 Einsicht
-   blik; aanblik; kĳk
+   blik; aanblik; kijk
 
 _____
 
@@ -10857,7 +10799,7 @@
 
 einspruch erheben
 Einspruch erheben
-   bestrĳden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+   bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
 
 _____
 
@@ -10882,7 +10824,7 @@
 
 einverständnis
 Einverständnis
-   stilzwĳgende overeenkomst
+   stilzwijgende overeenkomst
    afspraak; akkoord; schikking; verbintenis
 
 _____
@@ -10915,7 +10857,6 @@
 einwohner
 Einwohner
    bewoner; ingezetene; inwoner
-   bewoner
 
 _____
 
@@ -10953,38 +10894,37 @@
 
 einöde
 Einöde
-   wildernis; woestenĳ; woestĳn
+   wildernis; woestenij; woestijn
 
 _____
 
 eis
 Eis
-   ĳs; consumptie‐ĳs; ĳsje; ĳsco
-   ĳs
+   ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
 
 _____
 
 eisbahn
 Eisbahn
-   glĳbaan
+   glijbaan
 
 _____
 
 eisberg
 Eisberg
-   ĳsberg
+   ijsberg
 
 _____
 
 eisbrecher
 Eisbrecher
-   ĳsbreker
+   ijsbreker
 
 _____
 
 eisbär
 Eisbär
-   ĳsbeer
+   ijsbeer
 
 _____
 
@@ -10996,7 +10936,7 @@
 
 eisen
 Eisen
-   ĳzer
+   ijzer
 
 _____
 
@@ -11014,37 +10954,37 @@
 
 eisenkraut
 Eisenkraut
-   ĳzerhard; verbena
+   ijzerhard; verbena
 
 _____
 
 eisgang
 Eisgang
-   ĳsgang
+   ijsgang
 
 _____
 
 eiskeller
 Eiskeller
-   ĳskast
+   ijskast
 
 _____
 
 eisvogel
 Eisvogel
-   ĳsvogel
+   ijsvogel
 
 _____
 
 eiszapfen
 Eiszapfen
-   ĳspegel
+   ijspegel
 
 _____
 
 eitelkeit
 Eitelkeit
-   ĳdelheid; nietigheid
+   ijdelheid; nietigheid
 
 _____
 
@@ -11064,7 +11004,6 @@
 Eiweiß
    albumen; eiwit; kiemwit
    albumine; eiwit; eiwitstof
-   eiwit
 
 _____
 
@@ -11076,7 +11015,7 @@
 
 ekel
 Ekel
-   afkeer; misselĳkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
+   afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
 
 _____
 
@@ -11220,7 +11159,7 @@
 
 elle
 Elle
-   el; ellepĳp
+   el; ellepijp
 
 _____
 
@@ -11263,7 +11202,7 @@
 elysium
 Elysium
    Elyzeese Velden
-   paradĳs
+   paradijs
 
 _____
 
@@ -11330,7 +11269,7 @@
 
 empfangsschein
 Empfangsschein
-   kwitantie; ontvangstbewĳs
+   kwitantie; ontvangstbewijs
 
 _____
 
@@ -11435,7 +11374,7 @@
 
 endivie
 Endivie
-   andĳvie
+   andijvie
 
 _____
 
@@ -11570,13 +11509,13 @@
 
 entsatz
 Entsatz
-   bevrĳding; ontheffing; verlossing; vrĳlating
+   bevrijding; ontheffing; verlossing; vrijlating
 
 _____
 
 entschluß
 Entschluß
-   beslissing; besluit; uitspraak; wĳzing
+   beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
 
 _____
 
@@ -11602,7 +11541,7 @@
 
 entzetzen
 Entzetzen
-   ontzetting; schrik; schrikkelĳkheid
+   ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
 
 _____
 
@@ -11741,7 +11680,7 @@
 
 epoche
 Epoche
-   tĳdperk; tĳdsgewricht
+   tijdperk; tijdsgewricht
 
 _____
 
@@ -11819,19 +11758,19 @@
 
 erdbeschreibung
 Erdbeschreibung
-   aardrĳkskunde; geografie
+   aardrijkskunde; geografie
 
 _____
 
 erdboden
 Erdboden
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
 erde
 Erde
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
@@ -11855,7 +11794,7 @@
 
 erdkunde
 Erdkunde
-   aardrĳkskunde; geografie
+   aardrijkskunde; geografie
 
 _____
 
@@ -11887,11 +11826,9 @@
 
 ereignis
 Ereignis
-   gebeurtenis
    gebeuren; gebeurtenis; incident; voorval
    gebeurde; gebeurtenis; voorgevallene
    gebeurtenis; gelegenheid; geval
-   gebeurtenis
 
 _____
 
@@ -11966,7 +11903,7 @@
 
 erklärung
 Erklärung
-   bĳbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+   bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
 
 _____
 
@@ -12047,9 +11984,7 @@
 
 ernährung
 Ernährung
-   voeding
    kost; voeder; voeding; voedingsmiddel; voedsel; voer
-   kost; voedsel
 
 _____
 
@@ -12080,7 +12015,7 @@
 errungenschaft
 Errungenschaft
    aanwinst; acquest; buit; prooi
-   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrĳging; verwerving
+   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
 
 _____
 
@@ -12093,8 +12028,8 @@
 
 erscheinung
 Erscheinung
-   verschĳning; verschĳnsel
-   verschĳnen; verschĳning
+   verschijning; verschijnsel
+   verschijnen; verschijning
    droombeeld; gezicht; droomgezicht; visioen
 
 _____
@@ -12132,7 +12067,7 @@
 ertrag
 Ertrag
    inkomen; ontvangst; opbrengst; verdienste
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
 
 _____
 
@@ -12150,7 +12085,7 @@
 
 erwerb
 Erwerb
-   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrĳging; verwerving
+   aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
 
 _____
 
@@ -12201,7 +12136,7 @@
 
 erziehung leiten
 Erziehung leiten
-   onderwĳzen; opvoeden
+   onderwijzen; opvoeden
 
 _____
 
@@ -12262,7 +12197,7 @@
 
 eskorte
 Eskorte
-   begeleiding; escort; geleide; vrĳgeleide
+   begeleiding; escort; geleide; vrijgeleide
 
 _____
 
@@ -12304,9 +12239,8 @@
 
 esse
 Esse
-   haard
    haard; haardstede; open haard; stookplaats; vuurhaard
-   schoorsteen; schoorsteenpĳp
+   schoorsteen; schoorsteenpijp
 
 _____
 
@@ -12314,7 +12248,7 @@
 Essen
    Essen
    eten; nuttiging
-   eten; maal; maaltĳd
+   eten; maal; maaltijd
 
 _____
 
@@ -12326,7 +12260,7 @@
 
 essig
 Essig
-   azĳn; edik
+   azijn; edik
 
 _____
 
@@ -12380,7 +12314,7 @@
 
 etat
 Etat
-   borderel; lĳst; staat; loonstaat; tabel
+   borderel; lijst; staat; loonstaat; tabel
 
 _____
 
@@ -12525,7 +12459,7 @@
 
 exegese
 Exegese
-   bĳbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+   bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
 
 _____
 
@@ -12561,8 +12495,8 @@
 
 existenz
 Existenz
-   bestaan; zĳn
-   zĳn; wezen
+   bestaan; zijn
+   zijn; wezen
 
 _____
 
@@ -12604,7 +12538,7 @@
 
 exponent
 Exponent
-   aanwĳzer; exponent
+   aanwijzer; exponent
 
 _____
 
@@ -12725,7 +12659,7 @@
 
 fahrerschein
 Fahrerschein
-   rĳbewĳs
+   rijbewijs
 
 _____
 
@@ -12737,14 +12671,13 @@
 
 fahrkarte
 Fahrkarte
-   biljet; kaartje; plaatsbewĳs; plaatskaartje
+   biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
 
 _____
 
 fahrrad
 Fahrrad
-   fiets; rĳwiel; tweewieler
-   fiets
+   fiets; rijwiel; tweewieler
    velocipède
 
 _____
@@ -12757,7 +12690,7 @@
 
 fahrt
 Fahrt
-   rĳtoer; rit
+   rijtoer; rit
    rit; tocht
 
 _____
@@ -12788,13 +12721,13 @@
 
 faktorei
 Faktorei
-   factorĳ; nederzetting
+   factorij; nederzetting
 
 _____
 
 faktura
 Faktura
-   factuur; nota; rekening; warenlĳst
+   factuur; nota; rekening; warenlijst
 
 _____
 
@@ -12827,7 +12760,7 @@
 
 fallbeil
 Fallbeil
-   guillotine; valbĳl
+   guillotine; valbijl
 
 _____
 
@@ -12895,14 +12828,13 @@
 
 fanatiker
 Fanatiker
-   dweper; fanaticus; ĳveraar
+   dweper; fanaticus; ijveraar
 
 _____
 
 fanatismus
 Fanatismus
-   drĳverĳ; dweepzucht; fanatisme
-   fanatisme
+   drijverij; dweepzucht; fanatisme
 
 _____
 
@@ -12952,8 +12884,7 @@
 
 farm
 Farm
-   pachtboerderĳ; pachthoeve
-   pachtboerderĳ
+   pachtboerderij; pachthoeve
 
 _____
 
@@ -13001,7 +12932,7 @@
 
 faseole
 Faseole
-   boon; prinsesseboon; snĳboon; sperzieboon
+   boon; prinsesseboon; snijboon; sperzieboon
 
 _____
 
@@ -13025,14 +12956,14 @@
 
 fasson
 Fasson
-   coupe; fatsoen; makelĳ; snit; vorm
+   coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
 
 _____
 
 fassung
 Fassung
    bestek; grootte; omvang; uitgebreidheid
-   inlĳsting
+   inlijsting
    situatie; stand; stand van zaken; toestand
 
 _____
@@ -13129,7 +13060,7 @@
 
 façon
 Façon
-   coupe; fatsoen; makelĳ; snit; vorm
+   coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
 
 _____
 
@@ -13161,7 +13092,7 @@
 
 feder
 Feder
-   veer; drĳfveer; springveer
+   veer; drijfveer; springveer
 
 _____
 
@@ -13197,7 +13128,7 @@
 
 fehde
 Fehde
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
@@ -13216,14 +13147,13 @@
 fehler
 Fehler
    abuis; fout; dwaling; vergissing
-   fout
    afwezigheid; euvel; gebrek; gemis; tekort; tekortkoming
 
 _____
 
 feier
 Feier
-   feest; festiviteit; fuif; partĳ
+   feest; festiviteit; fuif; partij
    plechtigheid
 
 _____
@@ -13236,25 +13166,25 @@
 
 feige
 Feige
-   vĳg
+   vijg
 
 _____
 
 feigenbaum
 Feigenbaum
-   vĳg; vĳgeboom
+   vijg; vijgeboom
 
 _____
 
 feile
 Feile
-   vĳl
+   vijl
 
 _____
 
 felbel
 Felbel
-   fluweel; trĳp
+   fluweel; trijp
 
 _____
 
@@ -13320,7 +13250,7 @@
 
 feldzug
 Feldzug
-   krĳgstocht; veldtocht
+   krijgstocht; veldtocht
 
 _____
 
@@ -13400,7 +13330,7 @@
 
 ferienort
 Ferienort
-   vakantieoord; vakantieplaats; vakantieverblĳf
+   vakantieoord; vakantieplaats; vakantieverblijf
 
 _____
 
@@ -13418,13 +13348,13 @@
 
 fernglas
 Fernglas
-   binocle; kĳker; toneelkĳker; verrekĳker
+   binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
 
 _____
 
 fernrohr
 Fernrohr
-   kĳker; verrekĳker
+   kijker; verrekijker
 
 _____
 
@@ -13442,7 +13372,7 @@
 
 fernsicht
 Fernsicht
-   doorkĳk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+   doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
 
 _____
 
@@ -13454,13 +13384,13 @@
 
 fest
 Fest
-   feest; festiviteit; fuif; partĳ
+   feest; festiviteit; fuif; partij
 
 _____
 
 festessen
 Festessen
-   feestmaal; festĳn; gelag; smulpartĳ
+   feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
 
 _____
 
@@ -13515,7 +13445,6 @@
 feuer
 Feuer
    gloed; vuur
-   vuur
 
 _____
 
@@ -13545,7 +13474,7 @@
 
 fiaker
 Fiaker
-   aapje; huurrĳtuig; vigilante
+   aapje; huurrijtuig; vigilante
 
 _____
 
@@ -13629,7 +13558,7 @@
 
 finale
 Finale
-   beslissingswedstrĳd; finale
+   beslissingswedstrijd; finale
 
 _____
 
@@ -13701,7 +13630,7 @@
 
 fistel
 Fistel
-   fistel; pĳpzweer
+   fistel; pijpzweer
 
 _____
 
@@ -13761,7 +13690,7 @@
 
 flanke
 Flanke
-   flank; kant; zĳ; zĳde; zĳkant
+   flank; kant; zij; zijde; zijkant
 
 _____
 
@@ -13797,7 +13726,7 @@
 
 flause
 Flause
-   draaierĳ; smoes; smoesje; toevlucht
+   draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
 
 _____
 
@@ -13865,7 +13794,7 @@
 
 fleiß
 Fleiß
-   ĳver; naarstigheid; vlĳt
+   ijver; naarstigheid; vlijt
 
 _____
 
@@ -13977,7 +13906,6 @@
 flucht
 Flucht
    vlucht; ontvluchting
-   vlucht
 
 _____
 
@@ -14026,7 +13954,7 @@
 
 flur
 Flur
-   baan; gang; overloop; rĳstrook
+   baan; gang; overloop; rijstrook
    hal; vestibule; voorportaal
 
 _____
@@ -14047,7 +13975,7 @@
 
 flußpferd
 Flußpferd
-   nĳlpaard
+   nijlpaard
 
 _____
 
@@ -14115,13 +14043,13 @@
 
 folio
 Folio
-   bladzĳde
+   bladzijde
 
 _____
 
 folter
 Folter
-   pĳnbank
+   pijnbank
 
 _____
 
@@ -14151,7 +14079,7 @@
 
 form
 Form
-   coupe; fatsoen; makelĳ; snit; vorm
+   coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
    gedaante; vorm
 
 _____
@@ -14177,8 +14105,7 @@
 
 formular
 Formular
-   formulier; vragenformulier; vragenlĳst
-   formulier
+   formulier; vragenformulier; vragenlijst
 
 _____
 
@@ -14238,7 +14165,7 @@
 
 foulard
 Foulard
-   foulard; zĳden sjaal
+   foulard; zijden sjaal
 
 _____
 
@@ -14282,7 +14209,7 @@
 fraktion
 Fraktion
    breuk; fractie
-   partĳ; stem
+   partij; stem
 
 _____
 
@@ -14318,7 +14245,7 @@
 
 frankreich
 Frankreich
-   Frankrĳk
+   Frankrijk
 
 _____
 
@@ -14348,7 +14275,7 @@
 
 fratze
 Fratze
-   grĳns; grimas
+   grijns; grimas
 
 _____
 
@@ -14356,7 +14283,6 @@
 Frau
    echtgenote; gemalin; vrouw
    mevrouw
-   vrouw
 
 _____
 
@@ -14386,7 +14312,7 @@
 
 fraß
 Fraß
-   eten; maal; maaltĳd
+   eten; maal; maaltijd
 
 _____
 
@@ -14404,14 +14330,14 @@
 
 freidenker
 Freidenker
-   vrĳdenker
+   vrijdenker
 
 _____
 
 freier
 Freier
-   geliefde; minnaar; vriend; vrĳer
-   huwelĳkspretendent
+   geliefde; minnaar; vriend; vrijer
+   huwelijkspretendent
 
 _____
 
@@ -14423,13 +14349,13 @@
 
 freihandel
 Freihandel
-   vrĳhandel
+   vrijhandel
 
 _____
 
 freiheit
 Freiheit
-   vlotheid; vrĳheid; vrĳdom
+   vlotheid; vrijheid; vrijdom
 
 _____
 
@@ -14441,13 +14367,13 @@
 
 freimaurer
 Freimaurer
-   vrĳmetselaar
+   vrijmetselaar
 
 _____
 
 freistaat
 Freistaat
-   republiek; vrĳstaat
+   republiek; vrijstaat
 
 _____
 
@@ -14459,13 +14385,13 @@
 
 freitag
 Freitag
-   vrĳdag
+   vrijdag
 
 _____
 
 freitagnachmittag
 Freitagnachmittag
-   vrĳdagmiddag
+   vrijdagmiddag
 
 _____
 
@@ -14502,7 +14428,7 @@
 freude
 Freude
    genoegen; plezier; pret; vermaak
-   blĳdschap; blĳheid; verheugenis; verheuging; vreugde
+   blijdschap; blijheid; verheugenis; verheuging; vreugde
 
 _____
 
@@ -14520,7 +14446,7 @@
 
 freundlichkeit
 Freundlichkeit
-   liefheid; voorkomendheid; vriendelĳkheid
+   liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
 
 _____
 
@@ -14533,7 +14459,7 @@
 frevel
 Frevel
    godslastering; vloek; vervloeking
-   misdaad; misdrĳf
+   misdaad; misdrijf
 
 _____
 
@@ -14563,7 +14489,7 @@
 
 frischling
 Frischling
-   big; big van een everzwĳn
+   big; big van een everzwijn
 
 _____
 
@@ -14588,19 +14514,19 @@
 
 frondienst
 Frondienst
-   herendienst; lĳfeigenschap
+   herendienst; lijfeigenschap
 
 _____
 
 frone
 Frone
-   herendienst; lĳfeigenschap
+   herendienst; lijfeigenschap
 
 _____
 
 front
 Front
-   front; gevel; voorkant; voorzĳde
+   front; gevel; voorkant; voorzijde
 
 _____
 
@@ -14666,7 +14592,7 @@
 
 frühstück
 Frühstück
-   ontbĳt
+   ontbijt
 
 _____
 
@@ -14712,7 +14638,7 @@
 fuhrwerk
 Fuhrwerk
    vervoermiddel
-   rĳtuig; vehikel; voertuig; wagen
+   rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
 
 _____
 
@@ -14730,7 +14656,6 @@
 
 funke
 Funke
-   sprank; vonk
    aansteker; vuurmaker
    sprank; vonk; elektrische vonk
 
@@ -14782,13 +14707,13 @@
 
 futur
 Futur
-   toekomende tĳd; toekomst; verschiet
+   toekomende tijd; toekomst; verschiet
 
 _____
 
 futurum
 Futurum
-   toekomende tĳd; toekomst; verschiet
+   toekomende tijd; toekomst; verschiet
 
 _____
 
@@ -14896,7 +14821,7 @@
 
 föhre
 Föhre
-   den; denneboom; pĳnboom
+   den; denneboom; pijnboom
 
 _____
 
@@ -14920,7 +14845,7 @@
 
 füchsin
 Füchsin
-   moervos; wĳfjesvos
+   moervos; wijfjesvos
 
 _____
 
@@ -14951,14 +14876,13 @@
 führer
 Führer
    gids; leider; geleider; leidsman; voorman
-   gids
    conducteur; conductor
 
 _____
 
 führerschein
 Führerschein
-   rĳbewĳs
+   rijbewijs
 
 _____
 
@@ -15038,7 +14962,6 @@
 gabe
 Gabe
    cadeau; donatie; geschenk; gift; schenking
-   gift; schenking
 
 _____
 
@@ -15056,13 +14979,13 @@
 
 gala
 Gala
-   corso; parade; pracht en praal; pralerĳ; vertoon
+   corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
 
 _____
 
 galanterie
 Galanterie
-   galanterieën; kramerĳ; opschik
+   galanterieën; kramerij; opschik
 
 _____
 
@@ -15086,7 +15009,7 @@
 
 galerie
 Galerie
-   gaanderĳ; galerie; galerĳ; gang; trans
+   gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
 
 _____
 
@@ -15195,8 +15118,7 @@
 gang
 Gang
    gang; loop
-   baan; gang; overloop; rĳstrook
-   loop
+   baan; gang; overloop; rijstrook
    versnelling
 
 _____
@@ -15227,8 +15149,7 @@
 
 garage
 Garage
-   garage
-   garage; stalling; zĳspoor
+   garage; stalling; zijspoor
 
 _____
 
@@ -15252,7 +15173,7 @@
 
 garde
 Garde
-   garde; wacht; lĳfwacht
+   garde; wacht; lijfwacht
 
 _____
 
@@ -15271,7 +15192,7 @@
 
 gardine
 Gardine
-   doek; gordĳn; overgordĳn; scherm; voorhang; voorhangsel
+   doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
 
 _____
 
@@ -15339,7 +15260,7 @@
 
 gastmahl
 Gastmahl
-   feestmaal; festĳn; gelag; smulpartĳ
+   feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
 
 _____
 
@@ -15351,7 +15272,7 @@
 
 gastronomie
 Gastronomie
-   fĳnproeverĳ; gastronomie
+   fijnproeverij; gastronomie
 
 _____
 
@@ -15388,7 +15309,7 @@
 
 gaukelei
 Gaukelei
-   droombeeld; schĳnbeeld
+   droombeeld; schijnbeeld
 
 _____
 
@@ -15525,7 +15446,7 @@
 
 geburtstag haben
 Geburtstag haben
-   jarig zĳn; verjaren
+   jarig zijn; verjaren
 
 _____
 
@@ -15576,7 +15497,7 @@
 
 gebühr
 Gebühr
-   betamelĳkheid; keurigheid
+   betamelijkheid; keurigheid
    plicht; verplichting
 
 _____
@@ -15617,13 +15538,12 @@
 gedicht
 Gedicht
    dichtwerk; gedicht; vers
-   gedicht; vers
 
 _____
 
 geduld
 Geduld
-   geduld; lĳdzaamheid
+   geduld; lijdzaamheid
 
 _____
 
@@ -15684,7 +15604,6 @@
 geflügel
 Geflügel
    gevogelte; vogelstand; vogelwereld
-   gevogelte
 
 _____
 
@@ -15696,13 +15615,13 @@
 
 gefrorenes
 Gefrorenes
-   ĳs; consumptie‐ĳs; ĳsje; ĳsco
+   ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
 
 _____
 
 gefährt
 Gefährt
-   rĳtuig; vehikel; voertuig; wagen
+   rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
 
 _____
 
@@ -15715,7 +15634,7 @@
 
 gefälligkeit
 Gefälligkeit
-   bereidvaardigheid; schikkelĳkheid; toeschietelĳkheid
+   bereidvaardigheid; schikkelijkheid; toeschietelijkheid
    gedienstigheid; welwillendheid
 
 _____
@@ -15723,7 +15642,6 @@
 gefängnis
 Gefängnis
    gevangenis; kerker; nor
-   gevangenis
 
 _____
 
@@ -15774,7 +15692,7 @@
 
 gegenstand
 Gegenstand
-   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lĳdend voorwerp
+   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
 
 _____
 
@@ -15798,7 +15716,7 @@
 
 gegenwart
 Gegenwart
-   heden; tegenwoordige tĳd
+   heden; tegenwoordige tijd
 
 _____
 
@@ -15842,7 +15760,7 @@
 
 geheul
 Geheul
-   gil; krĳs; schreeuw
+   gil; krijs; schreeuw
 
 _____
 
@@ -15909,36 +15827,34 @@
 
 geisel
 Geisel
-   garant; gĳzelaar
+   garant; gijzelaar
 
 _____
 
 geist
 Geist
-   blinde; blinde bĳ kaarspel; geest; schim; spook
+   blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
    geest; intellect; verstand
    geest; verstand
-   geest
    spriet; boegspriet
 
 _____
 
 geistes
 Geistes‐
-   geestelĳk
+   geestelijk
 
 _____
 
 geistliche
 Geistliche
-   geestelĳke
-   geestelĳke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+   geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
 
 _____
 
 geistlichkeit
 Geistlichkeit
-   clerus; geestelĳkheid
+   clerus; geestelijkheid
 
 _____
 
@@ -15980,7 +15896,7 @@
 
 gelag
 Gelag
-   feestmaal; festĳn; gelag; smulpartĳ
+   feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
 
 _____
 
@@ -16190,13 +16106,13 @@
 
 gemächlichkeit
 Gemächlichkeit
-   dienstigheid; gemakkelĳkheid; geschiktheid
+   dienstigheid; gemakkelijkheid; geschiktheid
 
 _____
 
 gemälde
 Gemälde
-   doek; schilderĳ; schildering; schilderstuk
+   doek; schilderij; schildering; schilderstuk
 
 _____
 
@@ -16317,7 +16233,7 @@
 
 gensdarm
 Gensdarm
-   gendarme; veldwachter; rĳksveldwachter
+   gendarme; veldwachter; rijksveldwachter
 
 _____
 
@@ -16354,7 +16270,7 @@
 
 geographie
 Geographie
-   aardrĳkskunde; geografie
+   aardrijkskunde; geografie
 
 _____
 
@@ -16408,7 +16324,7 @@
 
 gepränge
 Gepränge
-   corso; parade; pracht en praal; pralerĳ; vertoon
+   corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
    luister; praal; pracht; vertoon
 
 _____
@@ -16463,7 +16379,7 @@
 
 gerechtigkeit
 Gerechtigkeit
-   billĳkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
+   billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
 
 _____
 
@@ -16477,7 +16393,7 @@
 Gericht
    rechtszaal
    gericht; judicium; oordeel; vonnis
-   eten; etenswaar; gerecht; spĳs
+   eten; etenswaar; gerecht; spijs
 
 _____
 
@@ -16533,7 +16449,7 @@
 
 geräumigkeit
 Geräumigkeit
-   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wĳdte
+   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
 
 _____
 
@@ -16583,9 +16499,7 @@
 
 gesandtschaft
 Gesandtschaft
-   ambassade
    ambassade; gezantschap
-   gezantschap
 
 _____
 
@@ -16663,7 +16577,6 @@
 geschoß
 Geschoß
    etage; verdieping
-   projectiel
    projectiel; werptuig
 
 _____
@@ -16721,20 +16634,19 @@
 Geschäft
    winkel; zaak
    markt
-   magazĳn; pakhuis
-   zaak
+   magazijn; pakhuis
 
 _____
 
 geschäfte betreiben
 Geschäfte betreiben
-   handeldrĳven; handelen; zaken doen
+   handeldrijven; handelen; zaken doen
 
 _____
 
 geschäfte machen
 Geschäfte machen
-   handeldrĳven; handelen; zaken doen
+   handeldrijven; handelen; zaken doen
 
 _____
 
@@ -16776,9 +16688,9 @@
 
 gesellschaft
 Gesellschaft
-   compagnie; gezelschap; maatschappĳ; vennootschap
+   compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
    genootschap; gezelschap; krans; kring; sociëteit; vereniging
-   gemeenschap; maatschappĳ; samenleving
+   gemeenschap; maatschappij; samenleving
 
 _____
 
@@ -16814,13 +16726,13 @@
 
 gesetzwidrigkeit
 Gesetzwidrigkeit
-   tegenspraak; tegenstrĳdigheid
+   tegenspraak; tegenstrijdigheid
 
 _____
 
 gesicht
 Gesicht
-   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlĳk; uitzicht
+   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
    gezicht; gezichtsvermogen
    zicht; gezicht; gezichtsvermogen
    gelaat; gezicht; aangezicht; toet
@@ -16842,7 +16754,7 @@
 
 gesims
 Gesims
-   kroonlĳst; richel; uitsprong
+   kroonlijst; richel; uitsprong
 
 _____
 
@@ -16854,7 +16766,7 @@
 
 gesinnung
 Gesinnung
-   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswĳze; zin
+   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
 
 _____
 
@@ -16872,7 +16784,7 @@
 
 gespenst
 Gespenst
-   blinde; blinde bĳ kaarspel; geest; schim; spook
+   blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
 
 _____
 
@@ -16891,7 +16803,7 @@
 
 gestalt
 Gestalt
-   coupe; fatsoen; makelĳ; snit; vorm
+   coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
    beeld; afbeelding; figuur
    gedaante; vorm
    figuur; gestalte; lichaamsbouw; postuur; statuur
@@ -16900,7 +16812,6 @@
 
 gestank
 Gestank
-   stank
    luchtje; stank
 
 _____
@@ -17043,7 +16954,7 @@
 Gewalt
    autoriteit; gezag
    kracht; macht; sterkte
-   heerschappĳ; macht; mogendheid
+   heerschappij; macht; mogendheid
    macht; vermogen
 
 _____
@@ -17056,7 +16967,7 @@
 
 gewaltherrschsaft
 Gewaltherrschsaft
-   dwingelandĳ; despotisme
+   dwingelandij; despotisme
 
 _____
 
@@ -17112,9 +17023,9 @@
 
 gewerbe
 Gewerbe
-   industrie; nĳverheid
+   industrie; nijverheid
    ambacht; beroep; handwerk; vak
-   bedrĳf; beroep; broodwinning
+   bedrijf; beroep; broodwinning
 
 _____
 
@@ -17159,7 +17070,7 @@
 gewinn
 Gewinn
    baat; gewin; verdienste; winst
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
 
 _____
 
@@ -17243,7 +17154,7 @@
 
 gewürz
 Gewürz
-   kruid; kruiderĳ; specerĳ
+   kruid; kruiderij; specerij
 
 _____
 
@@ -17255,7 +17166,7 @@
 
 gezier
 Gezier
-   aanstellerĳ; gemaaktheid; onnatuurlĳkheid
+   aanstellerij; gemaaktheid; onnatuurlijkheid
 
 _____
 
@@ -17285,13 +17196,13 @@
 
 gießerei
 Gießerei
-   gieterĳ; smelterĳ
+   gieterij; smelterij
 
 _____
 
 gift
 Gift
-   gif; gift; venĳn; vergif; zwadder
+   gif; gift; venijn; vergif; zwadder
 
 _____
 
@@ -17375,14 +17286,13 @@
 
 glanz
 Glanz
-   glans; schĳn; schittering; pracht
+   glans; schijn; schittering; pracht
 
 _____
 
 glas
 Glas
    glas; drinkglas
-   glas
 
 _____
 
@@ -17394,7 +17304,6 @@
 
 glaube
 Glaube
-   geloof
    geloof; godsdienst; religie
 
 _____
@@ -17431,7 +17340,7 @@
 
 gleichheit
 Gleichheit
-   gelĳkheid; pariteit
+   gelijkheid; pariteit
 
 _____
 
@@ -17444,19 +17353,19 @@
 
 gleichnis
 Gleichnis
-   vergelĳking
+   vergelijking
 
 _____
 
 gleichung
 Gleichung
-   vergelĳking
+   vergelijking
 
 _____
 
 gletscher
 Gletscher
-   ĳsberg
+   ijsberg
 
 _____
 
@@ -17557,7 +17466,6 @@
 glück
 Glück
    bof; buitenkansje; geluk; mazzel; tref; veine
-   geluk
 
 _____
 
@@ -17570,7 +17478,7 @@
 
 glück haben
 Glück haben
-   boffen; geluk hebben; het treffen; zwĳnen
+   boffen; geluk hebben; het treffen; zwijnen
 
 _____
 
@@ -17589,7 +17497,7 @@
 
 gnomon
 Gnomon
-   zonnewĳzer
+   zonnewijzer
 
 _____
 
@@ -17681,20 +17589,20 @@
 
 gottesleugnung
 Gottesleugnung
-   atheïsme; godloochenarĳ; godloochening
+   atheïsme; godloochenarij; godloochening
 
 _____
 
 gottheit
 Gottheit
    god; afgod; godheid
-   goddelĳkheid; godheid
+   goddelijkheid; godheid
 
 _____
 
 gouvernante
 Gouvernante
-   gouvernante; huisonderwĳzeres
+   gouvernante; huisonderwijzeres
 
 _____
 
@@ -17706,8 +17614,7 @@
 
 gouverneur
 Gouverneur
-   gouverneur
-   gouverneur; huisonderwĳzer
+   gouverneur; huisonderwijzer
 
 _____
 
@@ -17720,8 +17627,7 @@
 graben
 Graben
    gracht; greppel; groef; groeve; kuil; sloot
-   kuil
-   gracht; kanaal; vaart; wĳk
+   gracht; kanaal; vaart; wijk
    loopgraaf
 
 _____
@@ -17857,7 +17763,7 @@
 
 grauen
 Grauen
-   ontzetting; schrik; schrikkelĳkheid
+   ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
 
 _____
 
@@ -17917,7 +17823,7 @@
 
 greuel
 Greuel
-   afgrĳzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
+   afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
 
 _____
 
@@ -17941,7 +17847,7 @@
 
 griff
 Griff
-   greep; grĳper; handvat; oor
+   greep; grijper; handvat; oor
    greep; inname; slag; vat
    gevest; handvat; hals; heft; knop; steel
 
@@ -17949,7 +17855,7 @@
 
 griffel
 Griffel
-   etsnaald; griffel; schrĳfstift
+   etsnaald; griffel; schrijfstift
 
 _____
 
@@ -17961,13 +17867,13 @@
 
 grimasse
 Grimasse
-   grĳns; grimas
+   grijns; grimas
 
 _____
 
 grimm
 Grimm
-   razernĳ; woede
+   razernij; woede
 
 _____
 
@@ -17980,7 +17886,7 @@
 grinsen
 Grinsen
    hoongelach
-   grĳns; grĳnslach
+   grijns; grijnslach
 
 _____
 
@@ -18028,7 +17934,7 @@
 
 großhandlung
 Großhandlung
-   groothandel; grossierderĳ
+   groothandel; grossierderij
 
 _____
 
@@ -18101,7 +18007,7 @@
 
 grubenarbeiter
 Grubenarbeiter
-   mĳnwerker
+   mijnwerker
 
 _____
 
@@ -18115,8 +18021,8 @@
 Grund
    bodem; grond; achtergrond; ondergrond
    oorzaak; reden
-   beweegreden; drĳfveer; motief; term
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   beweegreden; drijfveer; motief; term
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
@@ -18232,7 +18138,7 @@
 
 guillotine
 Guillotine
-   guillotine; valbĳl
+   guillotine; valbijl
 
 _____
 
@@ -18250,7 +18156,7 @@
 
 gulden
 Gulden
-   florĳn
+   florijn
    gulden
 
 _____
@@ -18294,7 +18200,7 @@
 
 gut
 Gut
-   bezitting; boerderĳ; goed; landgoed
+   bezitting; boerderij; goed; landgoed
    bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
 
 _____
@@ -18307,13 +18213,13 @@
 
 gutdünken
 Gutdünken
-   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswĳze; zin
+   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
 
 _____
 
 gute
 Gute
-   goed; welzĳn
+   goed; welzijn
 
 _____
 
@@ -18398,7 +18304,7 @@
 
 götterspeise
 Götterspeise
-   ambrozĳn; godenspĳs
+   ambrozijn; godenspijs
 
 _____
 
@@ -18485,7 +18391,7 @@
 
 habitus
 Habitus
-   aanblik; aanschĳn; buitenkant; uiterlĳk
+   aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
 
 _____
 
@@ -18497,7 +18403,7 @@
 
 hacke
 Hacke
-   bĳl; hakbĳl
+   bijl; hakbijl
    hiel
    houweel; pikhouweel
    schoffel
@@ -18506,7 +18412,7 @@
 
 hader
 Hader
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
    flard; lap; lomp; lor; tod; vod; vodje
 
 _____
@@ -18568,14 +18474,13 @@
 
 hagestolz
 Hagestolz
-   celibatair; jonggezel; vrĳgezel
+   celibatair; jonggezel; vrijgezel
 
 _____
 
 hahn
 Hahn
    kraan; tap; tapkraan
-   haan
    haan; haan van een vuurwapen
 
 _____
@@ -18688,7 +18593,7 @@
 
 halt machen
 Halt machen
-   afslaan; blĳven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+   afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
 
 _____
 
@@ -18773,7 +18678,6 @@
 handgelenk
 Handgelenk
    handwortel; pols
-   pols
 
 _____
 
@@ -18811,13 +18715,13 @@
 
 handreichung
 Handreichung
-   assistentie; bĳstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+   assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
 
 _____
 
 handschrift
 Handschrift
-   handschrift; kopĳ; manuscript
+   handschrift; kopij; manuscript
    schrift; handschrift
 
 _____
@@ -18866,7 +18770,7 @@
 
 hanswurst
 Hanswurst
-   clown; hansworst; harlekĳn; zot
+   clown; hansworst; harlekijn; zot
 
 _____
 
@@ -18908,7 +18812,7 @@
 
 harlekin
 Harlekin
-   clown; hansworst; harlekĳn; zot
+   clown; hansworst; harlekijn; zot
 
 _____
 
@@ -19107,13 +19011,13 @@
 
 hausenblase
 Hausenblase
-   vislĳm
+   vislijm
 
 _____
 
 hausflur
 Hausflur
-   baan; gang; overloop; rĳstrook
+   baan; gang; overloop; rijstrook
    hal; vestibule; voorportaal
 
 _____
@@ -19176,13 +19080,12 @@
 hebel
 Hebel
    hefboom; koevoet; spaak; zwengel
-   hefboom; koevoet
 
 _____
 
 heber
 Heber
-   dommekracht; krik; vĳzel
+   dommekracht; krik; vijzel
 
 _____
 
@@ -19225,7 +19128,7 @@
 heer
 Heer
    heerschaar; leger; legermacht; troepenmacht; weermacht
-   heer; heerschaar; leger; strĳdkrachten; troepenmacht; weermacht
+   heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
 
 _____
 
@@ -19322,13 +19225,13 @@
 
 heirat
 Heirat
-   huwelĳk
+   huwelijk
 
 _____
 
 heiratsvermittler
 Heiratsvermittler
-   huwelĳksmakelaar; koppelaar
+   huwelijksmakelaar; koppelaar
 
 _____
 
@@ -19340,7 +19243,7 @@
 
 heiterkeit
 Heiterkeit
-   hilariteit; leut; vrolĳkheid
+   hilariteit; leut; vrolijkheid
    vredigheid
 
 _____
@@ -19481,7 +19384,7 @@
 henkel
 Henkel
    handvat; hengsel; klink; kruk; oor
-   greep; grĳper; handvat; oor
+   greep; grijper; handvat; oor
 
 _____
 
@@ -19512,7 +19415,6 @@
 herbarium
 Herbarium
    herbarium; kruidboek
-   herbarium
 
 _____
 
@@ -19533,7 +19435,6 @@
    haard; haardstede; open haard; stookplaats; vuurhaard
    broeinest; haard
    kachel; oven
-   kachel
 
 _____
 
@@ -19563,7 +19464,7 @@
 
 hermelin
 Hermelin
-   hermelĳn
+   hermelijn
 
 _____
 
@@ -19607,7 +19508,7 @@
 Herr
    aanvoerder; baas; chef; gebieder
    heer; heerschap; meneer
-   meneer; mĳnheer
+   meneer; mijnheer
 
 _____
 
@@ -19707,7 +19608,7 @@
 
 heuchelei
 Heuchelei
-   huichelachtigheid; hypocrisie; schĳnheiligheid
+   huichelachtigheid; hypocrisie; schijnheiligheid
 
 _____
 
@@ -19810,8 +19711,8 @@
 
 hingabe
 Hingabe
-   aanhankelĳkheid
-   aanhankelĳkheid; gehechtheid; toewĳding
+   aanhankelijkheid
+   aanhankelijkheid; gehechtheid; toewijding
 
 _____
 
@@ -19835,7 +19736,7 @@
 
 hinterrhein
 Hinterrhein
-   Achter‐Rĳn
+   Achter‐Rijn
 
 _____
 
@@ -19861,7 +19762,7 @@
 
 hirn
 Hirn
-   hersens; hersens als spĳs
+   hersens; hersens als spijs
    brein; hersenen; hersens
 
 _____
@@ -19880,7 +19781,6 @@
 
 hirt
 Hirt
-   herder
    herder; schaapherder; scheper
 
 _____
@@ -19947,8 +19847,8 @@
 
 hochzeit
 Hochzeit
-   huwelĳksfeest
-   huwelĳk
+   huwelijksfeest
+   huwelijk
 
 _____
 
@@ -19960,7 +19860,6 @@
 
 hof
 Hof
-   hof
    erf; hof; plaats; binnenplaats
 
 _____
@@ -20009,7 +19908,7 @@
 
 hohn
 Hohn
-   aanfluiting; persiflage; spot; spotternĳ
+   aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
 
 _____
 
@@ -20193,7 +20092,7 @@
 
 humanität
 Humanität
-   humaniteit; menselĳkheid
+   humaniteit; menselijkheid
 
 _____
 
@@ -20350,7 +20249,7 @@
 
 hypotenuse
 Hypotenuse
-   hypotenusa; schuine zĳde
+   hypotenusa; schuine zijde
 
 _____
 
@@ -20410,7 +20309,7 @@
 
 häresie
 Häresie
-   ketterĳ
+   ketterij
 
 _____
 
@@ -20484,7 +20383,6 @@
 höhe
 Höhe
    heuvel; hoogte; verhevenheid; verhoging
-   hoogte
    hoogte; stand
 
 _____
@@ -20571,7 +20469,6 @@
 hütte
 Hütte
    huisje; keet; kraam; loods; schuur; stalletje; tent
-   huisje; hut
    hut; stulp
 
 _____
@@ -20681,7 +20578,6 @@
 imitation
 Imitation
    imitatie; nabootsing; navolging
-   imitatie; navolging
 
 _____
 
@@ -20699,7 +20595,7 @@
 
 imperativ
 Imperativ
-   gebiedende wĳs; imperatief
+   gebiedende wijs; imperatief
 
 _____
 
@@ -20711,13 +20607,13 @@
 
 imperfekt
 Imperfekt
-   imperfectum; onvoltooid verleden tĳd
+   imperfectum; onvoltooid verleden tijd
 
 _____
 
 imperfektum
 Imperfektum
-   imperfectum; onvoltooid verleden tĳd
+   imperfectum; onvoltooid verleden tijd
 
 _____
 
@@ -20766,7 +20662,7 @@
 inbrunst
 Inbrunst
    gloed; vuur
-   ambitie; ĳver; vuur
+   ambitie; ijver; vuur
 
 _____
 
@@ -20808,13 +20704,12 @@
 
 indikativ
 Indikativ
-   aantonende wĳs; indicatief
+   aantonende wijs; indicatief
 
 _____
 
 indiskretion
 Indiskretion
-   indiscretie
    bemoeizucht; indiscretie
 
 _____
@@ -20833,14 +20728,14 @@
 
 industrie
 Industrie
-   industrie; nĳverheid
+   industrie; nijverheid
 
 _____
 
 infamie
 Infamie
    schandvlek
-   laagheid; schanddaad; schunnigheid; smeerlapperĳ
+   laagheid; schanddaad; schunnigheid; smeerlapperij
 
 _____
 
@@ -20858,7 +20753,7 @@
 
 infinitiv
 Infinitiv
-   infinitief; onbepaalde wĳs
+   infinitief; onbepaalde wijs
 
 _____
 
@@ -20939,7 +20834,6 @@
 
 innung
 Innung
-   gilde
    corporatie; gilde; vakvereniging
 
 _____
@@ -20970,7 +20864,7 @@
 
 inschrift
 Inschrift
-   boeking; inschrĳving
+   boeking; inschrijving
    inschrift; inscriptie; opschrift
 
 _____
@@ -21025,7 +20919,7 @@
 
 inskription
 Inskription
-   boeking; inschrĳving
+   boeking; inschrijving
 
 _____
 
@@ -21061,7 +20955,7 @@
 
 instruktion
 Instruktion
-   aanwĳzing; consigne; instructie
+   aanwijzing; consigne; instructie
 
 _____
 
@@ -21103,7 +20997,6 @@
 
 interdikt
 Interdikt
-   interdict
    interdict; verbod
 
 _____
@@ -21112,14 +21005,14 @@
 Interesse
    belangstelling
    aangelegenheid; belang; belangstelling
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
    baat; belang; nut; voordeel
 
 _____
 
 interim
 Interim‐
-   tĳdelĳk; voorlopig
+   tijdelijk; voorlopig
 
 _____
 
@@ -21149,7 +21042,7 @@
 
 intervall
 Intervall
-   ad interim; tussenpoos; tussentĳd
+   ad interim; tussenpoos; tussentijd
 
 _____
 
@@ -21161,7 +21054,7 @@
 
 intrigue
 Intrigue
-   intrige; konkelarĳ; machinatie; verwikkeling
+   intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
 
 _____
 
@@ -21227,7 +21120,7 @@
 
 irrelehre
 Irrelehre
-   ketterĳ
+   ketterij
 
 _____
 
@@ -21257,7 +21150,7 @@
 
 island
 Island
-   Ĳsland
+   ijsland
 
 _____
 
@@ -21341,7 +21234,7 @@
 
 jahreszeit
 Jahreszeit
-   jaargetĳ; jaargetĳde; seizoen
+   jaargetij; jaargetijde; seizoen
 
 _____
 
@@ -21353,7 +21246,7 @@
 
 jalousie
 Jalousie
-   rolgordĳn; valgordĳn
+   rolgordijn; valgordijn
 
 _____
 
@@ -21402,7 +21295,7 @@
 
 jasmin
 Jasmin
-   jasmĳn
+   jasmijn
 
 _____
 
@@ -21464,7 +21357,7 @@
 journalist
 Journalist
    journalist
-   dagbladschrĳver; journalist
+   dagbladschrijver; journalist
 
 _____
 
@@ -21520,7 +21413,6 @@
 jugend
 Jugend
    jeugd; jeugdigheid
-   jeugd
 
 _____
 
@@ -21551,13 +21443,13 @@
 
 jungfräulichkeit
 Jungfräulichkeit
-   maagdelĳkheid; onbevlektheid
+   maagdelijkheid; onbevlektheid
 
 _____
 
 junggeselle
 Junggeselle
-   celibatair; jonggezel; vrĳgezel
+   celibatair; jonggezel; vrijgezel
 
 _____
 
@@ -21587,7 +21479,7 @@
 
 justiz
 Justiz
-   billĳkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
+   billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
 
 _____
 
@@ -21677,7 +21569,7 @@
 
 kadaver
 Kadaver
-   kadaver; kreng; lĳk
+   kadaver; kreng; lijk
 
 _____
 
@@ -21749,13 +21641,13 @@
 
 kaiserreich
 Kaiserreich
-   imperium; rĳk; keizerrĳk
+   imperium; rijk; keizerrijk
 
 _____
 
 kaisertum
 Kaisertum
-   imperium; rĳk; keizerrĳk
+   imperium; rijk; keizerrijk
 
 _____
 
@@ -21821,7 +21713,7 @@
 
 kalesche
 Kalesche
-   equipage; kales; koets; rĳtuig
+   equipage; kales; koets; rijtuig
 
 _____
 
@@ -21875,7 +21767,7 @@
 
 kalkulation
 Kalkulation
-   becĳfering; berekening; gecĳfer
+   becijfering; berekening; gecijfer
 
 _____
 
@@ -21888,7 +21780,7 @@
 kalligraphie
 Kalligraphie
    schoonschrift
-   calligrafie; schoonschrĳfkunst; kalligrafie
+   calligrafie; schoonschrijfkunst; kalligrafie
 
 _____
 
@@ -21900,7 +21792,7 @@
 
 kalvin
 Kalvin
-   Calvĳn
+   Calvijn
 
 _____
 
@@ -21966,7 +21858,6 @@
 
 kamm
 Kamm
-   kam
    kers; bitterkers; sterrekers
    kam; bergkam; hanekam
 
@@ -21986,7 +21877,7 @@
 
 kampf
 Kampf
-   gevecht; kamp; slag; strĳd; treffen; veldslag
+   gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
 
 _____
 
@@ -21998,7 +21889,7 @@
 
 kampfplatz
 Kampfplatz
-   arena; kampplaats; krĳt; piste; strĳdperk
+   arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
 
 _____
 
@@ -22022,13 +21913,13 @@
 
 kanaille
 Kanaille
-   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwĳnjak
+   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
 
 _____
 
 kanal
 Kanal
-   gracht; kanaal; vaart; wĳk
+   gracht; kanaal; vaart; wijk
 
 _____
 
@@ -22064,13 +21955,13 @@
 
 kandis
 Kandis
-   kandĳ
+   kandij
 
 _____
 
 kandiszucker
 Kandiszucker
-   kandĳ
+   kandij
 
 _____
 
@@ -22082,7 +21973,7 @@
 
 kaninchen
 Kaninchen
-   konĳn
+   konijn
 
 _____
 
@@ -22169,7 +22060,7 @@
 
 kanzlei
 Kanzlei
-   griffie; kanselarĳ
+   griffie; kanselarij
 
 _____
 
@@ -22181,7 +22072,7 @@
 
 kanzlist
 Kanzlist
-   commies; klerk; schrĳver
+   commies; klerk; schrijver
 
 _____
 
@@ -22324,13 +22215,13 @@
 
 kapuziner
 Kapuziner
-   kapucĳner
+   kapucijner
 
 _____
 
 karabiner
 Karabiner
-   buks; karabĳn
+   buks; karabijn
 
 _____
 
@@ -22415,13 +22306,13 @@
 
 karmesin
 Karmesin
-   donkerrood; karmozĳn
+   donkerrood; karmozijn
 
 _____
 
 karmin
 Karmin
-   karmĳn
+   karmijn
 
 _____
 
@@ -22439,7 +22330,7 @@
 
 karosse
 Karosse
-   equipage; kales; koets; rĳtuig
+   equipage; kales; koets; rijtuig
 
 _____
 
@@ -22499,9 +22390,7 @@
 
 karte
 Karte
-   biljet; kaartje; plaatsbewĳs; plaatskaartje
-   kaart; landkaart
-   kaart
+   biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
    kaart; landkaart
 
 _____
@@ -22647,7 +22536,7 @@
 
 kasten
 Kasten
-   bak; kist; schrĳn
+   bak; kist; schrijn
 
 _____
 
@@ -22683,7 +22572,7 @@
 
 katalepsie
 Katalepsie
-   catalepsie; verstĳving
+   catalepsie; verstijving
 
 _____
 
@@ -22791,7 +22680,7 @@
 
 kaufladen
 Kaufladen
-   magazĳn; pakhuis
+   magazijn; pakhuis
 
 _____
 
@@ -22839,7 +22728,7 @@
 
 kavallerie
 Kavallerie
-   cavalerie; paardenvolk; ruiterĳ; wisselruiterĳ
+   cavalerie; paardenvolk; ruiterij; wisselruiterij
 
 _____
 
@@ -22869,7 +22758,7 @@
 
 kehrseite
 Kehrseite
-   keerzĳde
+   keerzijde
 
 _____
 
@@ -22924,7 +22813,7 @@
 
 kennzeichen
 Kennzeichen
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -22950,8 +22839,6 @@
 kessel
 Kessel
    Kessel
-   ketel
-   ketel; waterketel
    ketel; keteldal; kookketel; waterketel
 
 _____
@@ -22959,20 +22846,20 @@
 kette
 Kette
    reeks; ris; rist; serie; set
-   beurt; file; gelid; reeks; rĳ; toerbeurt
+   beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
    keten; ketting
 
 _____
 
 ketzerei
 Ketzerei
-   ketterĳ
+   ketterij
 
 _____
 
 keuchhusten
 Keuchhusten
-   kinkhoest; slĳmhoest
+   kinkhoest; slijmhoest
 
 _____
 
@@ -22991,7 +22878,7 @@
 kiefer
 Kiefer
    kaak; kakement
-   den; denneboom; pĳnboom
+   den; denneboom; pijnboom
 
 _____
 
@@ -23009,7 +22896,7 @@
 
 kienholz
 Kienholz
-   harsrĳk hout
+   harsrijk hout
 
 _____
 
@@ -23099,7 +22986,6 @@
 
 kirche
 Kirche
-   kerk
    bedehuis; kerk; kerkgebouw
 
 _____
@@ -23130,7 +23016,7 @@
 
 kirschwasser
 Kirschwasser
-   kersenbrandewĳn; kirsch
+   kersenbrandewijn; kirsch
 
 _____
 
@@ -23143,7 +23029,7 @@
 
 kiste
 Kiste
-   bak; kist; schrĳn
+   bak; kist; schrijn
 
 _____
 
@@ -23284,14 +23170,13 @@
 
 kleingeld
 Kleingeld
-   kleingeld
    kleingeld; pasmunt
 
 _____
 
 kleinigkeit
 Kleinigkeit
-   bagatel; beuzelarĳ; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
+   bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
 
 _____
 
@@ -23327,7 +23212,7 @@
 
 klerus
 Klerus
-   clerus; geestelĳkheid
+   clerus; geestelijkheid
 
 _____
 
@@ -23412,7 +23297,7 @@
 
 klugheit
 Klugheit
-   wĳsheid
+   wijsheid
 
 _____
 
@@ -23641,7 +23526,7 @@
 
 kollegin
 Kollegin
-   vrouwelĳke collega
+   vrouwelijke collega
 
 _____
 
@@ -23653,7 +23538,7 @@
 
 kollision
 Kollision
-   aanrĳding; aanvaring; botsing
+   aanrijding; aanvaring; botsing
 
 _____
 
@@ -23665,7 +23550,7 @@
 
 kolonnade
 Kolonnade
-   zuilengang; zuilenrĳ
+   zuilengang; zuilenrij
 
 _____
 
@@ -23792,7 +23677,7 @@
 
 kompagnie
 Kompagnie
-   compagnie; gezelschap; maatschappĳ; vennootschap
+   compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
 
 _____
 
@@ -23852,25 +23737,25 @@
 
 kompromiß
 Kompromiß
-   compromis; middenweg; tussenvoorstel; vergelĳk
+   compromis; middenweg; tussenvoorstel; vergelijk
 
 _____
 
 komödie
 Komödie
-   blĳspel; komedie
+   blijspel; komedie
 
 _____
 
 konditionalis
 Konditionalis
-   voorwaardelĳke wĳs
+   voorwaardelijke wijs
 
 _____
 
 konditorei
 Konditorei
-   banketbakkerĳ; koekbakkerĳ
+   banketbakkerij; koekbakkerij
 
 _____
 
@@ -23948,13 +23833,13 @@
 
 konjunktiv
 Konjunktiv
-   aanvoegende wĳs; conjunctief; oogbindvlies
+   aanvoegende wijs; conjunctief; oogbindvlies
 
 _____
 
 konkurrenzprüfung
 Konkurrenz‐Prüfung
-   concours; match; wedstrĳd
+   concours; match; wedstrijd
 
 _____
 
@@ -24020,7 +23905,7 @@
 
 kontingent
 Kontingent
-   contingent; verplichte bĳdrage
+   contingent; verplichte bijdrage
 
 _____
 
@@ -24062,13 +23947,13 @@
 
 kontribution
 Kontribution
-   bĳdrage
+   bijdrage
 
 _____
 
 kontur
 Kontur
-   omlĳning; omtrek
+   omlijning; omtrek
 
 _____
 
@@ -24152,7 +24037,7 @@
 
 kopfschmerzen
 Kopfschmerzen
-   hoofdpĳn
+   hoofdpijn
 
 _____
 
@@ -24248,19 +24133,19 @@
 
 korridor
 Korridor
-   baan; gang; overloop; rĳstrook
+   baan; gang; overloop; rijstrook
 
 _____
 
 korsage
 Korsage
-   lĳf; keurslĳf; lĳfje
+   lijf; keurslijf; lijfje
 
 _____
 
 korsar
 Korsar
-   kaperschip; vrĳbuiter; zeerover
+   kaperschip; vrijbuiter; zeerover
 
 _____
 
@@ -24272,7 +24157,7 @@
 
 korsett
 Korsett
-   keurslĳf; korset
+   keurslijf; korset
 
 _____
 
@@ -24369,7 +24254,7 @@
 kot
 Kot
    drek; ontlasting; poep; uitwerpselen
-   drek; modder; slĳk; slik
+   drek; modder; slijk; slik
 
 _____
 
@@ -24381,7 +24266,7 @@
 
 kotflügel
 Kotflügel
-   slĳkbord; spatbord; spatscherm
+   slijkbord; spatbord; spatscherm
 
 _____
 
@@ -24406,7 +24291,7 @@
 
 kraftmehl
 Kraftmehl
-   stĳfsel; zetmeel
+   stijfsel; zetmeel
 
 _____
 
@@ -24461,7 +24346,7 @@
 
 kranich
 Kranich
-   kraan; hĳskraan; kraanvogel
+   kraan; hijskraan; kraanvogel
 
 _____
 
@@ -24527,7 +24412,7 @@
 
 kredit
 Kredit
-   credit; creditzĳde; krediet; tegoed
+   credit; creditzijde; krediet; tegoed
 
 _____
 
@@ -24545,7 +24430,7 @@
 
 kreide
 Kreide
-   krĳt
+   krijt
 
 _____
 
@@ -24613,13 +24498,13 @@
 
 krieg
 Krieg
-   krĳg; oorlog
+   krijg; oorlog
 
 _____
 
 krieg führen
 Krieg führen
-   oorlogvoeren; strĳden
+   oorlogvoeren; strijden
 
 _____
 
@@ -24792,7 +24677,6 @@
 kugel
 Kugel
    bal; bol; kloot; kogel
-   kogel
 
 _____
 
@@ -24828,7 +24712,7 @@
 
 kultus
 Kultus
-   cultus; eredienst; verering; verheerlĳking
+   cultus; eredienst; verering; verheerlijking
 
 _____
 
@@ -24840,7 +24724,7 @@
 
 kumpel
 Kumpel
-   mĳnwerker
+   mijnwerker
 
 _____
 
@@ -24882,13 +24766,13 @@
 
 kurier
 Kurier
-   bode; ĳlbode; koerier; loper
+   bode; ijlbode; koerier; loper
 
 _____
 
 kurs
 Kurs
-   koers; leiding; richting; richtlĳn
+   koers; leiding; richting; richtlijn
    cursus; leergang; koers; route; tracé; traject
 
 _____
@@ -24913,7 +24797,7 @@
 
 kurzsichtigkeit
 Kurzsichtigkeit
-   bĳziendheid; kippigheid
+   bijziendheid; kippigheid
 
 _____
 
@@ -24925,7 +24809,7 @@
 
 kutsche
 Kutsche
-   equipage; kales; koets; rĳtuig
+   equipage; kales; koets; rijtuig
 
 _____
 
@@ -24950,7 +24834,6 @@
 käfer
 Käfer
    kever; schildvleugelige; tor
-   kever; tor
 
 _____
 
@@ -24975,7 +24858,7 @@
 
 kämpfer
 Kämpfer
-   strĳder
+   strijder
 
 _____
 
@@ -25011,7 +24894,7 @@
 
 köcher
 Köcher
-   pĳlkoker
+   pijlkoker
 
 _____
 
@@ -25047,7 +24930,7 @@
 
 königreich
 Königreich
-   koninkrĳk
+   koninkrijk
 
 _____
 
@@ -25077,7 +24960,7 @@
 
 körper
 Körper
-   lichaam; lĳf; romp
+   lichaam; lijf; romp
 
 _____
 
@@ -25107,7 +24990,7 @@
 
 kümmel
 Kümmel
-   komĳn
+   komijn
 
 _____
 
@@ -25132,7 +25015,7 @@
 
 küste
 Küste
-   kust; kustlĳn; zeekant; zeekust
+   kust; kustlijn; zeekant; zeekust
 
 _____
 
@@ -25229,7 +25112,6 @@
 
 ladung
 Ladung
-   lading
    lading; last; vracht; vulling
 
 _____
@@ -25254,8 +25136,7 @@
 
 lagerhaus
 Lagerhaus
-   magazĳn; pakhuis
-   pakhuis
+   magazijn; pakhuis
 
 _____
 
@@ -25279,7 +25160,7 @@
 
 laie
 Laie
-   leek; niet‐ingewĳde
+   leek; niet‐ingewijde
 
 _____
 
@@ -25298,7 +25179,6 @@
 lama
 Lama
    lama; lama (priester)
-   lama
 
 _____
 
@@ -25323,8 +25203,7 @@
 land
 Land
    open veld; platteland
-   land
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
@@ -25342,7 +25221,7 @@
 
 landgut
 Landgut
-   bezitting; boerderĳ; goed; landgoed
+   bezitting; boerderij; goed; landgoed
 
 _____
 
@@ -25354,7 +25233,7 @@
 
 landstraße
 Landstraße
-   eenbaansweg; heerbaan; rĳweg; straatweg
+   eenbaansweg; heerbaan; rijweg; straatweg
 
 _____
 
@@ -25366,7 +25245,7 @@
 
 lanzette
 Lanzette
-   lancet; vlĳm
+   lancet; vlijm
 
 _____
 
@@ -25414,7 +25293,6 @@
 
 last
 Last
-   lading; last; vracht
    lading; last; vracht; vulling
 
 _____
@@ -25445,7 +25323,7 @@
 
 latein
 Latein
-   Latĳn
+   Latijn
 
 _____
 
@@ -25597,7 +25475,7 @@
 
 lebensbeschreibung
 Lebensbeschreibung
-   biografie; levensbeschrĳving
+   biografie; levensbeschrijving
 
 _____
 
@@ -25640,7 +25518,7 @@
 
 legat
 Legat
-   legaat; pauselĳk gezant
+   legaat; pauselijk gezant
 
 _____
 
@@ -25713,13 +25591,13 @@
 
 lehrer
 Lehrer
-   instructeur; leraar; onderwĳzer; schoolmeester
+   instructeur; leraar; onderwijzer; schoolmeester
 
 _____
 
 lehrerin
 Lehrerin
-   lerares; onderwĳzeres; schooljuffrouw
+   lerares; onderwijzeres; schooljuffrouw
 
 _____
 
@@ -25731,25 +25609,25 @@
 
 lehrzeit
 Lehrzeit
-   leertĳd
+   leertijd
 
 _____
 
 leib
 Leib
-   lichaam; lĳf; romp
+   lichaam; lijf; romp
 
 _____
 
 leibchen
 Leibchen
-   lĳf; keurslĳf; lĳfje
+   lijf; keurslijf; lijfje
 
 _____
 
 leibeigenschaft
 Leibeigenschaft
-   herendienst; lĳfeigenschap
+   herendienst; lijfeigenschap
 
 _____
 
@@ -25773,7 +25651,7 @@
 
 leiche
 Leiche
-   kadaver; kreng; lĳk
+   kadaver; kreng; lijk
 
 _____
 
@@ -25786,7 +25664,7 @@
 leiden
 Leiden
    Leiden
-   lĳden
+   lijden
 
 _____
 
@@ -25822,7 +25700,7 @@
 
 leine
 Leine
-   koord; koorde; lĳn; lĳntje; snoer; touw
+   koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
 
 _____
 
@@ -25840,7 +25718,7 @@
 
 leinwand
 Leinwand
-   doek; lĳnwaad; linnen
+   doek; lijnwaad; linnen
 
 _____
 
@@ -25921,7 +25799,7 @@
 
 lethargie
 Lethargie
-   doffe onverschilligheid; lethargie; schĳndood; zinsverdoving
+   doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
 
 _____
 
@@ -26002,7 +25880,7 @@
 licht
 Licht
    candela; kaars; kaarsensterkte
-   licht; schĳn; schĳnsel
+   licht; schijn; schijnsel
 
 _____
 
@@ -26039,8 +25917,7 @@
 lieferungsausschreibung
 Lieferungsausschreibung
    aanbesteding; gunning
-   aanbesteding
-   aanbesteding; inschrĳving
+   aanbesteding; inschrijving
 
 _____
 
@@ -26106,19 +25983,19 @@
 
 linie
 Linie
-   lĳn; linie; regel; schreef; streep; toer
+   lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
 
 _____
 
 linnen
 Linnen
-   doek; lĳnwaad; linnen
+   doek; lijnwaad; linnen
 
 _____
 
 linoleum
 Linoleum
-   lĳnolie
+   lijnolie
 
 _____
 
@@ -26148,7 +26025,7 @@
 
 liste
 Liste
-   ceel; cedel; lĳst; rol
+   ceel; cedel; lijst; rol
 
 _____
 
@@ -26347,13 +26224,13 @@
 
 lotterie
 Lotterie
-   loterĳ; verloting
+   loterij; verloting
 
 _____
 
 lotto
 Lotto
-   loterĳ; verloting
+   loterij; verloting
 
 _____
 
@@ -26401,7 +26278,7 @@
 
 luftröhrenast
 Luftröhrenast
-   bronchie; longpĳp; luchtpĳptak
+   bronchie; longpijp; luchtpijptak
 
 _____
 
@@ -26419,7 +26296,7 @@
 
 luftschloß
 Luftschloß
-   belvédère; uitkĳktoren; uitzichttoren
+   belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
 
 _____
 
@@ -26465,7 +26342,7 @@
 
 lustspiel
 Lustspiel
-   blĳspel; komedie
+   blijspel; komedie
 
 _____
 
@@ -26603,7 +26480,7 @@
 
 macht
 Macht
-   heerschappĳ; macht; mogendheid
+   heerschappij; macht; mogendheid
    macht; vermogen
 
 _____
@@ -26628,7 +26505,7 @@
 
 magazin
 Magazin
-   magazĳn; pakhuis
+   magazijn; pakhuis
 
 _____
 
@@ -26700,7 +26577,7 @@
 
 mahlzeit
 Mahlzeit
-   eten; maal; maaltĳd
+   eten; maal; maaltijd
 
 _____
 
@@ -26869,7 +26746,7 @@
 
 mandarin
 Mandarin
-   mandarĳn; mandarĳn (ambtenaar)
+   mandarijn; mandarijn (ambtenaar)
 
 _____
 
@@ -26893,7 +26770,7 @@
 
 manege
 Manege
-   manege; rĳschool
+   manege; rijschool
 
 _____
 
@@ -26917,7 +26794,7 @@
 
 manier
 Manier
-   manier; trant; wĳze
+   manier; trant; wijze
 
 _____
 
@@ -26990,7 +26867,7 @@
 
 manuskript
 Manuskript
-   handschrift; kopĳ; manuscript
+   handschrift; kopij; manuscript
 
 _____
 
@@ -27056,7 +26933,7 @@
 
 marke
 Marke
-   cĳfer; geheimschrift
+   cijfer; geheimschrift
 
 _____
 
@@ -27101,7 +26978,7 @@
 
 marokkoleder
 Marokkoleder
-   marokĳnleer; saffiaanleer
+   marokijnleer; saffiaanleer
 
 _____
 
@@ -27113,7 +26990,7 @@
 
 maroquin
 Maroquin
-   marokĳnleer; saffiaanleer
+   marokijnleer; saffiaanleer
 
 _____
 
@@ -27209,7 +27086,7 @@
 
 mater
 Mater
-   gietvorm; matrĳs; matrix
+   gietvorm; matrijs; matrix
 
 _____
 
@@ -27239,13 +27116,13 @@
 
 matrikel
 Matrikel
-   kenteken; namenlĳst; stamboek
+   kenteken; namenlijst; stamboek
 
 _____
 
 matrize
 Matrize
-   gietvorm; matrĳs; matrix
+   gietvorm; matrijs; matrix
 
 _____
 
@@ -27300,7 +27177,7 @@
 
 maulbeerspinner
 Maulbeerspinner
-   zĳderups; zĳdeworm
+   zijderups; zijdeworm
 
 _____
 
@@ -27456,7 +27333,7 @@
 
 megäre
 Megäre
-   feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wĳf; xantippe
+   feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
 
 _____
 
@@ -27480,13 +27357,13 @@
 
 meile
 Meile
-   mĳl
+   mijl
 
 _____
 
 meinung
 Meinung
-   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswĳze; zin
+   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
    betekenis; portee; zin
 
 _____
@@ -27553,7 +27430,7 @@
 
 melodie
 Melodie
-   deun; deuntje; melodie; wĳs; wĳsje
+   deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
 
 _____
 
@@ -27640,7 +27517,7 @@
 menü
 Menü
    menu
-   menu; spĳskaart
+   menu; spijskaart
 
 _____
 
@@ -27664,13 +27541,13 @@
 
 merkmal
 Merkmal
-   attribuut; bĳvoeglĳke bepaling; kenmerkende eigenschap
+   attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
 
 _____
 
 merkzeichen
 Merkzeichen
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -27701,7 +27578,6 @@
 
 messing
 Messing
-   geelkoper; messing
    geelkoper; latoen; messing
 
 _____
@@ -27828,7 +27704,7 @@
 
 miene
 Miene
-   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlĳk; uitzicht
+   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
 
 _____
 
@@ -27852,7 +27728,7 @@
 
 migräne
 Migräne
-   schele hoofdpĳn; migraine
+   schele hoofdpijn; migraine
 
 _____
 
@@ -27882,7 +27758,7 @@
 
 milbe
 Milbe
-   mĳt
+   mijt
 
 _____
 
@@ -28005,7 +27881,6 @@
 Ministerium
    ministerie
    kabinet
-   ministerie
 
 _____
 
@@ -28048,7 +27923,6 @@
 mischen
 Mischen
    menging; tempering; vermenging
-   vermenging
 
 _____
 
@@ -28061,7 +27935,6 @@
 mischung
 Mischung
    menging; tempering; vermenging
-   vermenging
 
 _____
 
@@ -28097,7 +27970,7 @@
 
 mitgift
 Mitgift
-   bruidsschat; huwelĳksgift
+   bruidsschat; huwelijksgift
 
 _____
 
@@ -28127,13 +28000,13 @@
 
 mitleid haben
 Mitleid haben
-   beklagen; medelĳden hebben; medelĳden hebben met
+   beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
 
 _____
 
 mitra
 Mitra
-   mĳter
+   mijter
 
 _____
 
@@ -28157,7 +28030,7 @@
 
 mitteilung
 Mitteilung
-   bericht; mededeling; tĳding
+   bericht; mededeling; tijding
 
 _____
 
@@ -28201,7 +28074,7 @@
 
 mixtur
 Mixtur
-   artsenĳmengsel; mixtuur
+   artsenijmengsel; mixtuur
 
 _____
 
@@ -28261,7 +28134,7 @@
 
 mode
 Mode
-   mode; modus; wĳs
+   mode; modus; wijs
 
 _____
 
@@ -28273,7 +28146,7 @@
 
 modifikation
 Modifikation
-   modificatie; wĳziging
+   modificatie; wijziging
 
 _____
 
@@ -28346,7 +28219,7 @@
 
 moment
 Moment
-   moment; ogenblik; oogwenk; tel; tĳdstip; wĳl; wip
+   moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
 
 _____
 
@@ -28376,13 +28249,13 @@
 
 moniteur
 Moniteur
-   moniteur; monitor; nĳlvaraan
+   moniteur; monitor; nijlvaraan
 
 _____
 
 monitor
 Monitor
-   moniteur; monitor; nĳlvaraan
+   moniteur; monitor; nijlvaraan
 
 _____
 
@@ -28466,7 +28339,7 @@
 
 moralität
 Moralität
-   moraliteit; zedelĳkheid
+   moraliteit; zedelijkheid
 
 _____
 
@@ -28544,7 +28417,7 @@
 
 motiv
 Motiv
-   beweegreden; drĳfveer; motief; term
+   beweegreden; drijfveer; motief; term
 
 _____
 
@@ -28643,7 +28516,7 @@
 
 mus
 Mus
-   brĳ; moes; pap
+   brij; moes; pap
 
 _____
 
@@ -28691,7 +28564,7 @@
 
 muskateller
 Muskateller
-   muskaatwĳn
+   muskaatwijn
 
 _____
 
@@ -28740,7 +28613,6 @@
 
 mutter
 Mutter
-   moer
    moeder
    moer; schroefmoer
 
@@ -28790,7 +28662,7 @@
 
 mystifikation
 Mystifikation
-   bedotterĳ; fopperĳ; mystificatie
+   bedotterij; fopperij; mystificatie
 
 _____
 
@@ -28856,7 +28728,7 @@
 
 mäßigkeit
 Mäßigkeit
-   matigheid; schappelĳkheid; soberheid
+   matigheid; schappelijkheid; soberheid
    matigheid; soberheid; stemmigheid
 
 _____
@@ -28900,7 +28772,6 @@
 mühe
 Mühe
    moeite; poging
-   moeite
 
 _____
 
@@ -28913,7 +28784,6 @@
 mühsal
 Mühsal
    moeite; poging
-   moeite
 
 _____
 
@@ -28925,7 +28795,6 @@
 
 mündung
 Mündung
-   monding
    mond; monding; uitmonding
 
 _____
@@ -28986,7 +28855,7 @@
 
 nachbleibsel
 Nachbleibsel
-   afval; overblĳfsel; rest; rommel; staartje
+   afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
 
 _____
 
@@ -29022,7 +28891,7 @@
 
 nachricht
 Nachricht
-   bericht; mededeling; tĳding
+   bericht; mededeling; tijding
 
 _____
 
@@ -29040,7 +28909,7 @@
 
 nacht
 Nacht‐
-   nachtelĳk
+   nachtelijk
 
 _____
 
@@ -29058,8 +28927,7 @@
 
 nachtisch
 Nachtisch
-   dessert; nagerecht; toespĳs; toetje
-   dessert
+   dessert; nagerecht; toespijs; toetje
 
 _____
 
@@ -29101,14 +28969,14 @@
 
 nagel
 Nagel
-   nagel; draadnagel; spĳker
+   nagel; draadnagel; spijker
    nagel
 
 _____
 
 nagelzieher
 Nagelzieher
-   nĳptang
+   nijptang
 
 _____
 
@@ -29235,7 +29103,6 @@
 
 natur
 Natur
-   natuur
    aard; geaardheid; karakter; natuur; wezen
 
 _____
@@ -29254,7 +29121,7 @@
 
 naturscheinung
 Naturscheinung
-   fenomeen; verschĳnsel; zeldzaam verschĳnsel
+   fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
 
 _____
 
@@ -29417,13 +29284,13 @@
 
 neuralgie
 Neuralgie
-   neuralgie; zenuwpĳn
+   neuralgie; zenuwpijn
 
 _____
 
 neutralität
 Neutralität
-   neutraliteit; onpartĳdigheid
+   neutraliteit; onpartijdigheid
 
 _____
 
@@ -29513,7 +29380,7 @@
 
 nimwegen
 Nimwegen
-   Nĳmegen
+   Nijmegen
 
 _____
 
@@ -29699,7 +29566,7 @@
 
 nutzen
 Nutzen
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
    baat; belang; nut; voordeel
 
 _____
@@ -29713,7 +29580,6 @@
 nußbaum
 Nußbaum
    noteboom; walnoteboom; walnoot
-   noteboom
 
 _____
 
@@ -29792,7 +29658,7 @@
 
 oberschenkel
 Oberschenkel
-   bovenbeen; dĳ
+   bovenbeen; dij
 
 _____
 
@@ -29810,7 +29676,7 @@
 
 objekt
 Objekt
-   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lĳdend voorwerp
+   ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
 
 _____
 
@@ -29876,7 +29742,7 @@
 
 obstwein
 Obstwein
-   appelwĳn; cider
+   appelwijn; cider
 
 _____
 
@@ -29907,7 +29773,6 @@
 ofen
 Ofen
    kachel; oven
-   kachel
 
 _____
 
@@ -29955,7 +29820,7 @@
 
 oktober
 Oktober
-   oktober; wĳnmaand
+   oktober; wijnmaand
 
 _____
 
@@ -29985,13 +29850,13 @@
 
 olive
 Olive
-   olĳf
+   olijf
 
 _____
 
 olivenbaum
 Olivenbaum
-   olĳfboom
+   olijfboom
 
 _____
 
@@ -30165,7 +30030,7 @@
 
 ordnungs
 Ordnungs‐
-   ordelĳk
+   ordelijk
 
 _____
 
@@ -30195,7 +30060,7 @@
 
 orgie
 Orgie
-   drinkgelag; orgie; zwelgerĳ; zwelgpartĳ
+   drinkgelag; orgie; zwelgerij; zwelgpartij
 
 _____
 
@@ -30237,7 +30102,7 @@
 
 orographie
 Orographie
-   bergbeschrĳving
+   bergbeschrijving
 
 _____
 
@@ -30264,7 +30129,7 @@
 
 ortographie
 Ortographie
-   orthografie; schrĳfwĳze; spelling
+   orthografie; schrijfwijze; spelling
 
 _____
 
@@ -30379,7 +30244,6 @@
 
 paket
 Paket
-   pakje
    pak; pakje; pakket
 
 _____
@@ -30555,25 +30419,25 @@
 
 parabel
 Parabel
-   gelĳkenis; parabel; parabool
+   gelijkenis; parabel; parabool
 
 _____
 
 parade
 Parade
-   corso; parade; pracht en praal; pralerĳ; vertoon
+   corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
 
 _____
 
 parade machen
 Parade machen
-   paraderen; pralen; prĳken; pronken
+   paraderen; pralen; prijken; pronken
 
 _____
 
 paradies
 Paradies
-   paradĳs
+   paradijs
 
 _____
 
@@ -30621,7 +30485,7 @@
 
 paraphrase
 Paraphrase
-   omschrĳving; parafrase
+   omschrijving; parafrase
 
 _____
 
@@ -30639,7 +30503,7 @@
 
 paris
 Paris
-   Parĳs
+   Parijs
 
 _____
 
@@ -30669,13 +30533,13 @@
 
 paroxismus
 Paroxismus
-   paroxisme; razernĳ
+   paroxisme; razernij
 
 _____
 
 partei
 Partei
-   partĳ; stem
+   partij; stem
 
 _____
 
@@ -30741,7 +30605,7 @@
 
 passiva
 Passiva
-   lĳdende vorm; passief
+   lijdende vorm; passief
 
 _____
 
@@ -30759,7 +30623,7 @@
 
 pastell
 Pastell
-   kleurkrĳt; pastel; tekenkrĳt
+   kleurkrijt; pastel; tekenkrijt
 
 _____
 
@@ -30784,7 +30648,7 @@
 pastor
 Pastor
    dominee; pastor; predikant; voorganger; zielszorger
-   geestelĳke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+   geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
 
 _____
 
@@ -30934,7 +30798,7 @@
 
 pedanterie
 Pedanterie
-   betweterĳ; eigenwĳsheid; waanwĳsheid
+   betweterij; eigenwijsheid; waanwijsheid
 
 _____
 
@@ -31036,13 +30900,13 @@
 
 perfekt
 Perfekt
-   perfectum; voltooid tegenwoordige tĳd
+   perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
 
 _____
 
 perfektum
 Perfektum
-   perfectum; voltooid tegenwoordige tĳd
+   perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
 
 _____
 
@@ -31060,7 +30924,7 @@
 
 perikope
 Perikope
-   bĳbelgedeelte; perikoop
+   bijbelgedeelte; perikoop
 
 _____
 
@@ -31072,7 +30936,7 @@
 
 periode
 Periode
-   periode; tĳdvak
+   periode; tijdvak
 
 _____
 
@@ -31084,7 +30948,7 @@
 
 peristyl
 Peristyl
-   peristyle; zuilengalerĳ; zuilengang
+   peristyle; zuilengalerij; zuilengang
 
 _____
 
@@ -31150,13 +31014,13 @@
 
 perspektiv
 Perspektiv
-   kĳker; verrekĳker
+   kijker; verrekijker
 
 _____
 
 perspektive
 Perspektive
-   doorkĳk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+   doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
 
 _____
 
@@ -31198,7 +31062,7 @@
 
 pessimist
 Pessimist
-   pessimist; zwartkĳker
+   pessimist; zwartkijker
 
 _____
 
@@ -31268,7 +31132,7 @@
 pfarrer
 Pfarrer
    dominee; pastor; predikant; voorganger; zielszorger
-   geestelĳke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+   geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
 
 _____
 
@@ -31287,19 +31151,19 @@
 pfeife
 Pfeife
    fluit; fluitje
-   pĳp; tabakspĳp
+   pijp; tabakspijp
 
 _____
 
 pfeil
 Pfeil
-   pĳl; scheut
+   pijl; scheut
 
 _____
 
 pfeiler
 Pfeiler
-   paal; post; deurpost; stĳl
+   paal; post; deurpost; stijl
    pilaster
 
 _____
@@ -31387,7 +31251,7 @@
 
 pfosten
 Pfosten
-   paal; post; deurpost; stĳl
+   paal; post; deurpost; stijl
 
 _____
 
@@ -31448,7 +31312,7 @@
 
 phantom
 Phantom
-   blinde; blinde bĳ kaarspel; geest; schim; spook
+   blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
 
 _____
 
@@ -31466,7 +31330,7 @@
 
 pharmazie
 Pharmazie
-   artsenĳbereidkunde; farmacie
+   artsenijbereidkunde; farmacie
 
 _____
 
@@ -31478,7 +31342,7 @@
 
 phase
 Phase
-   fase; kwartier; schĳngestalte
+   fase; kwartier; schijngestalte
 
 _____
 
@@ -31532,13 +31396,13 @@
 
 philosoph
 Philosoph
-   filosoof; wĳsgeer
+   filosoof; wijsgeer
 
 _____
 
 philosophie
 Philosophie
-   filosofie; wĳsbegeerte
+   filosofie; wijsbegeerte
 
 _____
 
@@ -31604,7 +31468,7 @@
 
 phänomen
 Phänomen
-   fenomeen; verschĳnsel; zeldzaam verschĳnsel
+   fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
 
 _____
 
@@ -31688,13 +31552,13 @@
 
 pinakothek
 Pinakothek
-   schilderĳenmuseum
+   schilderijenmuseum
 
 _____
 
 pinie
 Pinie
-   tamme pĳnboom
+   tamme pijnboom
 
 _____
 
@@ -31724,7 +31588,7 @@
 
 pirat
 Pirat
-   kaperschip; vrĳbuiter; zeerover
+   kaperschip; vrijbuiter; zeerover
    piraat; zeerover; zeeschuimer
 
 _____
@@ -31749,7 +31613,7 @@
 
 pistill
 Pistill
-   stamper; vĳzelstamper
+   stamper; vijzelstamper
 
 _____
 
@@ -31761,7 +31625,7 @@
 
 plagiat
 Plagiat
-   letterdieverĳ; plagiaat
+   letterdieverij; plagiaat
 
 _____
 
@@ -31867,7 +31731,7 @@
 
 plünderung
 Plünderung
-   plundering; roverĳ
+   plundering; roverij
 
 _____
 
@@ -31951,7 +31815,7 @@
 
 polemik
 Polemik
-   controverse; pennestrĳd; polemiek; twistgeschrĳf
+   controverse; pennestrijd; polemiek; twistgeschrijf
 
 _____
 
@@ -32029,7 +31893,7 @@
 
 polygamie
 Polygamie
-   polygamie; veelwĳverĳ
+   polygamie; veelwijverij
 
 _____
 
@@ -32215,19 +32079,19 @@
 
 possessivpronomen
 Possessivpronomen
-   bezittelĳk voornaamwoord
+   bezittelijk voornaamwoord
 
 _____
 
 possessivum
 Possessivum
-   bezittelĳk voornaamwoord
+   bezittelijk voornaamwoord
 
 _____
 
 post
 Post
-   post; posterĳen
+   post; posterijen
 
 _____
 
@@ -32281,7 +32145,7 @@
 
 potenz
 Potenz
-   heerschappĳ; macht; mogendheid
+   heerschappij; macht; mogendheid
 
 _____
 
@@ -32317,7 +32181,7 @@
 
 praktik
 Praktik
-   praktĳk
+   praktijk
 
 _____
 
@@ -32329,7 +32193,7 @@
 
 praxis
 Praxis
-   praktĳk
+   praktijk
 
 _____
 
@@ -32347,14 +32211,14 @@
 
 preis
 Preis
-   premie; prĳs
-   prĳs
+   premie; prijs
+   prijs
 
 _____
 
 preisausschreiben
 Preisausschreiben
-   concours; match; wedstrĳd
+   concours; match; wedstrijd
 
 _____
 
@@ -32396,7 +32260,7 @@
 
 priester
 Priester
-   geestelĳke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+   geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
 
 _____
 
@@ -32408,7 +32272,7 @@
 
 priesterschaft
 Priesterschaft
-   clerus; geestelĳkheid
+   clerus; geestelijkheid
 
 _____
 
@@ -32537,7 +32401,7 @@
 
 profession
 Profession
-   bedrĳf; beroep; broodwinning
+   bedrijf; beroep; broodwinning
 
 _____
 
@@ -32549,7 +32413,7 @@
 
 profil
 Profil
-   doorsnede; doorsnee; profiel; zĳaanzicht
+   doorsnede; doorsnee; profiel; zijaanzicht
 
 _____
 
@@ -32669,7 +32533,7 @@
 
 proskription
 Proskription
-   proscriptie; vogelvrĳverklaring
+   proscriptie; vogelvrijverklaring
 
 _____
 
@@ -32747,7 +32611,7 @@
 
 provinzialismus
 Provinzialismus
-   gewestelĳke uitdrukking; provincialisme
+   gewestelijke uitdrukking; provincialisme
 
 _____
 
@@ -32760,7 +32624,6 @@
 prozent
 Prozent
    percent; percentage; procent
-   percent; procent
    percent; procent; rente
 
 _____
@@ -32827,7 +32690,7 @@
 
 prämie
 Prämie
-   premie; prĳs
+   premie; prijs
 
 _____
 
@@ -32887,7 +32750,7 @@
 
 präterium
 Präterium
-   praeterium; verleden tĳd
+   praeterium; verleden tijd
 
 _____
 
@@ -33249,7 +33112,7 @@
 
 quartier
 Quartier
-   buurt; wĳk; stadswĳk
+   buurt; wijk; stadswijk
 
 _____
 
@@ -33285,7 +33148,7 @@
 
 quendel
 Quendel
-   tĳm
+   tijm
 
 _____
 
@@ -33309,8 +33172,8 @@
 
 quittung
 Quittung
-   kwitantie; ontvangstbewĳs
-   kwitantie; ontvangbewĳs; reçu
+   kwitantie; ontvangstbewijs
+   kwitantie; ontvangbewijs; reçu
 
 _____
 
@@ -33352,7 +33215,7 @@
 
 rabbiner
 Rabbiner
-   rabbi; rabbĳn
+   rabbi; rabbijn
 
 _____
 
@@ -33382,8 +33245,7 @@
 
 rad
 Rad
-   fiets; rĳwiel; tweewieler
-   fiets
+   fiets; rijwiel; tweewieler
    rad; wiel
 
 _____
@@ -33396,7 +33258,7 @@
 
 radieschen
 Radieschen
-   radĳs
+   radijs
 
 _____
 
@@ -33426,13 +33288,13 @@
 
 rahmen
 Rahmen
-   kader; lĳst; omlĳsting; raam
+   kader; lijst; omlijsting; raam
 
 _____
 
 rakete
 Rakete
-   raket; vuurpĳl
+   raket; vuurpijl
 
 _____
 
@@ -33446,7 +33308,6 @@
 Rand
    kant; marge; rand
    band; boord; kant; rand; zoom
-   rand
 
 _____
 
@@ -33500,7 +33361,6 @@
 
 rathaus
 Rathaus
-   gemeentehuis; raadhuis
    gemeentehuis; raadhuis; stadhuis
 
 _____
@@ -33570,7 +33430,7 @@
 raute
 Raute
    ruit; ruit (figuur)
-   wĳnruit
+   wijnruit
 
 _____
 
@@ -33588,13 +33448,13 @@
 
 real
 Real
-   reaal; realiteit; werkelĳkheid
+   reaal; realiteit; werkelijkheid
 
 _____
 
 realismus
 Realismus
-   realisme; werkelĳkheidszin
+   realisme; werkelijkheidszin
 
 _____
 
@@ -33606,13 +33466,13 @@
 
 realität
 Realität
-   realiteit; werkelĳkheid; wezenheid; wezenlĳkheid
+   realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
 
 _____
 
 rebe
 Rebe
-   wĳnstok; wingerd
+   wijnstok; wingerd
 
 _____
 
@@ -33625,13 +33485,13 @@
 
 rebhuhn
 Rebhuhn
-   patrĳs
+   patrijs
 
 _____
 
 reblaus
 Reblaus
-   druifluis; wĳngaardluis
+   druifluis; wijngaardluis
 
 _____
 
@@ -33649,7 +33509,7 @@
 
 rechenkunst
 Rechenkunst
-   cĳferen; cĳferkunst; rekenkunde; rekenkunst
+   cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
 
 _____
 
@@ -33661,7 +33521,7 @@
 
 rechnung
 Rechnung
-   factuur; nota; rekening; warenlĳst
+   factuur; nota; rekening; warenlijst
    conto; rekening
 
 _____
@@ -33686,7 +33546,7 @@
 
 rechtschreibung
 Rechtschreibung
-   orthografie; schrĳfwĳze; spelling
+   orthografie; schrijfwijze; spelling
 
 _____
 
@@ -33772,7 +33632,7 @@
 
 referenz
 Referenz
-   referentie; verwĳzing
+   referentie; verwijzing
 
 _____
 
@@ -33797,7 +33657,7 @@
 
 refrain
 Refrain
-   keerrĳm; refrein
+   keerrijm; refrein
 
 _____
 
@@ -33858,13 +33718,13 @@
 
 regieren
 Regieren
-   bestuur; bewind; heerschappĳ; regering
+   bestuur; bewind; heerschappij; regering
 
 _____
 
 regierung
 Regierung
-   bestuur; bewind; heerschappĳ; regering
+   bestuur; bewind; heerschappij; regering
 
 _____
 
@@ -33912,39 +33772,39 @@
 
 reich
 Reich
-   rĳk; staat
+   rijk; staat
 
 _____
 
 reicher
 Reicher
-   rĳkaard; rĳke
+   rijkaard; rijke
 
 _____
 
 reichs
 Reichs‐
-   rĳks‐; staats‐
+   rijks‐; staats‐
 
 _____
 
 reichtum
 Reichtum
-   fortuin; rĳkdom
-   rĳkdom
+   fortuin; rijkdom
+   rijkdom
 
 _____
 
 reif
 Reif
-   rĳm; rĳp
+   rijm; rijp
    hoepel
 
 _____
 
 reife
 Reife
-   rĳpheid
+   rijpheid
 
 _____
 
@@ -33959,14 +33819,14 @@
 reihe
 Reihe
    reeks; ris; rist; serie; set
-   beurt; file; gelid; reeks; rĳ; toerbeurt
+   beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
 
 _____
 
 reihenfolge
 Reihenfolge
    aaneenschakeling; opeenvolging; volgorde
-   beurt; file; gelid; reeks; rĳ; toerbeurt
+   beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
 
 _____
 
@@ -33978,7 +33838,7 @@
 
 reim
 Reim
-   rĳm
+   rijm
 
 _____
 
@@ -33990,27 +33850,27 @@
 
 reinheit
 Reinheit
-   helderheid; kuisheid; zindelĳkheid; zuiverheid
-   maagdelĳkheid; onbevlektheid
+   helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
+   maagdelijkheid; onbevlektheid
 
 _____
 
 reinlichkeit
 Reinlichkeit
-   helderheid; kuisheid; zindelĳkheid; zuiverheid
+   helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
 
 _____
 
 reis
 Reis
    reis
-   rĳst
+   rijst
 
 _____
 
 reisbranntwein
 Reisbranntwein
-   arak; rĳstbrandewĳn
+   arak; rijstbrandewijn
 
 _____
 
@@ -34070,7 +33930,7 @@
 
 reitschule
 Reitschule
-   manege; rĳschool
+   manege; rijschool
 
 _____
 
@@ -34202,7 +34062,7 @@
 
 republik
 Republik
-   republiek; vrĳstaat
+   republiek; vrijstaat
 
 _____
 
@@ -34323,13 +34183,13 @@
 
 reverenz
 Reverenz
-   buiging; nĳging; revérence; strĳkage
+   buiging; nijging; revérence; strijkage
 
 _____
 
 revers
 Revers
-   keerzĳde
+   keerzijde
 
 _____
 
@@ -34341,7 +34201,7 @@
 
 revolte
 Revolte
-   muiterĳ; onlusten; opstand
+   muiterij; onlusten; opstand
 
 _____
 
@@ -34365,7 +34225,7 @@
 
 revue
 Revue
-   periodiek; revue; tĳdschrift
+   periodiek; revue; tijdschrift
 
 _____
 
@@ -34413,7 +34273,7 @@
 
 rhein
 Rhein
-   Rĳn
+   Rijn
 
 _____
 
@@ -34425,7 +34285,7 @@
 
 rhetorik
 Rhetorik
-   rederĳkerskunst; retoriek
+   rederijkerskunst; retoriek
 
 _____
 
@@ -34461,7 +34321,7 @@
 
 richtung
 Richtung
-   koers; leiding; richting; richtlĳn
+   koers; leiding; richting; richtlijn
 
 _____
 
@@ -34633,19 +34493,19 @@
 rohr
 Rohr
    riet
-   buis; kanaal; loop; pĳp; roer; steel
+   buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
 
 _____
 
 rokoko
 Rokoko
-   pruikenstĳl; rococo; rococostĳl
+   pruikenstijl; rococo; rococostijl
 
 _____
 
 rolladen
 Rolladen
-   rolgordĳn; valgordĳn
+   rolgordijn; valgordijn
 
 _____
 
@@ -34712,7 +34572,7 @@
 
 rosmarin
 Rosmarin
-   rosmarĳn; rozemarĳn
+   rosmarijn; rozemarijn
 
 _____
 
@@ -34768,7 +34628,7 @@
 
 rotwein
 Rotwein
-   rode wĳn
+   rode wijn
 
 _____
 
@@ -34792,7 +34652,7 @@
 
 rover
 Rover
-   fiets; rĳwiel; tweewieler
+   fiets; rijwiel; tweewieler
 
 _____
 
@@ -34816,7 +34676,7 @@
 
 rubin
 Rubin
-   robĳn
+   robijn
 
 _____
 
@@ -34837,13 +34697,11 @@
 Ruf
    faam; befaamdheid; gerucht; mare; reputatie; roem; roep
    faam; naam; reputatie; roep
-   roep
 
 _____
 
 ruhe
 Ruhe
-   rust
    kalmte; rust; gerustheid; rustigheid; vredigheid
 
 _____
@@ -34899,7 +34757,7 @@
 
 rundschreiben
 Rundschreiben
-   circulaire; rondschrĳven
+   circulaire; rondschrijven
 
 _____
 
@@ -34911,7 +34769,6 @@
 
 runzel
 Runzel
-   rimpel
    frons; geul; groef; rimpel; voor; vore; zog
 
 _____
@@ -34985,7 +34842,7 @@
 
 röhre
 Röhre
-   buis; kanaal; loop; pĳp; roer; steel
+   buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
 
 _____
 
@@ -35004,13 +34861,12 @@
 rückgrat
 Rückgrat
    ruggegraat; spin; wervelkolom
-   ruggegraat; wervelkolom
 
 _____
 
 rückstand
 Rückstand
-   afval; overblĳfsel; rest; rommel; staartje
+   afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
 
 _____
 
@@ -35089,7 +34945,7 @@
 
 saffian
 Saffian
-   marokĳnleer; saffiaanleer
+   marokijnleer; saffiaanleer
 
 _____
 
@@ -35125,7 +34981,7 @@
 
 saison
 Saison
-   jaargetĳ; jaargetĳde; seizoen
+   jaargetij; jaargetijde; seizoen
 
 _____
 
@@ -35409,7 +35265,7 @@
 
 sauberkeit
 Sauberkeit
-   helderheid; kuisheid; zindelĳkheid; zuiverheid
+   helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
 
 _____
 
@@ -35488,7 +35344,7 @@
 
 schacht
 Schacht
-   schacht; mĳnschacht
+   schacht; mijnschacht
 
 _____
 
@@ -35702,7 +35558,7 @@
 scheibe
 Scheibe
    laag; pak
-   filet; moot; plak; schĳf; snede; snee; sneetje
+   filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
 
 _____
 
@@ -35726,9 +35582,9 @@
 
 schein
 Schein
-   schĳnsel
+   schijnsel
    bankbiljet; briefje
-   aanzien; schĳn
+   aanzien; schijn
 
 _____
 
@@ -35752,7 +35608,7 @@
 
 scheiterhaufen
 Scheiterhaufen
-   brandstapel; mĳt; houtmĳt
+   brandstapel; mijt; houtmijt
 
 _____
 
@@ -35782,7 +35638,7 @@
 
 schenkel
 Schenkel
-   bovenbeen; dĳ
+   bovenbeen; dij
 
 _____
 
@@ -35926,7 +35782,7 @@
 
 schießscharte
 Schießscharte
-   kozĳn; schietgat; vensternis
+   kozijn; schietgat; vensternis
 
 _____
 
@@ -36012,7 +35868,7 @@
 
 schlacht
 Schlacht
-   gevecht; kamp; slag; strĳd; treffen; veldslag
+   gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
 
 _____
 
@@ -36042,13 +35898,13 @@
 
 schlafsucht
 Schlafsucht
-   doffe onverschilligheid; lethargie; schĳndood; zinsverdoving
+   doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
 
 _____
 
 schlafwagen
 Schlafwagen
-   slaaprĳtuig; slaapwagen
+   slaaprijtuig; slaapwagen
 
 _____
 
@@ -36086,7 +35942,7 @@
 
 schlamm
 Schlamm
-   drek; modder; slĳk; slik
+   drek; modder; slijk; slik
 
 _____
 
@@ -36104,7 +35960,7 @@
 
 schlauch
 Schlauch
-   buis; kanaal; loop; pĳp; roer; steel
+   buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
 
 _____
 
@@ -36153,7 +36009,7 @@
 
 schleim
 Schleim
-   slĳm
+   slijm
 
 _____
 
@@ -36178,7 +36034,7 @@
 
 schleswigholstein
 Schleswig‐Holstein
-   Sleeswĳk‐Holstein
+   Sleeswijk‐Holstein
 
 _____
 
@@ -36212,7 +36068,6 @@
 Schloß
    burcht; kasteel; plecht; slot
    paleis
-   slot
 
 _____
 
@@ -36224,7 +36079,7 @@
 
 schlucht
 Schlucht
-   kloof; ravĳn
+   kloof; ravijn
 
 _____
 
@@ -36298,13 +36153,13 @@
 
 schmerz
 Schmerz
-   pĳn; wee; zeer
+   pijn; wee; zeer
 
 _____
 
 schmerz verursachen
 Schmerz verursachen
-   pĳn doen; zeer doen
+   pijn doen; zeer doen
 
 _____
 
@@ -36316,7 +36171,7 @@
 
 schmied
 Schmied
-   smid; ĳzersmid
+   smid; ijzersmid
 
 _____
 
@@ -36340,7 +36195,7 @@
 
 schmutz
 Schmutz
-   drek; modder; slĳk; slik
+   drek; modder; slijk; slik
 
 _____
 
@@ -36376,7 +36231,7 @@
 
 schnaps
 Schnaps
-   brandewĳn; brandy; vuurwater
+   brandewijn; brandy; vuurwater
 
 _____
 
@@ -36425,7 +36280,7 @@
 
 schneider
 Schneider
-   kleermaker; snĳder; tailleur
+   kleermaker; snijder; tailleur
 
 _____
 
@@ -36443,7 +36298,7 @@
 
 schnitte
 Schnitte
-   filet; moot; plak; schĳf; snede; snee; sneetje
+   filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
 
 _____
 
@@ -36455,8 +36310,8 @@
 
 schnur
 Schnur
-   nestel; veter; rĳgveter
-   koord; koorde; lĳn; lĳntje; snoer; touw
+   nestel; veter; rijgveter
+   koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
 
 _____
 
@@ -36468,7 +36323,7 @@
 
 schnürleib
 Schnürleib
-   keurslĳf; korset
+   keurslijf; korset
 
 _____
 
@@ -36504,8 +36359,8 @@
 
 schornstein
 Schornstein
-   kachelpĳp; schoorsteen; schoorsteenpĳp; rookkanaal
-   schoorsteen; schoorsteenpĳp
+   kachelpijp; schoorsteen; schoorsteenpijp; rookkanaal
+   schoorsteen; schoorsteenpijp
 
 _____
 
@@ -36565,13 +36420,13 @@
 
 schreck
 Schreck
-   ontzetting; schrik; schrikkelĳkheid
+   ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
 
 _____
 
 schrecken
 Schrecken
-   ontzetting; schrik; schrikkelĳkheid
+   ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
 
 _____
 
@@ -36583,7 +36438,7 @@
 
 schreibmaschine
 Schreibmaschine
-   schrĳfmachine
+   schrijfmachine
 
 _____
 
@@ -36601,7 +36456,7 @@
 
 schrift
 Schrift‐
-   schriftelĳk
+   schriftelijk
 
 _____
 
@@ -36613,7 +36468,7 @@
 
 schriftsteller
 Schriftsteller
-   auteur; schrĳver; stilist
+   auteur; schrijver; stilist
 
 _____
 
@@ -36644,7 +36499,7 @@
 schuft
 Schuft
    boef; ellendeling; ploert; schavuit; schurk; smiecht; spitsboef
-   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwĳnjak
+   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
 
 _____
 
@@ -36736,7 +36591,7 @@
 schurke
 Schurke
    boef; ellendeling; ploert; schavuit; schurk; smiecht; spitsboef
-   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwĳnjak
+   loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
 
 _____
 
@@ -36875,13 +36730,13 @@
 
 schweigen
 Schweigen
-   rust; stilte; stilzwĳgen
+   rust; stilte; stilzwijgen
 
 _____
 
 schwein
 Schwein
-   varken; zwĳn
+   varken; zwijn
 
 _____
 
@@ -36984,7 +36839,7 @@
 
 schwierigkeit
 Schwierigkeit
-   bezwaar; moeilĳkheid; strubbeling; zwarigheid
+   bezwaar; moeilijkheid; strubbeling; zwarigheid
 
 _____
 
@@ -37118,7 +36973,7 @@
 
 seeräuber
 Seeräuber
-   kaperschip; vrĳbuiter; zeerover
+   kaperschip; vrijbuiter; zeerover
 
 _____
 
@@ -37173,20 +37028,20 @@
 
 seide
 Seide
-   zĳ; zĳde
+   zij; zijde
 
 _____
 
 seidenraupe
 Seidenraupe
-   zĳderups; zĳdeworm
+   zijderups; zijdeworm
 
 _____
 
 seidenstoff
 Seidenstoff
    faille
-   foulard; zĳden sjaal
+   foulard; zijden sjaal
 
 _____
 
@@ -37198,15 +37053,14 @@
 
 seil
 Seil
-   koord; koorde; lĳn; lĳntje; snoer; touw
+   koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
 
 _____
 
 seite
 Seite
-   flank; kant; zĳ; zĳde; zĳkant
-   zĳde
-   bladzĳde
+   flank; kant; zij; zijde; zijkant
+   bladzijde
 
 _____
 
@@ -37224,9 +37078,9 @@
 
 sektion
 Sektion
-   autopsie; lĳkschouwing
+   autopsie; lijkschouwing
    afdeling; geleding; sectie
-   lĳkopening; sectie
+   lijkopening; sectie
 
 _____
 
@@ -37262,7 +37116,7 @@
 
 selbstherrschaft
 Selbstherrschaft
-   alleenheerschappĳ; autocratie
+   alleenheerschappij; autocratie
 
 _____
 
@@ -37292,7 +37146,7 @@
 
 sellerie
 Sellerie
-   selderie; selderĳ
+   selderie; selderij
 
 _____
 
@@ -37433,7 +37287,7 @@
 
 seraph
 Seraph
-   seraf; serafĳn
+   seraf; serafijn
 
 _____
 
@@ -37499,8 +37353,8 @@
 
 sezierung
 Sezierung
-   autopsie; lĳkschouwing
-   lĳkopening; sectie
+   autopsie; lijkschouwing
+   lijkopening; sectie
 
 _____
 
@@ -37527,7 +37381,6 @@
    aplomb; gewicht; zelfbewustheid; zelfverzekerdheid
    securiteit; stelligheid; vastheid; vastigheid; zekerheid
    veiligheid; zekerheid
-   veiligheid
    voorzichtigheid
 
 _____
@@ -37546,10 +37399,9 @@
 
 sie
 Sie
-   je; jĳ; ge; gĳ
-   ge; gĳ; u
-   ge; gĳ; je; jullie
-   ge; gĳ; u
+   je; jij; ge; gij
+   ge; gij; u
+   ge; gij; je; jullie
 
 _____
 
@@ -37603,7 +37455,7 @@
 
 sims
 Sims
-   kroonlĳst; richel; uitsprong
+   kroonlijst; richel; uitsprong
 
 _____
 
@@ -37634,7 +37486,7 @@
 
 sinnbild
 Sinnbild
-   allegorie; gelĳkenis; zinnebeeld
+   allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
    embleem; kleur; zinnebeeld
 
 _____
@@ -37696,7 +37548,7 @@
 
 sittlichkeit
 Sittlichkeit
-   moraliteit; zedelĳkheid
+   moraliteit; zedelijkheid
 
 _____
 
@@ -37757,7 +37609,7 @@
 
 skeptizismus
 Skeptizismus
-   twĳfelzucht
+   twijfelzucht
 
 _____
 
@@ -37877,7 +37729,7 @@
 
 solidität
 Solidität
-   degelĳkheid; deugdelĳkheid; soliditeit; stevigheid
+   degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid
 
 _____
 
@@ -37889,7 +37741,7 @@
 
 solözismus
 Solözismus
-   solecisme; stĳlfout
+   solecisme; stijlfout
 
 _____
 
@@ -37901,7 +37753,7 @@
 
 sommer
 Sommer
-   zomer; zomertĳd
+   zomer; zomertijd
 
 _____
 
@@ -37967,7 +37819,7 @@
 
 sorge tragen
 Sorge tragen
-   bezorgd zĳn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
+   bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
 
 _____
 
@@ -38022,7 +37874,7 @@
 
 souveränität
 Souveränität
-   oppergezag; opperheerschappĳ; soevereiniteit
+   oppergezag; opperheerschappij; soevereiniteit
 
 _____
 
@@ -38052,7 +37904,7 @@
 
 soziologie
 Soziologie
-   maatschappĳleer; sociologie
+   maatschappijleer; sociologie
 
 _____
 
@@ -38145,7 +37997,6 @@
 spaten
 Spaten
    schop; spa; spade
-   spa; spade
 
 _____
 
@@ -38158,7 +38009,6 @@
 spaziergang
 Spaziergang
    tippel; wandelen; wandeling
-   wandeling
 
 _____
 
@@ -38194,33 +38044,31 @@
 
 speichel
 Speichel
-   kwĳl; speeksel; spuug; zever
+   kwijl; speeksel; spuug; zever
 
 _____
 
 speise
 Speise
-   eten; etenswaar; gerecht; spĳs
+   eten; etenswaar; gerecht; spijs
 
 _____
 
 speiseeis
 Speiseeis
-   ĳs; consumptie‐ĳs; ĳsje; ĳsco
+   ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
 
 _____
 
 speisekammer
 Speisekammer
-   provisiekamer
-   magazĳn; provisiekamer; provisiekast; voorraadkamer
+   magazijn; provisiekamer; provisiekast; voorraadkamer
 
 _____
 
 speisekarte
 Speisekarte
-   menu
-   menu; spĳskaart
+   menu; spijskaart
 
 _____
 
@@ -38252,7 +38100,7 @@
 
 spektakel
 Spektakel
-   kĳkspel; schouwspel; spektakel; vertoning
+   kijkspel; schouwspel; spektakel; vertoning
 
 _____
 
@@ -38307,7 +38155,7 @@
 
 spezerei
 Spezerei
-   kruid; kruiderĳ; specerĳ
+   kruid; kruiderij; specerij
 
 _____
 
@@ -38385,7 +38233,7 @@
 
 spierling
 Spierling
-   lĳsterbes
+   lijsterbes
 
 _____
 
@@ -38428,7 +38276,7 @@
 
 spion
 Spion
-   bespieder; pottekĳker; spion; verspieder
+   bespieder; pottekijker; spion; verspieder
 
 _____
 
@@ -38533,7 +38381,7 @@
 spott
 Spott
    bespotting; persiflage
-   aanfluiting; persiflage; spot; spotternĳ
+   aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
 
 _____
 
@@ -38546,7 +38394,7 @@
 spotten
 Spotten
    bespotting; persiflage
-   aanfluiting; persiflage; spot; spotternĳ
+   aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
 
 _____
 
@@ -38676,7 +38524,7 @@
 
 spuk
 Spuk
-   blinde; blinde bĳ kaarspel; geest; schim; spook
+   blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
 
 _____
 
@@ -38706,7 +38554,7 @@
 
 späher
 Späher
-   bespieder; pottekĳker; spion; verspieder
+   bespieder; pottekijker; spion; verspieder
 
 _____
 
@@ -38718,14 +38566,14 @@
 
 staat
 Staat
-   corso; parade; pracht en praal; pralerĳ; vertoon
-   rĳk; staat
+   corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
+   rijk; staat
 
 _____
 
 staats
 Staats‐
-   rĳks‐; staats‐
+   rijks‐; staats‐
 
 _____
 
@@ -38744,7 +38592,6 @@
 stab
 Stab
    staf; stok
-   staf
 
 _____
 
@@ -38793,7 +38640,7 @@
 
 stadtviertel
 Stadtviertel
-   buurt; wĳk; stadswĳk
+   buurt; wijk; stadswijk
 
 _____
 
@@ -38882,7 +38729,7 @@
 
 stange
 Stange
-   baar; paal; pĳp; roede; schacht; spĳl; stang
+   baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
 
 _____
 
@@ -38906,13 +38753,13 @@
 
 starre
 Starre
-   verstĳving
+   verstijving
 
 _____
 
 starrheit
 Starrheit
-   houterigheid; stĳfheid; stĳfte; stramheid; stugheid
+   houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
 
 _____
 
@@ -38924,13 +38771,13 @@
 
 starrsinn
 Starrsinn
-   eigenzinnigheid; koppigheid; stĳfhoofdigheid; verstoktheid
+   eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
 
 _____
 
 starrsucht
 Starrsucht
-   catalepsie; verstĳving
+   catalepsie; verstijving
 
 _____
 
@@ -39053,7 +38900,7 @@
 
 steife
 Steife
-   houterigheid; stĳfheid; stĳfte; stramheid; stugheid
+   houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
 
 _____
 
@@ -39066,7 +38913,7 @@
 
 steigbügel
 Steigbügel
-   stĳgbeugel
+   stijgbeugel
 
 _____
 
@@ -39176,8 +39023,7 @@
 
 stempel
 Stempel
-   stamper; vĳzelstamper
-   stempel
+   stamper; vijzelstamper
    cachet; merk; stempel
 
 _____
@@ -39264,7 +39110,7 @@
 
 sterndeutung
 Sterndeutung
-   astrologie; sterrenwichelarĳ
+   astrologie; sterrenwichelarij
 
 _____
 
@@ -39309,7 +39155,7 @@
 
 steuerbord
 Steuerbord
-   rechterkant; rechterzĳde
+   rechterkant; rechterzijde
 
 _____
 
@@ -39401,7 +39247,7 @@
 
 stift
 Stift
-   nagel; draadnagel; spĳker
+   nagel; draadnagel; spijker
    neus; piek; punt; spits; tip; top; topje
 
 _____
@@ -39414,19 +39260,19 @@
 
 stil
 Stil
-   stĳl; trant
+   stijl; trant
 
 _____
 
 stilistik
 Stilistik
-   stĳlleer; stilistiek
+   stijlleer; stilistiek
 
 _____
 
 stille
 Stille
-   rust; stilte; stilzwĳgen
+   rust; stilte; stilzwijgen
    kalmte; rust; gerustheid; rustigheid; vredigheid
 
 _____
@@ -39524,7 +39370,7 @@
 
 stollen
 Stollen
-   gaanderĳ; galerie; galerĳ; gang; trans
+   gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
 
 _____
 
@@ -39566,7 +39412,7 @@
 
 straferlaß
 Straferlaß
-   amnestie; begenadiging; kwĳtschelding van straf
+   amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
 
 _____
 
@@ -39596,7 +39442,7 @@
 
 strang
 Strang
-   koord; koorde; lĳn; lĳntje; snoer; touw
+   koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
 
 _____
 
@@ -39608,7 +39454,7 @@
 
 strategie
 Strategie
-   krĳgskunde; strategie
+   krijgskunde; strategie
 
 _____
 
@@ -39703,9 +39549,9 @@
 
 streit
 Streit
-   dispuut; kwestie; strĳd; twist; redetwist; twistgesprek
+   dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
    conflict
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
@@ -39723,14 +39569,14 @@
 
 strich
 Strich
-   lĳn; linie; regel; schreef; streep; toer
+   lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
    haal; schrap; schreef; streek; streep
 
 _____
 
 strick
 Strick
-   koord; koorde; lĳn; lĳntje; snoer; touw
+   koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
 
 _____
 
@@ -39766,7 +39612,6 @@
 
 strom
 Strom
-   vloed
    stroom; bergstroom; vloed
 
 _____
@@ -39866,7 +39711,6 @@
 Studium
    studie
    studio
-   studie
 
 _____
 
@@ -39969,7 +39813,7 @@
 
 stärke
 Stärke
-   stĳfsel; zetmeel
+   stijfsel; zetmeel
    sterkte
 
 _____
@@ -40010,7 +39854,6 @@
 stütze
 Stütze
    drager; leuning; steun; stut
-   steun
 
 _____
 
@@ -40028,13 +39871,13 @@
 
 subjunktiv
 Subjunktiv
-   aanvoegende wĳs; conjunctief
+   aanvoegende wijs; conjunctief
 
 _____
 
 subjunktivus
 Subjunktivus
-   aanvoegende wĳs; conjunctief
+   aanvoegende wijs; conjunctief
 
 _____
 
@@ -40070,7 +39913,7 @@
 
 subtilität
 Subtilität
-   fĳnheid; spitsvondigheid; subtiliteit
+   fijnheid; spitsvondigheid; subtiliteit
 
 _____
 
@@ -40124,7 +39967,7 @@
 
 summe
 Summe
-   bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcĳfer
+   bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
 
 _____
 
@@ -40166,7 +40009,7 @@
 
 supplement
 Supplement
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
@@ -40214,7 +40057,7 @@
 
 symptom
 Symptom
-   symptoom; teken; verschĳnsel
+   symptoom; teken; verschijnsel
 
 _____
 
@@ -40298,13 +40141,13 @@
 
 szepter
 Szepter
-   rĳksstaf; scepter
+   rijksstaf; scepter
 
 _____
 
 säbel
 Säbel
-   sabel; zĳdgeweer
+   sabel; zijdgeweer
 
 _____
 
@@ -40341,7 +40184,7 @@
 
 säulengang
 Säulengang
-   zuilengang; zuilenrĳ
+   zuilengang; zuilenrij
 
 _____
 
@@ -40359,7 +40202,7 @@
 
 söller
 Söller
-   hoog terras; uitkĳkpunt
+   hoog terras; uitkijkpunt
 
 _____
 
@@ -40409,7 +40252,7 @@
 süßigkeit
 Süßigkeit
    snoep; snoepgoed; zoet; zoetigheid
-   liefelĳkheid; zachtheid; zachtaardigheid; zoetheid
+   liefelijkheid; zachtheid; zachtaardigheid; zoetheid
 
 _____
 
@@ -40421,7 +40264,7 @@
 
 tabelle
 Tabelle
-   lĳst; tabel; tafel
+   lijst; tabel; tafel
 
 _____
 
@@ -40439,8 +40282,8 @@
 
 tadel
 Tadel
-   aanmerking; berisping; blaam; standje; terechtwĳzing
-   berisping; blaam; standje; terechtwĳzing; uitbrander; verwĳt
+   aanmerking; berisping; blaam; standje; terechtwijzing
+   berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
 
 _____
 
@@ -40453,13 +40296,13 @@
 
 taffet
 Taffet
-   taf; taffetas; tafzĳ; tafzĳde
+   taf; taffetas; tafzij; tafzijde
 
 _____
 
 taft
 Taft
-   taf; taffetas; tafzĳ; tafzĳde
+   taf; taffetas; tafzij; tafzijde
 
 _____
 
@@ -40586,7 +40429,7 @@
 
 tamburin
 Tamburin
-   rinkelbom; tamboereerraam; tamboerĳn
+   rinkelbom; tamboereerraam; tamboerijn
 
 _____
 
@@ -40617,7 +40460,7 @@
 tanne
 Tanne
    den; spar; zilverspar
-   spar; fĳnspar; sparreboom
+   spar; fijnspar; sparreboom
 
 _____
 
@@ -40647,7 +40490,7 @@
 
 tapete
 Tapete
-   behang; wandtapĳt
+   behang; wandtapijt
 
 _____
 
@@ -40801,7 +40644,7 @@
 
 tausch
 Tausch
-   keer; omkeer; verandering; verzetting; wĳziging; wisseling
+   keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
 
 _____
 
@@ -40844,7 +40687,7 @@
 
 taxus
 Taxus
-   ĳf; taxus
+   ijf; taxus
 
 _____
 
@@ -40916,7 +40759,7 @@
 
 teich
 Teich
-   kolk; vĳver; waterplas
+   kolk; vijver; waterplas
 
 _____
 
@@ -40929,7 +40772,6 @@
 teil
 Teil
    deel; gedeelte; onderdeel; Part; stuk
-   deel; gedeelte; onderdeel; stuk
 
 _____
 
@@ -40989,7 +40831,7 @@
 
 teleskop
 Teleskop
-   sterrenkĳker; telescoop; verrekĳker
+   sterrenkijker; telescoop; verrekijker
 
 _____
 
@@ -41025,7 +40867,7 @@
 
 tempo
 Tempo
-   ad interim; tussenpoos; tussentĳd
+   ad interim; tussenpoos; tussentijd
    radheid; snelheid; spoed; vaart; vlugheid
 
 _____
@@ -41058,13 +40900,13 @@
 
 teppich
 Teppich
-   karpet; kleed; tapĳt; vloerkleed
+   karpet; kleed; tapijt; vloerkleed
 
 _____
 
 termin
 Termin
-   limiet; termĳn; tĳdslimiet
+   limiet; termijn; tijdslimiet
 
 _____
 
@@ -41082,14 +40924,14 @@
 
 terpentin
 Terpentin
-   terpentĳn
+   terpentijn
 
 _____
 
 terrain
 Terrain
    lokaliteit; oord; plaats; ruimte; zetel
-   aarde; aardrĳk; bodem; grond; land
+   aarde; aardrijk; bodem; grond; land
 
 _____
 
@@ -41270,13 +41112,13 @@
 
 thunfisch
 Thunfisch
-   tonĳn
+   tonijn
 
 _____
 
 thymian
 Thymian
-   tĳm
+   tijm
 
 _____
 
@@ -41290,7 +41132,6 @@
 Tiefe
    afgrond; kolk
    diepte; kolk
-   diepte
 
 _____
 
@@ -41308,7 +41149,6 @@
 
 tier
 Tier
-   dier
    beest; dier
 
 _____
@@ -41327,7 +41167,7 @@
 
 tiger
 Tiger
-   tĳger
+   tijger
 
 _____
 
@@ -41369,7 +41209,7 @@
 
 tischler
 Tischler
-   schrĳnwerker
+   schrijnwerker
 
 _____
 
@@ -41406,13 +41246,13 @@
 
 tod
 Tod
-   dood; overlĳden; sterfgeval; verscheiden; versterf
+   dood; overlijden; sterfgeval; verscheiden; versterf
 
 _____
 
 todeskampf
 Todeskampf
-   agonie; doodsangst; doodsstrĳd; stervensnood; zieltoging
+   agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
 
 _____
 
@@ -41448,8 +41288,8 @@
 
 tollwut
 Tollwut
-   amok; hevigheid; razernĳ; verwoedheid; woestheid
-   dolheid; hondsdolheid; razernĳ
+   amok; hevigheid; razernij; verwoedheid; woestheid
+   dolheid; hondsdolheid; razernij
 
 _____
 
@@ -41467,7 +41307,7 @@
 
 tombola
 Tombola
-   loterĳ; verloting
+   loterij; verloting
    tombola
 
 _____
@@ -41557,8 +41397,7 @@
 
 torheit
 Torheit
-   domme streek; dwaasheid; zotheid; zotternĳ
-   dwaasheid; zotheid
+   domme streek; dwaasheid; zotheid; zotternij
 
 _____
 
@@ -41619,7 +41458,7 @@
 tour
 Tour
    ronde; rondgang
-   beurt; file; gelid; reeks; rĳ; toerbeurt
+   beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
    reis; tocht; toer; trip
 
 _____
@@ -41656,7 +41495,7 @@
 
 tragweite
 Tragweite
-   belang; belangrĳkheid; betekenis; gewicht; zwaarwichtigheid
+   belang; belangrijkheid; betekenis; gewicht; zwaarwichtigheid
 
 _____
 
@@ -41748,7 +41587,6 @@
 traum
 Traum
    droom; dagdroom; wensdroom
-   droom
 
 _____
 
@@ -41829,7 +41667,7 @@
 
 tribut
 Tribut
-   cĳns; schatting
+   cijns; schatting
 
 _____
 
@@ -41855,7 +41693,7 @@
 
 triebfeder
 Triebfeder
-   veer; drĳfveer; springveer
+   veer; drijfveer; springveer
 
 _____
 
@@ -41983,7 +41821,7 @@
 
 trope
 Trope
-   stĳlfiguur; troop
+   stijlfiguur; troop
 
 _____
 
@@ -42038,7 +41876,7 @@
 
 trotz
 Trotz
-   eigenzinnigheid; koppigheid; stĳfhoofdigheid; verstoktheid
+   eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
 
 _____
 
@@ -42057,13 +41895,13 @@
 
 trug
 Trug
-   bedriegerĳ; bedrog; misleiding
+   bedriegerij; bedrog; misleiding
 
 _____
 
 truhe
 Truhe
-   bak; kist; schrĳn
+   bak; kist; schrijn
 
 _____
 
@@ -42093,7 +41931,7 @@
 
 truppenabteilung
 Truppenabteilung
-   garde; wacht; lĳfwacht
+   garde; wacht; lijfwacht
 
 _____
 
@@ -42136,7 +41974,7 @@
 
 träumerei
 Träumerei
-   gedroom; gemĳmer; mĳmering
+   gedroom; gemijmer; mijmering
 
 _____
 
@@ -42311,13 +42149,13 @@
 
 tyrannei
 Tyrannei
-   dwingelandĳ; tirannie
+   dwingelandij; tirannie
 
 _____
 
 tätigkeit
 Tätigkeit
-   activiteit; bedrĳvigheid
+   activiteit; bedrijvigheid
    functie
 
 _____
@@ -42331,7 +42169,7 @@
 täuschung
 Täuschung
    begoocheling; drogbeeld; illusie; waan; zinsbedrog
-   bedriegerĳ; bedrog; misleiding
+   bedriegerij; bedrog; misleiding
 
 _____
 
@@ -42367,13 +42205,13 @@
 
 tümmler
 Tümmler
-   dolfĳn
+   dolfijn
 
 _____
 
 tümpel
 Tümpel
-   kolk; vĳver; waterplas
+   kolk; vijver; waterplas
 
 _____
 
@@ -42391,7 +42229,7 @@
 
 türkei
 Türkei
-   Turkĳe
+   Turkije
 
 _____
 
@@ -42421,7 +42259,7 @@
 
 ei
 ‐ei
-   ‐ĳ; ‐plaats
+   ‐ij; ‐plaats
 
 _____
 
@@ -42569,7 +42407,7 @@
 
 umriß
 Umriß
-   omlĳning; omtrek
+   omlijning; omtrek
 
 _____
 
@@ -42611,8 +42449,8 @@
 
 umschweif
 Umschweif
-   draaierĳ; smoes; smoesje; toevlucht
-   dekmantel; draaierĳ; smoes; smoesje; voorwendsel
+   draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+   dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
 
 _____
 
@@ -42630,13 +42468,13 @@
 
 umstandswort
 Umstandswort
-   adverbium; bĳwoord
+   adverbium; bijwoord
 
 _____
 
 umtrieb
 Umtrieb
-   intrige; konkelarĳ; machinatie; verwikkeling
+   intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
    draaiing; gedraai
 
 _____
@@ -42662,13 +42500,13 @@
 umänderung
 Umänderung
    herschepping; vervorming
-   verandering; wĳziging
+   verandering; wijziging
 
 _____
 
 unbill
 Unbill
-   onbillĳkheid; onrecht
+   onbillijkheid; onrecht
 
 _____
 
@@ -42698,7 +42536,7 @@
 
 ungarn
 Ungarn
-   Hongarĳe
+   Hongarije
 
 _____
 
@@ -42773,14 +42611,13 @@
 
 unkenntnis
 Unkenntnis
-   onkunde
    onbekendheid; onkunde
 
 _____
 
 unkosten
 Unkosten
-   kostprĳs
+   kostprijs
 
 _____
 
@@ -42793,20 +42630,20 @@
 unrat
 Unrat
    drek; ontlasting; poep; uitwerpselen
-   smeerboel; smeerlapperĳ; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
+   smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
 
 _____
 
 unrecht
 Unrecht
-   onbillĳkheid; onrecht
-   ongelĳk
+   onbillijkheid; onrecht
+   ongelijk
 
 _____
 
 unregelmäßigkeit
 Unregelmäßigkeit
-   afwĳking; anomalie; onregelmatigheid
+   afwijking; anomalie; onregelmatigheid
 
 _____
 
@@ -42814,7 +42651,6 @@
 Unruhe
    beduchtheid; ongerustheid; verontrusting
    beduchtheid; ongerustheid; zorg
-   bezorgdheid; ongerustheid
 
 _____
 
@@ -42870,7 +42706,7 @@
 
 unterhandlung
 Unterhandlung
-   handel; handeldrĳven
+   handel; handeldrijven
    behandeling; onderhandeling
 
 _____
@@ -42907,7 +42743,7 @@
 
 unternehmung
 Unternehmung
-   bedrĳf; onderneming
+   bedrijf; onderneming
 
 _____
 
@@ -42926,7 +42762,7 @@
 
 unterricht
 Unterricht
-   onderrichting; onderwĳs
+   onderrichting; onderwijs
 
 _____
 
@@ -42962,7 +42798,7 @@
 
 unterschleif
 Unterschleif
-   bedriegerĳ; bedrog; misleiding
+   bedriegerij; bedrog; misleiding
 
 _____
 
@@ -43060,7 +42896,7 @@
 
 urheber
 Urheber
-   auteur; bedenker; schepper; schrĳver
+   auteur; bedenker; schepper; schrijver
    initiatiefnemer
 
 _____
@@ -43080,7 +42916,7 @@
 
 urlaub
 Urlaub
-   verlof; vrĳaf
+   verlof; vrijaf
 
 _____
 
@@ -43117,7 +42953,7 @@
 
 ursprungs
 Ursprungs‐
-   oorspronkelĳk; origineel
+   oorspronkelijk; origineel
 
 _____
 
@@ -43135,7 +42971,7 @@
 
 urzeit
 Urzeit
-   oertĳd; voortĳd
+   oertijd; voortijd
 
 _____
 
@@ -43285,7 +43121,7 @@
 
 velin
 Velin
-   velĳn; velĳnpapier
+   velijn; velijnpapier
 
 _____
 
@@ -43368,13 +43204,13 @@
 
 verbeugung
 Verbeugung
-   buiging; nĳging; revérence; strĳkage
+   buiging; nijging; revérence; strijkage
 
 _____
 
 verbindung
 Verbindung
-   associatie; bond; genootschap; maatschappĳ; vereniging
+   associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
    bond; liga; verbond
    betrekking; opzicht; relatie; verhouding
    eenwording; unie; vereniging
@@ -43395,13 +43231,13 @@
 
 verbrauchssteuer
 Verbrauchssteuer
-   accĳns; verbruiksbelasting
+   accijns; verbruiksbelasting
 
 _____
 
 verbrechen
 Verbrechen
-   misdaad; misdrĳf
+   misdaad; misdrijf
 
 _____
 
@@ -43414,7 +43250,6 @@
 verbreitung
 Verbreitung
    verbreiding; verspreiding
-   verspreiding
 
 _____
 
@@ -43444,7 +43279,7 @@
 
 verdauungsschwäche
 Verdauungsschwäche
-   dyspepsie; indigestie; slechte spĳsvertering
+   dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
 
 _____
 
@@ -43471,8 +43306,7 @@
 verdienst
 Verdienst
    baat; gewin; verdienste; winst
-   verdienste
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
 
 _____
 
@@ -43485,16 +43319,14 @@
 verdingung
 Verdingung
    aanbesteding; gunning
-   aanbesteding
-   aanbesteding; inschrĳving
+   aanbesteding; inschrijving
 
 _____
 
 verdrehtheit
 Verdrehtheit
-   absurditeit; onding; ongerĳmdheid; onzin
-   absurditeit; ongerĳmde; ongerĳmdheid; onzinnigheid
-   ongerĳmdheid; onzin
+   absurditeit; onding; ongerijmdheid; onzin
+   absurditeit; ongerijmde; ongerijmdheid; onzinnigheid
 
 _____
 
@@ -43525,20 +43357,20 @@
 
 vereinigung
 Vereinigung
-   associatie; bond; genootschap; maatschappĳ; vereniging
+   associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
 
 _____
 
 verfahren
 Verfahren
-   bereidingswĳze; procédé; werkwĳze
+   bereidingswijze; procédé; werkwijze
 
 _____
 
 verfasser
 Verfasser
-   auteur; bedenker; schepper; schrĳver
-   auteur; schrĳver; stilist
+   auteur; bedenker; schepper; schrijver
+   auteur; schrijver; stilist
 
 _____
 
@@ -43551,7 +43383,6 @@
 verfolgung
 Verfolgung
    achtervolging; vervolging
-   achtervolging
 
 _____
 
@@ -43563,7 +43394,7 @@
 
 vergangenheit
 Vergangenheit
-   verleden; verleden tĳd
+   verleden; verleden tijd
 
 _____
 
@@ -43575,7 +43406,7 @@
 
 vergeblichkeit
 Vergeblichkeit
-   ĳdelheid; vruchteloosheid
+   ijdelheid; vruchteloosheid
 
 _____
 
@@ -43587,8 +43418,8 @@
 
 vergehen
 Vergehen
-   klein vergrĳp
-   misdaad; misdrĳf
+   klein vergrijp
+   misdaad; misdrijf
    schuld
 
 _____
@@ -43601,19 +43432,19 @@
 
 vergißmeinnicht
 Vergißmeinnicht
-   vergeet‐mĳ‐niet; vergeet‐mĳ‐nietje
+   vergeet‐mij‐niet; vergeet‐mij‐nietje
 
 _____
 
 vergleich
 Vergleich
-   vergelĳking
+   vergelijking
 
 _____
 
 vergleichung
 Vergleichung
-   vergelĳking
+   vergelijking
 
 _____
 
@@ -43626,19 +43457,18 @@
 vergrößerung
 Vergrößerung
    uitbouwing; vergroting
-   vergroting
 
 _____
 
 vergötterung
 Vergötterung
-   apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlĳking
+   apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
 
 _____
 
 vergünstigung
 Vergünstigung
-   gunstbewĳs
+   gunstbewijs
    gunst; begunstiging; genadigheid
    prae; preferentie; privilege; voorrecht
    afslag; korting; rabat
@@ -43661,7 +43491,7 @@
 
 verhaltungsbefehl
 Verhaltungsbefehl
-   aanwĳzing; consigne; instructie
+   aanwijzing; consigne; instructie
 
 _____
 
@@ -43744,14 +43574,14 @@
 
 verlag
 Verlag
-   uitgeverĳ
+   uitgeverij
    druk; editie; uitgaaf; uitgave
 
 _____
 
 verlagsrecht
 Verlagsrecht
-   copyright; kopĳrecht
+   copyright; kopijrecht
 
 _____
 
@@ -43799,7 +43629,6 @@
 
 verlust
 Verlust
-   verlies
    deficit; nadeel; schade; strop; verlies
    schadepost; verlies; vermissing
 
@@ -43835,7 +43664,7 @@
 
 vermählung
 Vermählung
-   huwelĳk
+   huwelijk
 
 _____
 
@@ -43861,7 +43690,7 @@
 
 vernunftforscher
 Vernunftforscher
-   filosoof; wĳsgeer
+   filosoof; wijsgeer
 
 _____
 
@@ -43909,7 +43738,7 @@
 
 versammlung
 Versammlung
-   bĳeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
+   bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
 
 _____
 
@@ -43924,7 +43753,6 @@
    afsluiter; beugel; slot; sluiting
    sluiter
    grendel; knip; schuif; schuifslot
-   slot
 
 _____
 
@@ -44004,7 +43832,7 @@
 
 versteigerung
 Versteigerung
-   afslag; auctie; mĳn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
+   afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
 
 _____
 
@@ -44147,7 +43975,7 @@
 
 verweigerung
 Verweigerung
-   afwĳzing; weigering
+   afwijzing; weigering
 
 _____
 
@@ -44185,8 +44013,8 @@
 Verzeichnis
    index; inhoudsopgave; register
    catalogus
-   ceel; cedel; lĳst; rol
-   lĳst; tabel; tafel
+   ceel; cedel; lijst; rol
+   lijst; tabel; tafel
 
 _____
 
@@ -44210,7 +44038,7 @@
 
 verzweiflung
 Verzweiflung
-   radeloosheid; vertwĳfeling; wanhoop
+   radeloosheid; vertwijfeling; wanhoop
 
 _____
 
@@ -44222,8 +44050,8 @@
 
 veränderung
 Veränderung
-   verandering; wĳziging
-   keer; omkeer; verandering; verzetting; wĳziging; wisseling
+   verandering; wijziging
+   keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
 
 _____
 
@@ -44302,14 +44130,14 @@
 
 vielweiberei
 Vielweiberei
-   polygamie; veelwĳverĳ
+   polygamie; veelwijverij
 
 _____
 
 viertel
 Viertel
    kwartier
-   buurt; wĳk; stadswĳk
+   buurt; wijk; stadswijk
 
 _____
 
@@ -44339,7 +44167,7 @@
 
 violinbogen
 Violinbogen
-   strĳkstok
+   strijkstok
 
 _____
 
@@ -44511,13 +44339,13 @@
 
 vorderrhein
 Vorderrhein
-   Voor‐Rĳn
+   Voor‐Rijn
 
 _____
 
 vorderseite
 Vorderseite
-   front; gevel; voorkant; voorzĳde
+   front; gevel; voorkant; voorzijde
 
 _____
 
@@ -44553,7 +44381,7 @@
 
 vorhang
 Vorhang
-   doek; gordĳn; overgordĳn; scherm; voorhang; voorhangsel
+   doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
 
 _____
 
@@ -44572,7 +44400,6 @@
 vorlegung
 Vorlegung
    aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
-   aanbieding
 
 _____
 
@@ -44632,7 +44459,7 @@
 
 vorstadtviertel
 Vorstadtviertel
-   buitenwĳk
+   buitenwijk
 
 _____
 
@@ -44653,7 +44480,6 @@
 Vorstellung
    begrip; benul; denkbeeld; idee; voorstelling
    aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
-   aanbieding
    vertegenwoordiging
 
 _____
@@ -44662,7 +44488,7 @@
 Vorteil
    baat; gewin; verdienste; winst
    gemak; geschikte gelegenheid
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
    baat; belang; nut; voordeel
 
 _____
@@ -44695,13 +44521,13 @@
 
 vorwand
 Vorwand
-   dekmantel; draaierĳ; smoes; smoesje; voorwendsel
+   dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
 
 _____
 
 vorweis
 Vorweis
-   berisping; blaam; standje; terechtwĳzing; uitbrander; verwĳt
+   berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
 
 _____
 
@@ -44713,13 +44539,13 @@
 
 vorwurf
 Vorwurf
-   berisping; blaam; standje; terechtwĳzing; uitbrander; verwĳt
+   berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
 
 _____
 
 vorwürfe machen
 Vorwürfe machen
-   beknorren; berispen; terechtwĳzen; verwĳten
+   beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
 
 _____
 
@@ -44731,7 +44557,7 @@
 
 vorzeit
 Vorzeit
-   oertĳd; voortĳd
+   oertijd; voortijd
 
 _____
 
@@ -44880,7 +44706,7 @@
 wagen
 Wagen
    spoorwagen; wagon
-   rĳtuig; vehikel; voertuig; wagen
+   rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
 
 _____
 
@@ -44922,7 +44748,7 @@
 
 wahlspruch
 Wahlspruch
-   devies; leus; leuze; lĳfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
+   devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
 
 _____
 
@@ -44934,15 +44760,13 @@
 
 wahnsinn
 Wahnsinn
-   gekheid; zinneloosheid; zinsverbĳstering
+   gekheid; zinneloosheid; zinsverbijstering
 
 _____
 
 wahrheit
 Wahrheit
-   waarheid
    waarheid; waarachtigheid
-   waarheid
 
 _____
 
@@ -44961,7 +44785,7 @@
 
 wahrscheinlichkeit
 Wahrscheinlichkeit
-   waarschĳnlĳkheid
+   waarschijnlijkheid
 
 _____
 
@@ -45097,7 +44921,7 @@
 wandelgang
 Wandelgang
    wandelgang
-   gaanderĳ; galerie; galerĳ; gang; trans
+   gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
 
 _____
 
@@ -45171,13 +44995,13 @@
 warenhaus
 Warenhaus
    bazaar; markt; marktplaats; marktplein
-   magazĳn; pakhuis
+   magazijn; pakhuis
 
 _____
 
 warenrechnung
 Warenrechnung
-   factuur; nota; rekening; warenlĳst
+   factuur; nota; rekening; warenlijst
 
 _____
 
@@ -45195,7 +45019,7 @@
 
 warte
 Warte
-   kraaienest; uitkĳk; uitkĳkpost; waarnemingspost
+   kraaienest; uitkijk; uitkijkpost; waarnemingspost
 
 _____
 
@@ -45219,7 +45043,7 @@
 
 waschanstalt
 Waschanstalt
-   wasserĳ
+   wasserij
 
 _____
 
@@ -45255,7 +45079,7 @@
 
 wasserbecken
 Wasserbecken
-   bassin; kom; stroomgebied; vĳver
+   bassin; kom; stroomgebied; vijver
 
 _____
 
@@ -45273,7 +45097,7 @@
 
 wasserfrei
 Wasserfrei
-   anhydrisch; watervrĳ
+   anhydrisch; watervrij
 
 _____
 
@@ -45357,7 +45181,7 @@
 
 weberei
 Weberei
-   weverĳ
+   weverij
 
 _____
 
@@ -45372,7 +45196,7 @@
    inwisseling; ruil; omruiling; uitwisseling; verruiling
    cambio; wissel
    keer; kentering; verandering; verloop
-   keer; omkeer; verandering; verzetting; wĳziging; wisseling
+   keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
 
 _____
 
@@ -45426,14 +45250,14 @@
 
 wegweiser
 Wegweiser
-   wegwĳzer
+   wegwijzer
 
 _____
 
 weh
 Weh
-   pĳn; wee; zeer
-   lĳden; leed
+   pijn; wee; zeer
+   lijden; leed
    leed; smart; verdriet; zorg
 
 _____
@@ -45447,22 +45271,20 @@
 wehr
 Wehr
    afweer; defensie; verdediging; weer; verweer
-   dĳk; waterkering
+   dijk; waterkering
 
 _____
 
 weib
 Weib
-   wĳf
-   feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wĳf; xantippe
-   wĳf
+   feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
    vrouw
 
 _____
 
 weiblichkeit
 Weiblichkeit
-   vrouwelĳkheid
+   vrouwelijkheid
 
 _____
 
@@ -45512,7 +45334,7 @@
 
 weigerung
 Weigerung
-   afwĳzing; weigering
+   afwijzing; weigering
 
 _____
 
@@ -45537,7 +45359,7 @@
 
 weiher
 Weiher
-   kolk; vĳver; waterplas
+   kolk; vijver; waterplas
 
 _____
 
@@ -45555,25 +45377,25 @@
 
 weihwedel
 Weihwedel
-   sproeier; wĳwaterkwast
+   sproeier; wijwaterkwast
 
 _____
 
 weile
 Weile
-   duur; tĳdsduur
+   duur; tijdsduur
 
 _____
 
 wein
 Wein
-   wĳn
+   wijn
 
 _____
 
 weinberg
 Weinberg
-   wĳnberg; wĳngaard
+   wijnberg; wijngaard
 
 _____
 
@@ -45585,7 +45407,7 @@
 
 weinstock
 Weinstock
-   wĳnstok; wingerd
+   wijnstok; wingerd
 
 _____
 
@@ -45597,28 +45419,28 @@
 
 weise
 Weise
-   manier; trant; wĳze
-   deun; deuntje; melodie; wĳs; wĳsje
+   manier; trant; wijze
+   deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
    modaliteit
-   mode; modus; wĳs
+   mode; modus; wijs
 
 _____
 
 weisel
 Weisel
-   bĳenkoningin; wĳfjesbĳ
+   bijenkoningin; wijfjesbij
 
 _____
 
 weisheit
 Weisheit
-   wĳsheid
+   wijsheid
 
 _____
 
 weisung
 Weisung
-   aanwĳzing; consigne; instructie
+   aanwijzing; consigne; instructie
    bevel; bevelschrift; gebod; order; sommatie; verordening
 
 _____
@@ -45627,7 +45449,7 @@
 Weite
    afstand; eind
    afstand; distantie
-   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wĳdte
+   ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
 
 _____
 
@@ -45651,7 +45473,7 @@
 
 weißling
 Weißling
-   wĳting
+   wijting
 
 _____
 
@@ -45664,7 +45486,7 @@
 welle
 Welle
    baar; golf; gulp
-   as; drĳfas
+   as; drijfas
 
 _____
 
@@ -45676,7 +45498,7 @@
 
 welt
 Welt
-   aardrĳk; wereld
+   aardrijk; wereld
 
 _____
 
@@ -45753,7 +45575,6 @@
 werkstatt
 Werkstatt
    atelier; werkplaats
-   werkplaats
 
 _____
 
@@ -45810,7 +45631,6 @@
 wesen
 Wesen
    essence; essentie; kern; wezen; wezenheid
-   wezen
 
 _____
 
@@ -45841,13 +45661,12 @@
 westen
 Westen
    west; westen
-   westen
 
 _____
 
 wettbewerb
 Wettbewerb
-   concours; match; wedstrĳd
+   concours; match; wedstrijd
 
 _____
 
@@ -45859,7 +45678,7 @@
 
 wetteifer
 Wetteifer
-   mededinging; wedĳver
+   mededinging; wedijver
 
 _____
 
@@ -45926,7 +45745,7 @@
 
 widerlegung
 Widerlegung
-   ontzenuwing; tegenbewĳs; weerlegging
+   ontzenuwing; tegenbewijs; weerlegging
 
 _____
 
@@ -45950,7 +45769,7 @@
 
 widerschein
 Widerschein
-   weerglans; weerschĳn
+   weerglans; weerschijn
 
 _____
 
@@ -46059,15 +45878,14 @@
 
 wildnis
 Wildnis
-   wildernis; woestenĳ; woestĳn
+   wildernis; woestenij; woestijn
    wildheid; woestheid
-   wildernis
 
 _____
 
 wildschwein
 Wildschwein
-   ever; everzwĳn; wild zwĳn
+   ever; everzwijn; wild zwijn
 
 _____
 
@@ -46097,7 +45915,7 @@
 
 willkürherrschaft
 Willkürherrschaft
-   dwingelandĳ; despotisme
+   dwingelandij; despotisme
 
 _____
 
@@ -46146,7 +45964,7 @@
 wink
 Wink
    knipoogje
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -46225,7 +46043,7 @@
 
 wirklichkeit
 Wirklichkeit
-   realiteit; werkelĳkheid; wezenheid; wezenlĳkheid
+   realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
 
 _____
 
@@ -46353,7 +46171,6 @@
 wißbegier
 Wißbegier
    nieuwsgierigheid; weetgierigheid
-   nieuwsgierigheid
 
 _____
 
@@ -46384,13 +46201,13 @@
 
 wohl
 Wohl
-   gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzĳn
+   gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
 
 _____
 
 wohlfahrt
 Wohlfahrt
-   welvaart; welzĳn
+   welvaart; welzijn
 
 _____
 
@@ -46402,7 +46219,7 @@
 
 wohlgeruch
 Wohlgeruch
-   heerlĳke geur
+   heerlijke geur
 
 _____
 
@@ -46420,13 +46237,13 @@
 
 wohlsein
 Wohlsein
-   gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzĳn
+   gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
 
 _____
 
 wohlstand
 Wohlstand
-   welvaart; welzĳn
+   welvaart; welzijn
 
 _____
 
@@ -46444,7 +46261,7 @@
 
 wohlwollen
 Wohlwollen
-   liefheid; voorkomendheid; vriendelĳkheid
+   liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
    affectie; genegenheid; goodwill; welwillendheid
 
 _____
@@ -46464,7 +46281,6 @@
 wohnort
 Wohnort
    domicilie; woonplaats
-   woonplaats
 
 _____
 
@@ -46482,7 +46298,6 @@
 
 wohnzimmer
 Wohnzimmer
-   huiskamer
    huiskamer; woonkamer; zitkamer
 
 _____
@@ -46519,7 +46334,7 @@
 
 wolken
 Wolken‐
-   bewolkt; onduidelĳk
+   bewolkt; onduidelijk
 
 _____
 
@@ -46539,7 +46354,6 @@
 Wonne
    geilheid; lust; wellust
    vreugde
-   wellust
 
 _____
 
@@ -46565,7 +46379,7 @@
 
 wortwechsel
 Wortwechsel
-   dispuut; kwestie; strĳd; twist; redetwist; twistgesprek
+   dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
 
 _____
 
@@ -46663,7 +46477,7 @@
 
 wurfscheibe
 Wurfscheibe
-   discus; plaat; grammofoonplaat; schĳf
+   discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
 
 _____
 
@@ -46693,15 +46507,14 @@
 
 wut
 Wut
-   razernĳ; woede
+   razernij; woede
    best‐seller; furore
-   woede
 
 _____
 
 wyk
 Wyk
-   Wĳk
+   Wijk
 
 _____
 
@@ -46731,7 +46544,7 @@
 
 wäsche
 Wäsche
-   lĳfgoed; ondergoed
+   lijfgoed; ondergoed
    ondergoed; onderkleding
    linnen; linnengoed; pellengoed
 
@@ -46764,7 +46577,7 @@
 
 wörterverzeichnis
 Wörterverzeichnis
-   woordenlĳst
+   woordenlijst
 
 _____
 
@@ -46791,13 +46604,13 @@
 
 würze
 Würze
-   kruid; kruiderĳ; specerĳ
+   kruid; kruiderij; specerij
 
 _____
 
 wüste
 Wüste
-   wildernis; woestenĳ; woestĳn
+   wildernis; woestenij; woestijn
 
 _____
 
@@ -46858,7 +46671,7 @@
 
 zahl
 Zahl
-   cĳfer; nummer
+   cijfer; nummer
    aantal; tal; getal
 
 _____
@@ -46885,7 +46698,7 @@
 
 zahlzeichen
 Zahlzeichen
-   cĳfer; nummer
+   cijfer; nummer
 
 _____
 
@@ -46927,19 +46740,19 @@
 
 zahnschmerz
 Zahnschmerz
-   kiespĳn; tandpĳn
+   kiespijn; tandpijn
 
 _____
 
 zahnschmerzen
 Zahnschmerzen
-   kiespĳn; tandpĳn
+   kiespijn; tandpijn
 
 _____
 
 zahnweh
 Zahnweh
-   kiespĳn; tandpĳn
+   kiespijn; tandpijn
 
 _____
 
@@ -46951,14 +46764,14 @@
 
 zange
 Zange
-   greep; grĳper; handvat; oor
+   greep; grijper; handvat; oor
 
 _____
 
 zank
 Zank
-   dispuut; kwestie; strĳd; twist; redetwist; twistgesprek
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
@@ -46984,7 +46797,7 @@
 Zauber
    begoocheling; betovering
    magie; toverkunst
-   toverĳ
+   toverij
 
 _____
 
@@ -47003,7 +46816,7 @@
 
 zaubern
 Zaubern
-   toverĳ
+   toverij
 
 _____
 
@@ -47033,7 +46846,7 @@
 
 zeche
 Zeche
-   feestmaal; festĳn; gelag; smulpartĳ
+   feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
    gilde
 
 _____
@@ -47052,7 +46865,7 @@
 
 zeichen
 Zeichen
-   bewĳs; blĳk; teken; merkteken; wenk
+   bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
 
 _____
 
@@ -47077,31 +46890,31 @@
 
 zeiger
 Zeiger
-   wĳzer; aanwĳzer
+   wijzer; aanwijzer
 
 _____
 
 zeile
 Zeile
-   lĳn; linie; regel; schreef; streep; toer
+   lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
 
 _____
 
 zeisig
 Zeisig
-   sĳs; sĳsje
+   sijs; sijsje
 
 _____
 
 zeit
 Zeit
-   poos; tĳd
+   poos; tijd
 
 _____
 
 zeitabschnitt
 Zeitabschnitt
-   tĳdperk; tĳdsgewricht
+   tijdperk; tijdsgewricht
 
 _____
 
@@ -47113,8 +46926,7 @@
 
 zeitschrift
 Zeitschrift
-   periodiek
-   periodiek; revue; tĳdschrift
+   periodiek; revue; tijdschrift
 
 _____
 
@@ -47163,7 +46975,7 @@
 
 zelot
 Zelot
-   drĳver; ĳveraar; supporter; zeloot
+   drijver; ijveraar; supporter; zeloot
 
 _____
 
@@ -47265,7 +47077,7 @@
 
 zepter
 Zepter
-   rĳksstaf; scepter
+   rijksstaf; scepter
 
 _____
 
@@ -47289,8 +47101,8 @@
 
 zerlegung
 Zerlegung
-   autopsie; lĳkschouwing
-   lĳkopening; sectie
+   autopsie; lijkschouwing
+   lijkopening; sectie
 
 _____
 
@@ -47346,8 +47158,7 @@
 
 zeughaus
 Zeughaus
-   arsenaal; tuighuis; wapenkamer
-   arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazĳn
+   arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
 
 _____
 
@@ -47389,19 +47200,18 @@
 
 zickzack
 Zickzack
-   zigzaglĳn
+   zigzaglijn
 
 _____
 
 zider
 Zider
-   appelwĳn; cider
+   appelwijn; cider
 
 _____
 
 ziege
 Ziege
-   geit
    geit; bok; sik
 
 _____
@@ -47446,7 +47256,7 @@
 
 zielscheibe
 Zielscheibe
-   schĳf; schietschĳf
+   schijf; schietschijf
 
 _____
 
@@ -47477,13 +47287,13 @@
 
 ziffer
 Ziffer
-   cĳfer; nummer
+   cijfer; nummer
 
 _____
 
 zifferblatt
 Zifferblatt
-   wĳzerplaat
+   wijzerplaat
 
 _____
 
@@ -47507,7 +47317,7 @@
 
 zigarrenspitze
 Zigarrenspitze
-   sigarenpĳpje
+   sigarenpijpje
 
 _____
 
@@ -47662,7 +47472,7 @@
 
 zirkular
 Zirkular
-   circulaire; rondschrĳven
+   circulaire; rondschrijven
 
 _____
 
@@ -47905,13 +47715,12 @@
 zuflucht
 Zuflucht
    heenkomen; schuilplaats; toeverlaat; toevlucht; toevluchtsoord
-   toevlucht
 
 _____
 
 zufluchtsstätte
 Zufluchtsstätte
-   asiel; toevluchtsoort; vrĳplaats
+   asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
 
 _____
 
@@ -47933,7 +47742,7 @@
 
 zugabe
 Zugabe
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
@@ -47951,7 +47760,7 @@
 
 zukunft
 Zukunft
-   toekomende tĳd; toekomst; verschiet
+   toekomende tijd; toekomst; verschiet
 
 _____
 
@@ -47966,13 +47775,12 @@
 
 zuname
 Zuname
-   bĳnaam
+   bijnaam
 
 _____
 
 zunder
 Zunder
-   tondel
    tondel; tonder; zwam; tonderzwam
 
 _____
@@ -48023,7 +47831,7 @@
 
 zusammenkunft
 Zusammenkunft
-   bĳeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
+   bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
 
 _____
 
@@ -48042,7 +47850,7 @@
 
 zusatz
 Zusatz
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
@@ -48054,25 +47862,25 @@
 
 zuschauer
 Zuschauer
-   beschouwer; kĳker; toeschouwer
+   beschouwer; kijker; toeschouwer
 
 _____
 
 zuschlag
 Zuschlag
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
 zuschlag erteilen
 Zuschlag erteilen
-   gunnen; toekennen; toeslaan; toewĳzen
+   gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
 
 _____
 
 zuschuß
 Zuschuß
-   aanhangsel; appendix; bĳlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+   aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
 
 _____
 
@@ -48105,7 +47913,6 @@
 Zuversicht
    securiteit; stelligheid; vastheid; vastigheid; zekerheid
    fiducie; geloof; vertrouwen
-   vertrouwen
 
 _____
 
@@ -48118,7 +47925,7 @@
 zuwiederhandlung
 Zuwiederhandlung
    tegenkanting; tegenwerking
-   dwarsdrĳverĳ
+   dwarsdrijverij
 
 _____
 
@@ -48142,13 +47949,13 @@
 
 zweifel
 Zweifel
-   twĳfel; twĳfeling
+   twijfel; twijfeling
 
 _____
 
 zweifler
 Zweifler
-   twĳfelaar
+   twijfelaar
 
 _____
 
@@ -48229,20 +48036,20 @@
 zwiespalt
 Zwiespalt
    scheiding
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
 zwietracht
 Zwietracht
    geschil; meningsverschil; onenigheid; weigering
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
 zwillich
 Zwillich
-   tic; tĳk; trekking
+   tic; tijk; trekking
 
 _____
 
@@ -48296,7 +48103,7 @@
 
 zwist
 Zwist
-   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strĳd; tweespalt
+   geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
 
 _____
 
@@ -48369,7 +48176,7 @@
 zählung
 Zählung
    opsomming
-   becĳfering; berekening; gecĳfer
+   becijfering; berekening; gecijfer
 
 _____
 
@@ -48437,13 +48244,13 @@
 ab
 ab
    van
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
 
 _____
 
 abbeißen
 abbeißen
-   afbĳten
+   afbijten
 
 _____
 
@@ -48455,13 +48262,13 @@
 
 abbilden
 abbilden
-   afbeelden; uitbeelden; verbeelden; verzinnelĳken; voorstellen
+   afbeelden; uitbeelden; verbeelden; verzinnelijken; voorstellen
 
 _____
 
 abbitten
 abbitten
-   gedaan krĳgen
+   gedaan krijgen
 
 _____
 
@@ -48525,7 +48332,7 @@
 
 abergläubisch
 abergläubisch
-   bĳgelovig
+   bijgelovig
 
 _____
 
@@ -48546,19 +48353,19 @@
 
 abessynisch
 abessynisch
-   Abessĳns
+   Abessijns
 
 _____
 
 abfahren
 abfahren
-   afrĳden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrĳden
+   afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
 
 _____
 
 abfassen
 abfassen
-   componeren; maken; scheppen; schrĳven
+   componeren; maken; scheppen; schrijven
 
 _____
 
@@ -48588,7 +48395,7 @@
 
 abführen
 abführen
-   afdrĳven; laxeren; purgeren
+   afdrijven; laxeren; purgeren
 
 _____
 
@@ -48626,13 +48433,13 @@
 
 abgeschmackt
 abgeschmackt
-   absurd; dwaas; ongerĳmd; onzinnig; zinneloos; zot
+   absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
 
 _____
 
 abgesondert
 abgesondert
-   afgezonderd; afzonderlĳk; bĳzonder; los
+   afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
 
 _____
 
@@ -48657,7 +48464,7 @@
 
 abhanden
 abhanden
-   kwĳt; verloren; vervlogen
+   kwijt; verloren; vervlogen
 
 _____
 
@@ -48669,14 +48476,14 @@
 
 abhängen
 abhängen
-   afhangen; afhankelĳk zĳn; deel uitmaken
+   afhangen; afhankelijk zijn; deel uitmaken
 
 _____
 
 abhängig
 abhängig
    aflopend; glooiend; hellend; schuin
-   afhankelĳk; onderhorig
+   afhankelijk; onderhorig
 
 _____
 
@@ -48694,7 +48501,7 @@
 
 abkommen
 abkommen
-   afdwalen; opzĳgaan
+   afdwalen; opzijgaan
 
 _____
 
@@ -48712,15 +48519,15 @@
 
 ablassen
 ablassen
-   afleggen; opgeven; prĳsgeven
+   afleggen; opgeven; prijsgeven
    afslaan; aftrekken; korten; korting geven
 
 _____
 
 ablehnen
 ablehnen
-   het oneens zĳn; weigeren
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   het oneens zijn; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
 
 _____
 
@@ -48752,7 +48559,7 @@
 
 abnehmen
 abnehmen
-   afzetten; amputeren; wegsnĳden
+   afzetten; amputeren; wegsnijden
    afhalen; rissen; ritsen; wegnemen
 
 _____
@@ -48771,7 +48578,6 @@
 
 abordnen
 abordnen
-   afvaardigen; delegeren
    afvaardigen; deputeren; tot afgevaardigde kiezen
 
 _____
@@ -48803,14 +48609,14 @@
 
 abreiben
 abreiben
-   aanstrĳken; wrĳven; uitwrĳven
+   aanstrijken; wrijven; uitwrijven
 
 _____
 
 abreisen
 abreisen
-   afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwĳderen
-   afrĳden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrĳden
+   afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
+   afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
 
 _____
 
@@ -48835,7 +48641,7 @@
 
 abschaffen
 abschaffen
-   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwĳderen; wegdoen
+   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
 
 _____
 
@@ -48859,14 +48665,14 @@
 
 abschlagen
 abschlagen
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
 
 _____
 
 abschneiden
 abschneiden
-   afzetten; amputeren; wegsnĳden
-   afsnĳden; afsteken
+   afzetten; amputeren; wegsnijden
+   afsnijden; afsteken
    knippen; scheren; snoeien
 
 _____
@@ -48880,7 +48686,7 @@
 
 abschweifen
 abschweifen
-   afslaan; afwĳken
+   afslaan; afwijken
 
 _____
 
@@ -48911,7 +48717,7 @@
 
 abseits
 abseits
-   opzĳ; terzĳde
+   opzij; terzijde
 
 _____
 
@@ -48942,7 +48748,7 @@
 
 abstammen
 abstammen
-   afstammen; het gevolg zĳn van; ontspruiten; voortkomen
+   afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
 
 _____
 
@@ -48960,7 +48766,7 @@
 
 abstempeln
 abstempeln
-   aanmunten; afdrukken; slaan; stempelen; zĳn stempel drukken op
+   aanmunten; afdrukken; slaan; stempelen; zijn stempel drukken op
 
 _____
 
@@ -48998,7 +48804,7 @@
 
 absurd
 absurd
-   absurd; dwaas; ongerĳmd; onzinnig; zinneloos; zot
+   absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
 
 _____
 
@@ -49022,7 +48828,7 @@
 
 abtreten
 abtreten
-   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wĳken; zwichten
+   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
 
 _____
 
@@ -49035,8 +48841,7 @@
 
 abweichen
 abweichen
-   afwĳken
-   afslaan; afwĳken
+   afslaan; afwijken
    schelen; uiteenlopen; verschillen
 
 _____
@@ -49153,7 +48958,7 @@
 
 addieren
 addieren
-   bĳdoen; bĳmengen; bĳvoegen; toegeven; toevoegen
+   bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
    optellen
 
 _____
@@ -49172,7 +48977,7 @@
 
 adjektivisch
 adjektivisch
-   bĳvoeglĳk
+   bijvoeglijk
 
 _____
 
@@ -49190,7 +48995,7 @@
 
 adäquat
 adäquat
-   adequaat; bĳbehorend
+   adequaat; bijbehorend
 
 _____
 
@@ -49232,7 +49037,7 @@
 
 agieren
 agieren
-   ageren; doen; bezig zĳn; handelen; optreden; te werk gaan
+   ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
 
 _____
 
@@ -49262,7 +49067,7 @@
 
 akklamieren
 akklamieren
-   bĳ acclamatie benoemen; toejuichen; zĳn bĳval betuigen
+   bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
 
 _____
 
@@ -49280,7 +49085,7 @@
 
 aktiv
 aktiv
-   actief; bedrĳvend; bedrĳving; werkdadig; werkend; werkzaam
+   actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
 
 _____
 
@@ -49292,7 +49097,7 @@
 
 akut
 akut
-   acuut; helder; scherp; voorbĳgaand
+   acuut; helder; scherp; voorbijgaand
 
 _____
 
@@ -49317,7 +49122,7 @@
 
 algerisch
 algerisch
-   Algerĳns
+   Algerijns
 
 _____
 
@@ -49343,7 +49148,7 @@
 
 allemal
 allemal
-   altĳd; immer; steeds
+   altijd; immer; steeds
    telkens
 
 _____
@@ -49356,13 +49161,13 @@
 
 allenthalben
 allenthalben
-   allerwegen; alom; overal; wĳd en zĳd
+   allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
 
 _____
 
 allerdings
 allerdings
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
    immers; toch; wel; zeker
 
 _____
@@ -49381,14 +49186,14 @@
 
 allerliebst
 allerliebst
-   bekoorlĳk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+   bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
    alleraardigst
 
 _____
 
 allerorten
 allerorten
-   allerwegen; alom; overal; wĳd en zĳd
+   allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
 
 _____
 
@@ -49406,20 +49211,20 @@
 
 allgemein
 allgemein
-   algemeen; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
    algemeen; generaal
 
 _____
 
 alljährlich
 alljährlich
-   ieder jaar; jaarlĳks
+   ieder jaar; jaarlijks
 
 _____
 
 allmählich
 allmählich
-   geleidelĳk; langzamerhand; zoetjes aan
+   geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
 
 _____
 
@@ -49431,13 +49236,13 @@
 
 alltäglich
 alltäglich
-   dagelĳks
+   dagelijks
 
 _____
 
 allweg
 allweg
-   alleszins; op alle manieren; op alle wĳzen
+   alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
 
 _____
 
@@ -49449,7 +49254,7 @@
 
 allzeit
 allzeit
-   altĳd; immer; steeds
+   altijd; immer; steeds
 
 _____
 
@@ -49462,13 +49267,13 @@
 alsbald
 alsbald
    alras; dra; gauw; haast; spoedig; weldra; welhaast
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
 alsdann
 alsdann
-   dan; destĳds; toen; toenmaals; toentertĳd
+   dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
 
 _____
 
@@ -49493,7 +49298,6 @@
 alt
 alt
    bejaard; oud; vergevorderd
-   oud
 
 _____
 
@@ -49517,7 +49321,7 @@
 
 amen
 amen
-   amen; het zĳ zo
+   amen; het zij zo
 
 _____
 
@@ -49535,13 +49339,13 @@
 
 amortisieren
 amortisieren
-   afbetalen; aflossen; afschrĳven; amortiseren; delgen; uitdelgen
+   afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
 
 _____
 
 amputieren
 amputieren
-   afzetten; amputeren; wegsnĳden
+   afzetten; amputeren; wegsnijden
 
 _____
 
@@ -49553,14 +49357,14 @@
 
 amtlich
 amtlich
-   ambtelĳk
-   ambtelĳk; officieel
+   ambtelijk
+   ambtelijk; officieel
 
 _____
 
 amüsieren
 amüsieren
-   amuseren; onderhouden; opvrolĳken; vermaken
+   amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
 
 _____
 
@@ -49572,7 +49376,7 @@
 
 am liebsten
 am liebsten
-   bĳ voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
+   bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
 
 _____
 
@@ -49584,11 +49388,11 @@
 
 an
 an
-   aan; bĳ; naar; tegen; tot; voor
-   aan; bĳ; dichtbĳ; naast; nabĳ
+   aan; bij; naar; tegen; tot; voor
+   aan; bij; dichtbij; naast; nabij
    jegens; met; tegen; tegenaan; tegenover; versus
    aan; op
-   aan; bĳ; ten huize van
+   aan; bij; ten huize van
 
 _____
 
@@ -49600,7 +49404,7 @@
 
 anbei
 anbei
-   bĳgaand; hierbĳ
+   bijgaand; hierbij
 
 _____
 
@@ -49630,7 +49434,7 @@
 
 anbetenswert
 anbetenswert
-   aanbiddelĳk; aanbiddenswaardig
+   aanbiddelijk; aanbiddenswaardig
 
 _____
 
@@ -49680,7 +49484,7 @@
 
 anderseits
 anderseits
-   aan de andere kant; anderzĳds; daar staat tegenover
+   aan de andere kant; anderzijds; daar staat tegenover
 
 _____
 
@@ -49698,7 +49502,7 @@
 
 andeuten
 andeuten
-   aanduiden; aangeven; aanwĳzen; uitduiden
+   aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
    opmerken; opmerkzaam maken; signaleren
    aanduiden; aangeven; een teken geven; merken; kenmerken; tekenen
 
@@ -49724,7 +49528,7 @@
 
 aneinander
 aneinander
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
 
 _____
 
@@ -49742,34 +49546,33 @@
 
 anfallen
 anfallen
-   aangrĳpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+   aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
 
 _____
 
 anfangen
 anfangen
-   aanbinden; aanvangen; beginnen
    aanbreken; aanvangen; beginnen; ingaan
 
 _____
 
 anfechten
 anfechten
-   bestrĳden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+   bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
 
 _____
 
 anfertigen
 anfertigen
    fabriceren; maken; aanmaken; vervaardigen
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
 
 _____
 
 anfeuern
 anfeuern
    aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
-   drĳven; aandrĳven; opjagen; voortdrĳven
+   drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
    aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; verlevendigen
 
 _____
@@ -49782,7 +49585,7 @@
 
 anfänglich
 anfänglich
-   aanvankelĳk
+   aanvankelijk
 
 _____
 
@@ -49796,8 +49599,8 @@
 angeben
    aanbrengen; aangeven; klikken; verklikken
    geven; aangeven; opbrengen; toebrengen; toekennen; verlenen
-   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wĳzen; uitwĳzen
-   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrĳven
+   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
    doen alsof; voorgeven; voorwenden
    aanbrengen; melden; overbrengen; verslaan; verslag uitbrengen
    aankondigen; in kennis stellen; meedelen; mededelen; verwittigen
@@ -49808,7 +49611,6 @@
 angeboren
 angeboren
    aangeboren; ingeboren
-   aangeboren
 
 _____
 
@@ -49839,14 +49641,14 @@
 
 angemessen
 angemessen
-   adequaat; bĳbehorend
-   betamelĳk; gepast; geschikt; passend; toepasselĳk
+   adequaat; bijbehorend
+   betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
 
 _____
 
 angenehm
 angenehm
-   aangenaam; behaaglĳk; genoeglĳk; heerlĳk; plezierig
+   aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
 
 _____
 
@@ -49882,7 +49684,7 @@
 
 anglotzen
 anglotzen
-   dom kĳken; gapen; aangapen
+   dom kijken; gapen; aangapen
    aangapen
 
 _____
@@ -49890,22 +49692,21 @@
 angreifen
 angreifen
    agaceren; irriteren; prikkelen
-   aangrĳpen; aantasten; aanvallen; tackelen
-   bemachtigen; grĳpen; aangrĳpen; vastgrĳpen
+   aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+   bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
 
 _____
 
 angrenzend
 angrenzend
-   aangrenzend; aanliggend; dichtbĳgelegen; dichtbĳzĳnd
-   aangrenzend; aanliggend
+   aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
    aangrenzend; aanliggend; naburig
 
 _____
 
 angängig
 angängig
-   bestaanbaar; mogelĳk
+   bestaanbaar; mogelijk
 
 _____
 
@@ -49919,7 +49720,7 @@
 anhalten
 anhalten
    manen; aanmanen; aansporen; vermanen; waarschuwen
-   afslaan; blĳven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+   afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
    aanhouden; keren; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten
 
 _____
@@ -49927,14 +49728,13 @@
 anhängen
 anhängen
    enteren; haken; aanhaken; vasthaken
-   haken
    hangen; ophangen; opknopen
 
 _____
 
 anhänglich
 anhänglich
-   aanhankelĳk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+   aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
 
 _____
 
@@ -50027,7 +49827,7 @@
 
 anmerken
 anmerken
-   aantekenen; noteren; opschrĳven; teboekstellen
+   aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
 
 _____
 
@@ -50040,7 +49840,7 @@
 
 anmutig
 anmutig
-   bekoorlĳk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+   bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
 
 _____
 
@@ -50052,7 +49852,7 @@
 
 annektieren
 annektieren
-   annexeren; inlĳven; iets bĳkomstigs toevoegen
+   annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
 
 _____
 
@@ -50083,7 +49883,7 @@
 
 anordnen
 anordnen
-   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrĳven
+   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -50109,7 +49909,7 @@
 
 anpreisen
 anpreisen
-   lof toezwaaien; loven; prĳzen; roemen
+   lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
 
 _____
 
@@ -50137,7 +49937,6 @@
 anrufen
    aanroepen; oproepen; praaien
    opbellen; telefoneren
-   opbellen
    roepen
 
 _____
@@ -50151,25 +49950,25 @@
 anschaffen
 anschaffen
    uitreiken; verschaffen; verstrekken
-   bevoorraden; provianderen; spekken; stĳven; voorzien van
+   bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
 
 _____
 
 anschaulich
 anschaulich
-   duidelĳk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+   duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
 
 _____
 
 anschaulig
 anschaulig
-   apert; duidelĳk; evident; kennelĳk; klaarblĳkelĳk; uitgesproken
+   apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
 
 _____
 
 anscheinend
 anscheinend
-   in schĳn; naar het schĳnt; schĳnbaar; ogenschĳnlĳk
+   in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
 
 _____
 
@@ -50181,7 +49980,7 @@
 
 anschließen
 anschließen
-   bĳvoegen; toevoegen
+   bijvoegen; toevoegen
    berichten; mededelen; meedelen; voortzeggen
 
 _____
@@ -50245,7 +50044,6 @@
 anspruchslos
 anspruchslos
    bescheiden; discreet; ingetogen; teruggetrokken; zedig
-   bescheiden
 
 _____
 
@@ -50277,7 +50075,7 @@
 
 anstellen
 anstellen
-   aan de praat krĳgen; aanzetten; op gang brengen
+   aan de praat krijgen; aanzetten; op gang brengen
 
 _____
 
@@ -50295,8 +50093,7 @@
 
 anstoßend
 anstoßend
-   aangrenzend; aanliggend; dichtbĳgelegen; dichtbĳzĳnd
-   aangrenzend; aanliggend
+   aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
    aangrenzend; aanliggend; naburig
 
 _____
@@ -50309,7 +50106,7 @@
 
 anständig
 anständig
-   degelĳk; eerlĳk; eerzaam; fatsoenlĳk; net
+   degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
 
 _____
 
@@ -50383,15 +50180,15 @@
 
 anwachsen
 anwachsen
-   gedĳen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+   gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
 
 _____
 
 anweisen
 anweisen
-   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewĳzen
-   aanduiden; aangeven; aanwĳzen; uitduiden
-   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wĳzen; uitwĳzen
+   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
+   aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
 
 _____
 
@@ -50463,13 +50260,13 @@
 
 aparte
 aparte
-   bĳzonder; extra
+   bijzonder; extra
 
 _____
 
 apokryph
 apokryph
-   apocrief; twĳfelachtig
+   apocrief; twijfelachtig
 
 _____
 
@@ -50481,7 +50278,7 @@
 
 approbieren
 approbieren
-   beamen; billĳken; goedkeuren; toestemmen
+   beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
 
 _____
 
@@ -50505,29 +50302,29 @@
 
 arbeitsam
 arbeitsam
-   arbeidzaam; ĳverig; nĳver; vlĳtig; werkzaam
+   arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
 
 _____
 
 arg
 arg
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
-   boos; kwaad; toornig; nĳdig; verstoord; vertoornd
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
    bot; cru; grof; onbehouwen; onbewerkt; rauw; ruig; snauwerig
    grof; hardhandig; lomp; onkies; ruw
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
 
 _____
 
 argentinisch
 argentinisch
-   Argentĳns
+   Argentijns
 
 _____
 
 arglistig
 arglistig
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
    doortrapt; gewiekst; listig; slim; uitgeslapen
 
 _____
@@ -50570,7 +50367,7 @@
 
 arm
 arm
-   arm; armelĳk; armoedig
+   arm; armelijk; armoedig
    arm; beklagenswaardig; schamel
 
 _____
@@ -50607,7 +50404,7 @@
 
 artig
 artig
-   beleefd; galant; heus; hoffelĳk; welgemanierd; wellevend
+   beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
 
 _____
 
@@ -50637,7 +50434,7 @@
 
 assignieren
 assignieren
-   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewĳzen
+   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
 
 _____
 
@@ -50649,7 +50446,7 @@
 
 assistieren
 assistieren
-   assisteren; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
+   assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
 
 _____
 
@@ -50691,7 +50488,7 @@
 
 audauern
 audauern
-   doorbĳten; doorzetten; voet bĳ stuk houden; volharden; volhouden
+   doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
 
 _____
 
@@ -50781,13 +50578,13 @@
 
 aufgebracht sein
 aufgebracht sein
-   verontwaardigd zĳn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+   verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
 
 _____
 
 aufgehen
 aufgehen
-   opgaan; opkomen; opstaan; rĳzen; stĳgen; verrĳzen; wassen
+   opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
    opengaan; openvallen
 
 _____
@@ -50808,7 +50605,7 @@
 aufhalten
    afhouden; onthouden; onttrekken; weghouden
    vertragen
-   houden; bĳhouden; vasthouden
+   houden; bijhouden; vasthouden
 
 _____
 
@@ -50821,7 +50618,7 @@
 
 aufheitern
 aufheitern
-   opkikkeren; opmonteren; opvrolĳken
+   opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
 
 _____
 
@@ -50846,7 +50643,7 @@
 
 aufhören
 aufhören
-   aflaten; ophouden; stoppen; uitscheiden; wĳken
+   aflaten; ophouden; stoppen; uitscheiden; wijken
    langzamerhand ophouden
 
 _____
@@ -50982,7 +50779,7 @@
 
 aufschreiben
 aufschreiben
-   aantekenen; noteren; opschrĳven; teboekstellen
+   aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
 
 _____
 
@@ -50994,7 +50791,6 @@
 
 aufstehen
 aufstehen
-   gaan staan; opstaan
    gaan staan; opstaan; zich voordoen
 
 _____
@@ -51007,7 +50803,7 @@
 
 aufsuchen
 aufsuchen
-   snorren; uitkĳken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+   snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
 
 _____
 
@@ -51049,7 +50845,7 @@
 
 aufwiegen
 aufwiegen
-   lonen; waard zĳn
+   lonen; waard zijn
 
 _____
 
@@ -51068,7 +50864,7 @@
 
 aufzeichnen
 aufzeichnen
-   aantekenen; noteren; opschrĳven; teboekstellen
+   aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
 
 _____
 
@@ -51094,26 +50890,26 @@
 
 auf die weise
 auf die Weise
-   aldus; op die manier; op die wĳze; zo; zus
+   aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
 
 _____
 
 auf jede weise
 auf jede Weise
-   alleszins; op alle manieren; op alle wĳzen
+   alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
 
 _____
 
 auf keiner weise
 auf keiner Weise
-   geenszins; in geen geval; op geen enkele wĳze
+   geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
 
 _____
 
 augenscheinlich
 augenscheinlich
-   apert; duidelĳk; evident; kennelĳk; klaarblĳkelĳk; uitgesproken
-   zichtbaar; zienlĳk
+   apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+   zichtbaar; zienlijk
 
 _____
 
@@ -51195,9 +50991,9 @@
 ausdrücklich
 ausdrücklich
    snel; speciaal
-   duidelĳk; helder; klaar
+   duidelijk; helder; klaar
    bepaald; beslist; per se; strikt; volstrekt; vooral; zeker
-   in het bĳzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+   in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
 
 _____
 
@@ -51228,7 +51024,7 @@
 
 ausfallen
 ausfallen
-   aangrĳpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+   aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
    uitvallen
 
 _____
@@ -51247,13 +51043,13 @@
 
 ausführbar
 ausführbar
-   doenlĳk; haalbaar; uitvoerbaar
+   doenlijk; haalbaar; uitvoerbaar
 
 _____
 
 ausführen
 ausführen
-   bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlĳken
+   bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
    exporteren; uitvoeren
    nakomen; naleven; uitvoeren; verrichten; vervullen; voltrekken
 
@@ -51262,7 +51058,7 @@
 ausführlich
 ausführlich
    ampel; gedetailleerd; in het klein; omstandig; uitvoerig
-   rĳpelĳk
+   rijpelijk
 
 _____
 
@@ -51274,7 +51070,7 @@
 
 ausgedehnt
 ausgedehnt
-   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wĳd
+   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
 
 _____
 
@@ -51286,20 +51082,20 @@
 
 ausgehen
 ausgehen
-   uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstĳgen; uittreden
+   uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
 
 _____
 
 ausgelassen
 ausgelassen
-   oneerbaar; onkuis; ontuchtig; onzedelĳk
-   dartel; olĳk; ondeugend; schalks; schelms
+   oneerbaar; onkuis; ontuchtig; onzedelijk
+   dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
 
 _____
 
 ausgenommen
 ausgenommen
-   behalve; bĳ uitzondering; buiten; op ... na; uitgezonderd
+   behalve; bij uitzondering; buiten; op ... na; uitgezonderd
    behalve; buiten; ongerekend
 
 _____
@@ -51312,14 +51108,14 @@
 
 ausgezeichnet
 ausgezeichnet
-   excellent; kostelĳk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelĳk
+   excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
    karakteristiek; zich onderscheidend
 
 _____
 
 ausgiebig
 ausgiebig
-   gefortuneerd; rĳk; vermogend
+   gefortuneerd; rijk; vermogend
 
 _____
 
@@ -51345,8 +51141,8 @@
 aushalten
    dragen; naar buiten brengen; uithouden; verdragen
    doorstaan; dulden; harden; uithouden; uitstaan; verdragen
-   doorbĳten; doorzetten; voet bĳ stuk houden; volharden; volhouden
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
 
 _____
 
@@ -51433,13 +51229,13 @@
 
 ausmerzen
 ausmerzen
-   afslaan; afwĳzen; nee zeggen tegen; verwerpen; weigeren; wraken
+   afslaan; afwijzen; nee zeggen tegen; verwerpen; weigeren; wraken
 
 _____
 
 ausnahmsweise
 ausnahmsweise
-   bĳ uitzondering
+   bij uitzondering
 
 _____
 
@@ -51487,7 +51283,7 @@
 
 ausreichen
 ausreichen
-   toereiken; toereikend zĳn; voldoende zĳn; voldoen; volstaan
+   toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
 
 _____
 
@@ -51500,7 +51296,7 @@
 
 ausrichten
 ausrichten
-   bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlĳken
+   bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
 
 _____
 
@@ -51519,7 +51315,7 @@
 
 ausrücken
 ausrücken
-   uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstĳgen; uittreden
+   uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
 
 _____
 
@@ -51538,19 +51334,19 @@
 
 ausschalten
 ausschalten
-   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwĳderen; wegwerken
+   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
 
 _____
 
 ausschauen nach
 ausschauen nach
-   snorren; uitkĳken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+   snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
 
 _____
 
 ausschlagen
 ausschlagen
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
    kiemen; ontkiemen
 
 _____
@@ -51558,7 +51354,7 @@
 ausschließen
 ausschließen
    excommuniceren; in de ban doen
-   ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrĳven; uiten
+   ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
    uitzonderen
 
 _____
@@ -51572,19 +51368,19 @@
 ausschreiten
 ausschreiten
    naar buiten komen; optreden; stelling nemen; uitkomen
-   schrĳden
+   schrijden
 
 _____
 
 ausschweifend
 ausschweifend
-   liederlĳk; losbandig
+   liederlijk; losbandig
 
 _____
 
 ausschweifend leben
 ausschweifend leben
-   aan de rol zĳn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwĳnen
+   aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
 
 _____
 
@@ -51603,7 +51399,7 @@
 
 aussondern
 aussondern
-   ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrĳven; uiten
+   ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
 
 _____
 
@@ -51629,7 +51425,7 @@
 ausstatten
 ausstatten
    begiftigen; meegeven
-   bevoorraden; provianderen; spekken; stĳven; voorzien van
+   bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
 
 _____
 
@@ -51659,8 +51455,8 @@
 
 ausstoßen
 ausstoßen
-   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwĳderen; wegwerken
-   naar buiten jagen; uitdrĳven; uitjagen; uitwĳzen; verbannen
+   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
+   naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
    uitstoten; wegstoten
 
 _____
@@ -51722,7 +51518,7 @@
 
 austreiben
 austreiben
-   uitdrĳven; verdrĳven; verjagen; wegdrĳven; wegjagen
+   uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
 
 _____
 
@@ -51735,7 +51531,7 @@
 
 auswandern
 auswandern
-   emigreren; uittrekken; uitwĳken
+   emigreren; uittrekken; uitwijken
 
 _____
 
@@ -51747,7 +51543,7 @@
 
 ausweichen
 ausweichen
-   mĳden; ontwĳken; uit de weg gaan; vermĳden
+   mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
 
 _____
 
@@ -51759,7 +51555,7 @@
 
 ausweisen
 ausweisen
-   uitdrĳven; verdrĳven; verjagen; wegdrĳven; wegjagen
+   uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
 
 _____
 
@@ -51825,7 +51621,7 @@
 
 aus der mode sein
 aus der Mode sein
-   uit de mode zĳn
+   uit de mode zijn
 
 _____
 
@@ -51850,13 +51646,12 @@
 authentisch
 authentisch
    authentiek; echt; onvervalst; waar
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
 
 _____
 
 außer
 außer
-   buiten
    behalve; buiten; ongerekend
 
 _____
@@ -51864,7 +51659,7 @@
 außerdem
 außerdem
    overigens; trouwens; verder; voor de rest
-   bovendien; buitendien; daarbĳ
+   bovendien; buitendien; daarbij
    alsmede; daarenboven; op de koop toe; voorts
 
 _____
@@ -51877,8 +51672,8 @@
 
 außerordentlich
 außerordentlich
-   bĳzonder; buitengewoon
-   bĳzonder; danig; duchtig; geducht; schromelĳk
+   bijzonder; buitengewoon
+   bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
 
 _____
 
@@ -51909,7 +51704,6 @@
 
 backen
 backen
-   bakken
    bakken; fruiten
 
 _____
@@ -51935,7 +51729,6 @@
 baldig
 baldig
    alras; dra; gauw; haast; spoedig; weldra; welhaast
-   spoedig
 
 _____
 
@@ -51974,7 +51767,7 @@
 bannen
 bannen
    uitbannen; verbannen
-   naar buiten jagen; uitdrĳven; uitjagen; uitwĳzen; verbannen
+   naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
 
 _____
 
@@ -52079,7 +51872,7 @@
 
 beabsichtigen
 beabsichtigen
-   van plan zĳn; voorhebben; voornemens zĳn; zich voorstellen
+   van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
 
 _____
 
@@ -52097,7 +51890,7 @@
 
 beanstanden
 beanstanden
-   bestrĳden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+   bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
 
 _____
 
@@ -52116,7 +51909,7 @@
 beaufsichtigen
 beaufsichtigen
    inspecteren; inspectie houden; schouwen; visiteren
-   gadeslaan; observeren; toekĳken; toezien; waarnemen
+   gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
    oppassen; verzorgen
 
 _____
@@ -52136,20 +51929,20 @@
 
 bedauerlich
 bedauerlich
-   betreurenswaardig; spĳtig
-   helaas; jammer; jammer genoeg; tot mĳn spĳt
+   betreurenswaardig; spijtig
+   helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
 
 _____
 
 bedauern
 bedauern
-   bejammeren; betreuren; spĳt hebben van
+   bejammeren; betreuren; spijt hebben van
 
 _____
 
 bedauernswert
 bedauernswert
-   betreurenswaardig; spĳtig
+   betreurenswaardig; spijtig
 
 _____
 
@@ -52167,7 +51960,7 @@
 
 bedenklich
 bedenklich
-   twĳfelmoedig; twĳfelzuchtig
+   twijfelmoedig; twijfelzuchtig
 
 _____
 
@@ -52179,19 +51972,19 @@
 
 bedeutend
 bedeutend
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
 
 _____
 
 bedeutsam
 bedeutsam
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
 
 _____
 
 bedienen
 bedienen
-   dienen; bedienen; helpen; van dienst zĳn
+   dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
 
 _____
 
@@ -52216,7 +52009,7 @@
 
 bedünken
 bedünken
-   achten; geloven; van mening zĳn; vinden
+   achten; geloven; van mening zijn; vinden
 
 _____
 
@@ -52290,14 +52083,14 @@
 
 befallen
 befallen
-   aangrĳpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+   aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
 
 _____
 
 befehlen
 befehlen
    aanvoeren; bevelen; commanderen; het bevel voeren
-   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrĳven
+   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -52333,7 +52126,7 @@
 
 befinden
 befinden
-   achten; geloven; van mening zĳn; vinden
+   achten; geloven; van mening zijn; vinden
    vinden; bevinden; treffen; aantreffen
 
 _____
@@ -52346,7 +52139,7 @@
 
 beflissen
 beflissen
-   ĳverig; naarstig; nĳver; vlĳtig
+   ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
 
 _____
 
@@ -52366,7 +52159,7 @@
 
 befreien
 befreien
-   afhelpen; bevrĳden; loslaten; verlossen; vrĳlaten; vrĳmaken
+   afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
 
 _____
 
@@ -52378,7 +52171,7 @@
 
 befremdend
 befremdend
-   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlĳk
+   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
 
 _____
 
@@ -52416,7 +52209,7 @@
 
 befürchten
 befürchten
-   bang zĳn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+   bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
 
 _____
 
@@ -52449,7 +52242,6 @@
 
 beginnen
 beginnen
-   aanbinden; aanvangen; beginnen
    aanbreken; aanvangen; beginnen; ingaan
 
 _____
@@ -52474,13 +52266,13 @@
 
 begreifen
 begreifen
-   begrĳpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+   begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
 
 _____
 
 begreiflich
 begreiflich
-   begrĳpelĳk; bevattelĳk; duidelĳk; vanzelfsprekend
+   begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
 
 _____
 
@@ -52499,7 +52291,7 @@
 begründen
 begründen
    baseren; funderen; grondvesten; stichten; vestigen
-   aantonen; adstrueren; bewĳzen; staven; uitwĳzen; waarmaken
+   aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
 
 _____
 
@@ -52531,7 +52323,7 @@
 
 behaglich
 behaglich
-   aangenaam; behaaglĳk; genoeglĳk; heerlĳk; plezierig
+   aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
 
 _____
 
@@ -52539,7 +52331,6 @@
 behalten
    behouden; bergen; bewaren; conserveren; onderhouden; overhouden
    gedenken; onthouden; zich herinneren
-   onthouden
 
 _____
 
@@ -52553,7 +52344,7 @@
 
 beharren
 beharren
-   doorbĳten; doorzetten; voet bĳ stuk houden; volharden; volhouden
+   doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
 
 _____
 
@@ -52593,7 +52384,7 @@
 
 beherbergen
 beherbergen
-   gastvrĳheid verlenen aan
+   gastvrijheid verlenen aan
 
 _____
 
@@ -52643,8 +52434,8 @@
 
 bei
 bei
-   aan; bĳ; dichtbĳ; naast; nabĳ
-   aan; bĳ; ten huize van
+   aan; bij; dichtbij; naast; nabij
+   aan; bij; ten huize van
 
 _____
 
@@ -52662,46 +52453,46 @@
 
 beiderseitig
 beiderseitig
-   aan weerskanten; aan weerszĳden; bĳderzĳds
-   onderling; wederkerig; wederzĳds
+   aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
+   onderling; wederkerig; wederzijds
 
 _____
 
 beiderseits
 beiderseits
-   aan weerskanten; aan weerszĳden; bĳderzĳds
+   aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
 
 _____
 
 beifügen
 beifügen
-   bĳdoen; bĳmengen; bĳvoegen; toegeven; toevoegen
+   bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
    aanzetten; voordoen
 
 _____
 
 beiläufig
 beiläufig
-   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabĳheid
+   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
 
 _____
 
 beimessen
 beimessen
    aanrekenen; rekenen tot
-   toedichten; toekennen; toeschrĳven
+   toedichten; toekennen; toeschrijven
 
 _____
 
 beinahe
 beinahe
-   bĳna; bĳkans; haast; schier; vrĳwel; welhaast; zo goed als; zowat
+   bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
 
 _____
 
 beipflichten
 beipflichten
-   goedvinden; het eens zĳn; toegeven; toestemmen
+   goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
 
 _____
 
@@ -52713,13 +52504,13 @@
 
 beisammen
 beisammen
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
 
 _____
 
 beiseite
 beiseite
-   opzĳ; terzĳde
+   opzij; terzijde
 
 _____
 
@@ -52731,44 +52522,44 @@
 
 beispringen
 beispringen
-   baten; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
+   baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
 
 _____
 
 beistehen
 beistehen
-   assisteren; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
-   baten; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
+   assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+   baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
 
 _____
 
 beisteuern
 beisteuern
-   bĳdragen; contributie betalen
+   bijdragen; contributie betalen
 
 _____
 
 beistimmen
 beistimmen
-   goedvinden; het eens zĳn; toegeven; toestemmen
+   goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
 
 _____
 
 beizeiten
 beizeiten
-   bĳtĳds; op tĳd; tĳdig
+   bijtijds; op tijd; tijdig
 
 _____
 
 beißen
 beißen
-   beitsen; bĳten; happen; knauwen
+   beitsen; bijten; happen; knauwen
 
 _____
 
 bei bewußtsein sein
 bei Bewußtsein sein
-   beseffen; zich bewust zĳn; zich realiseren
+   beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
 
 _____
 
@@ -52818,7 +52609,7 @@
 
 bekommen
 bekommen
-   genieten; krĳgen; ontvangen; toucheren
+   genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
 
 _____
 
@@ -52905,14 +52696,14 @@
 
 belehren
 belehren
-   bĳbrengen; instrueren; leren; scholen
+   bijbrengen; instrueren; leren; scholen
 
 _____
 
 beleidigen
 beleidigen
    affronteren; beledigen; krenken
-   beledigen; grieven; krenken; verongelĳken
+   beledigen; grieven; krenken; verongelijken
 
 _____
 
@@ -52960,8 +52751,8 @@
 
 belustigen
 belustigen
-   amuseren; onderhouden; opvrolĳken; vermaken
-   opkikkeren; opmonteren; opvrolĳken
+   amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
+   opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
 
 _____
 
@@ -52987,7 +52778,7 @@
 bemerkbar
 bemerkbar
    merkbaar; bemerkbaar
-   zichtbaar; zienlĳk
+   zichtbaar; zienlijk
 
 _____
 
@@ -52999,7 +52790,7 @@
 
 bemitleiden
 bemitleiden
-   beklagen; medelĳden hebben; medelĳden hebben met
+   beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
 
 _____
 
@@ -53017,7 +52808,7 @@
 
 beneiden
 beneiden
-   benĳden; jaloers zĳn op; misgunnen
+   benijden; jaloers zijn op; misgunnen
 
 _____
 
@@ -53053,14 +52844,14 @@
 
 beobachten
 beobachten
-   gadeslaan; observeren; toekĳken; toezien; waarnemen
+   gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
 
 _____
 
 bequem
 bequem
-   comfortabel; gemakkelĳk; geriefelĳk; gerieflĳk; welbehaaglĳk
-   doelmatig; gemakkelĳk; geschikt; gepast; passend
+   comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
+   doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
 
 _____
 
@@ -53128,7 +52919,7 @@
 
 bereichern
 bereichern
-   rĳk maken; verrĳken
+   rijk maken; verrijken
 
 _____
 
@@ -53153,7 +52944,7 @@
 
 bereitwillig
 bereitwillig
-   attent; bereidwillig; toeschietelĳk
+   attent; bereidwillig; toeschietelijk
    gaarne; graag; met genoegen
 
 _____
@@ -53181,20 +52972,20 @@
 
 berichtigen
 berichtigen
-   bĳsturen; corrigeren; verbeteren
+   bijsturen; corrigeren; verbeteren
    regelen; reglementeren; reguleren; vereffenen
 
 _____
 
 berliner
 berliner
-   Berlĳns
+   Berlijns
 
 _____
 
 bersten
 bersten
-   barsten; scheuren; splĳten
+   barsten; scheuren; splijten
    barsten; breken; openbarsten; scheuren; springen; stukspringen
 
 _____
@@ -53214,7 +53005,6 @@
 beruhigen
 beruhigen
    bedaren; geruststellen; kalmeren
-   bedaren; kalmeren
 
 _____
 
@@ -53227,14 +53017,13 @@
 berühmt
 berühmt
    alom bekend; befaamd; beroemd; vermaard; welbekend
-   beroemd; glorierĳk; glorieus; roemrĳk; roemruchtig; roemvol
+   beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
 
 _____
 
 berühren
 berühren
-   aandoen; aangrĳpen
-   aandoen; aangrĳpen; bewegen; ontroeren; treffen
+   aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
    aankomen; raken; aanraken; beroeren; toucheren
 
 _____
@@ -53279,7 +53068,6 @@
 
 beschirmen
 beschirmen
-   behoeden; beschermen
    behoeden; beschermen; beschutten
 
 _____
@@ -53313,13 +53101,13 @@
 
 beschneiden
 beschneiden
-   besnĳden
+   besnijden
 
 _____
 
 beschreiben
 beschreiben
-   beschrĳven
+   beschrijven
 
 _____
 
@@ -53364,14 +53152,13 @@
 beschützen
 beschützen
    opkomen voor; verdedigen; verweren
-   behoeden; beschermen
    behoeden; beschermen; beschutten
 
 _____
 
 beseitigen
 beseitigen
-   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwĳderen; wegdoen
+   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
 
 _____
 
@@ -53403,7 +53190,7 @@
 besitzen
 besitzen
    hebben; erop nahouden
-   bezitten; erop nahouden; rĳk zĳn
+   bezitten; erop nahouden; rijk zijn
 
 _____
 
@@ -53415,17 +53202,17 @@
 
 besonder
 besonder
-   afgezonderd; afzonderlĳk; bĳzonder; los
+   afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
 
 _____
 
 besonders
 besonders
-   in het bĳzonder; inzonderheid; vooral
-   afzonderlĳk; apart; gescheiden; terzĳde; vaneen
+   in het bijzonder; inzonderheid; vooral
+   afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
    extra
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
-   in het bĳzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+   in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
 
 _____
 
@@ -53444,17 +53231,16 @@
 
 besorglich
 besorglich
-   gevaarlĳk; hachelĳk; link
-   zorgelĳk; zorgwekkend
+   gevaarlijk; hachelijk; link
+   zorgelijk; zorgwekkend
 
 _____
 
 besorgt
 besorgt
    bang; beducht; bezorgd; ongerust
-   ongerust
    zorgvuldig; zorgzaam
-   bekommerd; bezorgd; ongerust; zorgelĳk
+   bekommerd; bezorgd; ongerust; zorgelijk
 
 _____
 
@@ -53504,7 +53290,7 @@
 bestehen
    bestaan
    bestaan uit
-   doorbĳten; doorzetten; voet bĳ stuk houden; volharden; volhouden
+   doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
 
 _____
 
@@ -53516,7 +53302,7 @@
 
 besteigen
 besteigen
-   begaan; bestĳgen; opgaan
+   begaan; bestijgen; opgaan
 
 _____
 
@@ -53530,16 +53316,16 @@
 bestimmen
 bestimmen
    bestemmen; uittrekken
-   bepalen; definiëren; omschrĳven
+   bepalen; definiëren; omschrijven
 
 _____
 
 bestimmt
 bestimmt
    gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
    bepaald; definitief
-   duidelĳk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+   duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
    juist; minutieus; precies; scherp; secuur; stipt; zorgvuldig
 
 _____
@@ -53572,14 +53358,14 @@
 
 bestürtzt
 bestürtzt
-   bedremmeld; beduusd; beteuterd; verbĳsterd; verbouwereerd
+   bedremmeld; beduusd; beteuterd; verbijsterd; verbouwereerd
    ontdaan; onthutst; verbluft; verslagen; verstomd
 
 _____
 
 bestürzt machen
 bestürzt machen
-   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbĳsteren; verbluffen
+   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
 
 _____
 
@@ -53628,7 +53414,7 @@
 betrachten
 betrachten
    beschouwen; nagaan; overwegen; rekening houden met
-   gadeslaan; observeren; toekĳken; toezien; waarnemen
+   gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
    koekeloeren
 
 _____
@@ -53685,7 +53471,7 @@
 
 beträchtlich
 beträchtlich
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
 
 _____
 
@@ -53730,7 +53516,7 @@
 
 beurlauben
 beurlauben
-   toestemming geven om te vertrekken; vrĳaf geven
+   toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
 
 _____
 
@@ -53755,7 +53541,7 @@
 bevorstehen
 bevorstehen
    dreigen; bedreigen
-   nabĳ komen; naderbĳ komen; naderen; nader treden
+   nabij komen; naderbij komen; naderen; nader treden
 
 _____
 
@@ -53791,7 +53577,7 @@
 
 bewegen
 bewegen
-   aangrĳpen; bewegen; ontroeren
+   aangrijpen; bewegen; ontroeren
    bewegen; verroeren
    doen schudden; doen wankelen; verwikken; verwrikken
 
@@ -53805,14 +53591,14 @@
 
 bewegt
 bewegt
-   aandoenlĳk; aangedaan; geroerd; ontroerd
+   aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
 
 _____
 
 beweisen
 beweisen
    argumenteren; betogen; vertogen
-   aantonen; adstrueren; bewĳzen; staven; uitwĳzen; waarmaken
+   aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
 
 _____
 
@@ -53842,7 +53628,7 @@
 
 bewirten
 bewirten
-   onthalen; trakteren; vergasten; vrĳhouden
+   onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
 
 _____
 
@@ -53866,7 +53652,7 @@
 
 bewältigen
 bewältigen
-   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbĳstreven
+   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
    bevangen; overwinnen; verslaan; zegevieren
 
 _____
@@ -53910,8 +53696,8 @@
 
 bezweifeln
 bezweifeln
-   dubben; in dubio staan; twĳfelen
-   betwĳfelen
+   dubben; in dubio staan; twijfelen
+   betwijfelen
 
 _____
 
@@ -53937,7 +53723,7 @@
 
 bieder
 bieder
-   degelĳk; eerlĳk; eerzaam; fatsoenlĳk; net
+   degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
    loyaal; trouw; getrouw; trouwhartig
    eenvoudig; naïef; ongekunsteld
 
@@ -53945,12 +53731,11 @@
 
 biegen
 biegen
-   buigen; doorbuigen; ombuigen
    buigen; doorbuigen; ombuigen; zich krommen; zich buigen
    buigen; bukken; zich bukken
    buigen; krombuigen; krommen; verbuigen
    buigen; doorbuigen; trekken; kromtrekken; zich krommen
-   buigen; een buiging maken; nĳgen
+   buigen; een buiging maken; nijgen
 
 _____
 
@@ -53970,20 +53755,20 @@
 
 bildlich
 bildlich
-   figuurlĳk; overdrachtelĳk
+   figuurlijk; overdrachtelijk
 
 _____
 
 billig
 billig
-   billĳk; fair; rechtvaardig
+   billijk; fair; rechtvaardig
    goedkoop
 
 _____
 
 billigen
 billigen
-   beamen; billĳken; goedkeuren; toestemmen
+   beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
 
 _____
 
@@ -54040,7 +53825,7 @@
 blank
 blank
    briljant; glanzend; lumineus; schitterend
-   helder; proper; rein; schoon; zindelĳk
+   helder; proper; rein; schoon; zindelijk
 
 _____
 
@@ -54070,7 +53855,7 @@
 
 bleiben
 bleiben
-   blĳven; overblĳven; resten; resteren; toeven; verblĳven
+   blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
 
 _____
 
@@ -54112,7 +53897,7 @@
 
 blinken
 blinken
-   blinken; glanzen; schĳnen; schitteren
+   blinken; glanzen; schijnen; schitteren
 
 _____
 
@@ -54205,13 +53990,12 @@
 borgen
 borgen
    lenen; uitlenen; voorschieten
-   lenen
 
 _____
 
 boshaft
 boshaft
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
 
 _____
 
@@ -54255,7 +54039,6 @@
 braten
    bakken; fruiten
    braden; branden; roosteren
-   braden
 
 _____
 
@@ -54274,7 +54057,7 @@
 
 brausen
 brausen
-   borrelen; koken; op het kookpunt zĳn; zieden
+   borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
    aangaan; denderen; rommelen; rumoeren; te keer gaan
    brullen; bulderen; daveren; loeien
 
@@ -54282,7 +54065,7 @@
 
 brav
 brav
-   braaf; dapper; eerlĳk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelĳk
+   braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
    bravo; goed zo
 
 _____
@@ -54296,7 +54079,7 @@
 
 breit
 breit
-   breed; wĳd
+   breed; wijd
    ruim
 
 _____
@@ -54310,7 +54093,7 @@
 brennen
 brennen
    blaken; gloeien; in gloed staan
-   aan zĳn; branden
+   aan zijn; branden
 
 _____
 
@@ -54352,13 +54135,13 @@
 
 brummig
 brummig
-   bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelĳk; stuurs; zuur
+   bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
 
 _____
 
 brutal
 brutal
-   beestachtig; bruut; dierlĳk; ruw
+   beestachtig; bruut; dierlijk; ruw
 
 _____
 
@@ -54420,7 +54203,7 @@
 
 buchen
 buchen
-   boeken; bĳboeken; inschrĳven; registreren
+   boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
 
 _____
 
@@ -54432,8 +54215,7 @@
 
 buchstäblich
 buchstäblich
-   letterlĳk
-   letterlĳk; naar de letter
+   letterlijk; naar de letter
 
 _____
 
@@ -54451,7 +54233,7 @@
 
 bunt
 bunt
-   bont; kleurig; kleurrĳk; veelkleurig
+   bont; kleurig; kleurrijk; veelkleurig
 
 _____
 
@@ -54469,7 +54251,7 @@
 
 byzantinisch
 byzantinisch
-   Byzantĳns
+   Byzantijns
 
 _____
 
@@ -54493,20 +54275,20 @@
 
 böse
 böse
-   boos; kwaad; toornig; nĳdig; verstoord; vertoornd
-   beroerd; kwaad; kwalĳk; slecht; verkeerd
+   boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
+   beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
 
 _____
 
 bügeln
 bügeln
-   strĳken; gladstrĳken
+   strijken; gladstrijken
 
 _____
 
 bündig
 bündig
-   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelĳk
+   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
    juist; minutieus; precies; scherp; secuur; stipt; zorgvuldig
    exact; juist; precies; scherp; vlak
 
@@ -54520,8 +54302,7 @@
 
 bürgerlich
 bürgerlich
-   burgerlĳk
-   burgerlĳk; civiel
+   burgerlijk; civiel
 
 _____
 
@@ -54563,16 +54344,15 @@
 
 da
 da
-   hier; hierzo; kĳk; ziedaar; ziehier; ziezo
+   hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
    aangezien; daar; doordat; omdat
-   aangezien; daar; omdat; vermits
-   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wĳl
+   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
 
 _____
 
 dabei
 dabei
-   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabĳheid
+   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
    daarmee; daarmede; met dat
 
 _____
@@ -54592,14 +54372,13 @@
 
 dafür halten
 dafür halten
-   achten; geloven; van mening zĳn; vinden
+   achten; geloven; van mening zijn; vinden
 
 _____
 
 dagegen
 dagegen
    daarentegen; ertegenover; integendeel
-   integendeel
    doch; maar
 
 _____
@@ -54619,7 +54398,7 @@
 
 dahin
 dahin
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
    daarheen
 
 _____
@@ -54632,13 +54411,13 @@
 
 damals
 damals
-   dan; destĳds; toen; toenmaals; toentertĳd
+   dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
 
 _____
 
 damit
 damit
-   daarbĳ
+   daarbij
    opdat
 
 _____
@@ -54646,25 +54425,25 @@
 danach
 danach
    daarop; vervolgens
-   dan; destĳds; toen; toenmaals; toentertĳd
+   dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
 
 _____
 
 daneben
 daneben
-   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabĳheid
+   daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
 
 _____
 
 dank
 dank
-   dank zĳ
+   dank zij
 
 _____
 
 dankbar
 dankbar
-   dankbaar; erkentelĳk
+   dankbaar; erkentelijk
    dankbaar
 
 _____
@@ -54684,13 +54463,13 @@
 dann
 dann
    achteraf; daarna; dan; naderhand; vervolgens
-   dan; destĳds; toen; toenmaals; toentertĳd
+   dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
 
 _____
 
 dann und wann
 dann und wann
-   af en toe; bĳ tĳd en wĳlen; bĳ wĳlen; nu en dan; van tĳd tot tĳd
+   af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
 
 _____
 
@@ -54703,13 +54482,12 @@
 darin
 darin
    daarin; erin
-   daarin
 
 _____
 
 darlegen
 darlegen
-   beduiden; duidelĳk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+   beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
 
 _____
 
@@ -54772,13 +54550,13 @@
 
 das meine
 das meine
-   de mĳne; het mĳne
+   de mijne; het mijne
 
 _____
 
 das seine
 das seine
-   de zĳne; het zĳne
+   de zijne; het zijne
 
 _____
 
@@ -54790,7 +54568,7 @@
 
 dauern
 dauern
-   aanhouden; beklĳven; duren; standhouden; voortduren
+   aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
 
 _____
 
@@ -54808,7 +54586,7 @@
 
 dazwischentreten
 dazwischentreten
-   ingrĳpen; interveniëren; tussenbeide komen
+   ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
 
 _____
 
@@ -54833,7 +54611,7 @@
 
 dechiffrieren
 dechiffrieren
-   ontcĳferen; ontraadselen
+   ontcijferen; ontraadselen
 
 _____
 
@@ -54857,13 +54635,13 @@
 
 definieren
 definieren
-   bepalen; definiëren; omschrĳven
+   bepalen; definiëren; omschrijven
 
 _____
 
 definitiv
 definitiv
-   definitief; onherroepelĳk; vast
+   definitief; onherroepelijk; vast
 
 _____
 
@@ -54900,7 +54678,7 @@
 
 deinerseits
 deinerseits
-   uwerzĳds
+   uwerzijds
 
 _____
 
@@ -54936,7 +54714,7 @@
 
 dekretieren
 dekretieren
-   decreteren; verordenen; voorschrĳven
+   decreteren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -54948,14 +54726,14 @@
 
 delikat
 delikat
-   fĳn; lekker; smakelĳk; van goede smaak getuigend
-   delicaat; fĳn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+   fijn; lekker; smakelijk; van goede smaak getuigend
+   delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
 
 _____
 
 delirieren
 delirieren
-   ĳlen; kolderen; malen; raaskallen
+   ijlen; kolderen; malen; raaskallen
 
 _____
 
@@ -54973,7 +54751,7 @@
 
 dem anschein nach
 dem Anschein nach
-   in schĳn; naar het schĳnt; schĳnbaar; ogenschĳnlĳk
+   in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
 
 _____
 
@@ -54985,7 +54763,7 @@
 
 denn
 denn
-   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wĳl
+   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
 
 _____
 
@@ -55009,7 +54787,7 @@
 
 den hof machen
 den Hof machen
-   het hof maken; scharrelen; vrĳen
+   het hof maken; scharrelen; vrijen
 
 _____
 
@@ -55058,19 +54836,19 @@
 
 derartige
 derartige
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
 derartiger
 derartiger
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
 derartiges
 derartiges
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
@@ -55108,13 +54886,13 @@
 
 der meine
 der meine
-   de mĳne; het mĳne
+   de mijne; het mijne
 
 _____
 
 der seine
 der seine
-   de zĳne; het zĳne
+   de zijne; het zijne
 
 _____
 
@@ -55176,7 +54954,7 @@
 
 deutlich
 deutlich
-   duidelĳk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+   duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
 
 _____
 
@@ -55212,13 +54990,13 @@
 
 dichten
 dichten
-   verzen maken; versen schrĳven
+   verzen maken; versen schrijven
 
 _____
 
 dick
 dick
-   dik; lĳvig
+   dik; lijvig
 
 _____
 
@@ -55227,14 +55005,14 @@
    de; het; 't
    't; de; het
    die
-   'r; d'r; haar; ze; zĳ
+   'r; d'r; haar; ze; zij
 
 _____
 
 dienen
 dienen
-   dienen; bedienen; helpen; van dienst zĳn
-   baten; helpen; van nut zĳn
+   dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
+   baten; helpen; van nut zijn
 
 _____
 
@@ -55271,7 +55049,7 @@
 
 die absicht haben
 die Absicht haben
-   van plan zĳn; voorhebben; voornemens zĳn; zich voorstellen
+   van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
 
 _____
 
@@ -55301,7 +55079,7 @@
 
 die türkei
 die Türkei
-   Turkĳe
+   Turkije
 
 _____
 
@@ -55319,13 +55097,13 @@
 
 die meine
 die meine
-   de mĳne; het mĳne
+   de mijne; het mijne
 
 _____
 
 die seine
 die seine
-   de zĳne; het zĳne
+   de zijne; het zijne
 
 _____
 
@@ -55399,14 +55177,13 @@
 
 disputieren
 disputieren
-   disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strĳden
+   disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
 
 _____
 
 divergieren
 divergieren
    divergeren; uiteenlopen
-   divergeren
 
 _____
 
@@ -55504,7 +55281,7 @@
 
 draußen
 draußen
-   buiten; daarbuiten; uiterlĳk
+   buiten; daarbuiten; uiterlijk
 
 _____
 
@@ -55516,8 +55293,7 @@
 
 drehen
 drehen
-   twĳnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
-   draaien
+   twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
    draaien; keren; omdraaien; ronddraaien; wenden; wentelen; zwenken
 
 _____
@@ -55595,7 +55371,7 @@
 drängen
 drängen
    aandringen
-   dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zĳn
+   dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
 
 _____
 
@@ -55619,7 +55395,7 @@
 
 du
 du
-   je; jĳ; ge; gĳ
+   je; jij; ge; gij
 
 _____
 
@@ -55637,8 +55413,8 @@
 
 dulden
 dulden
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
-   aanzien; dulden; lĳden; toelaten; tolereren; velen; verdragen
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   aanzien; dulden; lijden; toelaten; tolereren; velen; verdragen
 
 _____
 
@@ -55712,13 +55488,13 @@
 
 durchscheinend
 durchscheinend
-   doorschĳnend
+   doorschijnend
 
 _____
 
 durchseihen
 durchseihen
-   filteren; filtreren; zĳgen
+   filteren; filtreren; zijgen
 
 _____
 
@@ -55773,7 +55549,6 @@
 
 dürfen
 dürfen
-   mogen
    kunnen
    het recht hebben; mogen
 
@@ -55794,7 +55569,7 @@
 
 eben
 eben
-   effen; gelĳk; vlak
+   effen; gelijk; vlak
    juist; net; pas; straks; zoëven; zojuist
 
 _____
@@ -55833,14 +55608,14 @@
 
 ebnen
 ebnen
-   effenen; gelĳkmaken; slechten
+   effenen; gelijkmaken; slechten
 
 _____
 
 echt
 echt
    authentiek; echt; onvervalst; waar
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
 
 _____
 
@@ -55858,13 +55633,13 @@
 
 effektiv
 effektiv
-   effectief; werkelĳk; daadwerkelĳk
+   effectief; werkelijk; daadwerkelijk
 
 _____
 
 egal
 egal
-   eender; egaal; gelĳk; gelĳkmatig
+   eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
 
 _____
 
@@ -55944,7 +55719,7 @@
 
 ehrlich
 ehrlich
-   degelĳk; eerlĳk; eerzaam; fatsoenlĳk; net
+   degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
 
 _____
 
@@ -55956,13 +55731,13 @@
 
 eifersüchtig
 eifersüchtig
-   jaloers; naĳverig
+   jaloers; naijverig
 
 _____
 
 eifrig
 eifrig
-   ambitieus; ĳverig; noest; volĳverig; vurig
+   ambitieus; ijverig; noest; volijverig; vurig
 
 _____
 
@@ -55980,27 +55755,27 @@
 
 eigens
 eigens
-   afzonderlĳk; apart; gescheiden; terzĳde; vaneen
+   afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
    snel; speciaal
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
 
 _____
 
 eigensinnig
 eigensinnig
-   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stĳfhoofdig; verbeten; verstokt
+   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
 
 _____
 
 eigentlich
 eigentlich
-   eigenlĳk
+   eigenlijk
 
 _____
 
 eigentümlich
 eigentümlich
-   apart; oorspronkelĳk; origineel
+   apart; oorspronkelijk; origineel
 
 _____
 
@@ -56089,7 +55864,7 @@
 
 einerseits
 einerseits
-   enerzĳds; enkelzĳdig
+   enerzijds; enkelzijdig
 
 _____
 
@@ -56108,7 +55883,7 @@
 
 einfahren
 einfahren
-   binnenrĳden; inrĳden
+   binnenrijden; inrijden
 
 _____
 
@@ -56147,7 +55922,7 @@
 
 einförmig
 einförmig
-   eenvormig; gelĳkvormig; uniform
+   eenvormig; gelijkvormig; uniform
 
 _____
 
@@ -56173,8 +55948,8 @@
 
 eingehend
 eingehend
-   rĳpelĳk
-   grondig; ingrĳpend; radicaal; vergaand
+   rijpelijk
+   grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
    diepgaand; grondig
 
 _____
@@ -56245,7 +56020,7 @@
 
 einigermaßen
 einigermaßen
-   op de een of andere manier; op een of andere wĳze
+   op de een of andere manier; op een of andere wijze
 
 _____
 
@@ -56282,7 +56057,7 @@
 
 einlegen
 einlegen
-   inleggen; inmaken; konfĳten
+   inleggen; inmaken; konfijten
 
 _____
 
@@ -56294,13 +56069,13 @@
 
 einleuchten
 einleuchten
-   beduiden; duidelĳk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+   beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
 
 _____
 
 einmachen
 einmachen
-   inleggen; inmaken; konfĳten
+   inleggen; inmaken; konfijten
 
 _____
 
@@ -56339,7 +56114,7 @@
 
 einrahmen
 einrahmen
-   inlĳsten; in een lĳst zetten; vatten
+   inlijsten; in een lijst zetten; vatten
 
 _____
 
@@ -56359,7 +56134,7 @@
 
 einreißen
 einreißen
-   rĳten; scheuren
+   rijten; scheuren
    scheuren; springen; uitscheuren
 
 _____
@@ -56368,7 +56143,7 @@
 einrichten
    aanrichten; arrangeren; ordenen; regelen; terechtbrengen
    aanleggen; fitten; installeren
-   regelen; organiseren; uitschrĳven
+   regelen; organiseren; uitschrijven
 
 _____
 
@@ -56474,13 +56249,13 @@
 
 einschreiben
 einschreiben
-   boeken; bĳboeken; inschrĳven; registreren
+   boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
 
 _____
 
 einschreiten
 einschreiten
-   ingrĳpen; interveniëren; tussenbeide komen
+   ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
 
 _____
 
@@ -56504,7 +56279,7 @@
 
 einseitig
 einseitig
-   eenzĳdig
+   eenzijdig
 
 _____
 
@@ -56523,7 +56298,7 @@
 
 einsichtsvoll
 einsichtsvoll
-   bevattelĳk; intelligent; knap; snugger
+   bevattelijk; intelligent; knap; snugger
 
 _____
 
@@ -56607,7 +56382,7 @@
 eintragen
 eintragen
    aandragen; bezorgen; brengen; aanbrengen
-   boeken; bĳboeken; inschrĳven; registreren
+   boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
 
 _____
 
@@ -56638,7 +56413,7 @@
 
 einverleiben
 einverleiben
-   annexeren; inlĳven; iets bĳkomstigs toevoegen
+   annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
 
 _____
 
@@ -56658,7 +56433,7 @@
 
 einwilligen
 einwilligen
-   goedvinden; het eens zĳn; toegeven; toestemmen
+   goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
 
 _____
 
@@ -56677,7 +56452,7 @@
 
 einzeln
 einzeln
-   afgezonderd; afzonderlĳk; bĳzonder; los
+   afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
    ampel; gedetailleerd; in het klein; omstandig; uitvoerig
 
 _____
@@ -56686,7 +56461,7 @@
 einzig
    alleen; enig; louter; verlaten
    enig; uniek
-   afzonderlĳk; alleen; eenzaam
+   afzonderlijk; alleen; eenzaam
 
 _____
 
@@ -56704,13 +56479,13 @@
 
 ein anschlag ausführen
 ein Anschlag ausführen
-   aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrĳpen aan
+   aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
 
 _____
 
 ein attentat ausführen
 ein Attentat ausführen
-   aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrĳpen aan
+   aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
 
 _____
 
@@ -56722,7 +56497,7 @@
 
 ein bischen
 ein bischen
-   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelĳk; wat
+   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
 
 _____
 
@@ -56740,31 +56515,31 @@
 
 ein wenig
 ein wenig
-   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelĳk; wat
+   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
 
 _____
 
 eisenhaltig
 eisenhaltig
-   ĳzerhoudend
+   ijzerhoudend
 
 _____
 
 eisig
 eisig
-   ĳs‐; ĳskoud; ĳzig
+   ijs‐; ijskoud; ijzig
 
 _____
 
 eiskalt
 eiskalt
-   ĳskoud; ĳzig; steenkoud
+   ijskoud; ijzig; steenkoud
 
 _____
 
 eitel
 eitel
-   ĳdel; nietig; onbelangrĳk
+   ijdel; nietig; onbelangrijk
 
 _____
 
@@ -56795,7 +56570,7 @@
 
 elegant
 elegant
-   bevallig; elegant; net; piekfĳn; zwierig
+   bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
 
 _____
 
@@ -56819,7 +56594,7 @@
 
 eliminieren
 eliminieren
-   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwĳderen; wegwerken
+   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
 
 _____
 
@@ -56844,7 +56619,7 @@
 empfangen
 empfangen
    aannemen; aanvaarden; accepteren; erkennen; ontvangen
-   genieten; krĳgen; ontvangen; toucheren
+   genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
 
 _____
 
@@ -56874,7 +56649,7 @@
 
 empfänglich
 empfänglich
-   gevoelig; ontvankelĳk; receptief
+   gevoelig; ontvankelijk; receptief
 
 _____
 
@@ -56886,7 +56661,7 @@
 
 emsig
 emsig
-   ĳverig; naarstig; nĳver; vlĳtig
+   ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
 
 _____
 
@@ -56899,7 +56674,7 @@
 
 endgültig
 endgültig
-   definitief; onherroepelĳk; vast
+   definitief; onherroepelijk; vast
 
 _____
 
@@ -56912,14 +56687,13 @@
 
 endlich
 endlich
-   eindelĳk; per saldo; ten slotte
-   eindelĳk
+   eindelijk; per saldo; ten slotte
 
 _____
 
 endlos
 endlos
-   altĳddurend; eindeloos; oneindig
+   altijddurend; eindeloos; oneindig
 
 _____
 
@@ -57029,14 +56803,14 @@
 
 entfernen
 entfernen
-   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwĳderen; wegdoen
+   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
 
 _____
 
 entfernt
 entfernt
-   ver; verwĳderd; ververwĳderd
-   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwĳderd; ververwĳderd
+   ver; verwijderd; ververwijderd
+   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
 
 _____
 
@@ -57074,14 +56848,13 @@
 
 entgegen
 entgegen
-   mĳden; ontwĳken; uit de weg gaan; vermĳden
+   mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
 
 _____
 
 entgegengesetzt
 entgegengesetzt
    daarentegen; ertegenover; integendeel
-   integendeel
 
 _____
 
@@ -57126,7 +56899,7 @@
 
 entheiligen
 entheiligen
-   ontheiligen; ontwĳden; profaneren; schenden; verontheiligen
+   ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
 
 _____
 
@@ -57182,7 +56955,7 @@
 
 entledigen
 entledigen
-   afhelpen; bevrĳden; loslaten; verlossen; vrĳlaten; vrĳmaken
+   afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
 
 _____
 
@@ -57194,7 +56967,7 @@
 
 entlegen
 entlegen
-   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwĳderd; ververwĳderd
+   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
 
 _____
 
@@ -57207,13 +56980,13 @@
 entlocken
 entlocken
    ontfutselen
-   ontlokken; tappen; trekken; te voorschĳn trekken; uithalen
+   ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
 
 _____
 
 entmannen
 entmannen
-   castreren; ontmannen; snĳden
+   castreren; ontmannen; snijden
 
 _____
 
@@ -57261,7 +57034,7 @@
 
 entrüstet sein
 entrüstet sein
-   verontwaardigd zĳn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+   verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
 
 _____
 
@@ -57312,7 +57085,7 @@
 
 entschwinden
 entschwinden
-   'm smeren; verdwĳnen; wĳken
+   'm smeren; verdwijnen; wijken
 
 _____
 
@@ -57343,7 +57116,7 @@
 
 entsetzlich
 entsetzlich
-   ĳselĳk; schrikaanjagend; verschrikkelĳk; vervaarlĳk; vreselĳk
+   ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
 
 _____
 
@@ -57361,28 +57134,28 @@
 
 entsprechen
 entsprechen
-   evenaren; gelĳk zĳn aan
+   evenaren; gelijk zijn aan
    corresponderen
 
 _____
 
 entsprechend
 entsprechend
-   adequaat; bĳbehorend
-   adequaat; overeenstemmend; passend; bĳpassend
+   adequaat; bijbehorend
+   adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
 
 _____
 
 entspringen
 entspringen
-   afstammen; het gevolg zĳn van; ontspruiten; voortkomen
+   afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
    wegspringen
 
 _____
 
 entstehen
 entstehen
-   afstammen; het gevolg zĳn van; ontspruiten; voortkomen
+   afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
    ontstaan; opkomen; worden
    geboren worden; ontluiken; spruiten
 
@@ -57420,14 +57193,14 @@
 
 entweichen
 entweichen
-   mĳden; ontwĳken; uit de weg gaan; vermĳden
+   mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
 
 _____
 
 entweihen
 entweihen
    te schande maken; schandvlekken
-   ontheiligen; ontwĳden; profaneren; schenden; verontheiligen
+   ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
 
 _____
 
@@ -57479,14 +57252,14 @@
 
 entziehen
 entziehen
-   ontlokken; tappen; trekken; te voorschĳn trekken; uithalen
+   ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
    afnemen; afpakken; weghalen; wegnemen
 
 _____
 
 entziffern
 entziffern
-   ontcĳferen; ontraadselen
+   ontcijferen; ontraadselen
 
 _____
 
@@ -57504,7 +57277,7 @@
 
 entzückend
 entzückend
-   beeldig; betoverend; heerlĳk; verrukkelĳk
+   beeldig; betoverend; heerlijk; verrukkelijk
 
 _____
 
@@ -57529,7 +57302,7 @@
 
 ephemär
 ephemär
-   kortstondig; vergankelĳk; voorbĳgaand
+   kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
 
 _____
 
@@ -57541,14 +57314,14 @@
 
 er
 er
-   'ie; 'm; hem; hĳ
+   'ie; 'm; hem; hij
 
 _____
 
 erachten
 erachten
    calculeren; rekenen; berekenen; tellen; uitrekenen
-   achten; geloven; van mening zĳn; vinden
+   achten; geloven; van mening zijn; vinden
    vinden; bevinden; treffen; aantreffen
 
 _____
@@ -57574,8 +57347,8 @@
 
 erbeuten
 erbeuten
-   buit maken; behalen; verkrĳgen; verwerven
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
 
 _____
 
@@ -57593,7 +57366,7 @@
 
 erblicken
 erblicken
-   bespeuren; in de smiezen krĳgen; in het oog krĳgen; ontwaren
+   bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
 
 _____
 
@@ -57605,7 +57378,7 @@
 
 erbärmlich
 erbärmlich
-   beklagenswaardig; erbarmelĳk; zielig
+   beklagenswaardig; erbarmelijk; zielig
    belabberd; ellendig; miserabel; schamel; schunnig; stumperig
 
 _____
@@ -57636,7 +57409,7 @@
 
 erdulden
 erdulden
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
 
 _____
 
@@ -57649,7 +57422,7 @@
 
 erfassen
 erfassen
-   begrĳpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+   begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
 
 _____
 
@@ -57662,13 +57435,13 @@
 
 erforderlich
 erforderlich
-   nodig; benodigd; noodzakelĳk
+   nodig; benodigd; noodzakelijk
 
 _____
 
 erfordern
 erfordern
-   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrĳven; vorderen
+   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
 
 _____
 
@@ -57680,7 +57453,7 @@
 
 erfreuen
 erfreuen
-   verblĳden; verheugen
+   verblijden; verheugen
 
 _____
 
@@ -57705,8 +57478,8 @@
 
 ergeben
 ergeben
-   aanhankelĳk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
-   aanhankelĳk; opofferingsgezind
+   aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+   aanhankelijk; opofferingsgezind
 
 _____
 
@@ -57719,23 +57492,23 @@
 
 ergrauen
 ergrauen
-   grĳs worden; grĳzen; vergrĳzen
+   grijs worden; grijzen; vergrijzen
 
 _____
 
 ergreifen
 ergreifen
-   bemachtigen; grĳpen; aangrĳpen; vastgrĳpen
-   beetpakken; grĳpen
+   bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
+   beetpakken; grijpen
    uitlichten; uitnemen; wegnemen
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
-   aandoen; aangrĳpen; bewegen; ontroeren; treffen
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
 
 _____
 
 ergreifend
 ergreifend
-   aangrĳpend; emotioneel; roerend; ontroerend
+   aangrijpend; emotioneel; roerend; ontroerend
    zielroerend
 
 _____
@@ -57748,7 +57521,7 @@
 
 ergötzen
 ergötzen
-   amuseren; onderhouden; opvrolĳken; vermaken
+   amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
 
 _____
 
@@ -57763,27 +57536,27 @@
 erhalten
 erhalten
    behouden; bergen; bewaren; conserveren; onderhouden; overhouden
-   genieten; krĳgen; ontvangen; toucheren
+   genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
 
 _____
 
 erheben
 erheben
    stichten
-   verheerlĳken
+   verheerlijken
    beuren; heffen; ophalen; oprichten; tillen; verheffen
 
 _____
 
 erheblich
 erheblich
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
 
 _____
 
 erheischen
 erheischen
-   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrĳven; vorderen
+   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
 
 _____
 
@@ -57814,13 +57587,13 @@
 
 erhärten
 erhärten
-   aantonen; adstrueren; bewĳzen; staven; uitwĳzen; waarmaken
+   aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
 
 _____
 
 erhöhen
 erhöhen
-   opdrĳven; ophogen; verheffen; verhogen
+   opdrijven; ophogen; verheffen; verhogen
 
 _____
 
@@ -57856,7 +57629,7 @@
 
 erklären
 erklären
-   beduiden; duidelĳk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+   beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
 
 _____
 
@@ -57868,7 +57641,7 @@
 
 erlangen
 erlangen
-   buit maken; behalen; verkrĳgen; verwerven
+   buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
    bereiken; behalen; inhalen; reiken tot; treffen
 
 _____
@@ -57888,26 +57661,26 @@
 erledigen
 erledigen
    afmaken; afsluiten; beëindigen; besluiten; uitmaken; voleindigen
-   afhelpen; bevrĳden; loslaten; verlossen; vrĳlaten; vrĳmaken
+   afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
 
 _____
 
 erleichtern
 erleichtern
-   verlichten; vergemakkelĳken
+   verlichten; vergemakkelijken
    verlichten
 
 _____
 
 erleiden
 erleiden
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
 
 _____
 
 erlernen
 erlernen
-   meester worden; onder de knie krĳgen
+   meester worden; onder de knie krijgen
 
 _____
 
@@ -57919,13 +57692,13 @@
 
 erläutern
 erläutern
-   beduiden; duidelĳk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+   beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
 
 _____
 
 erläßlich
 erläßlich
-   vergeeflĳk
+   vergeeflijk
 
 _____
 
@@ -57943,13 +57716,13 @@
 
 ermangeln
 ermangeln
-   absent zĳn; afwezig zĳn; schelen
+   absent zijn; afwezig zijn; schelen
 
 _____
 
 ermannen
 ermannen
-   aanmoedigen; bemoedigen; stĳven
+   aanmoedigen; bemoedigen; stijven
 
 _____
 
@@ -57980,7 +57753,7 @@
 ermutigen
 ermutigen
    aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
-   aanmoedigen; bemoedigen; stĳven
+   aanmoedigen; bemoedigen; stijven
 
 _____
 
@@ -57999,7 +57772,7 @@
 
 ermöglichen
 ermöglichen
-   in staat stellen; mogelĳk maken
+   in staat stellen; mogelijk maken
 
 _____
 
@@ -58031,7 +57804,7 @@
 
 ernst
 ernst
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
    bona fide; ernstig; serieus; stemmig
 
 _____
@@ -58088,7 +57861,7 @@
 erregen
 erregen
    aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
-   aandoen; aangrĳpen; bewegen; ontroeren; treffen
+   aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
    bewegen; verroeren
 
 _____
@@ -58107,7 +57880,7 @@
 
 erringen
 erringen
-   buit maken; behalen; verkrĳgen; verwerven
+   buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
    behalen; verdienen; winnen
 
 _____
@@ -58144,7 +57917,7 @@
 
 erscheinen
 erscheinen
-   opdagen; opdraven; te voorschĳn komen; uitkomen; verschĳnen
+   opdagen; opdraven; te voorschijn komen; uitkomen; verschijnen
 
 _____
 
@@ -58178,14 +57951,14 @@
 
 erschweren
 erschweren
-   bemoeilĳken
+   bemoeilijken
 
 _____
 
 erschüttern
 erschüttern
    schokken
-   aangrĳpen; bewegen; ontroeren
+   aangrijpen; bewegen; ontroeren
    schokken; schudden; opschudden; wrikken
 
 _____
@@ -58205,8 +57978,8 @@
 
 ersichtlich
 ersichtlich
-   apert; duidelĳk; evident; kennelĳk; klaarblĳkelĳk; uitgesproken
-   zichtbaar; zienlĳk
+   apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+   zichtbaar; zienlijk
 
 _____
 
@@ -58256,7 +58029,7 @@
 
 ersteigen
 ersteigen
-   klimmen; naar boven gaan; rĳzen; stĳgen; bestĳgen
+   klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
    opkruipen
 
 _____
@@ -58312,7 +58085,7 @@
 
 ertappen
 ertappen
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
 
 _____
 
@@ -58325,7 +58098,7 @@
 ertragen
 ertragen
    doorstaan; dulden; harden; uithouden; uitstaan; verdragen
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
 
 _____
 
@@ -58337,7 +58110,7 @@
 
 ertränken
 ertränken
-   doen verdwĳnen; onderdompelen; verdrinken; verzuipen
+   doen verdwijnen; onderdompelen; verdrinken; verzuipen
 
 _____
 
@@ -58385,7 +58158,7 @@
 
 erwischen
 erwischen
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
 
 _____
 
@@ -58418,7 +58191,7 @@
 
 erwünscht
 erwünscht
-   begerenswaardig; begeerlĳk; wenselĳk
+   begerenswaardig; begeerlijk; wenselijk
 
 _____
 
@@ -58437,7 +58210,7 @@
 erziehen
 erziehen
    dresseren; grootbrengen; kweken; opleiden; opvoeden
-   onderwĳzen; opvoeden
+   onderwijzen; opvoeden
 
 _____
 
@@ -58497,7 +58270,7 @@
 
 esoterisch
 esoterisch
-   alleen voor ingewĳden; esoterisch
+   alleen voor ingewijden; esoterisch
 
 _____
 
@@ -58528,20 +58301,20 @@
 
 etwaig
 etwaig
-   eventueel; gebeurlĳk
+   eventueel; gebeurlijk
 
 _____
 
 etwaige
 etwaige
-   bestaanbaar; mogelĳk
+   bestaanbaar; mogelijk
 
 _____
 
 etwas
 etwas
    iets
-   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelĳk; wat
+   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
    enig
 
 _____
@@ -58578,14 +58351,14 @@
 
 eventuell
 eventuell
-   misschien; mogelĳk; mogelĳkerwĳs; soms; wellicht
-   eventueel; gebeurlĳk
+   misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
+   eventueel; gebeurlijk
 
 _____
 
 evident
 evident
-   apert; duidelĳk; evident; kennelĳk; klaarblĳkelĳk; uitgesproken
+   apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
 
 _____
 
@@ -58604,7 +58377,7 @@
 
 examinieren
 examinieren
-   examineren; nakĳken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+   examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
 
 _____
 
@@ -58683,7 +58456,7 @@
 extrahieren
 extrahieren
    afleiden; zetten
-   ontlokken; tappen; trekken; te voorschĳn trekken; uithalen
+   ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
 
 _____
 
@@ -58728,8 +58501,8 @@
 fahren
    gaan; lopen; van stapel lopen; verlopen; zich begeven
    varen
-   gaan; karren; rĳden; varen
-   chaufferen; rĳden; vervoeren
+   gaan; karren; rijden; varen
+   chaufferen; rijden; vervoeren
    varen
 
 _____
@@ -58742,8 +58515,8 @@
 
 faktisch
 faktisch
-   effectief; werkelĳk; daadwerkelĳk
-   feitelĳk; werkelĳk
+   effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+   feitelijk; werkelijk
 
 _____
 
@@ -58769,7 +58542,7 @@
 falsch
 falsch
    fout; foutief; onjuist; verkeerd
-   bedrieglĳk; dubbelhartig; loos; onecht; onwaar; vals; vervalst
+   bedrieglijk; dubbelhartig; loos; onecht; onwaar; vals; vervalst
    onwaar
 
 _____
@@ -58788,7 +58561,7 @@
 
 familiär
 familiär
-   familiaar; gemeenzaam; vertrouwd; vertrouwelĳk
+   familiaar; gemeenzaam; vertrouwd; vertrouwelijk
 
 _____
 
@@ -58800,7 +58573,7 @@
 
 fangen
 fangen
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
 
 _____
 
@@ -58813,14 +58586,14 @@
 
 fassen
 fassen
-   beetkrĳgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+   beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
    aanvatten; nemen; oprapen; pakken; vatten
 
 _____
 
 fast
 fast
-   bĳna; bĳkans; haast; schier; vrĳwel; welhaast; zo goed als; zowat
+   bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
 
 _____
 
@@ -58857,7 +58630,7 @@
 
 faßbar
 faßbar
-   begrĳpelĳk; bevattelĳk; duidelĳk; vanzelfsprekend
+   begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
 
 _____
 
@@ -58887,7 +58660,7 @@
 
 fehlen
 fehlen
-   absent zĳn; afwezig zĳn; schelen
+   absent zijn; afwezig zijn; schelen
 
 _____
 
@@ -58931,7 +58704,7 @@
 
 feilen
 feilen
-   vĳlen
+   vijlen
 
 _____
 
@@ -58943,7 +58716,7 @@
 
 fein
 fein
-   delicaat; fĳn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+   delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
 
 _____
 
@@ -58955,7 +58728,7 @@
 
 fern
 fern
-   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwĳderd; ververwĳderd
+   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
 
 _____
 
@@ -58974,8 +58747,8 @@
 
 fest
 fest
-   aanhoudend; bestendig; blĳvend; gedurig; vast; voortdurend
-   onbeweeglĳk; star; vast
+   aanhoudend; bestendig; blijvend; gedurig; vast; voortdurend
+   onbeweeglijk; star; vast
    gevestigd; hecht; stevig; vast
    ferm; fors; hecht; potig; robuust; sterk; stevig; stoer; struis
    compact; dicht
@@ -59046,7 +58819,7 @@
 
 filtrieren
 filtrieren
-   filteren; filtreren; zĳgen
+   filteren; filtreren; zijgen
 
 _____
 
@@ -59088,7 +58861,7 @@
 
 fix
 fix
-   onbeweeglĳk; star; vast
+   onbeweeglijk; star; vast
    bedreven; behendig; bekwaam; handig; vaardig
 
 _____
@@ -59101,7 +58874,7 @@
 
 flach
 flach
-   effen; gelĳk; vlak
+   effen; gelijk; vlak
    licht; ondiep; oppervlakkig
    plat; slap
 
@@ -59140,7 +58913,7 @@
 flau
 flau
    licht; zwak
-   flauw; lĳzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
+   flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
 
 _____
 
@@ -59158,7 +58931,7 @@
 
 fleißig
 fleißig
-   ĳverig; naarstig; nĳver; vlĳtig
+   ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
 
 _____
 
@@ -59200,20 +58973,20 @@
 
 flirten
 flirten
-   aan de scharrel zĳn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+   aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
 
 _____
 
 flott
 flott
-   drĳvend; vlot
+   drijvend; vlot
 
 _____
 
 flugs
 flugs
-   gauw; hard; in allerĳl; schielĳk; snel; vlug
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
@@ -59245,7 +59018,7 @@
 folgen
 folgen
    gehoorzamen
-   bewandelen; bĳhouden; volgen; voortvloeien
+   bewandelen; bijhouden; volgen; voortvloeien
 
 _____
 
@@ -59276,7 +59049,7 @@
 
 folglich
 folglich
-   bĳgevolg; derhalve; dus; zodoende
+   bijgevolg; derhalve; dus; zodoende
 
 _____
 
@@ -59294,7 +59067,7 @@
 
 fordern
 fordern
-   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrĳven; vorderen
+   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
 
 _____
 
@@ -59319,7 +59092,7 @@
 
 fort
 fort
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
    bovendien; daarenboven; verder; voorts
 
 _____
@@ -59358,13 +59131,13 @@
 
 fortgehen
 fortgehen
-   afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwĳderen
+   afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
 
 _____
 
 fortjagen
 fortjagen
-   uitdrĳven; verdrĳven; verjagen; wegdrĳven; wegjagen
+   uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
 
 _____
 
@@ -59394,7 +59167,7 @@
 
 fortschaffen
 fortschaffen
-   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwĳderen; wegdoen
+   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
 
 _____
 
@@ -59425,8 +59198,8 @@
 fortwährend
 fortwährend
    eeuwig; voor eeuwig
-   achtereen; aldoor; onophoudelĳk
-   altĳd; immer; steeds
+   achtereen; aldoor; onophoudelijk
+   altijd; immer; steeds
 
 _____
 
@@ -59438,7 +59211,7 @@
 
 fraglich
 fraglich
-   bedenkelĳk; te betwĳfelen; twĳfelachtig
+   bedenkelijk; te betwijfelen; twijfelachtig
 
 _____
 
@@ -59450,7 +59223,7 @@
 
 franko
 franko
-   franco; vrachtvrĳ
+   franco; vrachtvrij
 
 _____
 
@@ -59468,58 +59241,58 @@
 
 frecht
 frecht
-   brutaal; onbeschaamd; vrĳpostig
+   brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
 
 _____
 
 freigeben
 freigeben
-   toestemming geven om te vertrekken; vrĳaf geven
+   toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
 
 _____
 
 freigebig
 freigebig
-   genereus; gul; kwistig; rĳkelĳk; royaal; scheutig; vrĳgevig
+   genereus; gul; kwistig; rijkelijk; royaal; scheutig; vrijgevig
 
 _____
 
 freilassen
 freilassen
-   afhelpen; bevrĳden; loslaten; verlossen; vrĳlaten; vrĳmaken
+   afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
 
 _____
 
 freilich
 freilich
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
-   inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlĳk; warempel; werkelĳk
-   feitelĳk; inderdaad; metterdaad
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+   inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
+   feitelijk; inderdaad; metterdaad
    immers; toch; wel; zeker
 
 _____
 
 freisinnig
 freisinnig
-   liberaal; vrĳzinnig
+   liberaal; vrijzinnig
 
 _____
 
 freisprechen
 freisprechen
-   vrĳspreken
+   vrijspreken
 
 _____
 
 freiwillig
 freiwillig
-   vrĳwillig
+   vrijwillig
 
 _____
 
 frei machen
 frei machen
-   afhelpen; bevrĳden; loslaten; verlossen; vrĳlaten; vrĳmaken
+   afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
 
 _____
 
@@ -59543,7 +59316,7 @@
 
 freundlich
 freundlich
-   aardig; lief; voorkomend; vriendelĳk; zoet
+   aardig; lief; voorkomend; vriendelijk; zoet
 
 _____
 
@@ -59586,14 +59359,14 @@
 
 froh
 froh
-   blĳ; verblĳd; verheugd
+   blij; verblijd; verheugd
 
 _____
 
 frohlocken
 frohlocken
    jubelen; juichen
-   blĳ zĳn; genieten van; zich verblĳden; zich verheugen
+   blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
 
 _____
 
@@ -59606,13 +59379,13 @@
 
 frommen
 frommen
-   baten; helpen; van nut zĳn
+   baten; helpen; van nut zijn
 
 _____
 
 frottieren
 frottieren
-   aanstrĳken; wrĳven; uitwrĳven
+   aanstrijken; wrijven; uitwrijven
 
 _____
 
@@ -59630,7 +59403,7 @@
 
 fröhlich
 fröhlich
-   lustig; monter; vrolĳk
+   lustig; monter; vrolijk
 
 _____
 
@@ -59648,26 +59421,26 @@
 
 früh
 früh
-   pril; vroeg; vroegtĳdig
-   tĳdig; vroeg
+   pril; vroeg; vroegtijdig
+   tijdig; vroeg
 
 _____
 
 früher
 früher
-   daarvoor; eerder; indertĳd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
+   daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
 
 _____
 
 frühestens
 frühestens
-   op zĳn vroegst
+   op zijn vroegst
 
 _____
 
 frühstücken
 frühstücken
-   ontbĳten
+   ontbijten
 
 _____
 
@@ -59691,8 +59464,8 @@
 
 furchtbar
 furchtbar
-   ĳselĳk; schrikaanjagend; verschrikkelĳk; vervaarlĳk; vreselĳk
-   bar; verschrikkelĳk
+   ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
+   bar; verschrikkelijk
 
 _____
 
@@ -59755,13 +59528,13 @@
 fügen
 fügen
    betamem; gelegen komen; passen; schikken; uitkomen; voegen
-   aaneenvoegen; bĳeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+   aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
 
 _____
 
 füglich
 füglich
-   betamelĳk; gepast; geschikt; passend; toepasselĳk
+   betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
 
 _____
 
@@ -59787,7 +59560,7 @@
 führen
 führen
    besturen; dirigeren; mennen; richten
-   de weg wĳzen; leiden; geleiden; rondleiden
+   de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
    besturen; brengen; leiden; geleiden; voeren
    presideren; voorzitten
 
@@ -59801,19 +59574,19 @@
 
 fünf
 fünf
-   vĳf
+   vijf
 
 _____
 
 fünfzehn
 fünfzehn
-   vĳftien
+   vijftien
 
 _____
 
 fünfzig
 fünfzig
-   vĳftig
+   vijftig
 
 _____
 
@@ -59825,7 +59598,7 @@
 
 fürchten
 fürchten
-   bang zĳn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+   bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
 
 _____
 
@@ -59844,7 +59617,7 @@
 
 fürwahr
 fürwahr
-   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlĳk; werkelĳk
+   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
 
 _____
 
@@ -59868,7 +59641,7 @@
 
 galant
 galant
-   beleefd; galant; heus; hoffelĳk; welgemanierd; wellevend
+   beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
 
 _____
 
@@ -59919,7 +59692,7 @@
 
 gar nicht
 gar nicht
-   geenszins; in geen geval; op geen enkele wĳze
+   geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
 
 _____
 
@@ -59931,13 +59704,13 @@
 
 gastieren
 gastieren
-   gastvrĳheid verlenen aan
+   gastvrijheid verlenen aan
 
 _____
 
 gastlich
 gastlich
-   gastvrĳ; herbergzaam
+   gastvrij; herbergzaam
 
 _____
 
@@ -59956,7 +59729,7 @@
 gebieten
 gebieten
    aanvoeren; bevelen; commanderen; het bevel voeren
-   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrĳven
+   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -59999,8 +59772,8 @@
 
 gedeihen
 gedeihen
-   gedĳen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
-   bloeien; floreren; gedĳen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+   gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+   bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
 
 _____
 
@@ -60012,7 +59785,7 @@
 
 gediegen
 gediegen
-   excellent; kostelĳk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelĳk
+   excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
    gevestigd; hecht; stevig; vast
 
 _____
@@ -60020,25 +59793,25 @@
 gedrängt
 gedrängt
    dicht; dik; gebonden
-   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelĳk
+   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
 
 _____
 
 geduldig
 geduldig
-   geduldig; lĳdzaam
+   geduldig; lijdzaam
 
 _____
 
 geeignet
 geeignet
-   betamelĳk; gepast; geschikt; passend; toepasselĳk
+   betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
 
 _____
 
 gefahrlos
 gefahrlos
-   goedaardig; ongevaarlĳk; veilig
+   goedaardig; ongevaarlijk; veilig
 
 _____
 
@@ -60062,7 +59835,7 @@
 
 geflissentlich
 geflissentlich
-   ĳverig; naarstig; nĳver; vlĳtig
+   ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
 
 _____
 
@@ -60074,13 +59847,13 @@
 
 gefährlich
 gefährlich
-   gevaarlĳk; hachelĳk; link
+   gevaarlijk; hachelijk; link
 
 _____
 
 gefügig
 gefügig
-   buigbaar; buigzaam; lenig; smĳdig
+   buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
    gedwee; gehoorzaam; gewillig; mak; tam; volgzaam
 
 _____
@@ -60101,7 +59874,7 @@
 
 gegenseitig
 gegenseitig
-   onderling; wederkerig; wederzĳds
+   onderling; wederkerig; wederzijds
 
 _____
 
@@ -60123,7 +59896,7 @@
    actueel; tegenwoordig
    nou; nu; tegenwoordig; thans
    huidig; tegenwoordig
-   actueel; eigentĳds; tegenwoordig
+   actueel; eigentijds; tegenwoordig
 
 _____
 
@@ -60135,7 +59908,7 @@
 
 geheim
 geheim
-   geheim; heimelĳk; verborgen; verstolen
+   geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
 
 _____
 
@@ -60154,7 +59927,7 @@
 
 geheuer
 geheuer
-   goedaardig; ongevaarlĳk; veilig
+   goedaardig; ongevaarlijk; veilig
 
 _____
 
@@ -60179,7 +59952,7 @@
 
 gehörig
 gehörig
-   behoorlĳk; betamelĳk; fatsoenlĳk; keurig; voegzaam; welvoeglĳk
+   behoorlijk; betamelijk; fatsoenlijk; keurig; voegzaam; welvoeglijk
 
 _____
 
@@ -60199,14 +59972,14 @@
 
 geistig
 geistig
-   geestelĳk
+   geestelijk
 
 _____
 
 geistlich
 geistlich
-   geestelĳk; kerkelĳk
-   geestelĳk; klerikaal
+   geestelijk; kerkelijk
+   geestelijk; klerikaal
 
 _____
 
@@ -60249,7 +60022,7 @@
 
 gelegen
 gelegen
-   doelmatig; gemakkelĳk; geschikt; gepast; passend
+   doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
 
 _____
 
@@ -60279,7 +60052,7 @@
 
 gelinde
 gelinde
-   delicaat; fĳn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+   delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
    licht; zwak
    gering; onnozel
 
@@ -60287,7 +60060,7 @@
 
 gelingen
 gelingen
-   bloeien; floreren; gedĳen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+   bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
    doorkomen; klaarspelen; slagen; slagen voor
 
 _____
@@ -60306,17 +60079,17 @@
 
 gelten
 gelten
-   gelden; geldig zĳn; opgaan; valideren; vigeren
-   lonen; waard zĳn
+   gelden; geldig zijn; opgaan; valideren; vigeren
+   lonen; waard zijn
 
 _____
 
 geläufig
 geläufig
-   licht; makkelĳk; gemakkelĳk; vlot
+   licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
    stromend; vloeiend
-   effen; gelĳk; glad; sluik; zonder moeilĳkheden; vlot
-   gebruikelĳk; gewoon
+   effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
+   gebruikelijk; gewoon
 
 _____
 
@@ -60328,7 +60101,7 @@
 
 gemein
 gemein
-   algemeen; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
    gemeen; infaam; laag; laaghartig; schunnig; vuig
 
 _____
@@ -60336,14 +60109,14 @@
 gemeinsam
 gemeinsam
    collectief
-   algemeen; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
    samen; tezamen
 
 _____
 
 gemeinschaftlich
 gemeinschaftlich
-   algemeen; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
 
 _____
 
@@ -60355,22 +60128,22 @@
 
 gemächlich
 gemächlich
-   comfortabel; gemakkelĳk; geriefelĳk; gerieflĳk; welbehaaglĳk
-   doelmatig; gemakkelĳk; geschikt; gepast; passend
+   comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
+   doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
 
 _____
 
 gemäß
 gemäß
-   blĳkens; ingevolge; langs; naar; volgens
+   blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
 
 _____
 
 gemütlich
 gemütlich
-   gezellig; huiselĳk
-   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelĳk
-   gezellig; huiselĳk
+   gezellig; huiselijk
+   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+   gezellig; huiselijk
    vreedzaam; vredig
    bedaard; gerust; kalm; rustig
 
@@ -60398,14 +60171,14 @@
 
 genehm
 genehm
-   aangenaam; behaaglĳk; genoeglĳk; heerlĳk; plezierig
+   aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
 
 _____
 
 genehmigen
 genehmigen
    aannemen; aanvaarden; accepteren; erkennen; ontvangen
-   beamen; billĳken; goedkeuren; toestemmen
+   beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
 
 _____
 
@@ -60423,7 +60196,7 @@
 
 generisch
 generisch
-   generatief; geslachtelĳk; seksueel; sexueel
+   generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
 
 _____
 
@@ -60463,26 +60236,26 @@
 
 genug
 genug
-   basta; genoeg; nogal; tamelĳk; vrĳ
+   basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
 
 _____
 
 genügen
 genügen
-   toereiken; toereikend zĳn; voldoende zĳn; voldoen; volstaan
+   toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
 
 _____
 
 genügend
 genügend
    genoeg; voldoende
-   basta; genoeg; nogal; tamelĳk; vrĳ
+   basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
 
 _____
 
 geordnet
 geordnet
-   ordelĳk
+   ordelijk
 
 _____
 
@@ -60527,7 +60300,7 @@
 
 geraten
 geraten
-   bloeien; floreren; gedĳen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+   bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
 
 _____
 
@@ -60539,7 +60312,7 @@
 
 gerecht
 gerecht
-   billĳk; fair; rechtvaardig
+   billijk; fair; rechtvaardig
 
 _____
 
@@ -60551,7 +60324,7 @@
 
 gerichtlich
 gerichtlich
-   gerechtelĳk
+   gerechtelijk
 
 _____
 
@@ -60582,34 +60355,34 @@
 
 geräumig
 geräumig
-   ruimtelĳk
-   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wĳd
+   ruimtelijk
+   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
 
 _____
 
 gerührt
 gerührt
-   aandoenlĳk; aangedaan; geroerd; ontroerd
+   aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
 
 _____
 
 gesamt
 gesamt
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
 
 _____
 
 geschehen
 geschehen
    gebeuren; toegaan; voortgang hebben; worden
-   aan de hand zĳn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+   aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
 
 _____
 
 gescheit
 gescheit
    verstandig
-   verstandig; vroed; wĳs
+   verstandig; vroed; wijs
 
 _____
 
@@ -60621,7 +60394,7 @@
 
 geschlechtlich
 geschlechtlich
-   generatief; geslachtelĳk; seksueel; sexueel
+   generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
 
 _____
 
@@ -60634,20 +60407,20 @@
 
 geschmackvoll
 geschmackvoll
-   bevallig; elegant; net; piekfĳn; zwierig
+   bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
 
 _____
 
 geschmeidig
 geschmeidig
-   buigbaar; buigzaam; lenig; smĳdig
+   buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
 
 _____
 
 geschwind
 geschwind
    gauw; gezwind; haastig; snel; spoedig; vlug
-   gauw; hard; in allerĳl; schielĳk; snel; vlug
+   gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
 
 _____
 
@@ -60659,26 +60432,26 @@
 
 geschäftig
 geschäftig
-   arbeidzaam; ĳverig; nĳver; vlĳtig; werkzaam
+   arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
 
 _____
 
 gesellen
 gesellen
-   aaneenvoegen; bĳeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+   aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
 
 _____
 
 gesetzlich
 gesetzlich
-   echt; legaal; wettelĳk; wettig
+   echt; legaal; wettelijk; wettig
 
 _____
 
 gesetzt
 gesetzt
    bona fide; ernstig; serieus; stemmig
-   degelĳk; deugdelĳk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
+   degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
 
 _____
 
@@ -60690,7 +60463,7 @@
 
 gesinnt
 gesinnt
-   bedoeld; moedwillig; opzettelĳk
+   bedoeld; moedwillig; opzettelijk
 
 _____
 
@@ -60709,7 +60482,7 @@
 
 gesonnen
 gesonnen
-   bedoeld; moedwillig; opzettelĳk
+   bedoeld; moedwillig; opzettelijk
 
 _____
 
@@ -60789,7 +60562,7 @@
 gewahr werden
 gewahr werden
    bespeuren; gewaar worden
-   bespeuren; in de smiezen krĳgen; in het oog krĳgen; ontwaren
+   bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
 
 _____
 
@@ -60840,7 +60613,7 @@
 
 gewissermaßen
 gewissermaßen
-   bĳ wĳze van spreken; om zo te zeggen; zogezegd
+   bij wijze van spreken; om zo te zeggen; zogezegd
 
 _____
 
@@ -60853,7 +60626,7 @@
 gewiß
 gewiß
    gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
 
 _____
 
@@ -60933,7 +60706,7 @@
 
 giftig
 giftig
-   giftig; venĳnig; vergiftig; verpestend
+   giftig; venijnig; vergiftig; verpestend
 
 _____
 
@@ -60945,8 +60718,8 @@
 
 glatt
 glatt
-   effen; gelĳk; vlak
-   effen; gelĳk; glad; sluik; zonder moeilĳkheden; vlot
+   effen; gelijk; vlak
+   effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
 
 _____
 
@@ -60959,26 +60732,26 @@
 glaubhaft
 glaubhaft
    authentiek; echt; onvervalst; waar
-   aannemelĳk; waarschĳnlĳk
-   aannemelĳk; geloofwaardig
+   aannemelijk; waarschijnlijk
+   aannemelijk; geloofwaardig
 
 _____
 
 gleich
 gleich
-   eender; egaal; gelĳk; gelĳkmatig
-   even; evenzeer; gelĳk; gelĳkelĳk
+   eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
+   even; evenzeer; gelijk; gelijkelijk
    identiek
-   adequaat; overeenstemmend; passend; bĳpassend
-   even; eveneens; idem; insgelĳks; van hetzelfde
-   dadelĳk; onmiddellĳk; op stel en sprong; terstond; zonder verwĳl
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
+   even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
+   dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
 gleichartig
 gleichartig
-   gelĳksoortig; homogeen
+   gelijksoortig; homogeen
 
 _____
 
@@ -60996,7 +60769,7 @@
 
 gleichen
 gleichen
-   lĳken; gelĳken; lĳken op
+   lijken; gelijken; lijken op
 
 _____
 
@@ -61015,7 +60788,7 @@
 gleichfalls
 gleichfalls
    eveneens; evenzeer; mede; ook
-   even; eveneens; idem; insgelĳks; van hetzelfde
+   even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
 
 _____
 
@@ -61027,31 +60800,31 @@
 
 gleichklingend
 gleichklingend
-   gelĳkklinkend
+   gelijkklinkend
 
 _____
 
 gleichlaufend
 gleichlaufend
-   evenwĳdig; parallel
+   evenwijdig; parallel
 
 _____
 
 gleichlautend
 gleichlautend
-   gelĳkluidend
+   gelijkluidend
 
 _____
 
 gleichmütig
 gleichmütig
-   gelĳkmoedig
+   gelijkmoedig
 
 _____
 
 gleichnamig
 gleichnamig
-   gelĳknamig
+   gelijknamig
 
 _____
 
@@ -61063,13 +60836,13 @@
 
 gleichwertig
 gleichwertig
-   equivalent; gelĳkwaardig
+   equivalent; gelijkwaardig
 
 _____
 
 gleichzeitig
 gleichzeitig
-   eigentĳds; gelĳktĳdig; simultaan
+   eigentijds; gelijktijdig; simultaan
 
 _____
 
@@ -61081,7 +60854,7 @@
 
 gleiten
 gleiten
-   glibberen; glĳden; glippen; schuiven; uitglĳden
+   glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
 
 _____
 
@@ -61100,13 +60873,13 @@
 
 glimpflich
 glimpflich
-   gemoedelĳk; mild
+   gemoedelijk; mild
 
 _____
 
 glitschen
 glitschen
-   glibberen; glĳden; glippen; schuiven; uitglĳden
+   glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
 
 _____
 
@@ -61118,7 +60891,7 @@
 
 glorreich
 glorreich
-   beroemd; glorierĳk; glorieus; roemrĳk; roemruchtig; roemvol
+   beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
 
 _____
 
@@ -61130,14 +60903,14 @@
 
 glänzen
 glänzen
-   blinken; glanzen; schĳnen; schitteren
+   blinken; glanzen; schijnen; schitteren
 
 _____
 
 glätten
 glätten
-   banen; effenen; gladmaken; gladstrĳken; uitstrĳken
-   boenen; poetsen; polĳsten; schuren; wrĳven; zoeten
+   banen; effenen; gladmaken; gladstrijken; uitstrijken
+   boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
 
 _____
 
@@ -61150,13 +60923,13 @@
 
 glücken
 glücken
-   bloeien; floreren; gedĳen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+   bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
 
 _____
 
 glücklig
 glücklig
-   gelukkig; zegenrĳk
+   gelukkig; zegenrijk
 
 _____
 
@@ -61253,7 +61026,7 @@
 
 grau
 grau
-   grauw; grĳs
+   grauw; grijs
 
 _____
 
@@ -61265,7 +61038,7 @@
 
 grausig
 grausig
-   angstaanjagend; angstwekkend; beangstigend; vervaarlĳk
+   angstaanjagend; angstwekkend; beangstigend; vervaarlijk
 
 _____
 
@@ -61277,14 +61050,14 @@
 
 graziös
 graziös
-   bevallig; gracieus; sierlĳk
+   bevallig; gracieus; sierlijk
 
 _____
 
 greifen
 greifen
-   bemachtigen; grĳpen; aangrĳpen; vastgrĳpen
-   beetpakken; grĳpen
+   bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
+   beetpakken; grijpen
 
 _____
 
@@ -61302,7 +61075,7 @@
 
 grinsen
 grinsen
-   ginnegappen; grĳnslachen; spotlachen
+   ginnegappen; grijnslachen; spotlachen
 
 _____
 
@@ -61315,13 +61088,13 @@
 
 grollen
 grollen
-   boos zĳn; boos zĳn op; kwaad zĳn; kwaad zĳn op; toornen
+   boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
 
 _____
 
 grotesk
 grotesk
-   grillig; grotesk; potsierlĳk
+   grillig; grotesk; potsierlijk
 
 _____
 
@@ -61377,13 +61150,13 @@
 
 gräßlich
 gräßlich
-   ĳselĳk; schrikaanjagend; verschrikkelĳk; vervaarlĳk; vreselĳk
+   ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
 
 _____
 
 gröhlen
 gröhlen
-   krĳsen
+   krijsen
 
 _____
 
@@ -61433,7 +61206,7 @@
 
 gutheißen
 gutheißen
-   beamen; billĳken; goedkeuren; toestemmen
+   beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
 
 _____
 
@@ -61481,7 +61254,7 @@
 
 göttlich
 göttlich
-   goddelĳk
+   goddelijk
 
 _____
 
@@ -61506,7 +61279,7 @@
 gütig
 gütig
    goed; okee
-   liefdadig; weldadig; zegenrĳk
+   liefdadig; weldadig; zegenrijk
 
 _____
 
@@ -61536,8 +61309,8 @@
 
 habhaft werden
 habhaft werden
-   buit maken; behalen; verkrĳgen; verwerven
-   deelachtig worden; krĳgen; verkrĳgen
+   buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+   deelachtig worden; krijgen; verkrijgen
 
 _____
 
@@ -61562,7 +61335,7 @@
 
 hager
 hager
-   broodmager; ragfĳn
+   broodmager; ragfijn
    mager; schraal; schriel; spichtig
 
 _____
@@ -61605,7 +61378,7 @@
 
 halsstarrig
 halsstarrig
-   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stĳfhoofdig; verbeten; verstokt
+   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
 
 _____
 
@@ -61617,14 +61390,14 @@
 
 halten
 halten
-   afslaan; blĳven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
-   houden; bĳhouden; vasthouden
+   afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+   houden; bijhouden; vasthouden
 
 _____
 
 handeln
 handeln
-   ageren; doen; bezig zĳn; handelen; optreden; te werk gaan
+   ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
    handel drijven; handelen
 
 _____
@@ -61650,7 +61423,7 @@
 harmlos
 harmlos
    eenvoudig; naïef; ongekunsteld
-   goedaardig; ongevaarlĳk; veilig
+   goedaardig; ongevaarlijk; veilig
    onbedorven; onnozel; onschuldig; schuldeloos
    onbezorgd; zorgeloos
 
@@ -61677,7 +61450,7 @@
 
 hartnäckig
 hartnäckig
-   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stĳfhoofdig; verbeten; verstokt
+   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
 
 _____
 
@@ -61709,7 +61482,7 @@
 
 hausen
 hausen
-   gevestigd zĳn; huizen; resideren; wonen
+   gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
 
 _____
 
@@ -61772,7 +61545,7 @@
 
 heftig
 heftig
-   acuut; helder; scherp; voorbĳgaand
+   acuut; helder; scherp; voorbijgaand
    geweldig; heftig; hevig
    druk; gejaagd; onrustig; rusteloos; woelig
 
@@ -61811,7 +61584,7 @@
 
 heilig
 heilig
-   gewĳd; heilig; geheiligd; sacraal
+   gewijd; heilig; geheiligd; sacraal
 
 _____
 
@@ -61830,20 +61603,20 @@
 heimlich
 heimlich
    clandestien; verborgen; verdekt; verkapt; verscholen; verstopt
-   geheim; heimelĳk; verborgen; verstolen
+   geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
 
 _____
 
 heimtückisch
 heimtückisch
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
-   dubbelhartig; trouweloos; verraderlĳk
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
 
 _____
 
 heiraten
 heiraten
-   in de echt verbinden; trouwen; uithuwelĳken
+   in de echt verbinden; trouwen; uithuwelijken
 
 _____
 
@@ -61855,7 +61628,7 @@
 
 heiter
 heiter
-   lustig; monter; vrolĳk
+   lustig; monter; vrolijk
    helder; onbezorgd; sereen
 
 _____
@@ -61881,8 +61654,8 @@
 
 helfen
 helfen
-   assisteren; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
-   baten; bĳstaan; helpen; ter zĳde staan
+   assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+   baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
 
 _____
 
@@ -61931,7 +61704,7 @@
 
 heraus
 heraus
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
 
 _____
 
@@ -61980,7 +61753,7 @@
 
 herkommen
 herkommen
-   afstammen; het gevolg zĳn van; ontspruiten; voortkomen
+   afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
 
 _____
 
@@ -62011,7 +61784,7 @@
 herreichen
 herreichen
    geven; aangeven; opbrengen; toebrengen; toekennen; verlenen
-   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrĳven
+   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
    aangeven; aanreiken; afdragen; overbrengen; overgeven; toereiken
 
 _____
@@ -62024,8 +61797,8 @@
 
 herrlich
 herrlich
-   aangenaam; behaaglĳk; genoeglĳk; heerlĳk; plezierig
-   beeldschoon; kostelĳk; magnifiek; prachtig
+   aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
+   beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
 
 _____
 
@@ -62039,14 +61812,14 @@
 herstellen
 herstellen
    fabriceren; maken; aanmaken; vervaardigen
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
    neerzetten; oprichten; opslaan; vestigen
 
 _____
 
 herumflattern
 herumflattern
-   aan de scharrel zĳn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+   aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
 
 _____
 
@@ -62096,7 +61869,7 @@
 hervorrufen
 hervorrufen
    naar buiten roepen; ten gevolge hebben; uitlokken
-   beleggen; houden; teweegbrengen; uitschrĳven
+   beleggen; houden; teweegbrengen; uitschrijven
 
 _____
 
@@ -62108,14 +61881,14 @@
 
 herzlich
 herzlich
-   hartelĳk; van harte
-   hartelĳk
+   hartelijk; van harte
+   hartelijk
 
 _____
 
 heterogen
 heterogen
-   heterogeen; ongelĳkslachtig; ongelĳksoortig
+   heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
 
 _____
 
@@ -62171,14 +61944,14 @@
 
 hier
 hier
-   hier; hierzo; kĳk; ziedaar; ziehier; ziezo
+   hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
 
 _____
 
 hierauf
 hierauf
    achteraf; daarna; dan; naderhand; vervolgens
-   dan; destĳds; toen; toenmaals; toentertĳd
+   dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
 
 _____
 
@@ -62197,13 +61970,13 @@
 
 hier ist
 hier ist
-   hier; hierzo; kĳk; ziedaar; ziehier; ziezo
+   hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
 
 _____
 
 hiesig
 hiesig
-   hier ter plaatse; plaatselĳk
+   hier ter plaatse; plaatselijk
 
 _____
 
@@ -62227,7 +62000,7 @@
 
 hinauswerfen
 hinauswerfen
-   uitgooien; uitsmĳten; uitwerpen
+   uitgooien; uitsmijten; uitwerpen
 
 _____
 
@@ -62271,7 +62044,7 @@
 hinfällig
 hinfällig
    aftands; bouwvallig; gammel; uitgeleefd; uitgewoond; wrak
-   ĳdel; nietig; onbelangrĳk
+   ijdel; nietig; onbelangrijk
 
 _____
 
@@ -62296,7 +62069,7 @@
 
 hinlänglich
 hinlänglich
-   basta; genoeg; nogal; tamelĳk; vrĳ
+   basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
 
 _____
 
@@ -62308,7 +62081,7 @@
 
 hinreichen
 hinreichen
-   toereiken; toereikend zĳn; voldoende zĳn; voldoen; volstaan
+   toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
 
 _____
 
@@ -62364,15 +62137,15 @@
 
 hinterlistig
 hinterlistig
-   dubbelhartig; trouweloos; verraderlĳk
+   dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
 
 _____
 
 hinter einander
 hinter einander
-   aaneen; achtereen; onophoudelĳk
+   aaneen; achtereen; onophoudelijk
    aaneen; aan één stuk door; in één ruk; ononderbroken
-   achtereen; achtereenvolgens; successievelĳk
+   achtereen; achtereenvolgens; successievelijk
 
 _____
 
@@ -62384,19 +62157,19 @@
 
 hinweg
 hinweg
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
 
 _____
 
 hinweisen
 hinweisen
-   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wĳzen; uitwĳzen
+   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
 
 _____
 
 hinweisendes fürwort
 hinweisendes Fürwort
-   aanwĳzend voornaamwoord
+   aanwijzend voornaamwoord
 
 _____
 
@@ -62415,14 +62188,14 @@
 
 hissen
 hissen
-   hĳsen; ophĳsen
+   hijsen; ophijsen
    ophalen; optrekken
 
 _____
 
 hitzig
 hitzig
-   acuut; helder; scherp; voorbĳgaand
+   acuut; helder; scherp; voorbijgaand
 
 _____
 
@@ -62484,13 +62257,13 @@
 
 hoffentlich
 hoffentlich
-   hopelĳk
+   hopelijk
 
 _____
 
 hoffnungslos
 hoffnungslos
-   hopeloos; vertwĳfeld; wanhopig
+   hopeloos; vertwijfeld; wanhopig
 
 _____
 
@@ -62503,9 +62276,9 @@
 hold
 hold
    goedgezind; gunstig; toegenegen; welgezind
-   bevallig; gracieus; sierlĳk
+   bevallig; gracieus; sierlijk
    dierbaar; lief
-   bekoorlĳk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+   bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
 
 _____
 
@@ -62537,19 +62310,19 @@
 
 homogen
 homogen
-   gelĳksoortig; homogeen
+   gelijksoortig; homogeen
 
 _____
 
 homonym
 homonym
-   gelĳkluidend
+   gelijkluidend
 
 _____
 
 honett
 honett
-   degelĳk; eerlĳk; eerzaam; fatsoenlĳk; net
+   degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
 
 _____
 
@@ -62567,7 +62340,7 @@
 
 human
 human
-   humaan; menselĳk
+   humaan; menselijk
 
 _____
 
@@ -62659,7 +62432,7 @@
 
 hämisch
 hämisch
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
 
 _____
 
@@ -62667,7 +62440,7 @@
 hängen
    aflopen; buigen; hellen; overhellen; zich bukken
    hangen
-   blĳven hangen
+   blijven hangen
 
 _____
 
@@ -62692,13 +62465,13 @@
 häufig
 häufig
    veelvuldig
-   dikwĳls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltĳds
+   dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
 
 _____
 
 häuslich
 häuslich
-   eigen; huiselĳk; vertrouwd
+   eigen; huiselijk; vertrouwd
 
 _____
 
@@ -62710,13 +62483,13 @@
 
 häßlich
 häßlich
-   lelĳk
+   lelijk
 
 _____
 
 höchst
 höchst
-   bĳzonder; danig; duchtig; geducht; schromelĳk
+   bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
 
 _____
 
@@ -62728,7 +62501,7 @@
 
 höflich
 höflich
-   beleefd; galant; heus; hoffelĳk; welgemanierd; wellevend
+   beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
 
 _____
 
@@ -62752,7 +62525,7 @@
 
 hübsch
 hübsch
-   fĳn; fraai; mooi; knap; net; schoon
+   fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
    aardig; keurig
 
 _____
@@ -62807,7 +62580,7 @@
 
 ignorieren
 ignorieren
-   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcĳferen
+   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
 
 _____
 
@@ -62815,14 +62588,14 @@
 ihm
    aan 'm; aan hem; 'm; hem; naar 'm; naar hem
    daaraan; daar ... aan; eraan; er ... aan; erheen; er ... heen
-   'ie; 'm; hem; hĳ
+   'ie; 'm; hem; hij
    't; het
 
 _____
 
 ihn
 ihn
-   'ie; 'm; hem; hĳ
+   'ie; 'm; hem; hij
    'm; hem
 
 _____
@@ -62830,10 +62603,10 @@
 ihr
 ihr
    aan haar; aan 'r; aan d'r; haar; 'r; d'r; naar haar; naar d'r
-   ge; gĳ; u
+   ge; gij; u
    je; jullie
-   haar; zĳn
-   'r; d'r; haar; ze; zĳ
+   haar; zijn
+   'r; d'r; haar; ze; zij
    haar
 
 _____
@@ -62846,7 +62619,7 @@
 
 ihrer
 ihrer
-   'r; d'r; haar; ze; zĳ
+   'r; d'r; haar; ze; zij
 
 _____
 
@@ -62871,7 +62644,7 @@
 
 illustrieren
 illustrieren
-   illustreren; veraanschouwelĳken; verluchten
+   illustreren; veraanschouwelijken; verluchten
 
 _____
 
@@ -62889,20 +62662,20 @@
 
 immatrikulieren
 immatrikulieren
-   inschrĳven
+   inschrijven
 
 _____
 
 immer
 immer
-   constant; onophoudelĳk; permanent; voortdurend
-   altĳd; immer; steeds
+   constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
+   altijd; immer; steeds
 
 _____
 
 immerhin
 immerhin
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
    immers; toch; wel; zeker
 
 _____
@@ -62916,7 +62689,7 @@
 impertinent
 impertinent
    aanmatigend; arrogant; hautain; laatdunkend; verwaand; verwaten
-   brutaal; onbeschaamd; vrĳpostig
+   brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
    brutaal; driest; onbeschaamd; schaamteloos
 
 _____
@@ -62965,7 +62738,7 @@
 
 imputieren
 imputieren
-   aanrekenen; toedichten; toeschrĳven; toerekenen; wĳten
+   aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
 
 _____
 
@@ -62989,13 +62762,13 @@
 
 im recht
 im Recht
-   gegrond; gelĳk hebbend; juist
+   gegrond; gelijk hebbend; juist
 
 _____
 
 im scherz
 im Scherz
-   schertsenderwĳs; voor de grap
+   schertsenderwijs; voor de grap
 
 _____
 
@@ -63007,25 +62780,25 @@
 
 im zickzack gehen
 im Zickzack gehen
-   zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewĳs lopen
+   zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
 
 _____
 
 im zickzack verlaufen
 im Zickzack verlaufen
-   zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewĳs lopen
+   zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
 
 _____
 
 im überfluß
 im Überfluß
-   in overvloed; rĳkelĳk; ruimschoots; volop
+   in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
 
 _____
 
 in
 in
-   aan; bĳ; naar; tegen; tot; voor
+   aan; bij; naar; tegen; tot; voor
    aan; in; binnen; per; te
 
 _____
@@ -63044,9 +62817,9 @@
 
 indirekt
 indirekt
-   indirect; zĳdelings
+   indirect; zijdelings
    scheef; schuin
-   indirect; middellĳk; zĳdelings
+   indirect; middellijk; zijdelings
 
 _____
 
@@ -63064,7 +62837,7 @@
 
 individuell
 individuell
-   individueel; hoofdelĳk
+   individueel; hoofdelijk
 
 _____
 
@@ -63076,7 +62849,7 @@
 
 infam
 infam
-   oneervol; schandelĳk; smadelĳk
+   oneervol; schandelijk; smadelijk
    gemeen; infaam; laag; laaghartig; schunnig; vuig
 
 _____
@@ -63131,7 +62904,7 @@
 
 inmitten
 inmitten
-   nogal; tamelĳk; tussenin
+   nogal; tamelijk; tussenin
 
 _____
 
@@ -63174,13 +62947,13 @@
 
 innig
 innig
-   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelĳk
+   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
 
 _____
 
 insbesondere
 insbesondere
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
 
 _____
 
@@ -63193,7 +62966,7 @@
 
 insgeheim
 insgeheim
-   heimelĳk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
+   heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
 
 _____
 
@@ -63205,7 +62978,7 @@
 
 insgesamt
 insgesamt
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
    welgeteld
 
 _____
@@ -63232,7 +63005,7 @@
 
 inspizieren
 inspizieren
-   examineren; nakĳken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+   examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
    inspecteren; inspectie houden; schouwen; visiteren
 
 _____
@@ -63245,7 +63018,7 @@
 
 instruieren
 instruieren
-   bĳbrengen; instrueren; leren; scholen
+   bijbrengen; instrueren; leren; scholen
 
 _____
 
@@ -63269,14 +63042,14 @@
 
 intellektuell
 intellektuell
-   intellectueel; verstandelĳk
-   geestelĳk
+   intellectueel; verstandelijk
+   geestelijk
 
 _____
 
 intelligent
 intelligent
-   bevattelĳk; intelligent; knap; snugger
+   bevattelijk; intelligent; knap; snugger
 
 _____
 
@@ -63330,7 +63103,7 @@
 
 intim
 intim
-   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelĳk
+   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
 
 _____
 
@@ -63342,7 +63115,7 @@
 
 intransitiv
 intransitiv
-   intransitief; onovergankelĳk
+   intransitief; onovergankelijk
 
 _____
 
@@ -63397,7 +63170,7 @@
 
 in bestürzung versetzen
 in Bestürzung versetzen
-   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbĳsteren; verbluffen
+   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
 
 _____
 
@@ -63421,13 +63194,13 @@
 
 in ohnmacht fallen
 in Ohnmacht fallen
-   bewusteloos raken; bezwĳmen; flauw vallen; in zwĳm vallen
+   bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
 
 _____
 
 in person
 in Person
-   in eigen persoon; persoonlĳk
+   in eigen persoon; persoonlijk
 
 _____
 
@@ -63451,7 +63224,7 @@
 
 in unordnung bringen
 in Unordnung bringen
-   dooreenhalen; van zĳn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+   dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
 
 _____
 
@@ -63469,7 +63242,7 @@
 
 in verwirrung bringen
 in Verwirrung bringen
-   dooreenhalen; van zĳn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+   dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
 
 _____
 
@@ -63493,7 +63266,7 @@
 
 in keiner weise
 in keiner Weise
-   geenszins; in geen geval; op geen enkele wĳze
+   geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
 
 _____
 
@@ -63547,7 +63320,7 @@
 
 irgendwie
 irgendwie
-   op de een of andere manier; op een of andere wĳze
+   op de een of andere manier; op een of andere wijze
 
 _____
 
@@ -63607,7 +63380,7 @@
 
 irre reden
 irre reden
-   ĳlen; kolderen; malen; raaskallen
+   ijlen; kolderen; malen; raaskallen
 
 _____
 
@@ -63639,7 +63412,7 @@
 
 jagen
 jagen
-   drĳven; aandrĳven; opjagen; voortdrĳven
+   drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
    jacht maken op; jagen; bejagen
 
 _____
@@ -63702,7 +63475,7 @@
 
 jederzeit
 jederzeit
-   altĳd; immer; steeds
+   altijd; immer; steeds
 
 _____
 
@@ -63826,7 +63599,7 @@
 
 jungfräulich
 jungfräulich
-   maagdelĳk; ongerept
+   maagdelijk; ongerept
 
 _____
 
@@ -63844,7 +63617,7 @@
 
 jährlich
 jährlich
-   jaarlĳks
+   jaarlijks
 
 _____
 
@@ -64003,7 +63776,7 @@
 
 kassieren
 kassieren
-   binnenkrĳgen; incasseren; innen
+   binnenkrijgen; incasseren; innen
    casseren; nietig verklaren
    afgelasten; annuleren; ontbinden; tenietdoen; terugnemen
 
@@ -64017,7 +63790,7 @@
 
 kastrieren
 kastrieren
-   castreren; ontmannen; snĳden
+   castreren; ontmannen; snijden
 
 _____
 
@@ -64041,7 +63814,7 @@
 
 kaum
 kaum
-   amper; kwalĳk; nauwelĳks; ternauwernood
+   amper; kwalijk; nauwelijks; ternauwernood
 
 _____
 
@@ -64092,13 +63865,13 @@
 
 keineswegs
 keineswegs
-   geenszins; in geen geval; op geen enkele wĳze
+   geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
 
 _____
 
 kennen
 kennen
-   bekend zĳn met; kennen
+   bekend zijn met; kennen
 
 _____
 
@@ -64129,7 +63902,7 @@
 
 klagen
 klagen
-   klagen; zĳn beklag doen
+   klagen; zijn beklag doen
 
 _____
 
@@ -64141,7 +63914,7 @@
 
 klar
 klar
-   duidelĳk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+   duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
 
 _____
 
@@ -64165,7 +63938,7 @@
 
 kleben
 kleben
-   lĳmen; hechten; plakken
+   lijmen; hechten; plakken
 
 _____
 
@@ -64201,13 +63974,13 @@
 
 kleinstoßen
 kleinstoßen
-   stampen; fĳnstampen
+   stampen; fijnstampen
 
 _____
 
 klerikal
 klerikal
-   geestelĳk; klerikaal
+   geestelijk; klerikaal
 
 _____
 
@@ -64257,7 +64030,7 @@
 klug
 klug
    verstandig
-   verstandig; vroed; wĳs
+   verstandig; vroed; wijs
 
 _____
 
@@ -64276,7 +64049,7 @@
 
 kneifen
 kneifen
-   klemmen; nĳpen; knĳpen; tokkelen
+   klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
 
 _____
 
@@ -64306,7 +64079,7 @@
 
 kochen
 kochen
-   borrelen; koken; op het kookpunt zĳn; zieden
+   borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
    koken
 
 _____
@@ -64325,7 +64098,7 @@
 
 kolektiv
 kolektiv
-   collectief; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
 
 _____
 
@@ -64439,13 +64212,13 @@
 
 konform
 konform
-   adequaat; overeenstemmend; passend; bĳpassend
+   adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
 
 _____
 
 kongruieren
 kongruieren
-   congruent zĳn; elkaar dekken
+   congruent zijn; elkaar dekken
 
 _____
 
@@ -64463,7 +64236,7 @@
 
 konkurrieren
 konkurrieren
-   concurreren; meedingen; wedĳveren
+   concurreren; meedingen; wedijveren
 
 _____
 
@@ -64493,7 +64266,7 @@
 
 konsternieren
 konsternieren
-   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbĳsteren; verbluffen
+   onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
 
 _____
 
@@ -64523,7 +64296,7 @@
 
 kontrollieren
 kontrollieren
-   aflezen; checken; controleren; nakĳken; surveilleren; toezien
+   aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
 
 _____
 
@@ -64553,13 +64326,13 @@
 
 konzis
 konzis
-   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelĳk
+   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
 
 _____
 
 korrelativ
 korrelativ
-   correlatief; een wederzĳdse betrekking hebbend
+   correlatief; een wederzijdse betrekking hebbend
 
 _____
 
@@ -64571,7 +64344,7 @@
 
 korrigieren
 korrigieren
-   bĳsturen; corrigeren; verbeteren
+   bijsturen; corrigeren; verbeteren
 
 _____
 
@@ -64645,19 +64418,19 @@
 
 kriegen
 kriegen
-   oorlogvoeren; strĳden
+   oorlogvoeren; strijden
 
 _____
 
 kriminal
 kriminal
-   crimineel; strafrechtelĳk
+   crimineel; strafrechtelijk
 
 _____
 
 kriminell
 kriminell
-   crimineel; strafrechtelĳk
+   crimineel; strafrechtelijk
 
 _____
 
@@ -64688,7 +64461,7 @@
 
 kränken
 kränken
-   beledigen; grieven; krenken; verongelĳken
+   beledigen; grieven; krenken; verongelijken
    bedroeven; ergeren; grieven; verdriet doen; verdrieten
 
 _____
@@ -64738,7 +64511,7 @@
 kurios
 kurios
    curieus; typisch; vreemd; vreemdsoortig
-   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlĳk
+   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
 
 _____
 
@@ -64756,7 +64529,7 @@
 
 kurz
 kurz
-   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelĳk
+   beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
    kort
    kort; kortstondig
 
@@ -64770,7 +64543,7 @@
 
 kurzsichtig
 kurzsichtig
-   bĳziend; kippig; kortzichtig
+   bijziend; kippig; kortzichtig
 
 _____
 
@@ -64782,7 +64555,7 @@
 
 kämpfen
 kämpfen
-   kampen; strĳden; strĳd voeren; vechten
+   kampen; strijden; strijd voeren; vechten
 
 _____
 
@@ -64806,7 +64579,7 @@
 
 königlich
 königlich
-   koninklĳk; vorstelĳk
+   koninklijk; vorstelijk
 
 _____
 
@@ -64879,7 +64652,7 @@
 
 laienhaft
 laienhaft
-   leke‐; wereldlĳk
+   leke‐; wereldlijk
 
 _____
 
@@ -64921,7 +64694,7 @@
 
 lateinisch
 lateinisch
-   Latĳns
+   Latijns
 
 _____
 
@@ -65026,13 +64799,13 @@
 
 leerstehen
 leerstehen
-   openstaan; vacant zĳn; vaceren; vakant zĳn
+   openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
 
 _____
 
 legen
 legen
-   leggen; neerleggen; vlĳen
+   leggen; neerleggen; vlijen
    leggen; plaatsen; situeren; stationeren
    leggen; steken; plaatsen; stellen; stoppen; zetten
    planten; aanplanten; poten
@@ -65041,7 +64814,7 @@
 
 legitim
 legitim
-   echt; legaal; wettelĳk; wettig
+   echt; legaal; wettelijk; wettig
 
 _____
 
@@ -65059,13 +64832,13 @@
 
 lehren
 lehren
-   bĳbrengen; instrueren; leren; scholen
+   bijbrengen; instrueren; leren; scholen
 
 _____
 
 leicht
 leicht
-   licht; makkelĳk; gemakkelĳk; vlot
+   licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
 
 _____
 
@@ -65083,13 +64856,13 @@
 
 leicht berühren
 leicht berühren
-   beroeren; strĳken langs
+   beroeren; strijken langs
 
 _____
 
 leiden
 leiden
-   doorstaan; lĳden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+   doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
 
 _____
 
@@ -65101,7 +64874,7 @@
 
 leider
 leider
-   helaas; jammer; jammer genoeg; tot mĳn spĳt
+   helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
 
 _____
 
@@ -65119,7 +64892,7 @@
 
 leimen
 leimen
-   lĳmen; hechten; plakken
+   lijmen; hechten; plakken
 
 _____
 
@@ -65137,15 +64910,15 @@
 
 leiten
 leiten
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
-   de weg wĳzen; leiden; geleiden; rondleiden
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
    besturen; brengen; leiden; geleiden; voeren
 
 _____
 
 lenken
 lenken
-   de weg wĳzen; leiden; geleiden; rondleiden
+   de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
 
 _____
 
@@ -65187,7 +64960,7 @@
 
 leuchten
 leuchten
-   aan zĳn; lichten; licht geven; schĳnen
+   aan zijn; lichten; licht geven; schijnen
 
 _____
 
@@ -65199,7 +64972,7 @@
 
 liberal
 liberal
-   liberaal; vrĳzinnig
+   liberaal; vrijzinnig
 
 _____
 
@@ -65223,7 +64996,7 @@
 
 liebeln
 liebeln
-   aan de scharrel zĳn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+   aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
 
 _____
 
@@ -65236,13 +65009,13 @@
 lieber
 lieber
    eer; liever
-   bĳ voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
+   bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
 
 _____
 
 lieblich
 lieblich
-   bekoorlĳk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+   bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
 
 _____
 
@@ -65254,7 +65027,7 @@
 
 liederlich leben
 liederlich leben
-   aan de rol zĳn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwĳnen
+   aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
 
 _____
 
@@ -65267,7 +65040,7 @@
 liegen
 liegen
    liggen
-   gelegen zĳn; liggen
+   gelegen zijn; liggen
 
 _____
 
@@ -65279,7 +65052,7 @@
 
 liniieren
 liniieren
-   lĳnen; liniëren
+   lijnen; liniëren
 
 _____
 
@@ -65321,8 +65094,8 @@
 
 loben
 loben
-   loven; prĳzen; roemen; verheerlĳken
-   lof toezwaaien; loven; prĳzen; roemen
+   loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+   lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
 
 _____
 
@@ -65352,7 +65125,7 @@
 
 lokal
 lokal
-   lokaal; plaatselĳk
+   lokaal; plaatselijk
 
 _____
 
@@ -65401,7 +65174,7 @@
 
 lustig
 lustig
-   lustig; monter; vrolĳk
+   lustig; monter; vrolijk
 
 _____
 
@@ -65437,7 +65210,7 @@
 
 lächerlich
 lächerlich
-   belachelĳk; gek; lachwekkend; mal; ridicuul; zot
+   belachelijk; gek; lachwekkend; mal; ridicuul; zot
 
 _____
 
@@ -65480,7 +65253,7 @@
 
 löschen
 löschen
-   afbetalen; aflossen; afschrĳven; amortiseren; delgen; uitdelgen
+   afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
    aflossen; delgen
 
 _____
@@ -65517,7 +65290,7 @@
 
 machen
 machen
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
    doen; laten; laten doen; maken
 
 _____
@@ -65597,20 +65370,20 @@
 
 manchmal
 manchmal
-   bĳ wĳlen; soms; somtĳds; wel eens
+   bij wijlen; soms; somtijds; wel eens
 
 _____
 
 mangeln
 mangeln
    kalanderen; mangelen
-   absent zĳn; afwezig zĳn; schelen
+   absent zijn; afwezig zijn; schelen
 
 _____
 
 manifestieren
 manifestieren
-   laten blĳken; manifesteren
+   laten blijken; manifesteren
 
 _____
 
@@ -65682,7 +65455,7 @@
 
 materiell
 materiell
-   materieel; stoffelĳk
+   materieel; stoffelijk
 
 _____
 
@@ -65719,19 +65492,19 @@
 
 meiden
 meiden
-   mĳden; ontwĳken; uit de weg gaan; vermĳden
+   mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
 
 _____
 
 mein
 mein
-   m'n; mĳn
+   m'n; mijn
 
 _____
 
 meinen
 meinen
-   achten; geloven; van mening zĳn; vinden
+   achten; geloven; van mening zijn; vinden
 
 _____
 
@@ -65781,13 +65554,13 @@
 
 menschenfreundlich
 menschenfreundlich
-   humaan; menselĳk
+   humaan; menselijk
 
 _____
 
 menschlich
 menschlich
-   humaan; menselĳk
+   humaan; menselijk
 
 _____
 
@@ -65811,7 +65584,7 @@
 
 metaphorisch
 metaphorisch
-   figuurlĳk; overdrachtelĳk
+   figuurlijk; overdrachtelijk
 
 _____
 
@@ -65855,7 +65628,7 @@
 
 mirakulös
 mirakulös
-   miraculeus; wonderbaar; wonderbaarlĳk; wonderdadig; wonderdoend
+   miraculeus; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderdadig; wonderdoend
 
 _____
 
@@ -65874,7 +65647,7 @@
 
 mitbringen
 mitbringen
-   bĳeenbrengen; meebrengen; meenemen
+   bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
 
 _____
 
@@ -65886,7 +65659,7 @@
 
 mitnehmen
 mitnehmen
-   bĳeenbrengen; meebrengen; meenemen
+   bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
    meevoeren
    afhalen; meebrengen; meenemen; vergaderen
 
@@ -65902,7 +65675,7 @@
 
 mittelbar
 mittelbar
-   indirect; middellĳk; zĳdelings
+   indirect; middellijk; zijdelings
 
 _____
 
@@ -65980,7 +65753,7 @@
 
 mißverstehen
 mißverstehen
-   misvatten; verkeerd begrĳpen
+   misvatten; verkeerd begrijpen
 
 _____
 
@@ -66010,13 +65783,13 @@
 
 modern
 modern
-   bĳdetĳds; modern; nieuwerwets
+   bijdetijds; modern; nieuwerwets
 
 _____
 
 modifizieren
 modifizieren
-   modificeren; wĳzigen
+   modificeren; wijzigen
 
 _____
 
@@ -66046,7 +65819,7 @@
 
 moralisch
 moralisch
-   moreel; zedelĳk; zedenkundig
+   moreel; zedelijk; zedenkundig
 
 _____
 
@@ -66131,7 +65904,7 @@
 
 mutwillig
 mutwillig
-   dartel; olĳk; ondeugend; schalks; schelms
+   dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
 
 _____
 
@@ -66173,7 +65946,7 @@
 
 mäßig
 mäßig
-   bescheiden; matig; gematigd; schappelĳk; sober
+   bescheiden; matig; gematigd; schappelijk; sober
    bezadigd; matig; nuchter; sober; stemmig
 
 _____
@@ -66188,20 +65961,20 @@
 mögen
    beminnen; houden van; liefhebben
    lusten
-   dol zĳn op; gek zĳn op; verzot zĳn op
+   dol zijn op; gek zijn op; verzot zijn op
    hechten aan; houden van; mogen; waarderen
 
 _____
 
 möglicherweise
 möglicherweise
-   misschien; mogelĳk; mogelĳkerwĳs; soms; wellicht
+   misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
 
 _____
 
 möglich machen
 möglich machen
-   in staat stellen; mogelĳk maken
+   in staat stellen; mogelijk maken
 
 _____
 
@@ -66213,7 +65986,7 @@
 
 mühelos
 mühelos
-   licht; makkelĳk; gemakkelĳk; vlot
+   licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
 
 _____
 
@@ -66225,9 +65998,9 @@
 
 nach
 nach
-   aan; bĳ; naar; tegen; tot; voor
+   aan; bij; naar; tegen; tot; voor
    aan; in; binnen; per; te
-   blĳkens; ingevolge; langs; naar; volgens
+   blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
    aan; achter; na; na verloop van; over
 
 _____
@@ -66258,7 +66031,7 @@
 
 nachgeben
 nachgeben
-   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wĳken; zwichten
+   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
 
 _____
 
@@ -66294,14 +66067,14 @@
 
 nachsehen
 nachsehen
-   examineren; nakĳken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
-   aflezen; checken; controleren; nakĳken; surveilleren; toezien
+   examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+   aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
 
 _____
 
 nachsichtig sein
 nachsichtig sein
-   ontzien; sparen; toegeeflĳk zĳn voor; zich laten vermurwen
+   ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
 
 _____
 
@@ -66385,7 +66158,7 @@
 
 nach und nach
 nach und nach
-   geleidelĳk; langzamerhand; zoetjes aan
+   geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
 
 _____
 
@@ -66403,20 +66176,20 @@
 
 nageln
 nageln
-   nagelen; spĳkeren
+   nagelen; spijkeren
 
 _____
 
 nahe
 nahe
    aanstaand; eerstvolgend; komend
-   dichtbĳ; nabĳ
+   dichtbij; nabij
 
 _____
 
 nahezu
 nahezu
-   bĳna; bĳkans; haast; schier; vrĳwel; welhaast; zo goed als; zowat
+   bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
 
 _____
 
@@ -66458,8 +66231,8 @@
 
 natürlich
 natürlich
-   natuurlĳk
-   natuurlĳk; uiteraard; van nature
+   natuurlijk
+   natuurlijk; uiteraard; van nature
 
 _____
 
@@ -66477,8 +66250,8 @@
 
 neben
 neben
-   aan; bĳ; dichtbĳ; naast; nabĳ
-   behalve; bezĳden; naast
+   aan; bij; dichtbij; naast; nabij
+   behalve; bezijden; naast
 
 _____
 
@@ -66555,8 +66328,8 @@
 
 neutral
 neutral
-   neutraal; onzĳdig
-   afzĳdig; neutraal; onpartĳdig
+   neutraal; onzijdig
+   afzijdig; neutraal; onpartijdig
 
 _____
 
@@ -66574,7 +66347,7 @@
 
 nicht berücksichtigen
 nicht berücksichtigen
-   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcĳferen
+   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
 
 _____
 
@@ -66587,7 +66360,7 @@
 
 nicht schwierig
 nicht schwierig
-   licht; makkelĳk; gemakkelĳk; vlot
+   licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
 
 _____
 
@@ -66708,13 +66481,13 @@
 
 notieren
 notieren
-   aantekenen; noteren; opschrĳven; teboekstellen
+   aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
 
 _____
 
 notwendig
 notwendig
-   nodig; benodigd; noodzakelĳk
+   nodig; benodigd; noodzakelijk
 
 _____
 
@@ -66776,7 +66549,7 @@
 
 nächtlich
 nächtlich
-   nachtelĳk
+   nachtelijk
 
 _____
 
@@ -66800,7 +66573,7 @@
 
 nördlich
 nördlich
-   noordelĳk; noords
+   noordelijk; noords
 
 _____
 
@@ -66812,7 +66585,7 @@
 
 nötig
 nötig
-   nodig; benodigd; noodzakelĳk
+   nodig; benodigd; noodzakelijk
 
 _____
 
@@ -66830,13 +66603,13 @@
 
 nützen
 nützen
-   baten; helpen; van nut zĳn
+   baten; helpen; van nut zijn
 
 _____
 
 nützlich
 nützlich
-   bevorderlĳk; dienstig; nuttig
+   bevorderlijk; dienstig; nuttig
 
 _____
 
@@ -66884,7 +66657,7 @@
 
 objektiv
 objektiv
-   objectief; zakelĳk
+   objectief; zakelijk
 
 _____
 
@@ -66914,26 +66687,26 @@
 
 offenbar
 offenbar
-   apert; duidelĳk; evident; kennelĳk; klaarblĳkelĳk; uitgesproken
-   blĳkbaar; duidelĳk; klaarblĳkelĳk
+   apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+   blijkbaar; duidelijk; klaarblijkelijk
 
 _____
 
 offen sein
 offen sein
-   openstaan; vacant zĳn; vaceren; vakant zĳn
+   openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
 
 _____
 
 offiziell
 offiziell
-   ambtelĳk; officieel
+   ambtelijk; officieel
 
 _____
 
 oft
 oft
-   dikwĳls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltĳds
+   dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
 
 _____
 
@@ -66951,7 +66724,7 @@
 
 ohnmächtig werden
 ohnmächtig werden
-   bewusteloos raken; bezwĳmen; flauw vallen; in zwĳm vallen
+   bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
 
 _____
 
@@ -66999,13 +66772,13 @@
 
 organisieren
 organisieren
-   regelen; organiseren; uitschrĳven
+   regelen; organiseren; uitschrijven
 
 _____
 
 originell
 originell
-   apart; oorspronkelĳk; origineel
+   apart; oorspronkelijk; origineel
 
 _____
 
@@ -67066,7 +66839,7 @@
 
 paradieren
 paradieren
-   paraderen; pralen; prĳken; pronken
+   paraderen; pralen; prijken; pronken
 
 _____
 
@@ -67078,7 +66851,7 @@
 
 parallel
 parallel
-   evenwĳdig; parallel
+   evenwijdig; parallel
 
 _____
 
@@ -67102,20 +66875,20 @@
 
 parteiisch
 parteiisch
-   eenzĳdig; partĳdig
+   eenzijdig; partijdig
 
 _____
 
 passieren
 passieren
-   aan de hand zĳn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
-   omkomen; overdrĳven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrĳken
+   aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+   omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
 
 _____
 
 passiv
 passiv
-   lĳdelĳk; passief
+   lijdelijk; passief
 
 _____
 
@@ -67181,8 +66954,8 @@
 
 persönlich
 persönlich
-   persoonlĳk
-   in eigen persoon; persoonlĳk
+   persoonlijk
+   in eigen persoon; persoonlijk
 
 _____
 
@@ -67340,7 +67113,7 @@
 
 plätten
 plätten
-   strĳken; gladstrĳken
+   strijken; gladstrijken
 
 _____
 
@@ -67370,7 +67143,7 @@
 
 polieren
 polieren
-   boenen; poetsen; polĳsten; schuren; wrĳven; zoeten
+   boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
 
 _____
 
@@ -67406,7 +67179,7 @@
 
 pompös
 pompös
-   luisterrĳk; opgeprikt; pompeus; weids
+   luisterrijk; opgeprikt; pompeus; weids
 
 _____
 
@@ -67466,7 +67239,7 @@
 
 poussieren
 poussieren
-   het hof maken; scharrelen; vrĳen
+   het hof maken; scharrelen; vrijen
 
 _____
 
@@ -67484,7 +67257,7 @@
 
 praktizieren
 praktizieren
-   beoefenen; betrachten; in de praktĳk brengen; uitoefenen
+   beoefenen; betrachten; in de praktijk brengen; uitoefenen
 
 _____
 
@@ -67496,15 +67269,15 @@
 
 preisen
 preisen
-   loven; prĳzen; roemen; verheerlĳken
-   verheerlĳken
-   lof toezwaaien; loven; prĳzen; roemen
+   loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+   verheerlijken
+   lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
 
 _____
 
 preiskrönen
 preiskrönen
-   bekronen; een prĳs toekennen
+   bekronen; een prijs toekennen
 
 _____
 
@@ -67516,7 +67289,7 @@
 
 pressieren
 pressieren
-   dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zĳn
+   dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
 
 _____
 
@@ -67571,13 +67344,13 @@
 
 profan
 profan
-   ongewĳd; onheilig; oningewĳd; profaan
+   ongewijd; onheilig; oningewijd; profaan
 
 _____
 
 profanieren
 profanieren
-   ontheiligen; ontwĳden; profaneren; schenden; verontheiligen
+   ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
 
 _____
 
@@ -67613,7 +67386,7 @@
 
 promenieren
 promenieren
-   aan de wandel zĳn; lopen; tippelen; wandelen
+   aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
 
 _____
 
@@ -67637,7 +67410,7 @@
 
 proportional
 proportional
-   evenredig; proportioneel; verhoudingsgewĳs
+   evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
 
 _____
 
@@ -67649,13 +67422,13 @@
 
 proskribieren
 proskribieren
-   vogelvrĳ verklaren
+   vogelvrij verklaren
 
 _____
 
 prosperieren
 prosperieren
-   bloeien; floreren; gedĳen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+   bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
 
 _____
 
@@ -67673,25 +67446,25 @@
 
 protestieren
 protestieren
-   bestrĳden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+   bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
 
 _____
 
 provinzialisch
 provinzialisch
-   gewestelĳk; provinciaal
+   gewestelijk; provinciaal
 
 _____
 
 provinziell
 provinziell
-   gewestelĳk; provinciaal
+   gewestelijk; provinciaal
 
 _____
 
 provisorisch
 provisorisch
-   tĳdelĳk; voorlopig
+   tijdelijk; voorlopig
 
 _____
 
@@ -67703,7 +67476,7 @@
 
 prunken
 prunken
-   paraderen; pralen; prĳken; pronken
+   paraderen; pralen; prijken; pronken
 
 _____
 
@@ -67715,7 +67488,7 @@
 
 prämiieren
 prämiieren
-   bekronen; een prĳs toekennen
+   bekronen; een prijs toekennen
 
 _____
 
@@ -67745,7 +67518,7 @@
 
 prüfen
 prüfen
-   examineren; nakĳken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+   examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
    beproeven; passen; aanpassen; proberen; toetsen; uitproberen
 
 _____
@@ -67776,7 +67549,7 @@
 
 purgieren
 purgieren
-   afdrĳven; laxeren; purgeren
+   afdrijven; laxeren; purgeren
 
 _____
 
@@ -67860,7 +67633,7 @@
 
 radikal
 radikal
-   grondig; ingrĳpend; radicaal; vergaand
+   grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
 
 _____
 
@@ -67872,7 +67645,7 @@
 
 raffinieren
 raffinieren
-   louteren; raffineren; verfĳnen
+   louteren; raffineren; verfijnen
 
 _____
 
@@ -67927,14 +67700,14 @@
 
 rational
 rational
-   rationeel; redelĳk
+   rationeel; redelijk
    rationeel
 
 _____
 
 rationell
 rationell
-   rationeel; redelĳk
+   rationeel; redelijk
 
 _____
 
@@ -67964,7 +67737,7 @@
 
 real
 real
-   reëel; werkelĳk; daadwerkelĳk; wezenlĳk
+   reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
 
 _____
 
@@ -67984,7 +67757,7 @@
 recht
 recht
    correct; goed; juist; zuiver
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
    goed; juist; recht
 
 _____
@@ -68009,25 +67782,25 @@
 
 rechthabend
 rechthabend
-   gegrond; gelĳk hebbend; juist
+   gegrond; gelijk hebbend; juist
 
 _____
 
 rechtmäßig
 rechtmäßig
-   echt; legaal; wettelĳk; wettig
+   echt; legaal; wettelijk; wettig
 
 _____
 
 rechts
 rechts
-   aan de rechterkant; aan de rechterzĳde; rechts
+   aan de rechterkant; aan de rechterzijde; rechts
 
 _____
 
 rechtschaffen
 rechtschaffen
-   degelĳk; eerlĳk; eerzaam; fatsoenlĳk; net
+   degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
 
 _____
 
@@ -68081,7 +67854,7 @@
 
 regalieren
 regalieren
-   onthalen; trakteren; vergasten; vrĳhouden
+   onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
 
 _____
 
@@ -68105,13 +67878,13 @@
 
 reiben
 reiben
-   aanstrĳken; wrĳven; uitwrĳven
+   aanstrijken; wrijven; uitwrijven
 
 _____
 
 reich
 reich
-   gefortuneerd; rĳk; vermogend
+   gefortuneerd; rijk; vermogend
 
 _____
 
@@ -68123,39 +67896,39 @@
 
 reichlich
 reichlich
-   in overvloed; rĳkelĳk; ruimschoots; volop
+   in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
 
 _____
 
 reif
 reif
-   belegen; bezonken; rĳp
+   belegen; bezonken; rijp
 
 _____
 
 reimen
 reimen
-   rĳmen; berĳmen
+   rijmen; berijmen
 
 _____
 
 rein
 rein
    louter; puur; zuiver
-   helder; proper; rein; schoon; zindelĳk
-   maagdelĳk; ongerept
+   helder; proper; rein; schoon; zindelijk
+   maagdelijk; ongerept
 
 _____
 
 reinigen
 reinigen
-   afdrĳven; laxeren; purgeren
+   afdrijven; laxeren; purgeren
 
 _____
 
 reinlich
 reinlich
-   helder; proper; rein; schoon; zindelĳk
+   helder; proper; rein; schoon; zindelijk
 
 _____
 
@@ -68167,7 +67940,7 @@
 
 reiten
 reiten
-   rĳden
+   rijden
 
 _____
 
@@ -68180,7 +67953,7 @@
 
 reizend
 reizend
-   bekoorlĳk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+   bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
 
 _____
 
@@ -68188,7 +67961,7 @@
 reißen
    schokken
    rukken
-   rĳten; scheuren
+   rijten; scheuren
    scheuren; springen; uitscheuren
 
 _____
@@ -68237,7 +68010,7 @@
 
 reservieren
 reservieren
-   openhouden; reserveren; vrĳhouden
+   openhouden; reserveren; vrijhouden
 
 _____
 
@@ -68249,7 +68022,7 @@
 
 respektiv
 respektiv
-   respectievelĳk
+   respectievelijk
 
 _____
 
@@ -68285,7 +68058,7 @@
 
 revidieren
 revidieren
-   herzien; inspecteren; nakĳken; reviseren
+   herzien; inspecteren; nakijken; reviseren
 
 _____
 
@@ -68361,7 +68134,7 @@
 ringen
 ringen
    kampen; worstelen
-   twĳnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
+   twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
 
 _____
 
@@ -68391,7 +68164,7 @@
 
 rmee
 rmee
-   heer; heerschaar; leger; strĳdkrachten; troepenmacht; weermacht
+   heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
 
 _____
 
@@ -68448,7 +68221,7 @@
 
 routiniert
 routiniert
-   gangbaar; geĳkt; geroutineerd; routine‐
+   gangbaar; geijkt; geroutineerd; routine‐
 
 _____
 
@@ -68503,7 +68276,7 @@
 
 rutschen
 rutschen
-   glibberen; glĳden; glippen; schuiven; uitglĳden
+   glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
    schuiven; opschuiven
 
 _____
@@ -68528,7 +68301,7 @@
 
 römisch
 römisch
-   Romeins; van het Romeinse Rĳk
+   Romeins; van het Romeinse Rijk
 
 _____
 
@@ -68582,14 +68355,14 @@
 
 rühmen
 rühmen
-   loven; prĳzen; roemen; verheerlĳken
+   loven; prijzen; roemen; verheerlijken
 
 _____
 
 rühren
 rühren
-   aangrĳpen; bewegen; ontroeren
-   aandoen; aangrĳpen; bewegen; ontroeren; treffen
+   aangrijpen; bewegen; ontroeren
+   aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
    aankomen; raken; aanraken; beroeren; toucheren
 
 _____
@@ -68705,7 +68478,7 @@
 
 sauber
 sauber
-   helder; proper; rein; schoon; zindelĳk
+   helder; proper; rein; schoon; zindelijk
 
 _____
 
@@ -68747,7 +68520,7 @@
 
 schalkhaft
 schalkhaft
-   dartel; olĳk; ondeugend; schalks; schelms
+   dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
 
 _____
 
@@ -68797,28 +68570,28 @@
 
 scheinbar
 scheinbar
-   ogenschĳnlĳk; schĳnbaar
-   in schĳn; naar het schĳnt; schĳnbaar; ogenschĳnlĳk
+   ogenschijnlijk; schijnbaar
+   in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
 
 _____
 
 scheinen
 scheinen
-   blinken; glanzen; schĳnen; schitteren
-   lĳken; overkomen; schĳnen; toeschĳnen; voorkomen
+   blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+   lijken; overkomen; schijnen; toeschijnen; voorkomen
 
 _____
 
 schelmisch
 schelmisch
-   dartel; olĳk; ondeugend; schalks; schelms
+   dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
 
 _____
 
 schelten
 schelten
    affronteren; beledigen; krenken
-   beknorren; berispen; terechtwĳzen; verwĳten
+   beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
 
 _____
 
@@ -68854,7 +68627,7 @@
 
 scherzend
 scherzend
-   schertsenderwĳs; voor de grap
+   schertsenderwijs; voor de grap
 
 _____
 
@@ -68879,7 +68652,7 @@
 
 schielen
 schielen
-   loensen; scheelkĳken; scheelzien
+   loensen; scheelkijken; scheelzien
 
 _____
 
@@ -68891,7 +68664,7 @@
 
 schier
 schier
-   bĳna; bĳkans; haast; schier; vrĳwel; welhaast; zo goed als; zowat
+   bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
 
 _____
 
@@ -68915,7 +68688,7 @@
 
 schimmern
 schimmern
-   blinken; glanzen; schĳnen; schitteren
+   blinken; glanzen; schijnen; schitteren
 
 _____
 
@@ -68958,7 +68731,7 @@
 
 schlecht
 schlecht
-   beroerd; kwaad; kwalĳk; slecht; verkeerd
+   beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
 
 _____
 
@@ -68970,7 +68743,7 @@
 
 schleifen
 schleifen
-   aanzetten; slĳpen; scherpen; verhevigen; wetten
+   aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
 
 _____
 
@@ -69074,7 +68847,7 @@
 
 schmeißen
 schmeißen
-   kwakken; slingeren; smĳten
+   kwakken; slingeren; smijten
 
 _____
 
@@ -69087,7 +68860,7 @@
 
 schmerzen
 schmerzen
-   pĳn doen; zeer doen
+   pijn doen; zeer doen
 
 _____
 
@@ -69144,7 +68917,7 @@
 schneiden
    oogsten
    knippen; scheren; snoeien
-   snerpen; snĳden
+   snerpen; snijden
 
 _____
 
@@ -69163,13 +68936,13 @@
 schnell
 schnell
    gauw; gezwind; haastig; snel; spoedig; vlug
-   gauw; hard; in allerĳl; schielĳk; snel; vlug
+   gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
 
 _____
 
 schnüren
 schnüren
-   aanrĳgen; dichtrĳgen; vastrĳgen
+   aanrijgen; dichtrijgen; vastrijgen
 
 _____
 
@@ -69187,7 +68960,7 @@
 
 schonen
 schonen
-   ontzien; sparen; toegeeflĳk zĳn voor; zich laten vermurwen
+   ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
 
 _____
 
@@ -69211,13 +68984,13 @@
 
 schrecklich
 schrecklich
-   ĳselĳk; schrikaanjagend; verschrikkelĳk; vervaarlĳk; vreselĳk
+   ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
 
 _____
 
 schreiben
 schreiben
-   schrĳven; neerschrĳven; uitschrĳven
+   schrijven; neerschrijven; uitschrijven
 
 _____
 
@@ -69229,13 +69002,13 @@
 
 schreiten
 schreiten
-   lopen; schrĳden; stappen; treden
+   lopen; schrijden; stappen; treden
 
 _____
 
 schriftlich
 schriftlich
-   schriftelĳk
+   schriftelijk
 
 _____
 
@@ -69253,7 +69026,7 @@
 
 schulden
 schulden
-   in de schuld staan; schuldig zĳn; verschuldigd zĳn
+   in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
 
 _____
 
@@ -69265,7 +69038,7 @@
 
 schuldig sein
 schuldig sein
-   in de schuld staan; schuldig zĳn; verschuldigd zĳn
+   in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
 
 _____
 
@@ -69326,13 +69099,13 @@
 
 schweigen
 schweigen
-   zich stilhouden; zĳn mond houden; zwĳgen; stilzwĳgen
+   zich stilhouden; zijn mond houden; zwijgen; stilzwijgen
 
 _____
 
 schweigend
 schweigend
-   stil; zwĳgend; stilzwĳgend
+   stil; zwijgend; stilzwijgend
 
 _____
 
@@ -69350,25 +69123,25 @@
 
 schwellen
 schwellen
-   opzetten; rĳzen; uitdĳen; zwellen; opzwellen
+   opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
 
 _____
 
 schwer
 schwer
-   moeilĳk; lastig; slim; zwaar
+   moeilijk; lastig; slim; zwaar
 
 _____
 
 schwer sein
 schwer sein
-   wegen; zwaar zĳn
+   wegen; zwaar zijn
 
 _____
 
 schwimmen
 schwimmen
-   drĳven; zwemmen
+   drijven; zwemmen
 
 _____
 
@@ -69393,7 +69166,7 @@
 
 schwärmen
 schwärmen
-   dromen; mĳmeren
+   dromen; mijmeren
    krielen; krioelen; wemelen; wriemelen; zwermen
 
 _____
@@ -69412,7 +69185,7 @@
 
 schädlich
 schädlich
-   nadelig; schadelĳk
+   nadelig; schadelijk
 
 _____
 
@@ -69425,7 +69198,7 @@
 
 schön
 schön
-   fĳn; fraai; mooi; knap; net; schoon
+   fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
 
 _____
 
@@ -69480,7 +69253,7 @@
 
 segnen
 segnen
-   wĳden; zegenen; inzegenen
+   wijden; zegenen; inzegenen
 
 _____
 
@@ -69504,13 +69277,13 @@
 
 sehr
 sehr
-   bĳster; bĳzonder; heel; erg; terdege; zeer
+   bijster; bijzonder; heel; erg; terdege; zeer
 
 _____
 
 seiden
 seiden
-   zĳden
+   zijden
 
 _____
 
@@ -69522,16 +69295,16 @@
 
 sein
 sein
-   wezen; zĳn
-   verkeren; wezen; zĳn; zich bevinden
-   zĳn
-   haar; zĳn
+   wezen; zijn
+   verkeren; wezen; zijn; zich bevinden
+   zijn
+   haar; zijn
 
 _____
 
 seiner
 seiner
-   'ie; 'm; hem; hĳ
+   'ie; 'm; hem; hij
 
 _____
 
@@ -69584,7 +69357,7 @@
 seltsam
 seltsam
    curieus; typisch; vreemd; vreemdsoortig
-   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlĳk
+   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
 
 _____
 
@@ -69602,7 +69375,7 @@
 
 senken
 senken
-   laten zakken; neerlaten; strĳken; vellen
+   laten zakken; neerlaten; strijken; vellen
 
 _____
 
@@ -69633,7 +69406,7 @@
 
 seperat
 seperat
-   afgezonderd; afzonderlĳk; bĳzonder; los
+   afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
 
 _____
 
@@ -69659,13 +69432,13 @@
 
 sexuell
 sexuell
-   generatief; geslachtelĳk; seksueel; sexueel
+   generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
 
 _____
 
 sezieren
 sezieren
-   doorsnĳden; sectie verrichten
+   doorsnijden; sectie verrichten
 
 _____
 
@@ -69689,7 +69462,7 @@
 
 sich  bewußt sein
 sich ... bewußt sein
-   beseffen; zich bewust zĳn; zich realiseren
+   beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
 
 _____
 
@@ -69707,7 +69480,7 @@
 
 sich abmühen
 sich abmühen
-   wurmen; zich beĳveren; zich uitsloven
+   wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
    pogen; streven; zich inspannen
 
 _____
@@ -69720,7 +69493,7 @@
 
 sich anstrengen
 sich anstrengen
-   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beĳveren; zoeken
+   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
    pogen; streven; zich inspannen
 
 _____
@@ -69757,7 +69530,7 @@
 
 sich befinden
 sich befinden
-   gesteld zĳn; het maken
+   gesteld zijn; het maken
    verkeren; voorkomen; zich bevinden; zich ophouden
    zich bevinden
 
@@ -69771,7 +69544,7 @@
 
 sich beklagen
 sich beklagen
-   klagen; zĳn beklag doen
+   klagen; zijn beklag doen
 
 _____
 
@@ -69784,7 +69557,7 @@
 
 sich bemühen
 sich bemühen
-   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beĳveren; zoeken
+   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
    pogen; streven; zich inspannen
 
 _____
@@ -69894,7 +69667,7 @@
 
 sich entrüsten
 sich entrüsten
-   verontwaardigd zĳn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+   verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
 
 _____
 
@@ -69912,7 +69685,7 @@
 
 sich erbarmen
 sich erbarmen
-   beklagen; medelĳden hebben; medelĳden hebben met
+   beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
 
 _____
 
@@ -69930,7 +69703,7 @@
 
 sich ereignen
 sich ereignen
-   aan de hand zĳn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+   aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
 
 _____
 
@@ -69942,7 +69715,7 @@
 
 sich erheben
 sich erheben
-   opgaan; opkomen; opstaan; rĳzen; stĳgen; verrĳzen; wassen
+   opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
 
 _____
 
@@ -69979,7 +69752,7 @@
 
 sich erwerben
 sich erwerben
-   buit maken; behalen; verkrĳgen; verwerven
+   buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
 
 _____
 
@@ -69991,13 +69764,13 @@
 
 sich freuen
 sich freuen
-   blĳ zĳn; genieten van; zich verblĳden; zich verheugen
+   blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
 
 _____
 
 sich freuen an
 sich freuen an
-   blĳ zĳn om; vreugde scheppen in; zich verheugen over
+   blij zijn om; vreugde scheppen in; zich verheugen over
    genieten; genieten van; zich verheugen in; zich verlustigen in
 
 _____
@@ -70016,7 +69789,7 @@
 
 sich gewöhnen
 sich gewöhnen
-   gewend zĳn; gewoon zĳn; plegen
+   gewend zijn; gewoon zijn; plegen
 
 _____
 
@@ -70103,7 +69876,7 @@
 
 sich treffen
 sich treffen
-   bĳeenkomen; samenkomen; vergaderen
+   bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
 
 _____
 
@@ -70127,7 +69900,7 @@
 
 sich verehelichen
 sich verehelichen
-   in het huwelĳk treden; trouwen
+   in het huwelijk treden; trouwen
 
 _____
 
@@ -70139,13 +69912,13 @@
 
 sich vergewissern
 sich vergewissern
-   zekerheid krĳgen
+   zekerheid krijgen
 
 _____
 
 sich vergnügen
 sich vergnügen
-   in zĳn schik zĳn
+   in zijn schik zijn
 
 _____
 
@@ -70157,13 +69930,13 @@
 
 sich verheiraten
 sich verheiraten
-   in het huwelĳk treden; trouwen
+   in het huwelijk treden; trouwen
 
 _____
 
 sich verirren
 sich verirren
-   dwalen; afdwalen; van de weg afwĳken; verdwalen
+   dwalen; afdwalen; van de weg afwijken; verdwalen
 
 _____
 
@@ -70187,19 +69960,19 @@
 
 sich verlohnen
 sich verlohnen
-   lonen; waard zĳn
+   lonen; waard zijn
 
 _____
 
 sich verneigen
 sich verneigen
-   buigen; een buiging maken; nĳgen
+   buigen; een buiging maken; nijgen
 
 _____
 
 sich versammeln
 sich versammeln
-   bĳeenkomen; samenkomen; vergaderen
+   bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
 
 _____
 
@@ -70211,14 +69984,14 @@
 
 sich verspäten
 sich verspäten
-   achterlopen; achter zĳn; over tĳd zĳn; te laat zĳn
+   achterlopen; achter zijn; over tijd zijn; te laat zijn
 
 _____
 
 sich verständigen
 sich verständigen
-   elkaar begrĳpen
-   afspreken; een schikking treffen; het eens zĳn; overeenkomen
+   elkaar begrijpen
+   afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
 
 _____
 
@@ -70242,7 +70015,7 @@
 
 sich widmen
 sich widmen
-   zich toeleggen op; zich wĳden aan
+   zich toeleggen op; zich wijden aan
 
 _____
 
@@ -70266,19 +70039,19 @@
 
 sich zusammennehmen
 sich zusammennehmen
-   op zĳn qui‐vive zĳn; op zĳn tellen passen; voorzichtig zĳn
+   op zijn qui‐vive zijn; op zijn tellen passen; voorzichtig zijn
 
 _____
 
 sich ängsten
 sich ängsten
-   bang zĳn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+   bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
 
 _____
 
 sich ängstigen
 sich ängstigen
-   bang zĳn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+   bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
 
 _____
 
@@ -70303,7 +70076,7 @@
 
 sie
 sie
-   'r; d'r; haar; ze; zĳ
+   'r; d'r; haar; ze; zij
    'r; d'r; haar
 
 _____
@@ -70328,7 +70101,7 @@
 
 sieden
 sieden
-   borrelen; koken; op het kookpunt zĳn; zieden
+   borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
 
 _____
 
@@ -70346,7 +70119,7 @@
 
 siehe
 siehe
-   hier; hierzo; kĳk; ziedaar; ziehier; ziezo
+   hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
 
 _____
 
@@ -70370,7 +70143,7 @@
 
 sittlich
 sittlich
-   moreel; zedelĳk; zedenkundig
+   moreel; zedelijk; zedenkundig
 
 _____
 
@@ -70400,7 +70173,7 @@
 
 skeptisch
 skeptisch
-   sceptisch; twĳfelzuchtig
+   sceptisch; twijfelzuchtig
 
 _____
 
@@ -70436,7 +70209,7 @@
 
 so
 so
-   aldus; op die manier; op die wĳze; zo; zus
+   aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
    even; zo
    dermate; dusdanig; zo
 
@@ -70456,13 +70229,13 @@
 
 sofort
 sofort
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
 sofortig
 sofortig
-   ogenblikkelĳk; prompt
+   ogenblikkelijk; prompt
 
 _____
 
@@ -70474,26 +70247,26 @@
 
 sogleich
 sogleich
-   dadelĳk; onmiddellĳk; op stel en sprong; terstond; zonder verwĳl
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
 solche
 solche
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
 solcher
 solcher
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
 solches
 solches
-   dergelĳk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+   dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
 
 _____
 
@@ -70505,7 +70278,7 @@
 
 solide
 solide
-   degelĳk; deugdelĳk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
+   degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
 
 _____
 
@@ -70523,7 +70296,7 @@
 
 sonderbar
 sonderbar
-   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlĳk
+   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
 
 _____
 
@@ -70566,7 +70339,7 @@
 
 sorgen
 sorgen
-   bezorgd zĳn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
+   bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
 
 _____
 
@@ -70650,13 +70423,13 @@
 
 sozial
 sozial
-   maatschappelĳk; sociaal
+   maatschappelijk; sociaal
 
 _____
 
 spalten
 spalten
-   klieven; doorklieven; kloven; splĳten
+   klieven; doorklieven; kloven; splijten
 
 _____
 
@@ -70700,7 +70473,7 @@
 
 spazieren
 spazieren
-   aan de wandel zĳn; lopen; tippelen; wandelen
+   aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
 
 _____
 
@@ -70745,14 +70518,14 @@
 
 spezial
 spezial
-   bĳzonder; speciaal
+   bijzonder; speciaal
 
 _____
 
 speziell
 speziell
-   bĳzonder; speciaal
-   in het bĳzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+   bijzonder; speciaal
+   in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
 
 _____
 
@@ -70826,7 +70599,7 @@
 spitzfindig
 spitzfindig
    pienter; scherpzinnig; schrander; snugger; spits; vernuftig
-   fĳn; spitsvondig; subtiel
+   fijn; spitsvondig; subtiel
 
 _____
 
@@ -70892,7 +70665,7 @@
 
 sprichwörtlich
 sprichwörtlich
-   spreekwoordelĳk
+   spreekwoordelijk
 
 _____
 
@@ -70923,7 +70696,7 @@
 
 spröde
 spröde
-   houterig; star; stĳf; stram; stug
+   houterig; star; stijf; stram; stug
    breekbaar
 
 _____
@@ -70970,7 +70743,7 @@
 
 staatlich
 staatlich
-   rĳks‐; staats‐
+   rijks‐; staats‐
 
 _____
 
@@ -70994,7 +70767,7 @@
 
 stammen
 stammen
-   afstammen; het gevolg zĳn van; ontspruiten; voortkomen
+   afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
 
 _____
 
@@ -71024,7 +70797,7 @@
 
 starr
 starr
-   houterig; star; stĳf; stram; stug
+   houterig; star; stijf; stram; stug
 
 _____
 
@@ -71036,7 +70809,7 @@
 
 starrköpfig
 starrköpfig
-   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stĳfhoofdig; verbeten; verstokt
+   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
 
 _____
 
@@ -71060,13 +70833,13 @@
 
 stattfinden
 stattfinden
-   aan de hand zĳn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+   aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
 
 _____
 
 stattlich
 stattlich
-   beeldschoon; kostelĳk; magnifiek; prachtig
+   beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
 
 _____
 
@@ -71107,14 +70880,14 @@
 
 steif
 steif
-   houterig; star; stĳf; stram; stug
+   houterig; star; stijf; stram; stug
 
 _____
 
 steigen
 steigen
-   opgaan; opkomen; opstaan; rĳzen; stĳgen; verrĳzen; wassen
-   klimmen; naar boven gaan; rĳzen; stĳgen; bestĳgen
+   opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
+   klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
 
 _____
 
@@ -71152,7 +70925,7 @@
 
 stenographieren
 stenographieren
-   snelschrĳven
+   snelschrijven
 
 _____
 
@@ -71164,14 +70937,14 @@
 
 sterben
 sterben
-   doodgaan; overlĳden; sterven; verscheiden; versmachten
+   doodgaan; overlijden; sterven; verscheiden; versmachten
 
 _____
 
 sterblich
 sterblich
-   dodelĳk; doods
-   sterfelĳk
+   dodelijk; doods
+   sterfelijk
 
 _____
 
@@ -71195,8 +70968,8 @@
 
 stets
 stets
-   constant; onophoudelĳk; permanent; voortdurend
-   altĳd; immer; steeds
+   constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
+   altijd; immer; steeds
 
 _____
 
@@ -71239,7 +71012,7 @@
 
 still
 still
-   bewegingloos; onbeweeglĳk; roerloos; stationair; stil
+   bewegingloos; onbeweeglijk; roerloos; stationair; stil
    bedaard; gerust; kalm; rustig
 
 _____
@@ -71270,13 +71043,13 @@
 
 stocken
 stocken
-   afslaan; blĳven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+   afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
 
 _____
 
 stoisch
 stoisch
-   stoïcĳns; stoïsch
+   stoïcijns; stoïsch
 
 _____
 
@@ -71294,8 +71067,8 @@
 
 stolzieren
 stolzieren
-   trots zĳn; zich verhovaardigen
-   paraderen; pralen; prĳken; pronken
+   trots zijn; zich verhovaardigen
+   paraderen; pralen; prijken; pronken
 
 _____
 
@@ -71308,7 +71081,7 @@
 
 stoppen
 stoppen
-   afslaan; blĳven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+   afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
 
 _____
 
@@ -71338,7 +71111,7 @@
 
 strahlen
 strahlen
-   blinken; glanzen; schĳnen; schitteren
+   blinken; glanzen; schijnen; schitteren
    stralen; uitstralen
 
 _____
@@ -71369,13 +71142,13 @@
 
 streben
 streben
-   wurmen; zich beĳveren; zich uitsloven
+   wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
 
 _____
 
 strebsam
 strebsam
-   ĳverig; naarstig; nĳver; vlĳtig
+   ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
 
 _____
 
@@ -71387,8 +71160,8 @@
 
 streichen
 streichen
-   strĳken
-   lĳnen; liniëren
+   strijken
+   lijnen; liniëren
    trekken; een streep trekken
 
 _____
@@ -71396,7 +71169,7 @@
 streifen
 streifen
    aanroeren; aanzitten
-   beroeren; strĳken langs
+   beroeren; strijken langs
    dolen; dwalen; ronddolen; ronddwalen; waren; zwerven
 
 _____
@@ -71409,7 +71182,7 @@
 
 streiten
 streiten
-   disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strĳden
+   disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
 
 _____
 
@@ -71454,7 +71227,7 @@
 
 strotzen
 strotzen
-   opzetten; rĳzen; uitdĳen; zwellen; opzwellen
+   opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
 
 _____
 
@@ -71527,7 +71300,7 @@
 
 städtisch
 städtisch
-   stads; stads‐; stedelĳk
+   stads; stads‐; stedelijk
 
 _____
 
@@ -71545,7 +71318,7 @@
 
 stätig
 stätig
-   constant; onophoudelĳk; permanent; voortdurend
+   constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
 
 _____
 
@@ -71590,7 +71363,7 @@
 stürmen
 stürmen
    foeteren; fulmineren; razen; tieren; uitvaren
-   ĳlen; jakkeren
+   ijlen; jakkeren
    stormen
 
 _____
@@ -71634,7 +71407,7 @@
 
 subskribieren
 subskribieren
-   onderschrĳven; tekenen; ondertekenen
+   onderschrijven; tekenen; ondertekenen
 
 _____
 
@@ -71646,7 +71419,7 @@
 
 subtil
 subtil
-   fĳn; spitsvondig; subtiel
+   fijn; spitsvondig; subtiel
 
 _____
 
@@ -71658,7 +71431,7 @@
 
 suchen
 suchen
-   snorren; uitkĳken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+   snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
 
 _____
 
@@ -71677,7 +71450,7 @@
 
 sukzessive
 sukzessive
-   geleidelĳk; langzamerhand; zoetjes aan
+   geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
 
 _____
 
@@ -71745,7 +71518,7 @@
 
 synoptisch
 synoptisch
-   overzichtelĳk; synoptisch; tabellarisch
+   overzichtelijk; synoptisch; tabellarisch
 
 _____
 
@@ -71769,7 +71542,7 @@
 
 sächlig
 sächlig
-   neutraal; onzĳdig
+   neutraal; onzijdig
 
 _____
 
@@ -71793,7 +71566,7 @@
 
 säkularisieren
 säkularisieren
-   seculariseren; verwereldlĳken
+   seculariseren; verwereldlijken
 
 _____
 
@@ -71817,7 +71590,7 @@
 
 südlich
 südlich
-   zuidelĳk
+   zuidelijk
 
 _____
 
@@ -71841,7 +71614,7 @@
 
 süß
 süß
-   liefelĳk; zacht; zoet
+   liefelijk; zacht; zoet
 
 _____
 
@@ -71907,7 +71680,7 @@
 
 tapfer
 tapfer
-   braaf; dapper; eerlĳk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelĳk
+   braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
    boud; dapper; kloek; koen; moedig
 
 _____
@@ -71938,10 +71711,10 @@
 
 tatsächlich
 tatsächlich
-   effectief; werkelĳk; daadwerkelĳk
-   inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlĳk; warempel; werkelĳk
-   feitelĳk; inderdaad; metterdaad
-   echt; werkelĳk; wezenlĳk
+   effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+   inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
+   feitelijk; inderdaad; metterdaad
+   echt; werkelijk; wezenlijk
 
 _____
 
@@ -71980,7 +71753,7 @@
 
 taugen
 taugen
-   deugen; geschikt zĳn
+   deugen; geschikt zijn
 
 _____
 
@@ -72077,9 +71850,9 @@
 
 teuer
 teuer
-   duur; prĳzig
+   duur; prijzig
    duur
-   duur; kostbaar; prĳzig
+   duur; kostbaar; prijzig
 
 _____
 
@@ -72133,7 +71906,7 @@
 
 tippen
 tippen
-   machineschrĳven; tikken; typen
+   machineschrijven; tikken; typen
 
 _____
 
@@ -72183,7 +71956,7 @@
 
 trachten
 trachten
-   wurmen; zich beĳveren; zich uitsloven
+   wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
 
 _____
 
@@ -72191,7 +71964,7 @@
 trachten nach
    ambiëren; dingen naar; najagen; nastreven; streven naar
    bedoelen; beogen; mikken; mikken op; rooien; ten doel hebben
-   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beĳveren; zoeken
+   moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
 
 _____
 
@@ -72209,7 +71982,7 @@
 
 traktieren
 traktieren
-   onthalen; trakteren; vergasten; vrĳhouden
+   onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
    behandelen; onderhandelen
 
 _____
@@ -72228,13 +72001,13 @@
 
 transcendental
 transcendental
-   bovenzinnelĳk; transcendent; transcendentaal
+   bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
 
 _____
 
 transitiv
 transitiv
-   overgankelĳk; transitief
+   overgankelijk; transitief
 
 _____
 
@@ -72264,14 +72037,14 @@
 
 trefflich
 trefflich
-   excellent; kostelĳk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelĳk
+   excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
    in optima forma; perfect; volkomen; volmaakt
 
 _____
 
 treiben
 treiben
-   drĳven; aandrĳven; opjagen; voortdrĳven
+   drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
    douwen; dringen; duwen; stoten
 
 _____
@@ -72280,7 +72053,7 @@
 treten
    gaan; lopen; van stapel lopen; verlopen; zich begeven
    lopen; marcheren; tippelen
-   lopen; schrĳden; stappen; treden
+   lopen; schrijden; stappen; treden
 
 _____
 
@@ -72293,7 +72066,7 @@
 treulos
 treulos
    afvallig; ontrouw; trouweloos
-   dubbelhartig; trouweloos; verraderlĳk
+   dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
 
 _____
 
@@ -72324,7 +72097,7 @@
 
 triumphierend
 triumphierend
-   triomfantelĳk; zegepralend; zegevierend
+   triomfantelijk; zegepralend; zegevierend
 
 _____
 
@@ -72378,7 +72151,7 @@
 
 trotz
 trotz
-   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spĳte van; trots
+   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
 
 _____
 
@@ -72399,7 +72172,7 @@
 
 trotzig
 trotzig
-   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stĳfhoofdig; verbeten; verstokt
+   halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
 
 _____
 
@@ -72419,7 +72192,7 @@
 träge
    bewegingloos; energieloos; traag
    lui
-   flauw; lĳzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
+   flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
 
 _____
 
@@ -72444,7 +72217,7 @@
 
 träumen
 träumen
-   dromen; mĳmeren
+   dromen; mijmeren
    dromen
 
 _____
@@ -72458,7 +72231,7 @@
 trübe
 trübe
    donker; somber
-   duister; onduidelĳk; troebel; vaag
+   duister; onduidelijk; troebel; vaag
 
 _____
 
@@ -72495,7 +72268,7 @@
 
 tun
 tun
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
 
 _____
 
@@ -72507,7 +72280,7 @@
 
 tunlich
 tunlich
-   doenlĳk; haalbaar; maakbaar; te doen; uitvoerbaar
+   doenlijk; haalbaar; maakbaar; te doen; uitvoerbaar
 
 _____
 
@@ -72537,14 +72310,14 @@
 
 täglich
 täglich
-   daags; alledaags; dagelĳks
-   dagelĳks
+   daags; alledaags; dagelijks
+   dagelijks
 
 _____
 
 tändeln
 tändeln
-   aan de scharrel zĳn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+   aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
    dartelen; robbedoezen; stoeien
 
 _____
@@ -72557,7 +72330,7 @@
 
 tätig
 tätig
-   actief; bedrĳvend; bedrĳving; werkdadig; werkend; werkzaam
+   actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
 
 _____
 
@@ -72576,7 +72349,7 @@
 
 tödlich
 tödlich
-   dodelĳk; moorddadig
+   dodelijk; moorddadig
 
 _____
 
@@ -72595,7 +72368,7 @@
 
 tüchtig
 tüchtig
-   braaf; dapper; eerlĳk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelĳk
+   braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
    energiek; ferm; flink; krachtig; voortvarend
    bekwaam; capabel; kundig
    bruikbaar; geschikt
@@ -72604,7 +72377,7 @@
 
 tückisch
 tückisch
-   boosaardig; hatelĳk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+   boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
 
 _____
 
@@ -72622,7 +72395,7 @@
 
 ultramarin
 ultramarin
-   ultramarĳn
+   ultramarijn
 
 _____
 
@@ -72693,7 +72466,7 @@
 umgehend
 umgehend
    aanstaand; volgend
-   aanstonds; dadelĳk; meteen; op staande voet; schielĳk; subiet; zo
+   aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
 
 _____
 
@@ -72741,7 +72514,7 @@
 
 umlaufen
 umlaufen
-   circuleren; in omloop zĳn; rondgaan; rouleren
+   circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
 
 _____
 
@@ -72797,8 +72570,8 @@
 
 umsehen
 umsehen
-   omkĳken
-   rondkĳken; rondzien
+   omkijken
+   rondkijken; rondzien
 
 _____
 
@@ -72961,7 +72734,7 @@
 
 unaufhörlich
 unaufhörlich
-   achtereen; aldoor; onophoudelĳk
+   achtereen; aldoor; onophoudelijk
 
 _____
 
@@ -72973,13 +72746,13 @@
 
 unausstehlich
 unausstehlich
-   ondraaglĳk
+   ondraaglijk
 
 _____
 
 unbeachtet lassen
 unbeachtet lassen
-   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcĳferen
+   negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
 
 _____
 
@@ -73004,7 +72777,7 @@
 unberührt
 unberührt
    fris; luchtig; onbedorven; vers
-   maagdelĳk; ongerept
+   maagdelijk; ongerept
 
 _____
 
@@ -73016,14 +72789,14 @@
 
 unbescholten
 unbescholten
-   onberispelĳk
+   onberispelijk
    blank; onbesmet; rein; smetteloos; vlekkeloos
 
 _____
 
 unbeteutend
 unbeteutend
-   goedaardig; onbelangrĳk
+   goedaardig; onbelangrijk
 
 _____
 
@@ -73035,7 +72808,7 @@
 
 unbillig
 unbillig
-   onrechtvaardig; onredelĳk
+   onrechtvaardig; onredelijk
 
 _____
 
@@ -73066,7 +72839,7 @@
 
 uneben
 uneben
-   hobbelig; oneffen; ongelĳk
+   hobbelig; oneffen; ongelijk
 
 _____
 
@@ -73078,20 +72851,20 @@
 
 unendlich
 unendlich
-   altĳddurend; eindeloos; oneindig
+   altijddurend; eindeloos; oneindig
 
 _____
 
 unentgeltlich
 unentgeltlich
-   gratis; kosteloos; vrĳ
+   gratis; kosteloos; vrij
 
 _____
 
 unerforschlich
 unerforschlich
-   onnaspeurbaar; onnaspeurlĳk
-   ondoorgrondelĳk; onpeilbaar
+   onnaspeurbaar; onnaspeurlijk
+   ondoorgrondelijk; onpeilbaar
 
 _____
 
@@ -73128,7 +72901,7 @@
 
 unerschöpflich
 unerschöpflich
-   onuitputtelĳk
+   onuitputtelijk
 
 _____
 
@@ -73166,7 +72939,7 @@
 
 ungeachtet
 ungeachtet
-   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spĳte van; trots
+   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
 
 _____
 
@@ -73179,7 +72952,7 @@
 
 ungefähr
 ungefähr
-   bĳna; bĳkans; haast; schier; vrĳwel; welhaast; zo goed als; zowat
+   bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
    circa; een stuk of; ongeveer; plusminus; zowat
    daaromheen; eromheen; in het rond; ongeveer; rondom
 
@@ -73187,8 +72960,8 @@
 
 ungemein
 ungemein
-   bĳzonder; buitengewoon
-   bĳzonder; danig; duchtig; geducht; schromelĳk
+   bijzonder; buitengewoon
+   bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
 
 _____
 
@@ -73206,7 +72979,7 @@
 
 ungereimt
 ungereimt
-   absurd; dwaas; ongerĳmd; onzinnig; zinneloos; zot
+   absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
 
 _____
 
@@ -73236,7 +73009,7 @@
 
 ungleichartig
 ungleichartig
-   heterogeen; ongelĳkslachtig; ongelĳksoortig
+   heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
 
 _____
 
@@ -73254,7 +73027,7 @@
 
 unheilbar
 unheilbar
-   ongeneeslĳk
+   ongeneeslijk
 
 _____
 
@@ -73285,13 +73058,13 @@
 
 unpäßlich
 unpäßlich
-   niet lekker; ongesteld; onwel; van streek; ziekelĳk
+   niet lekker; ongesteld; onwel; van streek; ziekelijk
 
 _____
 
 unredlich
 unredlich
-   oneerlĳk
+   oneerlijk
 
 _____
 
@@ -73305,14 +73078,14 @@
 uns
 uns
    ons; aan ons
-   ons; we; wĳ
+   ons; we; wij
    ons
 
 _____
 
 unser
 unser
-   ons; we; wĳ
+   ons; we; wij
    ons; onze
 
 _____
@@ -73343,14 +73116,14 @@
 
 unsäglich
 unsäglich
-   onnoemelĳk; onuitsprekelĳk
-   onuitsprekelĳk
+   onnoemelijk; onuitsprekelijk
+   onuitsprekelijk
 
 _____
 
 untadelig
 untadelig
-   onberispelĳk
+   onberispelijk
 
 _____
 
@@ -73419,7 +73192,7 @@
 
 unterhalten
 unterhalten
-   amuseren; onderhouden; opvrolĳken; vermaken
+   amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
    dragen; schoren; steunen; ondersteunen; ruggesteunen; schragen
    in leven houden; onderhouden
 
@@ -73447,7 +73220,7 @@
 
 unterliegen
 unterliegen
-   de nederlaag lĳden
+   de nederlaag lijden
 
 _____
 
@@ -73459,7 +73232,7 @@
 
 unterrichten
 unterrichten
-   bĳbrengen; instrueren; leren; scholen
+   bijbrengen; instrueren; leren; scholen
 
 _____
 
@@ -73496,7 +73269,7 @@
 
 untersuchen
 untersuchen
-   examineren; nakĳken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+   examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
    exploreren; nagaan; onderzoeken; uitvissen; uitzoeken; vorsen
 
 _____
@@ -73516,7 +73289,7 @@
 
 unterweisen
 unterweisen
-   bĳbrengen; instrueren; leren; scholen
+   bijbrengen; instrueren; leren; scholen
 
 _____
 
@@ -73546,7 +73319,7 @@
 
 untrennbar
 untrennbar
-   onafscheidbaar; onafscheidelĳk
+   onafscheidbaar; onafscheidelijk
 
 _____
 
@@ -73589,7 +73362,7 @@
 
 unvermeidlich
 unvermeidlich
-   onafwendbaar; onvermĳdelĳk
+   onafwendbaar; onvermijdelijk
 
 _____
 
@@ -73608,7 +73381,7 @@
 
 unverschämt
 unverschämt
-   brutaal; onbeschaamd; vrĳpostig
+   brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
    brutaal; driest; onbeschaamd; schaamteloos
 
 _____
@@ -73627,7 +73400,7 @@
 
 unverzüglich
 unverzüglich
-   ogenblikkelĳk; prompt
+   ogenblikkelijk; prompt
 
 _____
 
@@ -73657,7 +73430,7 @@
 
 unwirsch
 unwirsch
-   bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelĳk; stuurs; zuur
+   bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
 
 _____
 
@@ -73700,13 +73473,13 @@
 urkundlich
 urkundlich
    documentair
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
 
 _____
 
 ursprünglich
 ursprünglich
-   oorspronkelĳk; origineel
+   oorspronkelijk; origineel
 
 _____
 
@@ -73743,7 +73516,7 @@
 
 vakant sein
 vakant sein
-   openstaan; vacant zĳn; vaceren; vakant zĳn
+   openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
 
 _____
 
@@ -73779,7 +73552,7 @@
 
 verabreden
 verabreden
-   afspreken; een schikking treffen; het eens zĳn; overeenkomen
+   afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
 
 _____
 
@@ -73830,13 +73603,13 @@
 
 verantworten
 verantworten
-   aansprakelĳk zĳn; verantwoordelĳk zĳn; verantwoorden
+   aansprakelijk zijn; verantwoordelijk zijn; verantwoorden
 
 _____
 
 verantwortlich
 verantwortlich
-   aansprakelĳk; verantwoordelĳk
+   aansprakelijk; verantwoordelijk
 
 _____
 
@@ -73866,7 +73639,7 @@
 
 verbessern
 verbessern
-   bĳsturen; corrigeren; verbeteren
+   bijsturen; corrigeren; verbeteren
    verbeteren; veredelen
 
 _____
@@ -73881,7 +73654,7 @@
 verbinden
    aan elkaar vastmaken; verbinden
    berichten; mededelen; meedelen; voortzeggen
-   bĳeenbinden; samenbinden; verbinden
+   bijeenbinden; samenbinden; verbinden
    aansluiten; binden; vastbinden; vastmaken; verbinden
    een verband omleggen; verzorgen van een wond
    ombinden
@@ -73896,7 +73669,7 @@
 
 verborgen
 verborgen
-   geheim; heimelĳk; verborgen; verstolen
+   geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
 
 _____
 
@@ -73914,7 +73687,7 @@
 
 verbringen
 verbringen
-   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrĳven
+   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
 
 _____
 
@@ -73961,7 +73734,7 @@
 
 verderblich
 verderblich
-   fataal; fnuikend; verderfelĳk
+   fataal; fnuikend; verderfelijk
 
 _____
 
@@ -73979,7 +73752,7 @@
 
 verdienen
 verdienen
-   toekomen; verdienen; waard zĳn; waardig zĳn
+   toekomen; verdienen; waard zijn; waardig zijn
 
 _____
 
@@ -74075,7 +73848,7 @@
 
 vereinbaren
 vereinbaren
-   afspreken; een schikking treffen; het eens zĳn; overeenkomen
+   afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
 
 _____
 
@@ -74087,7 +73860,7 @@
 
 vereinigen
 vereinigen
-   aaneenvoegen; bĳeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+   aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
    verenigen
 
 _____
@@ -74125,7 +73898,7 @@
 
 verfahren
 verfahren
-   ageren; doen; bezig zĳn; handelen; optreden; te werk gaan
+   ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
    te werk gaan
 
 _____
@@ -74139,7 +73912,7 @@
 
 verfassen
 verfassen
-   componeren; maken; scheppen; schrĳven
+   componeren; maken; scheppen; schrijven
 
 _____
 
@@ -74151,13 +73924,13 @@
 
 verfehlen
 verfehlen
-   misgrĳpen; mislopen; missen
+   misgrijpen; mislopen; missen
 
 _____
 
 verfeinern
 verfeinern
-   louteren; raffineren; verfĳnen
+   louteren; raffineren; verfijnen
 
 _____
 
@@ -74182,7 +73955,7 @@
 
 verfluchen
 verfluchen
-   vermaledĳen; vervloeken; verwensen
+   vermaledijen; vervloeken; verwensen
 
 _____
 
@@ -74195,13 +73968,13 @@
 verfänglich
 verfänglich
    arglistig
-   bedrieglĳk
+   bedrieglijk
 
 _____
 
 verfügen
 verfügen
-   decreteren; verordenen; voorschrĳven
+   decreteren; verordenen; voorschrijven
    beschikken over; disponeren
 
 _____
@@ -74214,7 +73987,7 @@
 
 vergebens
 vergebens
-   ĳdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
+   ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
    tevergeefs
 
 _____
@@ -74222,14 +73995,14 @@
 vergeblich
 vergeblich
    onverrichterzake; zonder succes
-   ĳdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
+   ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
    tevergeefs
 
 _____
 
 vergehen
 vergehen
-   omkomen; overdrĳven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrĳken
+   omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
 
 _____
 
@@ -74285,13 +74058,13 @@
 
 vergleichen
 vergleichen
-   vergelĳken
+   vergelijken
 
 _____
 
 vergnügt
 vergnügt
-   lustig; monter; vrolĳk
+   lustig; monter; vrolijk
 
 _____
 
@@ -74315,14 +74088,14 @@
 
 vergänglich
 vergänglich
-   vergankelĳk; voorbĳgaand
+   vergankelijk; voorbijgaand
 
 _____
 
 vergöttern
 vergöttern
    aanbidden; adoreren; verafgoden; vereren
-   vergoddelĳken
+   vergoddelijken
 
 _____
 
@@ -74341,13 +74114,13 @@
 verhandeln
 verhandeln
    bespreken; discuteren; van gedachten wisselen
-   handeldrĳven; handelen; zaken doen
+   handeldrijven; handelen; zaken doen
 
 _____
 
 verharren
 verharren
-   doorbĳten; doorzetten; voet bĳ stuk houden; volharden; volhouden
+   doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
 
 _____
 
@@ -74397,7 +74170,7 @@
 
 verherrlichen
 verherrlichen
-   loven; prĳzen; roemen; verheerlĳken
+   loven; prijzen; roemen; verheerlijken
 
 _____
 
@@ -74417,7 +74190,7 @@
 
 verhältnismäßig
 verhältnismäßig
-   evenredig; proportioneel; verhoudingsgewĳs
+   evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
 
 _____
 
@@ -74455,7 +74228,7 @@
 
 verkehrt
 verkehrt
-   tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrĳdig
+   tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
    fout; mis; onjuist; verkeerd
 
 _____
@@ -74463,13 +74236,13 @@
 verklagen
 verklagen
    beschuldigen; betichten
-   klagen; zĳn beklag doen
+   klagen; zijn beklag doen
 
 _____
 
 verknüpfen
 verknüpfen
-   bĳeenbinden; samenbinden; verbinden
+   bijeenbinden; samenbinden; verbinden
 
 _____
 
@@ -74506,7 +74279,7 @@
 
 verlangen
 verlangen
-   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrĳven; vorderen
+   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
 
 _____
 
@@ -74519,7 +74292,7 @@
 verletzen
 verletzen
    bederven; beschadigen; havenen; schenden; stukmaken; toetakelen
-   beledigen; grieven; krenken; verongelĳken
+   beledigen; grieven; krenken; verongelijken
    kwetsen; wonden; verwonden
 
 _____
@@ -74545,7 +74318,7 @@
 verlieren
 verlieren
    verliezen
-   kwĳtraken; opgeven; verbeuren; verliezen; verspelen
+   kwijtraken; opgeven; verbeuren; verliezen; verspelen
 
 _____
 
@@ -74588,7 +74361,7 @@
 
 vermeiden
 vermeiden
-   mĳden; ontwĳken; uit de weg gaan; vermĳden
+   mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
 
 _____
 
@@ -74639,7 +74412,7 @@
 
 vermutlich
 vermutlich
-   vermoedelĳk
+   vermoedelijk
 
 _____
 
@@ -74652,7 +74425,7 @@
 vermögend
 vermögend
    machtig
-   gefortuneerd; rĳk; vermogend
+   gefortuneerd; rijk; vermogend
 
 _____
 
@@ -74696,7 +74469,7 @@
 
 vernunftgemäß
 vernunftgemäß
-   rationeel; redelĳk
+   rationeel; redelijk
 
 _____
 
@@ -74708,7 +74481,7 @@
 
 verordnen
 verordnen
-   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrĳven
+   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -74756,7 +74529,7 @@
 
 versagen
 versagen
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
 
 _____
 
@@ -74838,7 +74611,7 @@
 
 verschlingen
 verschlingen
-   binnenkrĳgen; innemen; inslikken
+   binnenkrijgen; innemen; inslikken
    gulzig eten; schransen; schrokken
 
 _____
@@ -74851,19 +74624,19 @@
 
 verschneiden
 verschneiden
-   castreren; ontmannen; snĳden
+   castreren; ontmannen; snijden
 
 _____
 
 verschonen
 verschonen
-   ontzien; sparen; toegeeflĳk zĳn voor; zich laten vermurwen
+   ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
 
 _____
 
 verschreiben
 verschreiben
-   boeken; bĳboeken; inschrĳven; registreren
+   boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
 
 _____
 
@@ -74875,7 +74648,7 @@
 
 verschweigen
 verschweigen
-   achterhouden; stilhouden; stilzwĳgend voorbĳgaan aan; verzwĳgen
+   achterhouden; stilhouden; stilzwijgend voorbijgaan aan; verzwijgen
 
 _____
 
@@ -74888,13 +74661,13 @@
 verschwiegen
 verschwiegen
    bescheiden; discreet; onopvallend
-   stil; zwĳgend; stilzwĳgend
+   stil; zwijgend; stilzwijgend
 
 _____
 
 verschwinden
 verschwinden
-   'm smeren; verdwĳnen; wĳken
+   'm smeren; verdwijnen; wijken
 
 _____
 
@@ -74914,7 +74687,7 @@
 
 versehen
 versehen
-   bevoorraden; provianderen; spekken; stĳven; voorzien van
+   bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
 
 _____
 
@@ -74939,7 +74712,7 @@
 versorgen
 versorgen
    behartigen; verzorgen
-   bevoorraden; provianderen; spekken; stĳven; voorzien van
+   bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
 
 _____
 
@@ -74975,14 +74748,14 @@
 
 verstehen
 verstehen
-   begrĳpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+   begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
 
 _____
 
 verstohlen
 verstohlen
-   geheim; heimelĳk; verborgen; verstolen
-   heimelĳk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
+   geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
+   heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
 
 _____
 
@@ -75000,15 +74773,15 @@
 
 verständig
 verständig
-   bevattelĳk; intelligent; knap; snugger
+   bevattelijk; intelligent; knap; snugger
    verstandig
 
 _____
 
 verständlich
 verständlich
-   begrĳpelĳk; bevattelĳk; duidelĳk; vanzelfsprekend
-   begrĳpelĳkerwĳs; dat spreekt vanzelf; natuurlĳk
+   begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
+   begrijpelijkerwijs; dat spreekt vanzelf; natuurlijk
    alledaags; grof; ordinair; plat; vulgair
 
 _____
@@ -75098,19 +74871,19 @@
 
 vertraulich
 vertraulich
-   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelĳk
+   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
 
 _____
 
 vertraut
 vertraut
-   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelĳk
+   gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
 
 _____
 
 vertreiben
 vertreiben
-   uitdrĳven; verdrĳven; verjagen; wegdrĳven; wegjagen
+   uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
 
 _____
 
@@ -75146,7 +74919,7 @@
 
 vervolgen
 vervolgen
-   gadeslaan; observeren; toekĳken; toezien; waarnemen
+   gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
 
 _____
 
@@ -75158,7 +74931,7 @@
 
 vervollständigen
 vervollständigen
-   aanvullen; bĳwerken; completeren; supplementeren; voleinden
+   aanvullen; bijwerken; completeren; supplementeren; voleinden
 
 _____
 
@@ -75197,19 +74970,19 @@
 
 verweigern
 verweigern
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
 
 _____
 
 verweilen
 verweilen
-   plakken; resideren; verblĳf houden; vertoeven; wĳlen; verwĳlen
+   plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
 
 _____
 
 verwelken
 verwelken
-   kwĳnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
+   kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
 
 _____
 
@@ -75222,7 +74995,7 @@
 
 verwerflich
 verwerflich
-   verwerpelĳk
+   verwerpelijk
 
 _____
 
@@ -75259,7 +75032,7 @@
 
 verwirren
 verwirren
-   dooreenhalen; van zĳn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+   dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
 
 _____
 
@@ -75283,7 +75056,7 @@
 
 verwünschen
 verwünschen
-   vermaledĳen; vervloeken; verwensen
+   vermaledijen; vervloeken; verwensen
 
 _____
 
@@ -75358,7 +75131,7 @@
 veränderlich
 veränderlich
    variabel; wisselbaar
-   onbestendig; veranderlĳk; vlinderachtig; wispelturig
+   onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
 
 _____
 
@@ -75376,7 +75149,7 @@
 
 veterinär
 veterinär
-   veeartsenĳkundig
+   veeartsenijkundig
 
 _____
 
@@ -75401,7 +75174,7 @@
 
 vielleicht
 vielleicht
-   misschien; mogelĳk; mogelĳkerwĳs; soms; wellicht
+   misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
 
 _____
 
@@ -75481,7 +75254,7 @@
 
 von zeit zu zeit
 von Zeit zu Zeit
-   af en toe; bĳ tĳd en wĳlen; bĳ wĳlen; nu en dan; van tĳd tot tĳd
+   af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
 
 _____
 
@@ -75524,13 +75297,13 @@
 
 vorbehalten
 vorbehalten
-   openhouden; reserveren; vrĳhouden
+   openhouden; reserveren; vrijhouden
 
 _____
 
 vorbei
 vorbei
-   langs; voorbĳ
+   langs; voorbij
 
 _____
 
@@ -75554,14 +75327,14 @@
 
 vorgehen
 vorgehen
-   ageren; doen; bezig zĳn; handelen; optreden; te werk gaan
+   ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
    te werk gaan
 
 _____
 
 vorhaben
 vorhaben
-   van plan zĳn; voorhebben; voornemens zĳn; zich voorstellen
+   van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
 
 _____
 
@@ -75574,20 +75347,20 @@
 vorig
 vorig
    verleden; voorafgaand; voorgaand; vorig; vroeger
-   afgelopen; laatstleden; verleden; verschenen; vervlogen; voorbĳ
+   afgelopen; laatstleden; verleden; verschenen; vervlogen; voorbij
 
 _____
 
 vorkommen
 vorkommen
    gebeuren; toegaan; voortgang hebben; worden
-   aan de hand zĳn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+   aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
 
 _____
 
 vornehmlich
 vornehmlich
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
 
 _____
 
@@ -75599,7 +75372,7 @@
 
 vorschreiben
 vorschreiben
-   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrĳven
+   bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
 
 _____
 
@@ -75642,7 +75415,7 @@
 
 vorteilhaft
 vorteilhaft
-   bevorderlĳk; dienstig; nuttig
+   bevorderlijk; dienstig; nuttig
 
 _____
 
@@ -75655,13 +75428,13 @@
 
 vortrefflich
 vortrefflich
-   excellent; kostelĳk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelĳk
+   excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
 
 _____
 
 vorwerfen
 vorwerfen
-   beknorren; berispen; terechtwĳzen; verwĳten
+   beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
 
 _____
 
@@ -75691,46 +75464,46 @@
 
 vorzüglich
 vorzüglich
-   excellent; kostelĳk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelĳk
+   excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
    hoofd‐; voornaamste
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
-   preferent; verkieslĳk
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+   preferent; verkieslijk
 
 _____
 
 vorüber
 vorüber
-   langs; voorbĳ
+   langs; voorbij
 
 _____
 
 vorübergehen
 vorübergehen
-   omkomen; overdrĳven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrĳken
+   omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
 
 _____
 
 vorübergehend
 vorübergehend
-   kortstondig; vergankelĳk; voorbĳgaand
+   kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
 
 _____
 
 vorüberkommen
 vorüberkommen
-   omkomen; overdrĳven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrĳken
+   omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
 
 _____
 
 vor sich hertreiben
 vor sich hertreiben
-   drĳven; aandrĳven; opjagen; voortdrĳven
+   drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
 
 _____
 
 votieren
 votieren
-   stemmen; zĳn stem uitbrengen
+   stemmen; zijn stem uitbrengen
 
 _____
 
@@ -75768,7 +75541,7 @@
 
 wachsen
 wachsen
-   gedĳen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+   gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
 
 _____
 
@@ -75780,7 +75553,7 @@
 
 wacker
 wacker
-   braaf; dapper; eerlĳk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelĳk
+   braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
 
 _____
 
@@ -75792,7 +75565,7 @@
 
 wagehalsig
 wagehalsig
-   bedenkelĳk; gewaagd; riskant; waaghalzerig
+   bedenkelijk; gewaagd; riskant; waaghalzerig
    waaghalzig
 
 _____
@@ -75817,7 +75590,7 @@
 
 wahr
 wahr
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
 
 _____
 
@@ -75829,20 +75602,20 @@
 
 wahrhaft
 wahrhaft
-   echt; eigenlĳk; heus; waar; waarachtig
+   echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
    waarheidslievend
 
 _____
 
 wahrhaftig
 wahrhaftig
-   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlĳk; werkelĳk
+   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
 
 _____
 
 wahrlich
 wahrlich
-   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlĳk; werkelĳk
+   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
 
 _____
 
@@ -75854,20 +75627,20 @@
 
 wahrscheinlich
 wahrscheinlich
-   waarschĳnlĳk
-   allicht; vast; waarschĳnlĳk; wel; zeker
+   waarschijnlijk
+   allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
 
 _____
 
 waldreich
 waldreich
-   bosrĳk
+   bosrijk
 
 _____
 
 wallen
 wallen
-   borrelen; koken; op het kookpunt zĳn; zieden
+   borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
    golven
 
 _____
@@ -75973,7 +75746,7 @@
 
 wechselseitig
 wechselseitig
-   onderling; wederkerig; wederzĳds
+   onderling; wederkerig; wederzijds
    over en weer
 
 _____
@@ -75998,7 +75771,7 @@
 
 weg
 weg
-   heen; over; vandoor; verwĳderd; voort; weg
+   heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
 
 _____
 
@@ -76010,7 +75783,7 @@
 
 wegbringen
 wegbringen
-   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwĳderen; wegdoen
+   afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
    afleiden; laten afvloeien; wegleiden; wegvoeren
 
 _____
@@ -76037,7 +75810,7 @@
 
 wegjagen
 wegjagen
-   uitdrĳven; verdrĳven; verjagen; wegdrĳven; wegjagen
+   uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
 
 _____
 
@@ -76049,7 +75822,7 @@
 
 wegschaffen
 wegschaffen
-   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwĳderen; wegwerken
+   afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
 
 _____
 
@@ -76091,7 +75864,7 @@
 
 wehe tun
 wehe tun
-   pĳn doen; zeer doen
+   pijn doen; zeer doen
 
 _____
 
@@ -76115,7 +75888,7 @@
 
 weichen
 weichen
-   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wĳken; zwichten
+   afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
 
 _____
 
@@ -76128,13 +75901,13 @@
 
 weigern
 weigern
-   afkeuren; afwĳzen; het verdommen; terugwĳzen; vertikken; weigeren
+   afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
 
 _____
 
 weihen
 weihen
-   opdragen; spanderen; spenderen; toewĳden
+   opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
    heiligen
 
 _____
@@ -76143,32 +75916,32 @@
 weil
    aangezien; daar; doordat; omdat
    aangezien; daar; omdat; vermits
-   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wĳl
+   aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
 
 _____
 
 weilen
 weilen
-   plakken; resideren; verblĳf houden; vertoeven; wĳlen; verwĳlen
+   plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
 
 _____
 
 weinen
 weinen
-   huilen; krĳten; schreien; wenen
+   huilen; krijten; schreien; wenen
 
 _____
 
 weise
 weise
-   verstandig; vroed; wĳs
+   verstandig; vroed; wijs
 
 _____
 
 weisen
 weisen
-   aanduiden; aangeven; aanwĳzen; uitduiden
-   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wĳzen; uitwĳzen
+   aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
 
 _____
 
@@ -76180,10 +75953,10 @@
 
 weit
 weit
-   breed; wĳd
-   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwĳderd; ververwĳderd
+   breed; wijd
+   afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
    achteraf; afgelegen; ver
-   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wĳd
+   breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
 
 _____
 
@@ -76222,7 +75995,7 @@
 
 welken
 welken
-   kwĳnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
+   kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
 
 _____
 
@@ -76318,7 +76091,7 @@
 wert
 wert
    eerzaam; waar; waardig
-   duur; prĳzig
+   duur; prijzig
 
 _____
 
@@ -76342,13 +76115,13 @@
 
 wert sein
 wert sein
-   lonen; waard zĳn
+   lonen; waard zijn
 
 _____
 
 wesentlich
 wesentlich
-   essentieel; in essentie; in wezen; wezenlĳk
+   essentieel; in essentie; in wezen; wezenlijk
 
 _____
 
@@ -76366,7 +76139,7 @@
 
 westlich
 westlich
-   westelĳk; Westers; westers
+   westelijk; Westers; westers
 
 _____
 
@@ -76378,7 +76151,7 @@
 
 wetteifern
 wetteifern
-   concurreren; meedingen; wedĳveren
+   concurreren; meedingen; wedijveren
 
 _____
 
@@ -76396,7 +76169,7 @@
 
 wetterwendisch
 wetterwendisch
-   onbestendig; veranderlĳk; vlinderachtig; wispelturig
+   onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
 
 _____
 
@@ -76408,7 +76181,7 @@
 
 wetzen
 wetzen
-   aanzetten; slĳpen; scherpen; verhevigen; wetten
+   aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
 
 _____
 
@@ -76420,7 +76193,7 @@
 
 wichtig
 wichtig
-   belangrĳk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+   belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
 
 _____
 
@@ -76451,7 +76224,7 @@
 
 widernatürlich
 widernatürlich
-   tegennatuurlĳk
+   tegennatuurlijk
 
 _____
 
@@ -76463,34 +76236,34 @@
 
 widersinnig
 widersinnig
-   absurd; dwaas; ongerĳmd; onzinnig; zinneloos; zot
+   absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
    onzinnig; zinledig; zinloos
 
 _____
 
 widerspenstig
 widerspenstig
-   ongehoorzaam; ongezeglĳk
+   ongehoorzaam; ongezeglijk
    oproerig; opstandig; rebels; weerspannig
 
 _____
 
 widersprechen
 widersprechen
-   in tegenspraak zĳn met; tegenspreken; tegenwerpen
+   in tegenspraak zijn met; tegenspreken; tegenwerpen
    tegenspreken
 
 _____
 
 widerwärtig
 widerwärtig
-   strĳdig; tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrĳdig
+   strijdig; tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
 
 _____
 
 widmen
 widmen
-   opdragen; spanderen; spenderen; toewĳden
+   opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
 
 _____
 
@@ -76567,7 +76340,7 @@
 wiederwärtig
 wiederwärtig
    afkeer inboezemend; antipathiek
-   akelig; naar; onaangenaam; verdrietelĳk; vervelend
+   akelig; naar; onaangenaam; verdrietelijk; vervelend
 
 _____
 
@@ -76575,7 +76348,7 @@
 wiegen
    wiegen
    het gewicht bepalen; wegen; afwegen
-   wegen; zwaar zĳn
+   wegen; zwaar zijn
 
 _____
 
@@ -76599,13 +76372,13 @@
 
 willfahren
 willfahren
-   de goedheid hebben; ter wille zĳn; zo goed willen zĳn
+   de goedheid hebben; ter wille zijn; zo goed willen zijn
 
 _____
 
 willig
 willig
-   gewillig; vrĳwillig
+   gewillig; vrijwillig
 
 _____
 
@@ -76631,7 +76404,7 @@
 winden
 winden
    vlechten
-   twĳnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
+   twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
 
 _____
 
@@ -76667,13 +76440,13 @@
 
 wir
 wir
-   ons; we; wĳ
+   ons; we; wij
 
 _____
 
 wirken
 wirken
-   ageren; doen; bezig zĳn; handelen; optreden; te werk gaan
+   ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
    effect sorteren; uitwerking hebben; werken; uitwerken
    weven
 
@@ -76681,10 +76454,10 @@
 
 wirklich
 wirklich
-   effectief; werkelĳk; daadwerkelĳk
-   feitelĳk; werkelĳk
-   reëel; werkelĳk; daadwerkelĳk; wezenlĳk
-   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlĳk; werkelĳk
+   effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+   feitelijk; werkelijk
+   reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
+   echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
 
 _____
 
@@ -76714,7 +76487,7 @@
 
 wissenschaftlich
 wissenschaftlich
-   wetenschappelĳk
+   wetenschappelijk
 
 _____
 
@@ -76744,7 +76517,7 @@
 
 wobei
 wobei
-   waarbĳ
+   waarbij
 
 _____
 
@@ -76787,18 +76560,18 @@
 
 wohl
 wohl
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
-   misschien; mogelĳk; mogelĳkerwĳs; soms; wellicht
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+   misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
    immers; toch; wel; zeker
-   waarschĳnlĳk
+   waarschijnlijk
    niet minder dan; wel
-   allicht; vast; waarschĳnlĳk; wel; zeker
+   allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
 
 _____
 
 wohlbeleibt
 wohlbeleibt
-   corpulent; gezet; zwaarlĳvig
+   corpulent; gezet; zwaarlijvig
 
 _____
 
@@ -76834,19 +76607,19 @@
 
 wohnen
 wohnen
-   gevestigd zĳn; huizen; resideren; wonen
+   gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
 
 _____
 
 wohnlich
 wohnlich
-   comfortabel; gemakkelĳk; geriefelĳk; gerieflĳk; welbehaaglĳk
+   comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
 
 _____
 
 wolkig
 wolkig
-   bewolkt; onduidelĳk
+   bewolkt; onduidelijk
 
 _____
 
@@ -76891,7 +76664,7 @@
 
 wortbrüchig
 wortbrüchig
-   dubbelhartig; trouweloos; verraderlĳk
+   dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
 
 _____
 
@@ -76948,15 +76721,15 @@
 wunderbar
 wunderbar
    bewonderenswaardig
-   beeldschoon; kostelĳk; magnifiek; prachtig
-   verwonderend; wonderbaar; wonderbaarlĳk; wonderlĳk
+   beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
+   verwonderend; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderlijk
 
 _____
 
 wunderlich
 wunderlich
-   grillig; grotesk; potsierlĳk
-   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlĳk
+   grillig; grotesk; potsierlijk
+   eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
 
 _____
 
@@ -76986,20 +76759,20 @@
 
 wähnen
 wähnen
-   begoochelen; illusies wekken bĳ
-   dromen; mĳmeren
+   begoochelen; illusies wekken bij
+   dromen; mijmeren
 
 _____
 
 währen
 währen
-   aanhouden; beklĳven; duren; standhouden; voortduren
+   aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
 
 _____
 
 während
 während
-   gedurende; onder; staande; terwĳl; tĳdens; voor
+   gedurende; onder; staande; terwijl; tijdens; voor
 
 _____
 
@@ -77023,14 +76796,14 @@
 
 wöchentlich
 wöchentlich
-   wekelĳks
+   wekelijks
 
 _____
 
 wörtlich
 wörtlich
-   letterlĳk; woordelĳk
-   naar de letter; woordelĳk
+   letterlijk; woordelijk
+   naar de letter; woordelijk
 
 _____
 
@@ -77078,7 +76851,7 @@
 
 zagen
 zagen
-   bang zĳn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+   bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
    aarzelen; waggelen; wankelen; wiebelen; zwichten
 
 _____
@@ -77123,7 +76896,7 @@
 zapfen
 zapfen
    aftappen
-   ontlokken; tappen; trekken; te voorschĳn trekken; uithalen
+   ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
 
 _____
 
@@ -77135,7 +76908,7 @@
 
 zart
 zart
-   delicaat; fĳn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+   delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
 
 _____
 
@@ -77186,7 +76959,7 @@
 zehren
 zehren
    consumeren; slopen; verbruiken; verorberen; verteren
-   kwĳnen; opraken; uitteren; verteren; wegteren
+   kwijnen; opraken; uitteren; verteren; wegteren
 
 _____
 
@@ -77199,28 +76972,28 @@
 
 zeigen
 zeigen
-   aanduiden; aangeven; aanwĳzen; uitduiden
-   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wĳzen; uitwĳzen
-   laten kĳken; laten zien; tonen
+   aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+   laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+   laten kijken; laten zien; tonen
 
 _____
 
 zeitgemäß
 zeitgemäß
-   betamelĳk; gepast; geschikt; passend; toepasselĳk
+   betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
 
 _____
 
 zeitig
 zeitig
-   tĳdig; vroeg
-   bĳtĳds; op tĳd; tĳdig
+   tijdig; vroeg
+   bijtijds; op tijd; tijdig
 
 _____
 
 zeitweilig
 zeitweilig
-   af en toe; bĳ tĳd en wĳlen; bĳ wĳlen; nu en dan; van tĳd tot tĳd
+   af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
 
 _____
 
@@ -77256,7 +77029,7 @@
 
 zerdrücken
 zerdrücken
-   fĳnknĳpen
+   fijnknijpen
 
 _____
 
@@ -77270,7 +77043,7 @@
 zergliedern
    analyseren; ontbinden; ontleden
    ontleden
-   doorsnĳden; sectie verrichten
+   doorsnijden; sectie verrichten
 
 _____
 
@@ -77291,14 +77064,14 @@
    distribueren; verdelen
    afbreken; delen; splitsen; opsplitsen; verdelen
    indelen; verdelen
-   doorsnĳden; sectie verrichten
+   doorsnijden; sectie verrichten
 
 _____
 
 zermalmen
 zermalmen
-   intrappen; verbrĳzelen; vermorzelen; verpletteren
-   stampen; fĳnstampen
+   intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
+   stampen; fijnstampen
 
 _____
 
@@ -77311,7 +77084,7 @@
 zerreißen
 zerreißen
    doorscheuren; vaneenscheuren; verscheuren
-   rĳten; scheuren
+   rijten; scheuren
 
 _____
 
@@ -77319,7 +77092,7 @@
 zerren
    schokken
    rukken
-   rĳten; scheuren
+   rijten; scheuren
 
 _____
 
@@ -77337,7 +77110,7 @@
 
 zerschmettern
 zerschmettern
-   intrappen; verbrĳzelen; vermorzelen; verpletteren
+   intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
 
 _____
 
@@ -77349,20 +77122,19 @@
 
 zerstampfen
 zerstampfen
-   stampen; fĳnstampen
+   stampen; fijnstampen
 
 _____
 
 zerstoßen
 zerstoßen
-   stampen; fĳnstampen
+   stampen; fijnstampen
 
 _____
 
 zerstreuen
 zerstreuen
    uitstrooien; uitzaaien
-   uitzaaien
    afleiden; verstrooien
 
 _____
@@ -77418,16 +77190,16 @@
 
 ziemlich
 ziemlich
-   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelĳk; wat
-   aardig; tamelĳk
+   een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
+   aardig; tamelijk
    genoeg; voldoende
-   basta; genoeg; nogal; tamelĳk; vrĳ
+   basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
 
 _____
 
 zierlich
 zierlich
-   bevallig; gracieus; sierlĳk
+   bevallig; gracieus; sierlijk
 
 _____
 
@@ -77451,7 +77223,7 @@
 
 zirkulieren
 zirkulieren
-   circuleren; in omloop zĳn; rondgaan; rouleren
+   circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
    de ronde doen; rondgaan
 
 _____
@@ -77489,7 +77261,7 @@
 
 zivil
 zivil
-   burgerlĳk; civiel
+   burgerlijk; civiel
 
 _____
 
@@ -77507,23 +77279,23 @@
 
 zu
 zu
-   aan; bĳ; naar; tegen; tot; voor
+   aan; bij; naar; tegen; tot; voor
    aan; in; binnen; per; te
    dicht; gesloten; toe
    te; al te; te veel; te zeer
-   aan; bĳ; ten huize van
+   aan; bij; ten huize van
 
 _____
 
 zubringen
 zubringen
-   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrĳven
+   aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
 
 _____
 
 zuchtlos
 zuchtlos
-   ongedisciplineerd; tuchtloos; vrĳgevochten
+   ongedisciplineerd; tuchtloos; vrijgevochten
 
 _____
 
@@ -77550,7 +77322,7 @@
 zudem
 zudem
    overigens; trouwens; verder; voor de rest
-   bovendien; buitendien; daarbĳ; verder
+   bovendien; buitendien; daarbij; verder
 
 _____
 
@@ -77562,14 +77334,14 @@
 
 zueignen
 zueignen
-   opdragen; spanderen; spenderen; toewĳden
+   opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
    toeëigenen
 
 _____
 
 zuerkennen
 zuerkennen
-   gunnen; toekennen; toeslaan; toewĳzen
+   gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
    dicteren
 
 _____
@@ -77607,13 +77379,13 @@
 zufällig
 zufällig
    incidenteel; toevallig
-   bĳ gelegenheid
+   bij gelegenheid
 
 _____
 
 zufügen
 zufügen
-   bĳdoen; bĳmengen; bĳvoegen; toegeven; toevoegen
+   bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
    aandoen; aanrichten; stichten; teweegbrengen; veroorzaken
 
 _____
@@ -77626,20 +77398,20 @@
 
 zugetan
 zugetan
-   aanhankelĳk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+   aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
 
 _____
 
 zugleich
 zugleich
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
-   gelĳk; gelĳktĳdig; tegelijk; tegelĳkertĳd; tevens; tezelfdertĳd
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+   gelijk; gelijktijdig; tegelijk; tegelijkertijd; tevens; tezelfdertijd
 
 _____
 
 zugänglich
 zugänglich
-   genaakbaar; toegankelĳk
+   genaakbaar; toegankelijk
 
 _____
 
@@ -77651,7 +77423,7 @@
 
 zujauchzen
 zujauchzen
-   bĳ acclamatie benoemen; toejuichen; zĳn bĳval betuigen
+   bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
 
 _____
 
@@ -77687,7 +77459,7 @@
 
 zumal
 zumal
-   in het bĳzonder; inzonderheid; voornamelĳk
+   in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
 
 _____
 
@@ -77705,20 +77477,20 @@
 
 zumuten
 zumuten
-   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrĳven; vorderen
+   eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
    aanspraak maken op; claimen
 
 _____
 
 zum beispiel
 zum Beispiel
-   bĳ voorbeeld; bĳ voorbeeld
+   bij voorbeeld; bij voorbeeld
 
 _____
 
 zum trotz
 zum Trotz
-   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spĳte van; trots
+   in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
 
 _____
 
@@ -77730,20 +77502,20 @@
 
 zunächst
 zunächst
-   in het bĳzonder; inzonderheid; vooral
+   in het bijzonder; inzonderheid; vooral
 
 _____
 
 zupfen
 zupfen
-   rĳten; scheuren
+   rijten; scheuren
 
 _____
 
 zurecht
 zurecht
-   behoorlĳk; fatsoenlĳk; naar behoren; netjes; passend
-   gevoeglĳk; op de juiste wĳze
+   behoorlijk; fatsoenlijk; naar behoren; netjes; passend
+   gevoeglijk; op de juiste wijze
 
 _____
 
@@ -77761,7 +77533,7 @@
 
 zureichen
 zureichen
-   toereiken; toereikend zĳn; voldoende zĳn; voldoen; volstaan
+   toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
 
 _____
 
@@ -77802,13 +77574,13 @@
 
 zurückbehalten
 zurückbehalten
-   openhouden; reserveren; vrĳhouden
+   openhouden; reserveren; vrijhouden
 
 _____
 
 zurückbleiben
 zurückbleiben
-   achterblĳven; nablĳven
+   achterblijven; nablijven
 
 _____
 
@@ -77845,8 +77617,8 @@
 
 zurücklegen
 zurücklegen
-   afdoen; afleggen; afzetten; uitdoen; uitkrĳgen; uittrekken
-   maken; aanmaken; bedrĳven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+   afdoen; afleggen; afzetten; uitdoen; uitkrijgen; uittrekken
+   maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
    bergen; bewaren; opbergen; wegleggen; wegzetten
    doorkomen; doormaken; doortrekken
 
@@ -77860,7 +77632,7 @@
 
 zurücksenden
 zurücksenden
-   retourneren; terugbezorgen; terugsturen; terugwĳzen
+   retourneren; terugbezorgen; terugsturen; terugwijzen
 
 _____
 
@@ -77873,7 +77645,7 @@
 
 zur last legen
 zur Last legen
-   aanrekenen; toedichten; toeschrĳven; toerekenen; wĳten
+   aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
 
 _____
 
@@ -77903,7 +77675,7 @@
 
 zur rechten zeit
 zur rechten Zeit
-   bĳtĳds; op tĳd; tĳdig
+   bijtijds; op tijd; tijdig
 
 _____
 
@@ -77915,7 +77687,7 @@
 
 zusammen
 zusammen
-   aaneen; bĳeen; ineen; samen; tezamen
+   aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
 
 _____
 
@@ -77945,7 +77717,7 @@
 
 zusammenfassend
 zusammenfassend
-   collectief; gemeenschappelĳk; gezamenlĳk
+   collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
 
 _____
 
@@ -77957,7 +77729,7 @@
 
 zusammenkommen
 zusammenkommen
-   bĳeenkomen; samenkomen; vergaderen
+   bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
 
 _____
 
@@ -77988,7 +77760,7 @@
 zusammentreffen
 zusammentreffen
    samenvallen
-   bĳeenkomen; samenkomen; vergaderen
+   bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
 
 _____
 
@@ -78024,8 +77796,8 @@
 
 zuschreiben
 zuschreiben
-   toedichten; toekennen; toeschrĳven
-   aanrekenen; toedichten; toeschrĳven; toerekenen; wĳten
+   toedichten; toekennen; toeschrijven
+   aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
 
 _____
 
@@ -78043,13 +77815,13 @@
 
 zusprechen
 zusprechen
-   gunnen; toekennen; toeslaan; toewĳzen
+   gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
 
 _____
 
 zustandekommen
 zustandekommen
-   in vervulling gaan; verwezenlĳkt worden
+   in vervulling gaan; verwezenlijkt worden
 
 _____
 
@@ -78061,7 +77833,7 @@
 
 zustimmen
 zustimmen
-   goedvinden; het eens zĳn; toegeven; toestemmen
+   goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
 
 _____
 
@@ -78110,19 +77882,19 @@
 zuversichtlich
 zuversichtlich
    gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
-   gewis; ontwĳfelbaar; waaraan niet te twĳfelen valt; zeker
+   gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
 
 _____
 
 zuvor
 zuvor
-   daarvoor; eerder; indertĳd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
+   daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
 
 _____
 
 zuvörderst
 zuvörderst
-   in het bĳzonder; inzonderheid; vooral
+   in het bijzonder; inzonderheid; vooral
 
 _____
 
@@ -78134,7 +77906,7 @@
 
 zuwilligen
 zuwilligen
-   goedvinden; het eens zĳn; toegeven; toestemmen
+   goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
 
 _____
 
@@ -78146,7 +77918,7 @@
 
 zuzüglich
 zuzüglich
-   bĳgaand; ingesloten
+   bijgaand; ingesloten
    met; samen met
    benevens; mitsgaders; samen met
 
@@ -78208,13 +77980,13 @@
 
 zu zweien
 zu zweien
-   getweeën; met zĳn tweeën; onder vier ogen
+   getweeën; met zijn tweeën; onder vier ogen
 
 _____
 
 zwanglos
 zwanglos
-   frank; ongegeneerd; ongedwongen; vrĳ; vrĳmoedig; vrĳpostig
+   frank; ongegeneerd; ongedwongen; vrij; vrijmoedig; vrijpostig
 
 _____
 
@@ -78226,17 +77998,17 @@
 
 zwar
 zwar
-   bepaald; ongetwĳfeld; vast; wel degelĳk; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
    immers; toch; wel; zeker
    al; ofschoon; wel; hoewel; alhoewel
-   in naam; namelĳk; te weten
+   in naam; namelijk; te weten
 
 _____
 
 zweckdienlich
 zweckdienlich
    afdoend; doeltreffend; effectief; werkdadig; werkzaam
-   bevorderlĳk; dienstig; nuttig
+   bevorderlijk; dienstig; nuttig
 
 _____
 
@@ -78278,19 +78050,19 @@
 
 zweifellos
 zweifellos
-   gewis; ontwĳfelbaar; waaraan niet te twĳfelen valt; zeker
+   gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
 
 _____
 
 zweifeln
 zweifeln
-   dubben; in dubio staan; twĳfelen
+   dubben; in dubio staan; twijfelen
 
 _____
 
 zweifelsohne
 zweifelsohne
-   bepaald; ongetwĳfeld; zeker
+   bepaald; ongetwijfeld; zeker
 
 _____
 
@@ -78302,7 +78074,7 @@
 
 zweischneidig
 zweischneidig
-   tweesnĳdend
+   tweesnijdend
 
 _____
 
@@ -78320,7 +78092,7 @@
 
 zwicken
 zwicken
-   klemmen; nĳpen; knĳpen; tokkelen
+   klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
 
 _____
 
@@ -78434,7 +78206,7 @@
 
 zücken
 zücken
-   ontlokken; tappen; trekken; te voorschĳn trekken; uithalen
+   ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
    beuren; heffen; ophalen; oprichten; tillen; verheffen
 
 _____
@@ -78460,7 +78232,7 @@
 
 zürnen
 zürnen
-   boos zĳn; boos zĳn op; kwaad zĳn; kwaad zĳn op; toornen
+   boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
 
 _____
 
@@ -78472,7 +78244,7 @@
 
 hirn als speise
 Hirn als Speise
-   hersens; hersens als spĳs
+   hersens; hersens als spijs
 
 _____
 
@@ -78508,7 +78280,7 @@
 
 ächtung
 Ächtung
-   proscriptie; vogelvrĳverklaring
+   proscriptie; vogelvrijverklaring
 
 _____
 
@@ -78538,7 +78310,7 @@
 
 ähnlichkeit
 Ähnlichkeit
-   gelĳkenis; overeenkomst
+   gelijkenis; overeenkomst
 
 _____
 
@@ -78551,14 +78323,14 @@
 änderung
 Änderung
    herschepping; vervorming
-   verandering; wĳziging
-   keer; omkeer; verandering; verzetting; wĳziging; wisseling
+   verandering; wijziging
+   keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
 
 _____
 
 äquator
 Äquator
-   equator; evenaar; evennachtslĳn
+   equator; evenaar; evennachtslijn
 
 _____
 
@@ -78570,7 +78342,7 @@
 
 ära
 Ära
-   jaartelling; tĳdrekening
+   jaartelling; tijdrekening
 
 _____
 
@@ -78638,16 +78410,16 @@
 
 äußere
 Äußere
-   aanblik; aanschĳn; buitenkant; uiterlĳk
-   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlĳk; uitzicht
+   aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
+   air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
 
 _____
 
 äußerung
 Äußerung
    woord; zeggen
-   betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswĳze
-   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswĳze; zin
+   betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
+   dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
 
 _____
 
@@ -78677,19 +78449,19 @@
 
 ölbaum
 Ölbaum
-   olĳfboom
+   olijfboom
 
 _____
 
 österreich
 Österreich
-   Oostenrĳk
+   Oostenrijk
 
 _____
 
 österreicher
 Österreicher
-   Oostenrĳker
+   Oostenrijker
 
 _____
 
@@ -78701,19 +78473,19 @@
 
 übelkeit
 Übelkeit
-   afkeer; misselĳkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
+   afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
 
 _____
 
 überbleibsel
 Überbleibsel
-   afval; overblĳfsel; rest; rommel; staartje
+   afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
 
 _____
 
 überblick
 Überblick
-   kĳkje
+   kijkje
 
 _____
 
@@ -78807,7 +78579,6 @@
 Überrock
    jas; overjas
    bovenkleed; opperkleed; overjas
-   jas; overjas
 
 _____
 
@@ -78826,7 +78597,7 @@
 überschuß
 Überschuß
    baat; gewin; verdienste; winst
-   baat; belang; gewin; profĳt; voordeel; winst
+   baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
 
 _____
 
@@ -78871,7 +78642,6 @@
 Überzieher
    jas; overjas
    bovenkleed; opperkleed; overjas
-   jas; overjas
 
 _____
 
@@ -78889,7 +78659,7 @@
 
 ächten
 ächten
-   vogelvrĳ verklaren
+   vogelvrij verklaren
 
 _____
 
@@ -78908,13 +78678,13 @@
 
 ähneln
 ähneln
-   lĳken; gelĳken; lĳken op
+   lijken; gelijken; lijken op
 
 _____
 
 ähnlich
 ähnlich
-   eender; gelĳkend; gelĳksoortig; gelĳkvormig; soortgelĳk
+   eender; gelijkend; gelijksoortig; gelijkvormig; soortgelijk
 
 _____
 
@@ -78969,7 +78739,7 @@
 
 äußerlich
 äußerlich
-   buiten; daarbuiten; uiterlĳk
+   buiten; daarbuiten; uiterlijk
 
 _____
 
@@ -78987,7 +78757,7 @@
 
 öffentlich
 öffentlich
-   openbaar; openlĳk; publiek; ruchtbaar
+   openbaar; openlijk; publiek; ruchtbaar
 
 _____
 
@@ -79017,19 +78787,19 @@
 
 örtlich
 örtlich
-   lokaal; plaatselĳk
+   lokaal; plaatselijk
 
 _____
 
 österreichisch
 österreichisch
-   Oostenrĳks
+   Oostenrijks
 
 _____
 
 östlich
 östlich
-   oostelĳk; oosters
+   oostelijk; oosters
 
 _____
 
@@ -79049,7 +78819,7 @@
 
 überall
 überall
-   allerwegen; alom; overal; wĳd en zĳd
+   allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
 
 _____
 
@@ -79061,7 +78831,7 @@
 
 überaus
 überaus
-   bĳzonder; danig; duchtig; geducht; schromelĳk
+   bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
 
 _____
 
@@ -79091,13 +78861,13 @@
 
 übereinkommen
 übereinkommen
-   afspreken; een schikking treffen; het eens zĳn; overeenkomen
+   afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
 
 _____
 
 übereinstimmen
 übereinstimmen
-   accorderen; bĳeenpassen; kloppen; overeenstemmen; rĳmen; stroken
+   accorderen; bijeenpassen; kloppen; overeenstemmen; rijmen; stroken
 
 _____
 
@@ -79109,14 +78879,14 @@
 
 überfallen
 überfallen
-   aangrĳpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+   aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
    betrappen; snappen; verrassen
 
 _____
 
 überflügeln
 überflügeln
-   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbĳstreven
+   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
 
 _____
 
@@ -79128,7 +78898,7 @@
 
 übergehend
 übergehend
-   overgankelĳk; transitief
+   overgankelijk; transitief
 
 _____
 
@@ -79185,13 +78955,13 @@
 
 überlisten
 überlisten
-   te slim af zĳn; verschalken
+   te slim af zijn; verschalken
 
 _____
 
 übermenschlich
 übermenschlich
-   bovenmenselĳk
+   bovenmenselijk
 
 _____
 
@@ -79211,7 +78981,7 @@
 übermütig
 übermütig
    aanmatigend; arrogant; hautain; laatdunkend; verwaand; verwaten
-   dartel; olĳk; ondeugend; schalks; schelms
+   dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
    dartel; guitig; schelmachtig; snaaks
 
 _____
@@ -79224,13 +78994,13 @@
 
 übernatürlich
 übernatürlich
-   bovennatuurlĳk
+   bovennatuurlijk
 
 _____
 
 überragen
 überragen
-   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbĳstreven
+   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
 
 _____
 
@@ -79242,7 +79012,7 @@
 
 überraschend
 überraschend
-   bĳ verrassing
+   bij verrassing
 
 _____
 
@@ -79272,7 +79042,7 @@
 
 überschwenglich
 überschwenglich
-   schatrĳk
+   schatrijk
    overcompleet; overdreven
 
 _____
@@ -79292,7 +79062,7 @@
 übersehen
 übersehen
    overzien
-   inkĳken; inzage nemen van
+   inkijken; inzage nemen van
 
 _____
 
@@ -79324,7 +79094,7 @@
 übersinnlich
 übersinnlich
    metafysisch
-   bovenzinnelĳk; transcendent; transcendentaal
+   bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
 
 _____
 
@@ -79336,7 +79106,7 @@
 
 übersteigen
 übersteigen
-   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbĳstreven
+   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
 
 _____
 
@@ -79355,7 +79125,7 @@
 
 übertreffen
 übertreffen
-   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbĳstreven
+   overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
 
 _____
 
@@ -79375,13 +79145,13 @@
 überwachen
 überwachen
    bewaken; bewaren; de wacht hebben; hoeden; waken over
-   aflezen; checken; controleren; nakĳken; surveilleren; toezien
+   aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
 
 _____
 
 überweisen
 überweisen
-   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewĳzen
+   betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
 
 _____
 
@@ -79412,13 +79182,13 @@
 
 über  hinaus
 über ... hinaus
-   langs; voorbĳ
+   langs; voorbij
 
 _____
 
 üblich
 üblich
-   gebruikelĳk; gewoon
+   gebruikelijk; gewoon
    alledaags; grof; ordinair; plat; vulgair
 
 _____
@@ -79431,7 +79201,7 @@
 
 übrigbleiben
 übrigbleiben
-   blĳven; overblĳven; resten; resteren; toeven; verblĳven
+   blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
 
 _____
 
