--- deu-nld.txt 2007-12-10 23:58:04.000000000 +0200
+++ deu-nld.new 2007-12-10 23:57:19.000000000 +0200
@@ -24,7 +24,7 @@
00databaseshort
00-database-short
- German-Nederland Freedict dictionary
+ German-Dutch Freedict dictionary
_____
@@ -78,14 +78,13 @@
aaltierchen
Aaltierchen
- azijnaaltje
+ azijnaaltje
_____
aas
Aas
rakker; schalk; schelm
- aas
aas; kadaver; kreng
kadaver; kreng
guit; kwant; ondeugd; rakker; robbedoes; schalk; schelm; snaak
@@ -101,7 +100,6 @@
abakus
Abakus
- abacus
abacus; telraam
_____
@@ -120,7 +118,7 @@
abbildung
Abbildung
- image; verzinnelijking
+ image; verzinnelijking
_____
@@ -153,7 +151,6 @@
abenddämmerung
Abenddämmerung
avondschemering; vallen van de nacht
- avondschemering
_____
@@ -208,7 +205,7 @@
aberglaube
Aberglaube
- bijgeloof
+ bijgeloof
_____
@@ -220,7 +217,7 @@
abessinier
Abessinier
- Abessijn; Abessiniër
+ Abessijn; Abessiniër
_____
@@ -238,7 +235,6 @@
abgabe
Abgabe
- afgifte
belasting; recht
afgifte; inlevering; overdracht
@@ -271,7 +267,7 @@
abhandlung
Abhandlung
- artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
+ artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
traktaat; verdrag; verhandeling
_____
@@ -348,7 +344,7 @@
abnormalität
Abnormalität
- abnormaliteit; afwijking
+ abnormaliteit; afwijking
_____
@@ -393,7 +389,7 @@
abscheu
Abscheu
- afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
+ afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
_____
@@ -405,7 +401,7 @@
abschnitt
Abschnitt
- afgesneden stuk; afsnijden
+ afgesneden stuk; afsnijden
geleding; segment
_____
@@ -487,7 +483,6 @@
abstinenzler
Abstinenzler
abstemius; geheelonthouder
- geheelonthouder
_____
@@ -517,7 +512,7 @@
abtei
Abtei
- abdij
+ abdij
_____
@@ -551,7 +546,7 @@
Abwechslung
afwisseling
diversiteit; verscheidenheid; verschot
- keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
+ keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
_____
@@ -565,13 +560,12 @@
abweichung
Abweichung
- afwijking
+ afwijking
_____
abwesenheit
Abwesenheit
- afwezigheid
absentie; afwezigheid; mangel; uitstedigheid; verstek; verzuim
_____
@@ -585,7 +579,7 @@
abzeichen
Abzeichen
embleem; kleur; zinnebeeld
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -598,7 +592,7 @@
acetat
Acetat
- acetaat; azijnzuur zout
+ acetaat; azijnzuur zout
_____
@@ -647,7 +641,7 @@
acht
Acht
ballingschap; verbanning
- proscriptie; vogelvrijverklaring
+ proscriptie; vogelvrijverklaring
_____
@@ -724,7 +718,7 @@
adjektiv
Adjektiv
- adjectief; bijvoeglijk naamwoord
+ adjectief; bijvoeglijk naamwoord
_____
@@ -802,7 +796,7 @@
adverb
Adverb
- adverbium; bijwoord
+ adverbium; bijwoord
_____
@@ -948,7 +942,7 @@
agonie
Agonie
- agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
+ agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
_____
@@ -1053,14 +1047,14 @@
akt
Akt
- akte; bedrijf
+ akte; bedrijf
akte; document; stuk
_____
akte
Akte
- akte; bedrijf
+ akte; bedrijf
akte; document; stuk
_____
@@ -1103,7 +1097,7 @@
akzise
Akzise
- accijns; verbruiksbelasting
+ accijns; verbruiksbelasting
_____
@@ -1217,13 +1211,13 @@
algerien
Algerien
- Algerië; Algerije
+ Algerië; Algerije
_____
algerier
Algerier
- Algerijn
+ Algerijn
_____
@@ -1283,7 +1277,7 @@
allegorie
Allegorie
- allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
+ allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
_____
@@ -1313,7 +1307,6 @@
allianz
Allianz
- verbond
bond; liga; verbond
_____
@@ -1338,7 +1331,7 @@
allotria
Allotria
- bijzaken
+ bijzaken
_____
@@ -1417,10 +1410,9 @@
altan
Altan
- hoog terras; uitkijkpunt
+ hoog terras; uitkijkpunt
balkon
prieel
- terras
_____
@@ -1432,8 +1424,7 @@
alter
Alter
- leeftijd; ouderdom
- ouderdom
+ leeftijd; ouderdom
_____
@@ -1445,7 +1436,7 @@
altersgenosse
Altersgenosse
- leeftijdsgenoot
+ leeftijdsgenoot
_____
@@ -1489,14 +1480,12 @@
amateur
Amateur
amateur; dilettant; knutseaar; liefhebber
- amateur
_____
amazone
Amazone
- amazone; Amazone; paardrijdster
- amazone
+ amazone; Amazone; paardrijdster
_____
@@ -1514,7 +1503,7 @@
ambrosia
Ambrosia
- ambrozijn; godenspijs
+ ambrozijn; godenspijs
_____
@@ -1604,7 +1593,7 @@
amnestie
Amnestie
- amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
+ amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
_____
@@ -1727,7 +1716,7 @@
anachronismus
Anachronismus
- anachronisme; tijdrekeningsfout
+ anachronisme; tijdrekeningsfout
_____
@@ -1805,7 +1794,7 @@
anblick
Anblick
- aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
+ aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
gezicht; schouwspel
_____
@@ -1845,7 +1834,6 @@
andrang
Andrang
aandrift; drang; aandrang; impuls; opwelling; stuwing
- aandrang
_____
@@ -1937,7 +1925,7 @@
angelleine
Angelleine
- sim; snoer; hengelsnoer; vislijn; vissnoer
+ sim; snoer; hengelsnoer; vislijn; vissnoer
_____
@@ -1973,7 +1961,7 @@
angestellte
Angestellte
- commies; klerk; schrijver
+ commies; klerk; schrijver
_____
@@ -2005,14 +1993,13 @@
Angst
angst; beklemming; benauwdheid; grote angst; zielsangst
beduchtheid; ongerustheid; zorg
- angst
beduchtheid; vrees
_____
anhang
Anhang
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
aanhang; leden
_____
@@ -2021,14 +2008,14 @@
Anhänger
aanhanger; lid; lidmaat
discipel
- aanhanger; lid; partijganger; partijlid
+ aanhanger; lid; partijganger; partijlid
_____
anhängsel
Anhängsel
aanhangsel
- bijzaak
+ bijzaak
_____
@@ -2046,7 +2033,7 @@
anis
Anis
- anijs
+ anijs
_____
@@ -2076,7 +2063,7 @@
ankylose
Ankylose
- ankylose; gewrichtsstijfheid; gewrichtsvergroeiing
+ ankylose; gewrichtsstijfheid; gewrichtsvergroeiing
_____
@@ -2122,7 +2109,7 @@
anmut
Anmut
- bekoorlijkheid; bekoring; charme
+ bekoorlijkheid; bekoring; charme
_____
@@ -2136,7 +2123,7 @@
annehmlichkeit
Annehmlichkeit
iets aangenaams; iets prettigs
- aangenaamheid; behaaglijkheid; genoeglijkheid
+ aangenaamheid; behaaglijkheid; genoeglijkheid
_____
@@ -2148,7 +2135,7 @@
anomalie
Anomalie
- afwijking; anomalie; onregelmatigheid
+ afwijking; anomalie; onregelmatigheid
_____
@@ -2200,7 +2187,7 @@
anschein
Anschein
- aanzien; schijn
+ aanzien; schijn
_____
@@ -2233,8 +2220,8 @@
ansehen
Ansehen
faam; naam; reputatie; roep
- gedaante; uiterlijk; voorkomen
- aanzien; schijn
+ gedaante; uiterlijk; voorkomen
+ aanzien; schijn
achting; aanzien; gezochtheid
_____
@@ -2242,7 +2229,7 @@
ansicht
Ansicht
beeld; afbeelding; plaat; prent; voorstelling
- image; verzinnelijking
+ image; verzinnelijking
gezicht; schouwspel
_____
@@ -2340,7 +2327,6 @@
anteil
Anteil
deel; gedeelte; onderdeel; Part; stuk
- deel; gedeelte; onderdeel; stuk
deel; aandeel; portie; rantsoen; taks
_____
@@ -2395,7 +2381,7 @@
antinomie
Antinomie
- tegenspraak; tegenstrijdigheid
+ tegenspraak; tegenstrijdigheid
_____
@@ -2438,7 +2424,7 @@
antrieb
Antrieb
aandrift; drang; aandrang; impuls; opwelling; stuwing
- beweegreden; drijfveer; motief; term
+ beweegreden; drijfveer; motief; term
_____
@@ -2489,7 +2475,7 @@
anzeichen
Anzeichen
teken; voorbode; voorteken
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -2535,7 +2521,7 @@
apenninen
Apenninen
- Apennijnen
+ Apennijnen
_____
@@ -2559,7 +2545,7 @@
apfelwein
Apfelwein
- appelwijn; cider
+ appelwijn; cider
_____
@@ -2631,7 +2617,7 @@
apotheose
Apotheose
- apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
+ apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
_____
@@ -2661,20 +2647,19 @@
applaus
Applaus
- bijvalsbetuiging
- applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
+ applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
_____
apposition
Apposition
- appositie; bijstelling
+ appositie; bijstelling
_____
approbation
Approbation
- bijval; fiat; goedkeuring
+ bijval; fiat; goedkeuring
_____
@@ -2698,7 +2683,7 @@
aquarell
Aquarell
- aquarel; waterverfschilderij; waterverftekening
+ aquarel; waterverfschilderij; waterverftekening
_____
@@ -2796,7 +2781,7 @@
architrav
Architrav
- architraaf; gevellijst
+ architraaf; gevellijst
_____
@@ -2832,7 +2817,7 @@
arena
Arena
- arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
+ arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
_____
@@ -2844,13 +2829,13 @@
argentinier
Argentinier
- Argentijn
+ Argentijn
_____
argentinierin
Argentinierin
- Argentijnse
+ Argentijnse
_____
@@ -2862,7 +2847,7 @@
argument
Argument
- argument; bewijsgrond
+ argument; bewijsgrond
_____
@@ -2881,7 +2866,7 @@
arie
Arie
- aria; wijsje
+ aria; wijsje
_____
@@ -2899,7 +2884,7 @@
arithmetik
Arithmetik
- cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
+ cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
_____
@@ -2995,7 +2980,7 @@
arrak
Arrak
- arak; rijstbrandewijn
+ arak; rijstbrandewijn
_____
@@ -3013,7 +2998,7 @@
arrowroot
Arrowroot
- arrowroot; pijlwortel
+ arrowroot; pijlwortel
_____
@@ -3037,7 +3022,7 @@
arsenal
Arsenal
- arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
+ arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
_____
@@ -3050,7 +3035,7 @@
art
Art
eigenschap
- manier; trant; wijze
+ manier; trant; wijze
aard; slag; soort
_____
@@ -3063,14 +3048,14 @@
artigkeit
Artigkeit
- galanterieën; kramerij; opschik
+ galanterieën; kramerij; opschik
_____
artikel
Artikel
artikel; handelsartikel
- artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
+ artikel; bijdrage; opstel; stuk; verhandeling
_____
@@ -3208,7 +3193,7 @@
assessor
Assessor
- assessor; bijzitter
+ assessor; bijzitter
_____
@@ -3226,13 +3211,13 @@
assonanz
Assonanz
- assonantie; halfrijm
+ assonantie; halfrijm
_____
assoziation
Assoziation
- associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
+ associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
_____
@@ -3286,7 +3271,7 @@
astrologie
Astrologie
- astrologie; sterrenwichelarij
+ astrologie; sterrenwichelarij
_____
@@ -3310,7 +3295,7 @@
asyl
Asyl
- asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
+ asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
heenkomen; schuilplaats; toeverlaat; toevlucht; toevluchtsoord
_____
@@ -3336,7 +3321,7 @@
atheismus
Atheismus
- atheïsme; godloochenarij; godloochening
+ atheïsme; godloochenarij; godloochening
_____
@@ -3366,7 +3351,7 @@
atheïsmus
Atheïsmus
- atheïsme; godloochenarij; godloochening
+ atheïsme; godloochenarij; godloochening
_____
@@ -3385,7 +3370,6 @@
atlantik
Atlantik‐
Atlantisch; van Atlantis
- Atlantisch
_____
@@ -3470,7 +3454,7 @@
attribut
Attribut
- attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
+ attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
_____
@@ -3507,13 +3491,13 @@
aufenthalt
Aufenthalt
hapering
- oponthoud; verblijf
+ oponthoud; verblijf
_____
auferstehung
Auferstehung
- herleving; herrijzenis; opleving; wederopstanding
+ herleving; herrijzenis; opleving; wederopstanding
_____
@@ -3540,7 +3524,7 @@
aufgang
Aufgang
- opgaande lijn; opgang; stijging
+ opgaande lijn; opgang; stijging
_____
@@ -3565,7 +3549,6 @@
auflösung
Auflösung
- oplossing
oplossing; uitkomst
_____
@@ -3596,7 +3579,7 @@
aufruhr
Aufruhr
- muiterij; onlusten; opstand
+ muiterij; onlusten; opstand
getier; herrie; rel; roerigheid; rustverstoring; spektakel; tumult
_____
@@ -3659,7 +3642,7 @@
aufstand
Aufstand
- muiterij; onlusten; opstand
+ muiterij; onlusten; opstand
getier; herrie; rel; roerigheid; rustverstoring; spektakel; tumult
_____
@@ -3706,7 +3689,7 @@
auge
Auge
- kijker; oog
+ kijker; oog
_____
@@ -3718,7 +3701,7 @@
augenblick
Augenblick
- moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
+ moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
_____
@@ -3742,7 +3725,7 @@
augenschein
Augenschein
- aanzien; schijn
+ aanzien; schijn
_____
@@ -3785,7 +3768,7 @@
auktion
Auktion
- afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
+ afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
_____
@@ -3834,16 +3817,15 @@
ausdehnung
Ausdehnung
bestek; grootte; omvang; uitgebreidheid
- uitzetting
afmeting; dimensie
expansie; uitzetting
- ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
+ ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
_____
ausdruck
Ausdruck
- betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
+ betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
term; vakterm
_____
@@ -3858,8 +3840,8 @@
Ausflucht
foefje; kneep; kunstgreep; streek; stunt; toer; truc
uitvlucht; uitweg
- draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
- dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
+ draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+ dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
_____
@@ -3903,7 +3885,7 @@
ausgleich
Ausgleich
effening
- gelijkmaking
+ gelijkmaking
_____
@@ -3929,8 +3911,8 @@
auskunft
Auskunft
- bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
- bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
+ bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
+ bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
_____
@@ -3960,7 +3942,7 @@
auslegung
Auslegung
- bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+ bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
_____
@@ -3990,7 +3972,7 @@
ausrede
Ausrede
- draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+ draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
_____
@@ -4033,24 +4015,23 @@
aussehen
Aussehen
- aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
- air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
+ aanblik; aanzien; air; schijn; uiterlijk; verschijning; voorkomen
+ air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
zicht; gezicht; gezichtsvermogen
- aanzien; schijn
+ aanzien; schijn
_____
aussicht
Aussicht
- uitzicht
panorama; uitzicht; vergezicht
- doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+ doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
_____
aussichtsplatz
Aussichtsplatz
- belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
+ belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
_____
@@ -4081,7 +4062,7 @@
austrag
Austrag
- beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
+ beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
_____
@@ -4118,13 +4099,13 @@
ausweg
Ausweg
- draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+ draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
_____
ausweis
Ausweis
- adstructie; bewijs; teken
+ adstructie; bewijs; teken
_____
@@ -4137,7 +4118,6 @@
auszeichnung
Auszeichnung
decor; decoratie; onderscheiding; ridderorde; versiering
- onderscheiding
_____
@@ -4187,7 +4167,7 @@
autokratie
Autokratie
- alleenheerschappij; autocratie
+ alleenheerschappij; autocratie
_____
@@ -4205,7 +4185,7 @@
autor
Autor
- auteur; bedenker; schepper; schrijver
+ auteur; bedenker; schepper; schrijver
_____
@@ -4217,7 +4197,7 @@
außenlinie
Außenlinie
- omlijning; omtrek
+ omlijning; omtrek
_____
@@ -4247,7 +4227,7 @@
axt
Axt
- bijl; hakbijl
+ bijl; hakbijl
_____
@@ -4277,7 +4257,7 @@
bachusfest
Bachusfest
- bacchanaal; zuippartij
+ bacchanaal; zuippartij
_____
@@ -4326,7 +4306,7 @@
backstube
Backstube
- bakkerij
+ bakkerij
_____
@@ -4411,7 +4391,7 @@
bagatelle
Bagatelle
- bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
+ bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
_____
@@ -4527,7 +4507,7 @@
baldachin
Baldachin
- baldakijn; hemel; draaghemel; troonhemel
+ baldakijn; hemel; draaghemel; troonhemel
_____
@@ -4569,7 +4549,7 @@
ball
Ball
- bal; danspartij
+ bal; danspartij
bal; speelbal
_____
@@ -4677,7 +4657,7 @@
bandit
Bandit
bandiet; struikrover
- loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
+ loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
_____
@@ -4702,7 +4682,6 @@
bank
Bank
- bank
bank; zitbank
bank; bok; ezel; rek; schraag; stander; stellage; werkbank
@@ -4722,7 +4701,7 @@
bankett
Bankett
- feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
+ feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
_____
@@ -4858,7 +4837,7 @@
barre
Barre
- baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
+ baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
_____
@@ -4948,7 +4927,7 @@
bassin
Bassin
- bassin; kom; stroomgebied; vijver
+ bassin; kom; stroomgebied; vijver
_____
@@ -5002,7 +4981,7 @@
batterie
Batterie
- batterij
+ batterij
_____
@@ -5033,7 +5012,7 @@
bauchweh
Bauchweh
- buikpijn
+ buikpijn
_____
@@ -5046,7 +5025,7 @@
bauernhof
Bauernhof
- bezitting; boerderij; goed; landgoed
+ bezitting; boerderij; goed; landgoed
_____
@@ -5124,7 +5103,7 @@
bazillus
Bazillus
- bacil; splijtzwam
+ bacil; splijtzwam
_____
@@ -5180,13 +5159,13 @@
bedenken
Bedenken
- twijfel; twijfeling
+ twijfel; twijfeling
_____
bedenkzeit
Bedenkzeit
- bedenktijd
+ bedenktijd
_____
@@ -5228,7 +5207,7 @@
bedingungsfall
Bedingungsfall
- voorwaardelijke wijs
+ voorwaardelijke wijs
_____
@@ -5282,7 +5261,7 @@
befehl
Befehl
- gebiedende wijs; imperatief
+ gebiedende wijs; imperatief
bevel; commando
bevel; bevelschrift; gebod; order; sommatie; verordening
@@ -5290,7 +5269,7 @@
befehlsform
Befehlsform
- gebiedende wijs; imperatief
+ gebiedende wijs; imperatief
_____
@@ -5321,7 +5300,6 @@
begebenheit
Begebenheit
- gebeuren; gebeurtenis
gebeurde; gebeurtenis; voorgevallene
gebeurtenis; gelegenheid; geval
@@ -5358,7 +5336,7 @@
begnadigung
Begnadigung
- amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
+ amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
genade; gratie; vergeving; vergiffenis
_____
@@ -5372,14 +5350,13 @@
begräbnis
Begräbnis
- begrafenis; teraardebestelling
begrafenis; graflegging; teraardebestelling
_____
beguine
Beguine
- begijn
+ begijn
_____
@@ -5451,10 +5428,9 @@
beifall
Beifall
- acclamatie; bijval; toejuiching
- bijvalsbetuiging
- applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
- bijval; fiat; goedkeuring
+ acclamatie; bijval; toejuiching
+ applaus; bijval; bijvalsbetuiging; toejuiching
+ bijval; fiat; goedkeuring
_____
@@ -5472,20 +5448,20 @@
beihilfe
Beihilfe
- assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+ assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
_____
beil
Beil
- bijl; hakbijl
+ bijl; hakbijl
_____
beilage
Beilage
extraatje; toegift
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
@@ -5503,14 +5479,13 @@
bein
Bein
- been
been; onderbeen; poot
_____
beinahme
Beinahme
- bijnaam
+ bijnaam
_____
@@ -5535,13 +5510,13 @@
beistand
Beistand
- assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+ assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
_____
beisteuer
Beisteuer
- bijdrage
+ bijdrage
_____
@@ -5571,7 +5546,7 @@
bekanntmachung
Bekanntmachung
- bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
+ bekendmaking; bericht; kennisgeving; mare; tijding; verwittiging
_____
@@ -5607,13 +5582,13 @@
beleg
Beleg
- adstructie; bewijs; teken
+ adstructie; bewijs; teken
_____
belehrung
Belehrung
- aanwijzing; consigne; instructie
+ aanwijzing; consigne; instructie
_____
@@ -5693,8 +5668,8 @@
benediktiner
Benediktiner
- benediktijn; benediktijner monnik
- benedictijner; benedictijner monnik
+ benediktijn; benediktijner monnik
+ benedictijner; benedictijner monnik
_____
@@ -5755,7 +5730,7 @@
beraubung
Beraubung
- plundering; roverij
+ plundering; roverij
_____
@@ -5793,46 +5768,46 @@
bergbau
Bergbau
- mijnbouw
+ mijnbouw
_____
bergmann
Bergmann
- mijnwerker
+ mijnwerker
_____
bergwerk
Bergwerk
- mijn; mijngang
+ mijn; mijngang
_____
bericht
Bericht
bulletin; verenigingsorgaan
- bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
- bericht; mededeling; tijding
+ bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
+ bericht; mededeling; tijding
exposé; melding; rapport; verslag
_____
berlin
Berlin
- Berlijn
+ Berlijn
_____
berliner
Berliner
- Berlijner
+ Berlijner
_____
berlinerin
Berlinerin
- Berlijnse
+ Berlijnse
_____
@@ -5851,7 +5826,7 @@
beruf
Beruf
ambacht; beroep; handwerk; vak
- bedrijf; beroep; broodwinning
+ bedrijf; beroep; broodwinning
_____
@@ -5893,7 +5868,6 @@
berühmtheit
Berühmtheit
- beroemdheid
beroemdheid; beroemd persoon
glorie; lof; roem; beroemdheid
@@ -5902,7 +5876,6 @@
berührung
Berührung
aanraking; contact; voeling
- aanraking
_____
@@ -5920,7 +5893,7 @@
bescheid
Bescheid
- bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
+ bericht; informatie; inlichting; terechtwijzing; verwittiging
_____
@@ -5939,13 +5912,13 @@
beschluß
Beschluß
- beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
+ beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
_____
beschreibung
Beschreibung
- beschrijving; schildering; tafereel
+ beschrijving; schildering; tafereel
_____
@@ -5977,20 +5950,18 @@
besitz
Besitz
bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
- bezit
_____
besitztum
Besitztum
bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
- bezit; bezitting; eigendom
_____
besitzung
Besitzung
- bezitting; boerderij; goed; landgoed
+ bezitting; boerderij; goed; landgoed
bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
_____
@@ -5998,7 +5969,7 @@
besonderheit
Besonderheit
eigenaardigheid
- excentriciteit; vreemdheid; vreemdsoortigheid; wonderlijkheid
+ excentriciteit; vreemdheid; vreemdsoortigheid; wonderlijkheid
_____
@@ -6011,7 +5982,6 @@
besprechung
Besprechung
bespreking; discussie
- bespreking
_____
@@ -6024,7 +5994,7 @@
bestand
Bestand
bestendigheid; gestaagheid; standvastigheid
- afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
+ afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
_____
@@ -6037,7 +6007,7 @@
bestehen
Bestehen
- bestaan; zijn
+ bestaan; zijn
_____
@@ -6057,7 +6027,7 @@
bestimmung
Bestimmung
bestemming; lot; lotsbestemming; voorland
- bepaling; definitie; omschrijving
+ bepaling; definitie; omschrijving
_____
@@ -6093,7 +6063,7 @@
betrag
Betrag
- bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
+ bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
_____
@@ -6106,19 +6076,19 @@
betrieb
Betrieb
stuwkracht
- drijfwerk
+ drijfwerk
_____
betrug
Betrug
- bedriegerij; bedrog; misleiding
+ bedriegerij; bedrog; misleiding
_____
betrunkenheit
Betrunkenheit
- beschonkenheid; dronkenschap; roes; zatheid; zwijmel
+ beschonkenheid; dronkenschap; roes; zatheid; zwijmel
_____
@@ -6174,7 +6144,7 @@
beuchhaus
Beuchhaus
- wasserij
+ wasserij
_____
@@ -6187,9 +6157,8 @@
beute
Beute
- aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
+ aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
buit; prooi; vangst
- buit
_____
@@ -6219,7 +6188,7 @@
beweggrund
Beweggrund
- beweegreden; drijfveer; motief; term
+ beweegreden; drijfveer; motief; term
_____
@@ -6227,15 +6196,14 @@
Bewegung
aandoening; affect; emotie; gemoedsbeweging
aandoening; bewogenheid; emotie; roersel
- beweging
beweging; slag; zet
_____
beweis
Beweis
- argument; bewijsgrond
- adstructie; bewijs; teken
+ argument; bewijsgrond
+ adstructie; bewijs; teken
_____
@@ -6268,13 +6236,12 @@
bewohner
Bewohner
bewoner; ingezetene; inwoner
- bewoner
_____
bewußtsein
Bewußtsein
- besef; bewustzijn; bezinning
+ besef; bewustzijn; bezinning
_____
@@ -6312,8 +6279,8 @@
bibel
Bibel
- Bijbel
- bijbel
+ Bijbel
+ bijbel
_____
@@ -6331,7 +6298,7 @@
bibliothek
Bibliothek
- bibliotheek; boekerij
+ bibliotheek; boekerij
_____
@@ -6350,25 +6317,25 @@
biene
Biene
- bij; honingbij
+ bij; honingbij
_____
bienenkorb
Bienenkorb
- bijenkorf
+ bijenkorf
_____
bienenstock
Bienenstock
- bijenkorf
+ bijenkorf
_____
bienenzucht
Bienenzucht
- bijenteelt
+ bijenteelt
_____
@@ -6393,8 +6360,8 @@
bild
Bild
beeld; afbeelding; plaat; prent; voorstelling
- image; verzinnelijking
- doek; schilderij; schildering; schilderstuk
+ image; verzinnelijking
+ doek; schilderij; schildering; schilderstuk
beeltenis; evenbeeld; portret
_____
@@ -6438,7 +6405,7 @@
billett
Billett
- biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
+ biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
_____
@@ -6463,7 +6430,6 @@
binde
Binde
band; reep; strip; strook; windsel
- band
_____
@@ -6475,7 +6441,7 @@
binokel
Binokel
- binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
+ binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
_____
@@ -6487,7 +6453,7 @@
biographie
Biographie
- biografie; levensbeschrijving
+ biografie; levensbeschrijving
_____
@@ -6524,7 +6490,6 @@
birne
Birne
ampul; lamp; gloeilamp; lampje; peer
- peer
_____
@@ -6591,7 +6556,6 @@
bistum
Bistum
bisdom; diocees
- bisdom
_____
@@ -6699,7 +6663,7 @@
bleiche
Bleiche
- bleek; blekerij
+ bleek; blekerij
_____
@@ -6730,7 +6694,7 @@
blick
Blick
blik
- blik; aanblik; kijk
+ blik; aanblik; kijk
_____
@@ -6919,7 +6883,7 @@
bodem; grond; achtergrond; ondergrond
vloer
zolder
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
@@ -6932,7 +6896,7 @@
bogen
Bogen
boog; toog
- strijkstok
+ strijkstok
boog; handboog
blad; blad papier; vel; vel papier
@@ -6965,7 +6929,6 @@
boje
Boje
baken; boei
- boei
_____
@@ -7074,7 +7037,7 @@
borste
Borste
- borstel; borstel van een zwijn
+ borstel; borstel van een zwijn
_____
@@ -7203,7 +7166,6 @@
brand
Brand
brand; branden
- brand
gangreen; koudvuur; verderf
_____
@@ -7222,7 +7184,7 @@
branntwein
Branntwein
- brandewijn; brandy; vuurwater
+ brandewijn; brandy; vuurwater
_____
@@ -7277,7 +7239,6 @@
brauchbarkeit
Brauchbarkeit
- geschiktheid
bruikbaarheid; geschiktheid
_____
@@ -7290,13 +7251,13 @@
brauerei
Brauerei
- brouwerij; bierbrouwerij
+ brouwerij; bierbrouwerij
_____
braunschweig
Braunschweig
- Brunswijk
+ Brunswijk
_____
@@ -7346,13 +7307,13 @@
brei
Brei
- brij; moes; pap
+ brij; moes; pap
_____
breite
Breite
- breedte; ruimheid; wijdte
+ breedte; ruimheid; wijdte
baan; breedte
_____
@@ -7378,7 +7339,7 @@
brennerei
Brennerei
- branderij
+ branderij
_____
@@ -7433,7 +7394,7 @@
brevier
Brevier
- brevier; getijboek; getijdenboek
+ brevier; getijboek; getijdenboek
_____
@@ -7445,7 +7406,7 @@
brief
Brief
- brief; epistel; missive; schrijven
+ brief; epistel; missive; schrijven
_____
@@ -7464,7 +7425,7 @@
briefpapier
Briefpapier
- briefpapier; postpapier; schrijfpapier
+ briefpapier; postpapier; schrijfpapier
_____
@@ -7574,7 +7535,6 @@
Bruch
brok; fragment; stuk
breuk; hernia
- breuk
breking; breuk; fractuur; schending; schennis; verbreking
_____
@@ -7821,7 +7781,7 @@
bulgarien
Bulgarien
- Bulgarije
+ Bulgarije
_____
@@ -7858,7 +7818,6 @@
bund
Bund
bos; bundel; wis
- verbond
bond; liga; verbond
_____
@@ -7996,7 +7955,7 @@
bäckerei
Bäckerei
- bakkerij
+ bakkerij
_____
@@ -8075,7 +8034,7 @@
böttcherei
Böttcherei
- kuiperij
+ kuiperij
_____
@@ -8106,8 +8065,7 @@
bückling
Bückling
- bokking
- buiging; slagzij
+ buiging; slagzij
_____
@@ -8126,13 +8084,13 @@
bügel
Bügel
boog; toog
- stijgbeugel
+ stijgbeugel
_____
bügeleisen
Bügeleisen
- bout; strijkbout; strijkijzer
+ bout; strijkbout; strijkijzer
_____
@@ -8151,14 +8109,12 @@
bündnis
Bündnis
- verbond
bond; liga; verbond
_____
bürde
Bürde
- lading; last; vracht
lading; last; vracht; vulling
_____
@@ -8173,22 +8129,21 @@
Bürger
bourgeois; burger; burgerman
burger; staatsburger
- burger; lid van de maatschappij
+ burger; lid van de maatschappij
poorter; stadbewoner; stedeling
_____
bürgermeister
Bürgermeister
- burgemeester; burgervader
burgemeester; burgervader; dorpsburgemeester
_____
bürgerschaft
Bürgerschaft
- bourgeoisie; burgerij
- burgerij; stad met zelfbestuur
+ bourgeoisie; burgerij
+ burgerij; stad met zelfbestuur
_____
@@ -8206,7 +8161,6 @@
büro
Büro
- kantoor
bureau; bureel; kantoor
_____
@@ -8214,7 +8168,6 @@
büroangestellte
Büroangestellte
bediende; kantoorbediende; winkelbediende
- kantoorbediende
_____
@@ -8275,7 +8228,7 @@
canaille
Canaille
- loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
+ loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
_____
@@ -8397,7 +8350,6 @@
Chauffeur
bestuurder; conducteur; wagenbestuurder
bestuurder; chauffeur; voerman
- bestuurder; chauffeur
_____
@@ -8435,13 +8387,13 @@
cherub
Cherub
- cherubijn
+ cherubijn
_____
chiffre
Chiffre
- cijfer; geheimschrift
+ cijfer; geheimschrift
_____
@@ -8562,7 +8514,7 @@
chronologie
Chronologie
- chronologie; tijdrekening
+ chronologie; tijdrekening
_____
@@ -8738,7 +8690,7 @@
damm
Damm
- dijk; waterkering
+ dijk; waterkering
_____
@@ -8775,7 +8727,6 @@
darbietung
Darbietung
aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
- aanbieding
_____
@@ -8817,7 +8768,7 @@
dasein
Dasein
- bestaan; zijn
+ bestaan; zijn
_____
@@ -8841,8 +8792,7 @@
dauer
Dauer
- duur
- duur; tijdsduur
+ duur; tijdsduur
_____
@@ -8878,7 +8828,7 @@
debet
Debet
- debet; debetzijde
+ debet; debetzijde
_____
@@ -8924,13 +8874,13 @@
degen
Degen
- degen; zijdgeweer
+ degen; zijdgeweer
_____
deich
Deich
- dijk; waterkering
+ dijk; waterkering
_____
@@ -9022,7 +8972,7 @@
delphin
Delphin
- dolfijn
+ dolfijn
_____
@@ -9052,13 +9002,13 @@
demonstration
Demonstration
- bewijs; demonstratie; vertoning
+ bewijs; demonstratie; vertoning
_____
demonstrativpronomen
Demonstrativpronomen
- aanwijzend voornaamwoord
+ aanwijzend voornaamwoord
_____
@@ -9070,7 +9020,7 @@
denker
Denker
- filosoof; wijsgeer
+ filosoof; wijsgeer
denker
_____
@@ -9113,13 +9063,13 @@
despotismus
Despotismus
- dwingelandij; despotisme
+ dwingelandij; despotisme
_____
dessert
Dessert
- dessert; nagerecht; toespijs; toetje
+ dessert; nagerecht; toespijs; toetje
_____
@@ -9167,7 +9117,7 @@
devise
Devise
- devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
+ devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
_____
@@ -9209,7 +9159,7 @@
diagonale
Diagonale
- diagonaal; hoeklijn
+ diagonaal; hoeklijn
_____
@@ -9246,7 +9196,7 @@
diameter
Diameter
- diameter; middellijn
+ diameter; middellijn
_____
@@ -9408,8 +9358,7 @@
ding
Ding
aangelegenheid; affaire; ding; zaak
- ding; voorwerp
- ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
+ ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
_____
@@ -9481,13 +9430,13 @@
diskretion
Diskretion
- bescheidenheid; discretie; stilzwijgen; stilzwijgendheid
+ bescheidenheid; discretie; stilzwijgen; stilzwijgendheid
_____
diskus
Diskus
- discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
+ discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
_____
@@ -9500,7 +9449,7 @@
disput
Disput
dispuut; getwist
- dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
+ dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
_____
@@ -9677,7 +9626,7 @@
domäne
Domäne
- domein; staatsboerderij
+ domein; staatsboerderij
_____
@@ -9749,7 +9698,7 @@
dotation
Dotation
- bruidsschat; huwelijksgift
+ bruidsschat; huwelijksgift
_____
@@ -9804,7 +9753,7 @@
dramaturgie
Dramaturgie
- dramatiek; dramaturgie; toneelschrijfkunst
+ dramatiek; dramaturgie; toneelschrijfkunst
_____
@@ -9829,8 +9778,8 @@
dreck
Dreck
- drek; modder; slijk; slik
- smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
+ drek; modder; slijk; slik
+ smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
_____
@@ -9916,7 +9865,7 @@
droge
Droge
- dope; drogerij; drug; kruid
+ dope; drogerij; drug; kruid
_____
@@ -9934,14 +9883,13 @@
droschke
Droschke
- huurrijtuig
- aapje; huurrijtuig; vigilante
+ aapje; huurrijtuig; vigilante
_____
drossel
Drossel
- lijster
+ lijster
_____
@@ -9953,9 +9901,7 @@
druck
Druck
- druk; pressie
drang; druk; knel; pressie
- druk
_____
@@ -10051,7 +9997,7 @@
durchmesser
Durchmesser
- diameter; middellijn
+ diameter; middellijn
_____
@@ -10111,7 +10057,7 @@
dyspepsie
Dyspepsie
- dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
+ dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
_____
@@ -10183,7 +10129,7 @@
ebbe und flut
Ebbe und Flut
- tij; getij
+ tij; getij
_____
@@ -10207,19 +10153,19 @@
eber
Eber
- ever; everzwijn; wild zwijn
+ ever; everzwijn; wild zwijn
_____
eberesche
Eberesche
- lijsterbes; lijsterbessestruik
+ lijsterbes; lijsterbessestruik
_____
ebereschenbeere
Ebereschenbeere
- lijsterbes
+ lijsterbes
_____
@@ -10281,7 +10227,7 @@
edeltanne
Edeltanne
- spar; fijnspar; sparreboom
+ spar; fijnspar; sparreboom
_____
@@ -10355,8 +10301,7 @@
ehe
Ehe
- echt; echtverbintenis; huwelijk; huwelijkse staat
- echt; echtverbintenis; huwelijk
+ echt; echtverbintenis; huwelijk; huwelijkse staat
_____
@@ -10380,7 +10325,7 @@
ehre
Ehre
- eer; eerbewijs; hulde
+ eer; eerbewijs; hulde
_____
@@ -10405,7 +10350,7 @@
eibe
Eibe
- ijf; taxus
+ ijf; taxus
_____
@@ -10483,13 +10428,13 @@
eifer
Eifer
- ambitie; ijver; vuur
+ ambitie; ijver; vuur
_____
eifersucht
Eifersucht
- jaloezie; naijver
+ jaloezie; naijver
_____
@@ -10513,14 +10458,13 @@
eigenschaft
Eigenschaft
- eigenschap
bezit; eigenschap
_____
eigenschaftswort
Eigenschaftswort
- adjectief; bijvoeglijk naamwoord
+ adjectief; bijvoeglijk naamwoord
_____
@@ -10534,7 +10478,6 @@
Eigentum
aanhorigheid; eigendom
bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
- bezit; bezitting; eigendom
_____
@@ -10558,7 +10501,7 @@
eilbote
Eilbote
- bode; ijlbode; koerier; loper
+ bode; ijlbode; koerier; loper
_____
@@ -10606,7 +10549,7 @@
einblick
Einblick
- blik; kijkje
+ blik; kijkje
_____
@@ -10656,8 +10599,8 @@
einfahrt
Einfahrt
- inrij; inrit
- binnenrijden; binnenvaren
+ inrij; inrit
+ binnenrijden; binnenvaren
_____
@@ -10669,7 +10612,7 @@
einfassung
Einfassung
- kader; lijst; omlijsting; raam
+ kader; lijst; omlijsting; raam
_____
@@ -10694,7 +10637,7 @@
eingeborene
Eingeborene
- autochtoon; oorspronkelijke bewoner
+ autochtoon; oorspronkelijke bewoner
_____
@@ -10714,7 +10657,6 @@
einheit
Einheit
eendracht; eenheid; samenhang
- eenheid
_____
@@ -10839,7 +10781,7 @@
einsicht
Einsicht
- blik; aanblik; kijk
+ blik; aanblik; kijk
_____
@@ -10857,7 +10799,7 @@
einspruch erheben
Einspruch erheben
- bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+ bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
_____
@@ -10882,7 +10824,7 @@
einverständnis
Einverständnis
- stilzwijgende overeenkomst
+ stilzwijgende overeenkomst
afspraak; akkoord; schikking; verbintenis
_____
@@ -10915,7 +10857,6 @@
einwohner
Einwohner
bewoner; ingezetene; inwoner
- bewoner
_____
@@ -10953,38 +10894,37 @@
einöde
Einöde
- wildernis; woestenij; woestijn
+ wildernis; woestenij; woestijn
_____
eis
Eis
- ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
- ijs
+ ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
_____
eisbahn
Eisbahn
- glijbaan
+ glijbaan
_____
eisberg
Eisberg
- ijsberg
+ ijsberg
_____
eisbrecher
Eisbrecher
- ijsbreker
+ ijsbreker
_____
eisbär
Eisbär
- ijsbeer
+ ijsbeer
_____
@@ -10996,7 +10936,7 @@
eisen
Eisen
- ijzer
+ ijzer
_____
@@ -11014,37 +10954,37 @@
eisenkraut
Eisenkraut
- ijzerhard; verbena
+ ijzerhard; verbena
_____
eisgang
Eisgang
- ijsgang
+ ijsgang
_____
eiskeller
Eiskeller
- ijskast
+ ijskast
_____
eisvogel
Eisvogel
- ijsvogel
+ ijsvogel
_____
eiszapfen
Eiszapfen
- ijspegel
+ ijspegel
_____
eitelkeit
Eitelkeit
- ijdelheid; nietigheid
+ ijdelheid; nietigheid
_____
@@ -11064,7 +11004,6 @@
Eiweiß
albumen; eiwit; kiemwit
albumine; eiwit; eiwitstof
- eiwit
_____
@@ -11076,7 +11015,7 @@
ekel
Ekel
- afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
+ afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
_____
@@ -11220,7 +11159,7 @@
elle
Elle
- el; ellepijp
+ el; ellepijp
_____
@@ -11263,7 +11202,7 @@
elysium
Elysium
Elyzeese Velden
- paradijs
+ paradijs
_____
@@ -11330,7 +11269,7 @@
empfangsschein
Empfangsschein
- kwitantie; ontvangstbewijs
+ kwitantie; ontvangstbewijs
_____
@@ -11435,7 +11374,7 @@
endivie
Endivie
- andijvie
+ andijvie
_____
@@ -11570,13 +11509,13 @@
entsatz
Entsatz
- bevrijding; ontheffing; verlossing; vrijlating
+ bevrijding; ontheffing; verlossing; vrijlating
_____
entschluß
Entschluß
- beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
+ beslissing; besluit; uitspraak; wijzing
_____
@@ -11602,7 +11541,7 @@
entzetzen
Entzetzen
- ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
+ ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
_____
@@ -11741,7 +11680,7 @@
epoche
Epoche
- tijdperk; tijdsgewricht
+ tijdperk; tijdsgewricht
_____
@@ -11819,19 +11758,19 @@
erdbeschreibung
Erdbeschreibung
- aardrijkskunde; geografie
+ aardrijkskunde; geografie
_____
erdboden
Erdboden
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
erde
Erde
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
@@ -11855,7 +11794,7 @@
erdkunde
Erdkunde
- aardrijkskunde; geografie
+ aardrijkskunde; geografie
_____
@@ -11887,11 +11826,9 @@
ereignis
Ereignis
- gebeurtenis
gebeuren; gebeurtenis; incident; voorval
gebeurde; gebeurtenis; voorgevallene
gebeurtenis; gelegenheid; geval
- gebeurtenis
_____
@@ -11966,7 +11903,7 @@
erklärung
Erklärung
- bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+ bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
_____
@@ -12047,9 +11984,7 @@
ernährung
Ernährung
- voeding
kost; voeder; voeding; voedingsmiddel; voedsel; voer
- kost; voedsel
_____
@@ -12080,7 +12015,7 @@
errungenschaft
Errungenschaft
aanwinst; acquest; buit; prooi
- aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
+ aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
_____
@@ -12093,8 +12028,8 @@
erscheinung
Erscheinung
- verschijning; verschijnsel
- verschijnen; verschijning
+ verschijning; verschijnsel
+ verschijnen; verschijning
droombeeld; gezicht; droomgezicht; visioen
_____
@@ -12132,7 +12067,7 @@
ertrag
Ertrag
inkomen; ontvangst; opbrengst; verdienste
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
_____
@@ -12150,7 +12085,7 @@
erwerb
Erwerb
- aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
+ aanwinst; acquisitie; buit; prooi; verkrijging; verwerving
_____
@@ -12201,7 +12136,7 @@
erziehung leiten
Erziehung leiten
- onderwijzen; opvoeden
+ onderwijzen; opvoeden
_____
@@ -12262,7 +12197,7 @@
eskorte
Eskorte
- begeleiding; escort; geleide; vrijgeleide
+ begeleiding; escort; geleide; vrijgeleide
_____
@@ -12304,9 +12239,8 @@
esse
Esse
- haard
haard; haardstede; open haard; stookplaats; vuurhaard
- schoorsteen; schoorsteenpijp
+ schoorsteen; schoorsteenpijp
_____
@@ -12314,7 +12248,7 @@
Essen
Essen
eten; nuttiging
- eten; maal; maaltijd
+ eten; maal; maaltijd
_____
@@ -12326,7 +12260,7 @@
essig
Essig
- azijn; edik
+ azijn; edik
_____
@@ -12380,7 +12314,7 @@
etat
Etat
- borderel; lijst; staat; loonstaat; tabel
+ borderel; lijst; staat; loonstaat; tabel
_____
@@ -12525,7 +12459,7 @@
exegese
Exegese
- bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
+ bijbeluitleg; exegese; tekstverklaring; uitlegging
_____
@@ -12561,8 +12495,8 @@
existenz
Existenz
- bestaan; zijn
- zijn; wezen
+ bestaan; zijn
+ zijn; wezen
_____
@@ -12604,7 +12538,7 @@
exponent
Exponent
- aanwijzer; exponent
+ aanwijzer; exponent
_____
@@ -12725,7 +12659,7 @@
fahrerschein
Fahrerschein
- rijbewijs
+ rijbewijs
_____
@@ -12737,14 +12671,13 @@
fahrkarte
Fahrkarte
- biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
+ biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
_____
fahrrad
Fahrrad
- fiets; rijwiel; tweewieler
- fiets
+ fiets; rijwiel; tweewieler
velocipède
_____
@@ -12757,7 +12690,7 @@
fahrt
Fahrt
- rijtoer; rit
+ rijtoer; rit
rit; tocht
_____
@@ -12788,13 +12721,13 @@
faktorei
Faktorei
- factorij; nederzetting
+ factorij; nederzetting
_____
faktura
Faktura
- factuur; nota; rekening; warenlijst
+ factuur; nota; rekening; warenlijst
_____
@@ -12827,7 +12760,7 @@
fallbeil
Fallbeil
- guillotine; valbijl
+ guillotine; valbijl
_____
@@ -12895,14 +12828,13 @@
fanatiker
Fanatiker
- dweper; fanaticus; ijveraar
+ dweper; fanaticus; ijveraar
_____
fanatismus
Fanatismus
- drijverij; dweepzucht; fanatisme
- fanatisme
+ drijverij; dweepzucht; fanatisme
_____
@@ -12952,8 +12884,7 @@
farm
Farm
- pachtboerderij; pachthoeve
- pachtboerderij
+ pachtboerderij; pachthoeve
_____
@@ -13001,7 +12932,7 @@
faseole
Faseole
- boon; prinsesseboon; snijboon; sperzieboon
+ boon; prinsesseboon; snijboon; sperzieboon
_____
@@ -13025,14 +12956,14 @@
fasson
Fasson
- coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
+ coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
_____
fassung
Fassung
bestek; grootte; omvang; uitgebreidheid
- inlijsting
+ inlijsting
situatie; stand; stand van zaken; toestand
_____
@@ -13129,7 +13060,7 @@
façon
Façon
- coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
+ coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
_____
@@ -13161,7 +13092,7 @@
feder
Feder
- veer; drijfveer; springveer
+ veer; drijfveer; springveer
_____
@@ -13197,7 +13128,7 @@
fehde
Fehde
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
@@ -13216,14 +13147,13 @@
fehler
Fehler
abuis; fout; dwaling; vergissing
- fout
afwezigheid; euvel; gebrek; gemis; tekort; tekortkoming
_____
feier
Feier
- feest; festiviteit; fuif; partij
+ feest; festiviteit; fuif; partij
plechtigheid
_____
@@ -13236,25 +13166,25 @@
feige
Feige
- vijg
+ vijg
_____
feigenbaum
Feigenbaum
- vijg; vijgeboom
+ vijg; vijgeboom
_____
feile
Feile
- vijl
+ vijl
_____
felbel
Felbel
- fluweel; trijp
+ fluweel; trijp
_____
@@ -13320,7 +13250,7 @@
feldzug
Feldzug
- krijgstocht; veldtocht
+ krijgstocht; veldtocht
_____
@@ -13400,7 +13330,7 @@
ferienort
Ferienort
- vakantieoord; vakantieplaats; vakantieverblijf
+ vakantieoord; vakantieplaats; vakantieverblijf
_____
@@ -13418,13 +13348,13 @@
fernglas
Fernglas
- binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
+ binocle; kijker; toneelkijker; verrekijker
_____
fernrohr
Fernrohr
- kijker; verrekijker
+ kijker; verrekijker
_____
@@ -13442,7 +13372,7 @@
fernsicht
Fernsicht
- doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+ doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
_____
@@ -13454,13 +13384,13 @@
fest
Fest
- feest; festiviteit; fuif; partij
+ feest; festiviteit; fuif; partij
_____
festessen
Festessen
- feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
+ feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
_____
@@ -13515,7 +13445,6 @@
feuer
Feuer
gloed; vuur
- vuur
_____
@@ -13545,7 +13474,7 @@
fiaker
Fiaker
- aapje; huurrijtuig; vigilante
+ aapje; huurrijtuig; vigilante
_____
@@ -13629,7 +13558,7 @@
finale
Finale
- beslissingswedstrijd; finale
+ beslissingswedstrijd; finale
_____
@@ -13701,7 +13630,7 @@
fistel
Fistel
- fistel; pijpzweer
+ fistel; pijpzweer
_____
@@ -13761,7 +13690,7 @@
flanke
Flanke
- flank; kant; zij; zijde; zijkant
+ flank; kant; zij; zijde; zijkant
_____
@@ -13797,7 +13726,7 @@
flause
Flause
- draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+ draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
_____
@@ -13865,7 +13794,7 @@
fleiß
Fleiß
- ijver; naarstigheid; vlijt
+ ijver; naarstigheid; vlijt
_____
@@ -13977,7 +13906,6 @@
flucht
Flucht
vlucht; ontvluchting
- vlucht
_____
@@ -14026,7 +13954,7 @@
flur
Flur
- baan; gang; overloop; rijstrook
+ baan; gang; overloop; rijstrook
hal; vestibule; voorportaal
_____
@@ -14047,7 +13975,7 @@
flußpferd
Flußpferd
- nijlpaard
+ nijlpaard
_____
@@ -14115,13 +14043,13 @@
folio
Folio
- bladzijde
+ bladzijde
_____
folter
Folter
- pijnbank
+ pijnbank
_____
@@ -14151,7 +14079,7 @@
form
Form
- coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
+ coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
gedaante; vorm
_____
@@ -14177,8 +14105,7 @@
formular
Formular
- formulier; vragenformulier; vragenlijst
- formulier
+ formulier; vragenformulier; vragenlijst
_____
@@ -14238,7 +14165,7 @@
foulard
Foulard
- foulard; zijden sjaal
+ foulard; zijden sjaal
_____
@@ -14282,7 +14209,7 @@
fraktion
Fraktion
breuk; fractie
- partij; stem
+ partij; stem
_____
@@ -14318,7 +14245,7 @@
frankreich
Frankreich
- Frankrijk
+ Frankrijk
_____
@@ -14348,7 +14275,7 @@
fratze
Fratze
- grijns; grimas
+ grijns; grimas
_____
@@ -14356,7 +14283,6 @@
Frau
echtgenote; gemalin; vrouw
mevrouw
- vrouw
_____
@@ -14386,7 +14312,7 @@
fraß
Fraß
- eten; maal; maaltijd
+ eten; maal; maaltijd
_____
@@ -14404,14 +14330,14 @@
freidenker
Freidenker
- vrijdenker
+ vrijdenker
_____
freier
Freier
- geliefde; minnaar; vriend; vrijer
- huwelijkspretendent
+ geliefde; minnaar; vriend; vrijer
+ huwelijkspretendent
_____
@@ -14423,13 +14349,13 @@
freihandel
Freihandel
- vrijhandel
+ vrijhandel
_____
freiheit
Freiheit
- vlotheid; vrijheid; vrijdom
+ vlotheid; vrijheid; vrijdom
_____
@@ -14441,13 +14367,13 @@
freimaurer
Freimaurer
- vrijmetselaar
+ vrijmetselaar
_____
freistaat
Freistaat
- republiek; vrijstaat
+ republiek; vrijstaat
_____
@@ -14459,13 +14385,13 @@
freitag
Freitag
- vrijdag
+ vrijdag
_____
freitagnachmittag
Freitagnachmittag
- vrijdagmiddag
+ vrijdagmiddag
_____
@@ -14502,7 +14428,7 @@
freude
Freude
genoegen; plezier; pret; vermaak
- blijdschap; blijheid; verheugenis; verheuging; vreugde
+ blijdschap; blijheid; verheugenis; verheuging; vreugde
_____
@@ -14520,7 +14446,7 @@
freundlichkeit
Freundlichkeit
- liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
+ liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
_____
@@ -14533,7 +14459,7 @@
frevel
Frevel
godslastering; vloek; vervloeking
- misdaad; misdrijf
+ misdaad; misdrijf
_____
@@ -14563,7 +14489,7 @@
frischling
Frischling
- big; big van een everzwijn
+ big; big van een everzwijn
_____
@@ -14588,19 +14514,19 @@
frondienst
Frondienst
- herendienst; lijfeigenschap
+ herendienst; lijfeigenschap
_____
frone
Frone
- herendienst; lijfeigenschap
+ herendienst; lijfeigenschap
_____
front
Front
- front; gevel; voorkant; voorzijde
+ front; gevel; voorkant; voorzijde
_____
@@ -14666,7 +14592,7 @@
frühstück
Frühstück
- ontbijt
+ ontbijt
_____
@@ -14712,7 +14638,7 @@
fuhrwerk
Fuhrwerk
vervoermiddel
- rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
+ rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
_____
@@ -14730,7 +14656,6 @@
funke
Funke
- sprank; vonk
aansteker; vuurmaker
sprank; vonk; elektrische vonk
@@ -14782,13 +14707,13 @@
futur
Futur
- toekomende tijd; toekomst; verschiet
+ toekomende tijd; toekomst; verschiet
_____
futurum
Futurum
- toekomende tijd; toekomst; verschiet
+ toekomende tijd; toekomst; verschiet
_____
@@ -14896,7 +14821,7 @@
föhre
Föhre
- den; denneboom; pijnboom
+ den; denneboom; pijnboom
_____
@@ -14920,7 +14845,7 @@
füchsin
Füchsin
- moervos; wijfjesvos
+ moervos; wijfjesvos
_____
@@ -14951,14 +14876,13 @@
führer
Führer
gids; leider; geleider; leidsman; voorman
- gids
conducteur; conductor
_____
führerschein
Führerschein
- rijbewijs
+ rijbewijs
_____
@@ -15038,7 +14962,6 @@
gabe
Gabe
cadeau; donatie; geschenk; gift; schenking
- gift; schenking
_____
@@ -15056,13 +14979,13 @@
gala
Gala
- corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
+ corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
_____
galanterie
Galanterie
- galanterieën; kramerij; opschik
+ galanterieën; kramerij; opschik
_____
@@ -15086,7 +15009,7 @@
galerie
Galerie
- gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
+ gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
_____
@@ -15195,8 +15118,7 @@
gang
Gang
gang; loop
- baan; gang; overloop; rijstrook
- loop
+ baan; gang; overloop; rijstrook
versnelling
_____
@@ -15227,8 +15149,7 @@
garage
Garage
- garage
- garage; stalling; zijspoor
+ garage; stalling; zijspoor
_____
@@ -15252,7 +15173,7 @@
garde
Garde
- garde; wacht; lijfwacht
+ garde; wacht; lijfwacht
_____
@@ -15271,7 +15192,7 @@
gardine
Gardine
- doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
+ doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
_____
@@ -15339,7 +15260,7 @@
gastmahl
Gastmahl
- feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
+ feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
_____
@@ -15351,7 +15272,7 @@
gastronomie
Gastronomie
- fijnproeverij; gastronomie
+ fijnproeverij; gastronomie
_____
@@ -15388,7 +15309,7 @@
gaukelei
Gaukelei
- droombeeld; schijnbeeld
+ droombeeld; schijnbeeld
_____
@@ -15525,7 +15446,7 @@
geburtstag haben
Geburtstag haben
- jarig zijn; verjaren
+ jarig zijn; verjaren
_____
@@ -15576,7 +15497,7 @@
gebühr
Gebühr
- betamelijkheid; keurigheid
+ betamelijkheid; keurigheid
plicht; verplichting
_____
@@ -15617,13 +15538,12 @@
gedicht
Gedicht
dichtwerk; gedicht; vers
- gedicht; vers
_____
geduld
Geduld
- geduld; lijdzaamheid
+ geduld; lijdzaamheid
_____
@@ -15684,7 +15604,6 @@
geflügel
Geflügel
gevogelte; vogelstand; vogelwereld
- gevogelte
_____
@@ -15696,13 +15615,13 @@
gefrorenes
Gefrorenes
- ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
+ ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
_____
gefährt
Gefährt
- rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
+ rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
_____
@@ -15715,7 +15634,7 @@
gefälligkeit
Gefälligkeit
- bereidvaardigheid; schikkelijkheid; toeschietelijkheid
+ bereidvaardigheid; schikkelijkheid; toeschietelijkheid
gedienstigheid; welwillendheid
_____
@@ -15723,7 +15642,6 @@
gefängnis
Gefängnis
gevangenis; kerker; nor
- gevangenis
_____
@@ -15774,7 +15692,7 @@
gegenstand
Gegenstand
- ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
+ ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
_____
@@ -15798,7 +15716,7 @@
gegenwart
Gegenwart
- heden; tegenwoordige tijd
+ heden; tegenwoordige tijd
_____
@@ -15842,7 +15760,7 @@
geheul
Geheul
- gil; krijs; schreeuw
+ gil; krijs; schreeuw
_____
@@ -15909,36 +15827,34 @@
geisel
Geisel
- garant; gijzelaar
+ garant; gijzelaar
_____
geist
Geist
- blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
+ blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
geest; intellect; verstand
geest; verstand
- geest
spriet; boegspriet
_____
geistes
Geistes‐
- geestelijk
+ geestelijk
_____
geistliche
Geistliche
- geestelijke
- geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+ geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
_____
geistlichkeit
Geistlichkeit
- clerus; geestelijkheid
+ clerus; geestelijkheid
_____
@@ -15980,7 +15896,7 @@
gelag
Gelag
- feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
+ feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
_____
@@ -16190,13 +16106,13 @@
gemächlichkeit
Gemächlichkeit
- dienstigheid; gemakkelijkheid; geschiktheid
+ dienstigheid; gemakkelijkheid; geschiktheid
_____
gemälde
Gemälde
- doek; schilderij; schildering; schilderstuk
+ doek; schilderij; schildering; schilderstuk
_____
@@ -16317,7 +16233,7 @@
gensdarm
Gensdarm
- gendarme; veldwachter; rijksveldwachter
+ gendarme; veldwachter; rijksveldwachter
_____
@@ -16354,7 +16270,7 @@
geographie
Geographie
- aardrijkskunde; geografie
+ aardrijkskunde; geografie
_____
@@ -16408,7 +16324,7 @@
gepränge
Gepränge
- corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
+ corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
luister; praal; pracht; vertoon
_____
@@ -16463,7 +16379,7 @@
gerechtigkeit
Gerechtigkeit
- billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
+ billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
_____
@@ -16477,7 +16393,7 @@
Gericht
rechtszaal
gericht; judicium; oordeel; vonnis
- eten; etenswaar; gerecht; spijs
+ eten; etenswaar; gerecht; spijs
_____
@@ -16533,7 +16449,7 @@
geräumigkeit
Geräumigkeit
- ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
+ ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
_____
@@ -16583,9 +16499,7 @@
gesandtschaft
Gesandtschaft
- ambassade
ambassade; gezantschap
- gezantschap
_____
@@ -16663,7 +16577,6 @@
geschoß
Geschoß
etage; verdieping
- projectiel
projectiel; werptuig
_____
@@ -16721,20 +16634,19 @@
Geschäft
winkel; zaak
markt
- magazijn; pakhuis
- zaak
+ magazijn; pakhuis
_____
geschäfte betreiben
Geschäfte betreiben
- handeldrijven; handelen; zaken doen
+ handeldrijven; handelen; zaken doen
_____
geschäfte machen
Geschäfte machen
- handeldrijven; handelen; zaken doen
+ handeldrijven; handelen; zaken doen
_____
@@ -16776,9 +16688,9 @@
gesellschaft
Gesellschaft
- compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
+ compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
genootschap; gezelschap; krans; kring; sociëteit; vereniging
- gemeenschap; maatschappij; samenleving
+ gemeenschap; maatschappij; samenleving
_____
@@ -16814,13 +16726,13 @@
gesetzwidrigkeit
Gesetzwidrigkeit
- tegenspraak; tegenstrijdigheid
+ tegenspraak; tegenstrijdigheid
_____
gesicht
Gesicht
- air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
+ air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
gezicht; gezichtsvermogen
zicht; gezicht; gezichtsvermogen
gelaat; gezicht; aangezicht; toet
@@ -16842,7 +16754,7 @@
gesims
Gesims
- kroonlijst; richel; uitsprong
+ kroonlijst; richel; uitsprong
_____
@@ -16854,7 +16766,7 @@
gesinnung
Gesinnung
- dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
+ dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
_____
@@ -16872,7 +16784,7 @@
gespenst
Gespenst
- blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
+ blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
_____
@@ -16891,7 +16803,7 @@
gestalt
Gestalt
- coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
+ coupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
beeld; afbeelding; figuur
gedaante; vorm
figuur; gestalte; lichaamsbouw; postuur; statuur
@@ -16900,7 +16812,6 @@
gestank
Gestank
- stank
luchtje; stank
_____
@@ -17043,7 +16954,7 @@
Gewalt
autoriteit; gezag
kracht; macht; sterkte
- heerschappij; macht; mogendheid
+ heerschappij; macht; mogendheid
macht; vermogen
_____
@@ -17056,7 +16967,7 @@
gewaltherrschsaft
Gewaltherrschsaft
- dwingelandij; despotisme
+ dwingelandij; despotisme
_____
@@ -17112,9 +17023,9 @@
gewerbe
Gewerbe
- industrie; nijverheid
+ industrie; nijverheid
ambacht; beroep; handwerk; vak
- bedrijf; beroep; broodwinning
+ bedrijf; beroep; broodwinning
_____
@@ -17159,7 +17070,7 @@
gewinn
Gewinn
baat; gewin; verdienste; winst
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
_____
@@ -17243,7 +17154,7 @@
gewürz
Gewürz
- kruid; kruiderij; specerij
+ kruid; kruiderij; specerij
_____
@@ -17255,7 +17166,7 @@
gezier
Gezier
- aanstellerij; gemaaktheid; onnatuurlijkheid
+ aanstellerij; gemaaktheid; onnatuurlijkheid
_____
@@ -17285,13 +17196,13 @@
gießerei
Gießerei
- gieterij; smelterij
+ gieterij; smelterij
_____
gift
Gift
- gif; gift; venijn; vergif; zwadder
+ gif; gift; venijn; vergif; zwadder
_____
@@ -17375,14 +17286,13 @@
glanz
Glanz
- glans; schijn; schittering; pracht
+ glans; schijn; schittering; pracht
_____
glas
Glas
glas; drinkglas
- glas
_____
@@ -17394,7 +17304,6 @@
glaube
Glaube
- geloof
geloof; godsdienst; religie
_____
@@ -17431,7 +17340,7 @@
gleichheit
Gleichheit
- gelijkheid; pariteit
+ gelijkheid; pariteit
_____
@@ -17444,19 +17353,19 @@
gleichnis
Gleichnis
- vergelijking
+ vergelijking
_____
gleichung
Gleichung
- vergelijking
+ vergelijking
_____
gletscher
Gletscher
- ijsberg
+ ijsberg
_____
@@ -17557,7 +17466,6 @@
glück
Glück
bof; buitenkansje; geluk; mazzel; tref; veine
- geluk
_____
@@ -17570,7 +17478,7 @@
glück haben
Glück haben
- boffen; geluk hebben; het treffen; zwijnen
+ boffen; geluk hebben; het treffen; zwijnen
_____
@@ -17589,7 +17497,7 @@
gnomon
Gnomon
- zonnewijzer
+ zonnewijzer
_____
@@ -17681,20 +17589,20 @@
gottesleugnung
Gottesleugnung
- atheïsme; godloochenarij; godloochening
+ atheïsme; godloochenarij; godloochening
_____
gottheit
Gottheit
god; afgod; godheid
- goddelijkheid; godheid
+ goddelijkheid; godheid
_____
gouvernante
Gouvernante
- gouvernante; huisonderwijzeres
+ gouvernante; huisonderwijzeres
_____
@@ -17706,8 +17614,7 @@
gouverneur
Gouverneur
- gouverneur
- gouverneur; huisonderwijzer
+ gouverneur; huisonderwijzer
_____
@@ -17720,8 +17627,7 @@
graben
Graben
gracht; greppel; groef; groeve; kuil; sloot
- kuil
- gracht; kanaal; vaart; wijk
+ gracht; kanaal; vaart; wijk
loopgraaf
_____
@@ -17857,7 +17763,7 @@
grauen
Grauen
- ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
+ ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
_____
@@ -17917,7 +17823,7 @@
greuel
Greuel
- afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
+ afgrijzen; afschrik; afschuw; walging; weerzin
_____
@@ -17941,7 +17847,7 @@
griff
Griff
- greep; grijper; handvat; oor
+ greep; grijper; handvat; oor
greep; inname; slag; vat
gevest; handvat; hals; heft; knop; steel
@@ -17949,7 +17855,7 @@
griffel
Griffel
- etsnaald; griffel; schrijfstift
+ etsnaald; griffel; schrijfstift
_____
@@ -17961,13 +17867,13 @@
grimasse
Grimasse
- grijns; grimas
+ grijns; grimas
_____
grimm
Grimm
- razernij; woede
+ razernij; woede
_____
@@ -17980,7 +17886,7 @@
grinsen
Grinsen
hoongelach
- grijns; grijnslach
+ grijns; grijnslach
_____
@@ -18028,7 +17934,7 @@
großhandlung
Großhandlung
- groothandel; grossierderij
+ groothandel; grossierderij
_____
@@ -18101,7 +18007,7 @@
grubenarbeiter
Grubenarbeiter
- mijnwerker
+ mijnwerker
_____
@@ -18115,8 +18021,8 @@
Grund
bodem; grond; achtergrond; ondergrond
oorzaak; reden
- beweegreden; drijfveer; motief; term
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ beweegreden; drijfveer; motief; term
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
@@ -18232,7 +18138,7 @@
guillotine
Guillotine
- guillotine; valbijl
+ guillotine; valbijl
_____
@@ -18250,7 +18156,7 @@
gulden
Gulden
- florijn
+ florijn
gulden
_____
@@ -18294,7 +18200,7 @@
gut
Gut
- bezitting; boerderij; goed; landgoed
+ bezitting; boerderij; goed; landgoed
bezit; bezitting; eigendom; goed; vermogen
_____
@@ -18307,13 +18213,13 @@
gutdünken
Gutdünken
- dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
+ dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
_____
gute
Gute
- goed; welzijn
+ goed; welzijn
_____
@@ -18398,7 +18304,7 @@
götterspeise
Götterspeise
- ambrozijn; godenspijs
+ ambrozijn; godenspijs
_____
@@ -18485,7 +18391,7 @@
habitus
Habitus
- aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
+ aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
_____
@@ -18497,7 +18403,7 @@
hacke
Hacke
- bijl; hakbijl
+ bijl; hakbijl
hiel
houweel; pikhouweel
schoffel
@@ -18506,7 +18412,7 @@
hader
Hader
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
flard; lap; lomp; lor; tod; vod; vodje
_____
@@ -18568,14 +18474,13 @@
hagestolz
Hagestolz
- celibatair; jonggezel; vrijgezel
+ celibatair; jonggezel; vrijgezel
_____
hahn
Hahn
kraan; tap; tapkraan
- haan
haan; haan van een vuurwapen
_____
@@ -18688,7 +18593,7 @@
halt machen
Halt machen
- afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+ afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
_____
@@ -18773,7 +18678,6 @@
handgelenk
Handgelenk
handwortel; pols
- pols
_____
@@ -18811,13 +18715,13 @@
handreichung
Handreichung
- assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
+ assistentie; bijstand; heul; hulp; toedoen; toeverlaat
_____
handschrift
Handschrift
- handschrift; kopij; manuscript
+ handschrift; kopij; manuscript
schrift; handschrift
_____
@@ -18866,7 +18770,7 @@
hanswurst
Hanswurst
- clown; hansworst; harlekijn; zot
+ clown; hansworst; harlekijn; zot
_____
@@ -18908,7 +18812,7 @@
harlekin
Harlekin
- clown; hansworst; harlekijn; zot
+ clown; hansworst; harlekijn; zot
_____
@@ -19107,13 +19011,13 @@
hausenblase
Hausenblase
- vislijm
+ vislijm
_____
hausflur
Hausflur
- baan; gang; overloop; rijstrook
+ baan; gang; overloop; rijstrook
hal; vestibule; voorportaal
_____
@@ -19176,13 +19080,12 @@
hebel
Hebel
hefboom; koevoet; spaak; zwengel
- hefboom; koevoet
_____
heber
Heber
- dommekracht; krik; vijzel
+ dommekracht; krik; vijzel
_____
@@ -19225,7 +19128,7 @@
heer
Heer
heerschaar; leger; legermacht; troepenmacht; weermacht
- heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
+ heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
_____
@@ -19322,13 +19225,13 @@
heirat
Heirat
- huwelijk
+ huwelijk
_____
heiratsvermittler
Heiratsvermittler
- huwelijksmakelaar; koppelaar
+ huwelijksmakelaar; koppelaar
_____
@@ -19340,7 +19243,7 @@
heiterkeit
Heiterkeit
- hilariteit; leut; vrolijkheid
+ hilariteit; leut; vrolijkheid
vredigheid
_____
@@ -19481,7 +19384,7 @@
henkel
Henkel
handvat; hengsel; klink; kruk; oor
- greep; grijper; handvat; oor
+ greep; grijper; handvat; oor
_____
@@ -19512,7 +19415,6 @@
herbarium
Herbarium
herbarium; kruidboek
- herbarium
_____
@@ -19533,7 +19435,6 @@
haard; haardstede; open haard; stookplaats; vuurhaard
broeinest; haard
kachel; oven
- kachel
_____
@@ -19563,7 +19464,7 @@
hermelin
Hermelin
- hermelijn
+ hermelijn
_____
@@ -19607,7 +19508,7 @@
Herr
aanvoerder; baas; chef; gebieder
heer; heerschap; meneer
- meneer; mijnheer
+ meneer; mijnheer
_____
@@ -19707,7 +19608,7 @@
heuchelei
Heuchelei
- huichelachtigheid; hypocrisie; schijnheiligheid
+ huichelachtigheid; hypocrisie; schijnheiligheid
_____
@@ -19810,8 +19711,8 @@
hingabe
Hingabe
- aanhankelijkheid
- aanhankelijkheid; gehechtheid; toewijding
+ aanhankelijkheid
+ aanhankelijkheid; gehechtheid; toewijding
_____
@@ -19835,7 +19736,7 @@
hinterrhein
Hinterrhein
- Achter‐Rijn
+ Achter‐Rijn
_____
@@ -19861,7 +19762,7 @@
hirn
Hirn
- hersens; hersens als spijs
+ hersens; hersens als spijs
brein; hersenen; hersens
_____
@@ -19880,7 +19781,6 @@
hirt
Hirt
- herder
herder; schaapherder; scheper
_____
@@ -19947,8 +19847,8 @@
hochzeit
Hochzeit
- huwelijksfeest
- huwelijk
+ huwelijksfeest
+ huwelijk
_____
@@ -19960,7 +19860,6 @@
hof
Hof
- hof
erf; hof; plaats; binnenplaats
_____
@@ -20009,7 +19908,7 @@
hohn
Hohn
- aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
+ aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
_____
@@ -20193,7 +20092,7 @@
humanität
Humanität
- humaniteit; menselijkheid
+ humaniteit; menselijkheid
_____
@@ -20350,7 +20249,7 @@
hypotenuse
Hypotenuse
- hypotenusa; schuine zijde
+ hypotenusa; schuine zijde
_____
@@ -20410,7 +20309,7 @@
häresie
Häresie
- ketterij
+ ketterij
_____
@@ -20484,7 +20383,6 @@
höhe
Höhe
heuvel; hoogte; verhevenheid; verhoging
- hoogte
hoogte; stand
_____
@@ -20571,7 +20469,6 @@
hütte
Hütte
huisje; keet; kraam; loods; schuur; stalletje; tent
- huisje; hut
hut; stulp
_____
@@ -20681,7 +20578,6 @@
imitation
Imitation
imitatie; nabootsing; navolging
- imitatie; navolging
_____
@@ -20699,7 +20595,7 @@
imperativ
Imperativ
- gebiedende wijs; imperatief
+ gebiedende wijs; imperatief
_____
@@ -20711,13 +20607,13 @@
imperfekt
Imperfekt
- imperfectum; onvoltooid verleden tijd
+ imperfectum; onvoltooid verleden tijd
_____
imperfektum
Imperfektum
- imperfectum; onvoltooid verleden tijd
+ imperfectum; onvoltooid verleden tijd
_____
@@ -20766,7 +20662,7 @@
inbrunst
Inbrunst
gloed; vuur
- ambitie; ijver; vuur
+ ambitie; ijver; vuur
_____
@@ -20808,13 +20704,12 @@
indikativ
Indikativ
- aantonende wijs; indicatief
+ aantonende wijs; indicatief
_____
indiskretion
Indiskretion
- indiscretie
bemoeizucht; indiscretie
_____
@@ -20833,14 +20728,14 @@
industrie
Industrie
- industrie; nijverheid
+ industrie; nijverheid
_____
infamie
Infamie
schandvlek
- laagheid; schanddaad; schunnigheid; smeerlapperij
+ laagheid; schanddaad; schunnigheid; smeerlapperij
_____
@@ -20858,7 +20753,7 @@
infinitiv
Infinitiv
- infinitief; onbepaalde wijs
+ infinitief; onbepaalde wijs
_____
@@ -20939,7 +20834,6 @@
innung
Innung
- gilde
corporatie; gilde; vakvereniging
_____
@@ -20970,7 +20864,7 @@
inschrift
Inschrift
- boeking; inschrijving
+ boeking; inschrijving
inschrift; inscriptie; opschrift
_____
@@ -21025,7 +20919,7 @@
inskription
Inskription
- boeking; inschrijving
+ boeking; inschrijving
_____
@@ -21061,7 +20955,7 @@
instruktion
Instruktion
- aanwijzing; consigne; instructie
+ aanwijzing; consigne; instructie
_____
@@ -21103,7 +20997,6 @@
interdikt
Interdikt
- interdict
interdict; verbod
_____
@@ -21112,14 +21005,14 @@
Interesse
belangstelling
aangelegenheid; belang; belangstelling
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
baat; belang; nut; voordeel
_____
interim
Interim‐
- tijdelijk; voorlopig
+ tijdelijk; voorlopig
_____
@@ -21149,7 +21042,7 @@
intervall
Intervall
- ad interim; tussenpoos; tussentijd
+ ad interim; tussenpoos; tussentijd
_____
@@ -21161,7 +21054,7 @@
intrigue
Intrigue
- intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
+ intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
_____
@@ -21227,7 +21120,7 @@
irrelehre
Irrelehre
- ketterij
+ ketterij
_____
@@ -21257,7 +21150,7 @@
island
Island
- IJsland
+ ijsland
_____
@@ -21341,7 +21234,7 @@
jahreszeit
Jahreszeit
- jaargetij; jaargetijde; seizoen
+ jaargetij; jaargetijde; seizoen
_____
@@ -21353,7 +21246,7 @@
jalousie
Jalousie
- rolgordijn; valgordijn
+ rolgordijn; valgordijn
_____
@@ -21402,7 +21295,7 @@
jasmin
Jasmin
- jasmijn
+ jasmijn
_____
@@ -21464,7 +21357,7 @@
journalist
Journalist
journalist
- dagbladschrijver; journalist
+ dagbladschrijver; journalist
_____
@@ -21520,7 +21413,6 @@
jugend
Jugend
jeugd; jeugdigheid
- jeugd
_____
@@ -21551,13 +21443,13 @@
jungfräulichkeit
Jungfräulichkeit
- maagdelijkheid; onbevlektheid
+ maagdelijkheid; onbevlektheid
_____
junggeselle
Junggeselle
- celibatair; jonggezel; vrijgezel
+ celibatair; jonggezel; vrijgezel
_____
@@ -21587,7 +21479,7 @@
justiz
Justiz
- billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
+ billijkheid; gerechtigheid; rechtvaardigheid
_____
@@ -21677,7 +21569,7 @@
kadaver
Kadaver
- kadaver; kreng; lijk
+ kadaver; kreng; lijk
_____
@@ -21749,13 +21641,13 @@
kaiserreich
Kaiserreich
- imperium; rijk; keizerrijk
+ imperium; rijk; keizerrijk
_____
kaisertum
Kaisertum
- imperium; rijk; keizerrijk
+ imperium; rijk; keizerrijk
_____
@@ -21821,7 +21713,7 @@
kalesche
Kalesche
- equipage; kales; koets; rijtuig
+ equipage; kales; koets; rijtuig
_____
@@ -21875,7 +21767,7 @@
kalkulation
Kalkulation
- becijfering; berekening; gecijfer
+ becijfering; berekening; gecijfer
_____
@@ -21888,7 +21780,7 @@
kalligraphie
Kalligraphie
schoonschrift
- calligrafie; schoonschrijfkunst; kalligrafie
+ calligrafie; schoonschrijfkunst; kalligrafie
_____
@@ -21900,7 +21792,7 @@
kalvin
Kalvin
- Calvijn
+ Calvijn
_____
@@ -21966,7 +21858,6 @@
kamm
Kamm
- kam
kers; bitterkers; sterrekers
kam; bergkam; hanekam
@@ -21986,7 +21877,7 @@
kampf
Kampf
- gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
+ gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
_____
@@ -21998,7 +21889,7 @@
kampfplatz
Kampfplatz
- arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
+ arena; kampplaats; krijt; piste; strijdperk
_____
@@ -22022,13 +21913,13 @@
kanaille
Kanaille
- loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
+ loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
_____
kanal
Kanal
- gracht; kanaal; vaart; wijk
+ gracht; kanaal; vaart; wijk
_____
@@ -22064,13 +21955,13 @@
kandis
Kandis
- kandij
+ kandij
_____
kandiszucker
Kandiszucker
- kandij
+ kandij
_____
@@ -22082,7 +21973,7 @@
kaninchen
Kaninchen
- konijn
+ konijn
_____
@@ -22169,7 +22060,7 @@
kanzlei
Kanzlei
- griffie; kanselarij
+ griffie; kanselarij
_____
@@ -22181,7 +22072,7 @@
kanzlist
Kanzlist
- commies; klerk; schrijver
+ commies; klerk; schrijver
_____
@@ -22324,13 +22215,13 @@
kapuziner
Kapuziner
- kapucijner
+ kapucijner
_____
karabiner
Karabiner
- buks; karabijn
+ buks; karabijn
_____
@@ -22415,13 +22306,13 @@
karmesin
Karmesin
- donkerrood; karmozijn
+ donkerrood; karmozijn
_____
karmin
Karmin
- karmijn
+ karmijn
_____
@@ -22439,7 +22330,7 @@
karosse
Karosse
- equipage; kales; koets; rijtuig
+ equipage; kales; koets; rijtuig
_____
@@ -22499,9 +22390,7 @@
karte
Karte
- biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
- kaart; landkaart
- kaart
+ biljet; kaartje; plaatsbewijs; plaatskaartje
kaart; landkaart
_____
@@ -22647,7 +22536,7 @@
kasten
Kasten
- bak; kist; schrijn
+ bak; kist; schrijn
_____
@@ -22683,7 +22572,7 @@
katalepsie
Katalepsie
- catalepsie; verstijving
+ catalepsie; verstijving
_____
@@ -22791,7 +22680,7 @@
kaufladen
Kaufladen
- magazijn; pakhuis
+ magazijn; pakhuis
_____
@@ -22839,7 +22728,7 @@
kavallerie
Kavallerie
- cavalerie; paardenvolk; ruiterij; wisselruiterij
+ cavalerie; paardenvolk; ruiterij; wisselruiterij
_____
@@ -22869,7 +22758,7 @@
kehrseite
Kehrseite
- keerzijde
+ keerzijde
_____
@@ -22924,7 +22813,7 @@
kennzeichen
Kennzeichen
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -22950,8 +22839,6 @@
kessel
Kessel
Kessel
- ketel
- ketel; waterketel
ketel; keteldal; kookketel; waterketel
_____
@@ -22959,20 +22846,20 @@
kette
Kette
reeks; ris; rist; serie; set
- beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
+ beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
keten; ketting
_____
ketzerei
Ketzerei
- ketterij
+ ketterij
_____
keuchhusten
Keuchhusten
- kinkhoest; slijmhoest
+ kinkhoest; slijmhoest
_____
@@ -22991,7 +22878,7 @@
kiefer
Kiefer
kaak; kakement
- den; denneboom; pijnboom
+ den; denneboom; pijnboom
_____
@@ -23009,7 +22896,7 @@
kienholz
Kienholz
- harsrijk hout
+ harsrijk hout
_____
@@ -23099,7 +22986,6 @@
kirche
Kirche
- kerk
bedehuis; kerk; kerkgebouw
_____
@@ -23130,7 +23016,7 @@
kirschwasser
Kirschwasser
- kersenbrandewijn; kirsch
+ kersenbrandewijn; kirsch
_____
@@ -23143,7 +23029,7 @@
kiste
Kiste
- bak; kist; schrijn
+ bak; kist; schrijn
_____
@@ -23284,14 +23170,13 @@
kleingeld
Kleingeld
- kleingeld
kleingeld; pasmunt
_____
kleinigkeit
Kleinigkeit
- bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
+ bagatel; beuzelarij; futiliteit; kleinigheid; wissewasje
_____
@@ -23327,7 +23212,7 @@
klerus
Klerus
- clerus; geestelijkheid
+ clerus; geestelijkheid
_____
@@ -23412,7 +23297,7 @@
klugheit
Klugheit
- wijsheid
+ wijsheid
_____
@@ -23641,7 +23526,7 @@
kollegin
Kollegin
- vrouwelijke collega
+ vrouwelijke collega
_____
@@ -23653,7 +23538,7 @@
kollision
Kollision
- aanrijding; aanvaring; botsing
+ aanrijding; aanvaring; botsing
_____
@@ -23665,7 +23550,7 @@
kolonnade
Kolonnade
- zuilengang; zuilenrij
+ zuilengang; zuilenrij
_____
@@ -23792,7 +23677,7 @@
kompagnie
Kompagnie
- compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
+ compagnie; gezelschap; maatschappij; vennootschap
_____
@@ -23852,25 +23737,25 @@
kompromiß
Kompromiß
- compromis; middenweg; tussenvoorstel; vergelijk
+ compromis; middenweg; tussenvoorstel; vergelijk
_____
komödie
Komödie
- blijspel; komedie
+ blijspel; komedie
_____
konditionalis
Konditionalis
- voorwaardelijke wijs
+ voorwaardelijke wijs
_____
konditorei
Konditorei
- banketbakkerij; koekbakkerij
+ banketbakkerij; koekbakkerij
_____
@@ -23948,13 +23833,13 @@
konjunktiv
Konjunktiv
- aanvoegende wijs; conjunctief; oogbindvlies
+ aanvoegende wijs; conjunctief; oogbindvlies
_____
konkurrenzprüfung
Konkurrenz‐Prüfung
- concours; match; wedstrijd
+ concours; match; wedstrijd
_____
@@ -24020,7 +23905,7 @@
kontingent
Kontingent
- contingent; verplichte bijdrage
+ contingent; verplichte bijdrage
_____
@@ -24062,13 +23947,13 @@
kontribution
Kontribution
- bijdrage
+ bijdrage
_____
kontur
Kontur
- omlijning; omtrek
+ omlijning; omtrek
_____
@@ -24152,7 +24037,7 @@
kopfschmerzen
Kopfschmerzen
- hoofdpijn
+ hoofdpijn
_____
@@ -24248,19 +24133,19 @@
korridor
Korridor
- baan; gang; overloop; rijstrook
+ baan; gang; overloop; rijstrook
_____
korsage
Korsage
- lijf; keurslijf; lijfje
+ lijf; keurslijf; lijfje
_____
korsar
Korsar
- kaperschip; vrijbuiter; zeerover
+ kaperschip; vrijbuiter; zeerover
_____
@@ -24272,7 +24157,7 @@
korsett
Korsett
- keurslijf; korset
+ keurslijf; korset
_____
@@ -24369,7 +24254,7 @@
kot
Kot
drek; ontlasting; poep; uitwerpselen
- drek; modder; slijk; slik
+ drek; modder; slijk; slik
_____
@@ -24381,7 +24266,7 @@
kotflügel
Kotflügel
- slijkbord; spatbord; spatscherm
+ slijkbord; spatbord; spatscherm
_____
@@ -24406,7 +24291,7 @@
kraftmehl
Kraftmehl
- stijfsel; zetmeel
+ stijfsel; zetmeel
_____
@@ -24461,7 +24346,7 @@
kranich
Kranich
- kraan; hijskraan; kraanvogel
+ kraan; hijskraan; kraanvogel
_____
@@ -24527,7 +24412,7 @@
kredit
Kredit
- credit; creditzijde; krediet; tegoed
+ credit; creditzijde; krediet; tegoed
_____
@@ -24545,7 +24430,7 @@
kreide
Kreide
- krijt
+ krijt
_____
@@ -24613,13 +24498,13 @@
krieg
Krieg
- krijg; oorlog
+ krijg; oorlog
_____
krieg führen
Krieg führen
- oorlogvoeren; strijden
+ oorlogvoeren; strijden
_____
@@ -24792,7 +24677,6 @@
kugel
Kugel
bal; bol; kloot; kogel
- kogel
_____
@@ -24828,7 +24712,7 @@
kultus
Kultus
- cultus; eredienst; verering; verheerlijking
+ cultus; eredienst; verering; verheerlijking
_____
@@ -24840,7 +24724,7 @@
kumpel
Kumpel
- mijnwerker
+ mijnwerker
_____
@@ -24882,13 +24766,13 @@
kurier
Kurier
- bode; ijlbode; koerier; loper
+ bode; ijlbode; koerier; loper
_____
kurs
Kurs
- koers; leiding; richting; richtlijn
+ koers; leiding; richting; richtlijn
cursus; leergang; koers; route; tracé; traject
_____
@@ -24913,7 +24797,7 @@
kurzsichtigkeit
Kurzsichtigkeit
- bijziendheid; kippigheid
+ bijziendheid; kippigheid
_____
@@ -24925,7 +24809,7 @@
kutsche
Kutsche
- equipage; kales; koets; rijtuig
+ equipage; kales; koets; rijtuig
_____
@@ -24950,7 +24834,6 @@
käfer
Käfer
kever; schildvleugelige; tor
- kever; tor
_____
@@ -24975,7 +24858,7 @@
kämpfer
Kämpfer
- strijder
+ strijder
_____
@@ -25011,7 +24894,7 @@
köcher
Köcher
- pijlkoker
+ pijlkoker
_____
@@ -25047,7 +24930,7 @@
königreich
Königreich
- koninkrijk
+ koninkrijk
_____
@@ -25077,7 +24960,7 @@
körper
Körper
- lichaam; lijf; romp
+ lichaam; lijf; romp
_____
@@ -25107,7 +24990,7 @@
kümmel
Kümmel
- komijn
+ komijn
_____
@@ -25132,7 +25015,7 @@
küste
Küste
- kust; kustlijn; zeekant; zeekust
+ kust; kustlijn; zeekant; zeekust
_____
@@ -25229,7 +25112,6 @@
ladung
Ladung
- lading
lading; last; vracht; vulling
_____
@@ -25254,8 +25136,7 @@
lagerhaus
Lagerhaus
- magazijn; pakhuis
- pakhuis
+ magazijn; pakhuis
_____
@@ -25279,7 +25160,7 @@
laie
Laie
- leek; niet‐ingewijde
+ leek; niet‐ingewijde
_____
@@ -25298,7 +25179,6 @@
lama
Lama
lama; lama (priester)
- lama
_____
@@ -25323,8 +25203,7 @@
land
Land
open veld; platteland
- land
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
@@ -25342,7 +25221,7 @@
landgut
Landgut
- bezitting; boerderij; goed; landgoed
+ bezitting; boerderij; goed; landgoed
_____
@@ -25354,7 +25233,7 @@
landstraße
Landstraße
- eenbaansweg; heerbaan; rijweg; straatweg
+ eenbaansweg; heerbaan; rijweg; straatweg
_____
@@ -25366,7 +25245,7 @@
lanzette
Lanzette
- lancet; vlijm
+ lancet; vlijm
_____
@@ -25414,7 +25293,6 @@
last
Last
- lading; last; vracht
lading; last; vracht; vulling
_____
@@ -25445,7 +25323,7 @@
latein
Latein
- Latijn
+ Latijn
_____
@@ -25597,7 +25475,7 @@
lebensbeschreibung
Lebensbeschreibung
- biografie; levensbeschrijving
+ biografie; levensbeschrijving
_____
@@ -25640,7 +25518,7 @@
legat
Legat
- legaat; pauselijk gezant
+ legaat; pauselijk gezant
_____
@@ -25713,13 +25591,13 @@
lehrer
Lehrer
- instructeur; leraar; onderwijzer; schoolmeester
+ instructeur; leraar; onderwijzer; schoolmeester
_____
lehrerin
Lehrerin
- lerares; onderwijzeres; schooljuffrouw
+ lerares; onderwijzeres; schooljuffrouw
_____
@@ -25731,25 +25609,25 @@
lehrzeit
Lehrzeit
- leertijd
+ leertijd
_____
leib
Leib
- lichaam; lijf; romp
+ lichaam; lijf; romp
_____
leibchen
Leibchen
- lijf; keurslijf; lijfje
+ lijf; keurslijf; lijfje
_____
leibeigenschaft
Leibeigenschaft
- herendienst; lijfeigenschap
+ herendienst; lijfeigenschap
_____
@@ -25773,7 +25651,7 @@
leiche
Leiche
- kadaver; kreng; lijk
+ kadaver; kreng; lijk
_____
@@ -25786,7 +25664,7 @@
leiden
Leiden
Leiden
- lijden
+ lijden
_____
@@ -25822,7 +25700,7 @@
leine
Leine
- koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
+ koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
_____
@@ -25840,7 +25718,7 @@
leinwand
Leinwand
- doek; lijnwaad; linnen
+ doek; lijnwaad; linnen
_____
@@ -25921,7 +25799,7 @@
lethargie
Lethargie
- doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
+ doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
_____
@@ -26002,7 +25880,7 @@
licht
Licht
candela; kaars; kaarsensterkte
- licht; schijn; schijnsel
+ licht; schijn; schijnsel
_____
@@ -26039,8 +25917,7 @@
lieferungsausschreibung
Lieferungsausschreibung
aanbesteding; gunning
- aanbesteding
- aanbesteding; inschrijving
+ aanbesteding; inschrijving
_____
@@ -26106,19 +25983,19 @@
linie
Linie
- lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
+ lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
_____
linnen
Linnen
- doek; lijnwaad; linnen
+ doek; lijnwaad; linnen
_____
linoleum
Linoleum
- lijnolie
+ lijnolie
_____
@@ -26148,7 +26025,7 @@
liste
Liste
- ceel; cedel; lijst; rol
+ ceel; cedel; lijst; rol
_____
@@ -26347,13 +26224,13 @@
lotterie
Lotterie
- loterij; verloting
+ loterij; verloting
_____
lotto
Lotto
- loterij; verloting
+ loterij; verloting
_____
@@ -26401,7 +26278,7 @@
luftröhrenast
Luftröhrenast
- bronchie; longpijp; luchtpijptak
+ bronchie; longpijp; luchtpijptak
_____
@@ -26419,7 +26296,7 @@
luftschloß
Luftschloß
- belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
+ belvédère; uitkijktoren; uitzichttoren
_____
@@ -26465,7 +26342,7 @@
lustspiel
Lustspiel
- blijspel; komedie
+ blijspel; komedie
_____
@@ -26603,7 +26480,7 @@
macht
Macht
- heerschappij; macht; mogendheid
+ heerschappij; macht; mogendheid
macht; vermogen
_____
@@ -26628,7 +26505,7 @@
magazin
Magazin
- magazijn; pakhuis
+ magazijn; pakhuis
_____
@@ -26700,7 +26577,7 @@
mahlzeit
Mahlzeit
- eten; maal; maaltijd
+ eten; maal; maaltijd
_____
@@ -26869,7 +26746,7 @@
mandarin
Mandarin
- mandarijn; mandarijn (ambtenaar)
+ mandarijn; mandarijn (ambtenaar)
_____
@@ -26893,7 +26770,7 @@
manege
Manege
- manege; rijschool
+ manege; rijschool
_____
@@ -26917,7 +26794,7 @@
manier
Manier
- manier; trant; wijze
+ manier; trant; wijze
_____
@@ -26990,7 +26867,7 @@
manuskript
Manuskript
- handschrift; kopij; manuscript
+ handschrift; kopij; manuscript
_____
@@ -27056,7 +26933,7 @@
marke
Marke
- cijfer; geheimschrift
+ cijfer; geheimschrift
_____
@@ -27101,7 +26978,7 @@
marokkoleder
Marokkoleder
- marokijnleer; saffiaanleer
+ marokijnleer; saffiaanleer
_____
@@ -27113,7 +26990,7 @@
maroquin
Maroquin
- marokijnleer; saffiaanleer
+ marokijnleer; saffiaanleer
_____
@@ -27209,7 +27086,7 @@
mater
Mater
- gietvorm; matrijs; matrix
+ gietvorm; matrijs; matrix
_____
@@ -27239,13 +27116,13 @@
matrikel
Matrikel
- kenteken; namenlijst; stamboek
+ kenteken; namenlijst; stamboek
_____
matrize
Matrize
- gietvorm; matrijs; matrix
+ gietvorm; matrijs; matrix
_____
@@ -27300,7 +27177,7 @@
maulbeerspinner
Maulbeerspinner
- zijderups; zijdeworm
+ zijderups; zijdeworm
_____
@@ -27456,7 +27333,7 @@
megäre
Megäre
- feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
+ feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
_____
@@ -27480,13 +27357,13 @@
meile
Meile
- mijl
+ mijl
_____
meinung
Meinung
- dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
+ dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
betekenis; portee; zin
_____
@@ -27553,7 +27430,7 @@
melodie
Melodie
- deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
+ deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
_____
@@ -27640,7 +27517,7 @@
menü
Menü
menu
- menu; spijskaart
+ menu; spijskaart
_____
@@ -27664,13 +27541,13 @@
merkmal
Merkmal
- attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
+ attribuut; bijvoeglijke bepaling; kenmerkende eigenschap
_____
merkzeichen
Merkzeichen
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -27701,7 +27578,6 @@
messing
Messing
- geelkoper; messing
geelkoper; latoen; messing
_____
@@ -27828,7 +27704,7 @@
miene
Miene
- air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
+ air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
_____
@@ -27852,7 +27728,7 @@
migräne
Migräne
- schele hoofdpijn; migraine
+ schele hoofdpijn; migraine
_____
@@ -27882,7 +27758,7 @@
milbe
Milbe
- mijt
+ mijt
_____
@@ -28005,7 +27881,6 @@
Ministerium
ministerie
kabinet
- ministerie
_____
@@ -28048,7 +27923,6 @@
mischen
Mischen
menging; tempering; vermenging
- vermenging
_____
@@ -28061,7 +27935,6 @@
mischung
Mischung
menging; tempering; vermenging
- vermenging
_____
@@ -28097,7 +27970,7 @@
mitgift
Mitgift
- bruidsschat; huwelijksgift
+ bruidsschat; huwelijksgift
_____
@@ -28127,13 +28000,13 @@
mitleid haben
Mitleid haben
- beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
+ beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
_____
mitra
Mitra
- mijter
+ mijter
_____
@@ -28157,7 +28030,7 @@
mitteilung
Mitteilung
- bericht; mededeling; tijding
+ bericht; mededeling; tijding
_____
@@ -28201,7 +28074,7 @@
mixtur
Mixtur
- artsenijmengsel; mixtuur
+ artsenijmengsel; mixtuur
_____
@@ -28261,7 +28134,7 @@
mode
Mode
- mode; modus; wijs
+ mode; modus; wijs
_____
@@ -28273,7 +28146,7 @@
modifikation
Modifikation
- modificatie; wijziging
+ modificatie; wijziging
_____
@@ -28346,7 +28219,7 @@
moment
Moment
- moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
+ moment; ogenblik; oogwenk; tel; tijdstip; wijl; wip
_____
@@ -28376,13 +28249,13 @@
moniteur
Moniteur
- moniteur; monitor; nijlvaraan
+ moniteur; monitor; nijlvaraan
_____
monitor
Monitor
- moniteur; monitor; nijlvaraan
+ moniteur; monitor; nijlvaraan
_____
@@ -28466,7 +28339,7 @@
moralität
Moralität
- moraliteit; zedelijkheid
+ moraliteit; zedelijkheid
_____
@@ -28544,7 +28417,7 @@
motiv
Motiv
- beweegreden; drijfveer; motief; term
+ beweegreden; drijfveer; motief; term
_____
@@ -28643,7 +28516,7 @@
mus
Mus
- brij; moes; pap
+ brij; moes; pap
_____
@@ -28691,7 +28564,7 @@
muskateller
Muskateller
- muskaatwijn
+ muskaatwijn
_____
@@ -28740,7 +28613,6 @@
mutter
Mutter
- moer
moeder
moer; schroefmoer
@@ -28790,7 +28662,7 @@
mystifikation
Mystifikation
- bedotterij; fopperij; mystificatie
+ bedotterij; fopperij; mystificatie
_____
@@ -28856,7 +28728,7 @@
mäßigkeit
Mäßigkeit
- matigheid; schappelijkheid; soberheid
+ matigheid; schappelijkheid; soberheid
matigheid; soberheid; stemmigheid
_____
@@ -28900,7 +28772,6 @@
mühe
Mühe
moeite; poging
- moeite
_____
@@ -28913,7 +28784,6 @@
mühsal
Mühsal
moeite; poging
- moeite
_____
@@ -28925,7 +28795,6 @@
mündung
Mündung
- monding
mond; monding; uitmonding
_____
@@ -28986,7 +28855,7 @@
nachbleibsel
Nachbleibsel
- afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
+ afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
_____
@@ -29022,7 +28891,7 @@
nachricht
Nachricht
- bericht; mededeling; tijding
+ bericht; mededeling; tijding
_____
@@ -29040,7 +28909,7 @@
nacht
Nacht‐
- nachtelijk
+ nachtelijk
_____
@@ -29058,8 +28927,7 @@
nachtisch
Nachtisch
- dessert; nagerecht; toespijs; toetje
- dessert
+ dessert; nagerecht; toespijs; toetje
_____
@@ -29101,14 +28969,14 @@
nagel
Nagel
- nagel; draadnagel; spijker
+ nagel; draadnagel; spijker
nagel
_____
nagelzieher
Nagelzieher
- nijptang
+ nijptang
_____
@@ -29235,7 +29103,6 @@
natur
Natur
- natuur
aard; geaardheid; karakter; natuur; wezen
_____
@@ -29254,7 +29121,7 @@
naturscheinung
Naturscheinung
- fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
+ fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
_____
@@ -29417,13 +29284,13 @@
neuralgie
Neuralgie
- neuralgie; zenuwpijn
+ neuralgie; zenuwpijn
_____
neutralität
Neutralität
- neutraliteit; onpartijdigheid
+ neutraliteit; onpartijdigheid
_____
@@ -29513,7 +29380,7 @@
nimwegen
Nimwegen
- Nijmegen
+ Nijmegen
_____
@@ -29699,7 +29566,7 @@
nutzen
Nutzen
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
baat; belang; nut; voordeel
_____
@@ -29713,7 +29580,6 @@
nußbaum
Nußbaum
noteboom; walnoteboom; walnoot
- noteboom
_____
@@ -29792,7 +29658,7 @@
oberschenkel
Oberschenkel
- bovenbeen; dij
+ bovenbeen; dij
_____
@@ -29810,7 +29676,7 @@
objekt
Objekt
- ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
+ ding; mikpunt; object; onderwerp; voorwerp; lijdend voorwerp
_____
@@ -29876,7 +29742,7 @@
obstwein
Obstwein
- appelwijn; cider
+ appelwijn; cider
_____
@@ -29907,7 +29773,6 @@
ofen
Ofen
kachel; oven
- kachel
_____
@@ -29955,7 +29820,7 @@
oktober
Oktober
- oktober; wijnmaand
+ oktober; wijnmaand
_____
@@ -29985,13 +29850,13 @@
olive
Olive
- olijf
+ olijf
_____
olivenbaum
Olivenbaum
- olijfboom
+ olijfboom
_____
@@ -30165,7 +30030,7 @@
ordnungs
Ordnungs‐
- ordelijk
+ ordelijk
_____
@@ -30195,7 +30060,7 @@
orgie
Orgie
- drinkgelag; orgie; zwelgerij; zwelgpartij
+ drinkgelag; orgie; zwelgerij; zwelgpartij
_____
@@ -30237,7 +30102,7 @@
orographie
Orographie
- bergbeschrijving
+ bergbeschrijving
_____
@@ -30264,7 +30129,7 @@
ortographie
Ortographie
- orthografie; schrijfwijze; spelling
+ orthografie; schrijfwijze; spelling
_____
@@ -30379,7 +30244,6 @@
paket
Paket
- pakje
pak; pakje; pakket
_____
@@ -30555,25 +30419,25 @@
parabel
Parabel
- gelijkenis; parabel; parabool
+ gelijkenis; parabel; parabool
_____
parade
Parade
- corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
+ corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
_____
parade machen
Parade machen
- paraderen; pralen; prijken; pronken
+ paraderen; pralen; prijken; pronken
_____
paradies
Paradies
- paradijs
+ paradijs
_____
@@ -30621,7 +30485,7 @@
paraphrase
Paraphrase
- omschrijving; parafrase
+ omschrijving; parafrase
_____
@@ -30639,7 +30503,7 @@
paris
Paris
- Parijs
+ Parijs
_____
@@ -30669,13 +30533,13 @@
paroxismus
Paroxismus
- paroxisme; razernij
+ paroxisme; razernij
_____
partei
Partei
- partij; stem
+ partij; stem
_____
@@ -30741,7 +30605,7 @@
passiva
Passiva
- lijdende vorm; passief
+ lijdende vorm; passief
_____
@@ -30759,7 +30623,7 @@
pastell
Pastell
- kleurkrijt; pastel; tekenkrijt
+ kleurkrijt; pastel; tekenkrijt
_____
@@ -30784,7 +30648,7 @@
pastor
Pastor
dominee; pastor; predikant; voorganger; zielszorger
- geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+ geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
_____
@@ -30934,7 +30798,7 @@
pedanterie
Pedanterie
- betweterij; eigenwijsheid; waanwijsheid
+ betweterij; eigenwijsheid; waanwijsheid
_____
@@ -31036,13 +30900,13 @@
perfekt
Perfekt
- perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
+ perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
_____
perfektum
Perfektum
- perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
+ perfectum; voltooid tegenwoordige tijd
_____
@@ -31060,7 +30924,7 @@
perikope
Perikope
- bijbelgedeelte; perikoop
+ bijbelgedeelte; perikoop
_____
@@ -31072,7 +30936,7 @@
periode
Periode
- periode; tijdvak
+ periode; tijdvak
_____
@@ -31084,7 +30948,7 @@
peristyl
Peristyl
- peristyle; zuilengalerij; zuilengang
+ peristyle; zuilengalerij; zuilengang
_____
@@ -31150,13 +31014,13 @@
perspektiv
Perspektiv
- kijker; verrekijker
+ kijker; verrekijker
_____
perspektive
Perspektive
- doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
+ doorkijk; perspectief; prospect; verschiet; vooruitzicht
_____
@@ -31198,7 +31062,7 @@
pessimist
Pessimist
- pessimist; zwartkijker
+ pessimist; zwartkijker
_____
@@ -31268,7 +31132,7 @@
pfarrer
Pfarrer
dominee; pastor; predikant; voorganger; zielszorger
- geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+ geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
_____
@@ -31287,19 +31151,19 @@
pfeife
Pfeife
fluit; fluitje
- pijp; tabakspijp
+ pijp; tabakspijp
_____
pfeil
Pfeil
- pijl; scheut
+ pijl; scheut
_____
pfeiler
Pfeiler
- paal; post; deurpost; stijl
+ paal; post; deurpost; stijl
pilaster
_____
@@ -31387,7 +31251,7 @@
pfosten
Pfosten
- paal; post; deurpost; stijl
+ paal; post; deurpost; stijl
_____
@@ -31448,7 +31312,7 @@
phantom
Phantom
- blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
+ blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
_____
@@ -31466,7 +31330,7 @@
pharmazie
Pharmazie
- artsenijbereidkunde; farmacie
+ artsenijbereidkunde; farmacie
_____
@@ -31478,7 +31342,7 @@
phase
Phase
- fase; kwartier; schijngestalte
+ fase; kwartier; schijngestalte
_____
@@ -31532,13 +31396,13 @@
philosoph
Philosoph
- filosoof; wijsgeer
+ filosoof; wijsgeer
_____
philosophie
Philosophie
- filosofie; wijsbegeerte
+ filosofie; wijsbegeerte
_____
@@ -31604,7 +31468,7 @@
phänomen
Phänomen
- fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
+ fenomeen; verschijnsel; zeldzaam verschijnsel
_____
@@ -31688,13 +31552,13 @@
pinakothek
Pinakothek
- schilderijenmuseum
+ schilderijenmuseum
_____
pinie
Pinie
- tamme pijnboom
+ tamme pijnboom
_____
@@ -31724,7 +31588,7 @@
pirat
Pirat
- kaperschip; vrijbuiter; zeerover
+ kaperschip; vrijbuiter; zeerover
piraat; zeerover; zeeschuimer
_____
@@ -31749,7 +31613,7 @@
pistill
Pistill
- stamper; vijzelstamper
+ stamper; vijzelstamper
_____
@@ -31761,7 +31625,7 @@
plagiat
Plagiat
- letterdieverij; plagiaat
+ letterdieverij; plagiaat
_____
@@ -31867,7 +31731,7 @@
plünderung
Plünderung
- plundering; roverij
+ plundering; roverij
_____
@@ -31951,7 +31815,7 @@
polemik
Polemik
- controverse; pennestrijd; polemiek; twistgeschrijf
+ controverse; pennestrijd; polemiek; twistgeschrijf
_____
@@ -32029,7 +31893,7 @@
polygamie
Polygamie
- polygamie; veelwijverij
+ polygamie; veelwijverij
_____
@@ -32215,19 +32079,19 @@
possessivpronomen
Possessivpronomen
- bezittelijk voornaamwoord
+ bezittelijk voornaamwoord
_____
possessivum
Possessivum
- bezittelijk voornaamwoord
+ bezittelijk voornaamwoord
_____
post
Post
- post; posterijen
+ post; posterijen
_____
@@ -32281,7 +32145,7 @@
potenz
Potenz
- heerschappij; macht; mogendheid
+ heerschappij; macht; mogendheid
_____
@@ -32317,7 +32181,7 @@
praktik
Praktik
- praktijk
+ praktijk
_____
@@ -32329,7 +32193,7 @@
praxis
Praxis
- praktijk
+ praktijk
_____
@@ -32347,14 +32211,14 @@
preis
Preis
- premie; prijs
- prijs
+ premie; prijs
+ prijs
_____
preisausschreiben
Preisausschreiben
- concours; match; wedstrijd
+ concours; match; wedstrijd
_____
@@ -32396,7 +32260,7 @@
priester
Priester
- geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
+ geestelijke; pastoor; pastor; zielszorger; zielverzorger
_____
@@ -32408,7 +32272,7 @@
priesterschaft
Priesterschaft
- clerus; geestelijkheid
+ clerus; geestelijkheid
_____
@@ -32537,7 +32401,7 @@
profession
Profession
- bedrijf; beroep; broodwinning
+ bedrijf; beroep; broodwinning
_____
@@ -32549,7 +32413,7 @@
profil
Profil
- doorsnede; doorsnee; profiel; zijaanzicht
+ doorsnede; doorsnee; profiel; zijaanzicht
_____
@@ -32669,7 +32533,7 @@
proskription
Proskription
- proscriptie; vogelvrijverklaring
+ proscriptie; vogelvrijverklaring
_____
@@ -32747,7 +32611,7 @@
provinzialismus
Provinzialismus
- gewestelijke uitdrukking; provincialisme
+ gewestelijke uitdrukking; provincialisme
_____
@@ -32760,7 +32624,6 @@
prozent
Prozent
percent; percentage; procent
- percent; procent
percent; procent; rente
_____
@@ -32827,7 +32690,7 @@
prämie
Prämie
- premie; prijs
+ premie; prijs
_____
@@ -32887,7 +32750,7 @@
präterium
Präterium
- praeterium; verleden tijd
+ praeterium; verleden tijd
_____
@@ -33249,7 +33112,7 @@
quartier
Quartier
- buurt; wijk; stadswijk
+ buurt; wijk; stadswijk
_____
@@ -33285,7 +33148,7 @@
quendel
Quendel
- tijm
+ tijm
_____
@@ -33309,8 +33172,8 @@
quittung
Quittung
- kwitantie; ontvangstbewijs
- kwitantie; ontvangbewijs; reçu
+ kwitantie; ontvangstbewijs
+ kwitantie; ontvangbewijs; reçu
_____
@@ -33352,7 +33215,7 @@
rabbiner
Rabbiner
- rabbi; rabbijn
+ rabbi; rabbijn
_____
@@ -33382,8 +33245,7 @@
rad
Rad
- fiets; rijwiel; tweewieler
- fiets
+ fiets; rijwiel; tweewieler
rad; wiel
_____
@@ -33396,7 +33258,7 @@
radieschen
Radieschen
- radijs
+ radijs
_____
@@ -33426,13 +33288,13 @@
rahmen
Rahmen
- kader; lijst; omlijsting; raam
+ kader; lijst; omlijsting; raam
_____
rakete
Rakete
- raket; vuurpijl
+ raket; vuurpijl
_____
@@ -33446,7 +33308,6 @@
Rand
kant; marge; rand
band; boord; kant; rand; zoom
- rand
_____
@@ -33500,7 +33361,6 @@
rathaus
Rathaus
- gemeentehuis; raadhuis
gemeentehuis; raadhuis; stadhuis
_____
@@ -33570,7 +33430,7 @@
raute
Raute
ruit; ruit (figuur)
- wijnruit
+ wijnruit
_____
@@ -33588,13 +33448,13 @@
real
Real
- reaal; realiteit; werkelijkheid
+ reaal; realiteit; werkelijkheid
_____
realismus
Realismus
- realisme; werkelijkheidszin
+ realisme; werkelijkheidszin
_____
@@ -33606,13 +33466,13 @@
realität
Realität
- realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
+ realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
_____
rebe
Rebe
- wijnstok; wingerd
+ wijnstok; wingerd
_____
@@ -33625,13 +33485,13 @@
rebhuhn
Rebhuhn
- patrijs
+ patrijs
_____
reblaus
Reblaus
- druifluis; wijngaardluis
+ druifluis; wijngaardluis
_____
@@ -33649,7 +33509,7 @@
rechenkunst
Rechenkunst
- cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
+ cijferen; cijferkunst; rekenkunde; rekenkunst
_____
@@ -33661,7 +33521,7 @@
rechnung
Rechnung
- factuur; nota; rekening; warenlijst
+ factuur; nota; rekening; warenlijst
conto; rekening
_____
@@ -33686,7 +33546,7 @@
rechtschreibung
Rechtschreibung
- orthografie; schrijfwijze; spelling
+ orthografie; schrijfwijze; spelling
_____
@@ -33772,7 +33632,7 @@
referenz
Referenz
- referentie; verwijzing
+ referentie; verwijzing
_____
@@ -33797,7 +33657,7 @@
refrain
Refrain
- keerrijm; refrein
+ keerrijm; refrein
_____
@@ -33858,13 +33718,13 @@
regieren
Regieren
- bestuur; bewind; heerschappij; regering
+ bestuur; bewind; heerschappij; regering
_____
regierung
Regierung
- bestuur; bewind; heerschappij; regering
+ bestuur; bewind; heerschappij; regering
_____
@@ -33912,39 +33772,39 @@
reich
Reich
- rijk; staat
+ rijk; staat
_____
reicher
Reicher
- rijkaard; rijke
+ rijkaard; rijke
_____
reichs
Reichs‐
- rijks‐; staats‐
+ rijks‐; staats‐
_____
reichtum
Reichtum
- fortuin; rijkdom
- rijkdom
+ fortuin; rijkdom
+ rijkdom
_____
reif
Reif
- rijm; rijp
+ rijm; rijp
hoepel
_____
reife
Reife
- rijpheid
+ rijpheid
_____
@@ -33959,14 +33819,14 @@
reihe
Reihe
reeks; ris; rist; serie; set
- beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
+ beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
_____
reihenfolge
Reihenfolge
aaneenschakeling; opeenvolging; volgorde
- beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
+ beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
_____
@@ -33978,7 +33838,7 @@
reim
Reim
- rijm
+ rijm
_____
@@ -33990,27 +33850,27 @@
reinheit
Reinheit
- helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
- maagdelijkheid; onbevlektheid
+ helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
+ maagdelijkheid; onbevlektheid
_____
reinlichkeit
Reinlichkeit
- helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
+ helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
_____
reis
Reis
reis
- rijst
+ rijst
_____
reisbranntwein
Reisbranntwein
- arak; rijstbrandewijn
+ arak; rijstbrandewijn
_____
@@ -34070,7 +33930,7 @@
reitschule
Reitschule
- manege; rijschool
+ manege; rijschool
_____
@@ -34202,7 +34062,7 @@
republik
Republik
- republiek; vrijstaat
+ republiek; vrijstaat
_____
@@ -34323,13 +34183,13 @@
reverenz
Reverenz
- buiging; nijging; revérence; strijkage
+ buiging; nijging; revérence; strijkage
_____
revers
Revers
- keerzijde
+ keerzijde
_____
@@ -34341,7 +34201,7 @@
revolte
Revolte
- muiterij; onlusten; opstand
+ muiterij; onlusten; opstand
_____
@@ -34365,7 +34225,7 @@
revue
Revue
- periodiek; revue; tijdschrift
+ periodiek; revue; tijdschrift
_____
@@ -34413,7 +34273,7 @@
rhein
Rhein
- Rijn
+ Rijn
_____
@@ -34425,7 +34285,7 @@
rhetorik
Rhetorik
- rederijkerskunst; retoriek
+ rederijkerskunst; retoriek
_____
@@ -34461,7 +34321,7 @@
richtung
Richtung
- koers; leiding; richting; richtlijn
+ koers; leiding; richting; richtlijn
_____
@@ -34633,19 +34493,19 @@
rohr
Rohr
riet
- buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
+ buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
_____
rokoko
Rokoko
- pruikenstijl; rococo; rococostijl
+ pruikenstijl; rococo; rococostijl
_____
rolladen
Rolladen
- rolgordijn; valgordijn
+ rolgordijn; valgordijn
_____
@@ -34712,7 +34572,7 @@
rosmarin
Rosmarin
- rosmarijn; rozemarijn
+ rosmarijn; rozemarijn
_____
@@ -34768,7 +34628,7 @@
rotwein
Rotwein
- rode wijn
+ rode wijn
_____
@@ -34792,7 +34652,7 @@
rover
Rover
- fiets; rijwiel; tweewieler
+ fiets; rijwiel; tweewieler
_____
@@ -34816,7 +34676,7 @@
rubin
Rubin
- robijn
+ robijn
_____
@@ -34837,13 +34697,11 @@
Ruf
faam; befaamdheid; gerucht; mare; reputatie; roem; roep
faam; naam; reputatie; roep
- roep
_____
ruhe
Ruhe
- rust
kalmte; rust; gerustheid; rustigheid; vredigheid
_____
@@ -34899,7 +34757,7 @@
rundschreiben
Rundschreiben
- circulaire; rondschrijven
+ circulaire; rondschrijven
_____
@@ -34911,7 +34769,6 @@
runzel
Runzel
- rimpel
frons; geul; groef; rimpel; voor; vore; zog
_____
@@ -34985,7 +34842,7 @@
röhre
Röhre
- buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
+ buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
_____
@@ -35004,13 +34861,12 @@
rückgrat
Rückgrat
ruggegraat; spin; wervelkolom
- ruggegraat; wervelkolom
_____
rückstand
Rückstand
- afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
+ afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
_____
@@ -35089,7 +34945,7 @@
saffian
Saffian
- marokijnleer; saffiaanleer
+ marokijnleer; saffiaanleer
_____
@@ -35125,7 +34981,7 @@
saison
Saison
- jaargetij; jaargetijde; seizoen
+ jaargetij; jaargetijde; seizoen
_____
@@ -35409,7 +35265,7 @@
sauberkeit
Sauberkeit
- helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
+ helderheid; kuisheid; zindelijkheid; zuiverheid
_____
@@ -35488,7 +35344,7 @@
schacht
Schacht
- schacht; mijnschacht
+ schacht; mijnschacht
_____
@@ -35702,7 +35558,7 @@
scheibe
Scheibe
laag; pak
- filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
+ filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
_____
@@ -35726,9 +35582,9 @@
schein
Schein
- schijnsel
+ schijnsel
bankbiljet; briefje
- aanzien; schijn
+ aanzien; schijn
_____
@@ -35752,7 +35608,7 @@
scheiterhaufen
Scheiterhaufen
- brandstapel; mijt; houtmijt
+ brandstapel; mijt; houtmijt
_____
@@ -35782,7 +35638,7 @@
schenkel
Schenkel
- bovenbeen; dij
+ bovenbeen; dij
_____
@@ -35926,7 +35782,7 @@
schießscharte
Schießscharte
- kozijn; schietgat; vensternis
+ kozijn; schietgat; vensternis
_____
@@ -36012,7 +35868,7 @@
schlacht
Schlacht
- gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
+ gevecht; kamp; slag; strijd; treffen; veldslag
_____
@@ -36042,13 +35898,13 @@
schlafsucht
Schlafsucht
- doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
+ doffe onverschilligheid; lethargie; schijndood; zinsverdoving
_____
schlafwagen
Schlafwagen
- slaaprijtuig; slaapwagen
+ slaaprijtuig; slaapwagen
_____
@@ -36086,7 +35942,7 @@
schlamm
Schlamm
- drek; modder; slijk; slik
+ drek; modder; slijk; slik
_____
@@ -36104,7 +35960,7 @@
schlauch
Schlauch
- buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
+ buis; kanaal; loop; pijp; roer; steel
_____
@@ -36153,7 +36009,7 @@
schleim
Schleim
- slijm
+ slijm
_____
@@ -36178,7 +36034,7 @@
schleswigholstein
Schleswig‐Holstein
- Sleeswijk‐Holstein
+ Sleeswijk‐Holstein
_____
@@ -36212,7 +36068,6 @@
Schloß
burcht; kasteel; plecht; slot
paleis
- slot
_____
@@ -36224,7 +36079,7 @@
schlucht
Schlucht
- kloof; ravijn
+ kloof; ravijn
_____
@@ -36298,13 +36153,13 @@
schmerz
Schmerz
- pijn; wee; zeer
+ pijn; wee; zeer
_____
schmerz verursachen
Schmerz verursachen
- pijn doen; zeer doen
+ pijn doen; zeer doen
_____
@@ -36316,7 +36171,7 @@
schmied
Schmied
- smid; ijzersmid
+ smid; ijzersmid
_____
@@ -36340,7 +36195,7 @@
schmutz
Schmutz
- drek; modder; slijk; slik
+ drek; modder; slijk; slik
_____
@@ -36376,7 +36231,7 @@
schnaps
Schnaps
- brandewijn; brandy; vuurwater
+ brandewijn; brandy; vuurwater
_____
@@ -36425,7 +36280,7 @@
schneider
Schneider
- kleermaker; snijder; tailleur
+ kleermaker; snijder; tailleur
_____
@@ -36443,7 +36298,7 @@
schnitte
Schnitte
- filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
+ filet; moot; plak; schijf; snede; snee; sneetje
_____
@@ -36455,8 +36310,8 @@
schnur
Schnur
- nestel; veter; rijgveter
- koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
+ nestel; veter; rijgveter
+ koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
_____
@@ -36468,7 +36323,7 @@
schnürleib
Schnürleib
- keurslijf; korset
+ keurslijf; korset
_____
@@ -36504,8 +36359,8 @@
schornstein
Schornstein
- kachelpijp; schoorsteen; schoorsteenpijp; rookkanaal
- schoorsteen; schoorsteenpijp
+ kachelpijp; schoorsteen; schoorsteenpijp; rookkanaal
+ schoorsteen; schoorsteenpijp
_____
@@ -36565,13 +36420,13 @@
schreck
Schreck
- ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
+ ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
_____
schrecken
Schrecken
- ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
+ ontzetting; schrik; schrikkelijkheid
_____
@@ -36583,7 +36438,7 @@
schreibmaschine
Schreibmaschine
- schrijfmachine
+ schrijfmachine
_____
@@ -36601,7 +36456,7 @@
schrift
Schrift‐
- schriftelijk
+ schriftelijk
_____
@@ -36613,7 +36468,7 @@
schriftsteller
Schriftsteller
- auteur; schrijver; stilist
+ auteur; schrijver; stilist
_____
@@ -36644,7 +36499,7 @@
schuft
Schuft
boef; ellendeling; ploert; schavuit; schurk; smiecht; spitsboef
- loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
+ loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
_____
@@ -36736,7 +36591,7 @@
schurke
Schurke
boef; ellendeling; ploert; schavuit; schurk; smiecht; spitsboef
- loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
+ loeder; ploert; rotzak; schoelje; schoft; zwijnjak
_____
@@ -36875,13 +36730,13 @@
schweigen
Schweigen
- rust; stilte; stilzwijgen
+ rust; stilte; stilzwijgen
_____
schwein
Schwein
- varken; zwijn
+ varken; zwijn
_____
@@ -36984,7 +36839,7 @@
schwierigkeit
Schwierigkeit
- bezwaar; moeilijkheid; strubbeling; zwarigheid
+ bezwaar; moeilijkheid; strubbeling; zwarigheid
_____
@@ -37118,7 +36973,7 @@
seeräuber
Seeräuber
- kaperschip; vrijbuiter; zeerover
+ kaperschip; vrijbuiter; zeerover
_____
@@ -37173,20 +37028,20 @@
seide
Seide
- zij; zijde
+ zij; zijde
_____
seidenraupe
Seidenraupe
- zijderups; zijdeworm
+ zijderups; zijdeworm
_____
seidenstoff
Seidenstoff
faille
- foulard; zijden sjaal
+ foulard; zijden sjaal
_____
@@ -37198,15 +37053,14 @@
seil
Seil
- koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
+ koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
_____
seite
Seite
- flank; kant; zij; zijde; zijkant
- zijde
- bladzijde
+ flank; kant; zij; zijde; zijkant
+ bladzijde
_____
@@ -37224,9 +37078,9 @@
sektion
Sektion
- autopsie; lijkschouwing
+ autopsie; lijkschouwing
afdeling; geleding; sectie
- lijkopening; sectie
+ lijkopening; sectie
_____
@@ -37262,7 +37116,7 @@
selbstherrschaft
Selbstherrschaft
- alleenheerschappij; autocratie
+ alleenheerschappij; autocratie
_____
@@ -37292,7 +37146,7 @@
sellerie
Sellerie
- selderie; selderij
+ selderie; selderij
_____
@@ -37433,7 +37287,7 @@
seraph
Seraph
- seraf; serafijn
+ seraf; serafijn
_____
@@ -37499,8 +37353,8 @@
sezierung
Sezierung
- autopsie; lijkschouwing
- lijkopening; sectie
+ autopsie; lijkschouwing
+ lijkopening; sectie
_____
@@ -37527,7 +37381,6 @@
aplomb; gewicht; zelfbewustheid; zelfverzekerdheid
securiteit; stelligheid; vastheid; vastigheid; zekerheid
veiligheid; zekerheid
- veiligheid
voorzichtigheid
_____
@@ -37546,10 +37399,9 @@
sie
Sie
- je; jij; ge; gij
- ge; gij; u
- ge; gij; je; jullie
- ge; gij; u
+ je; jij; ge; gij
+ ge; gij; u
+ ge; gij; je; jullie
_____
@@ -37603,7 +37455,7 @@
sims
Sims
- kroonlijst; richel; uitsprong
+ kroonlijst; richel; uitsprong
_____
@@ -37634,7 +37486,7 @@
sinnbild
Sinnbild
- allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
+ allegorie; gelijkenis; zinnebeeld
embleem; kleur; zinnebeeld
_____
@@ -37696,7 +37548,7 @@
sittlichkeit
Sittlichkeit
- moraliteit; zedelijkheid
+ moraliteit; zedelijkheid
_____
@@ -37757,7 +37609,7 @@
skeptizismus
Skeptizismus
- twijfelzucht
+ twijfelzucht
_____
@@ -37877,7 +37729,7 @@
solidität
Solidität
- degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid
+ degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid
_____
@@ -37889,7 +37741,7 @@
solözismus
Solözismus
- solecisme; stijlfout
+ solecisme; stijlfout
_____
@@ -37901,7 +37753,7 @@
sommer
Sommer
- zomer; zomertijd
+ zomer; zomertijd
_____
@@ -37967,7 +37819,7 @@
sorge tragen
Sorge tragen
- bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
+ bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
_____
@@ -38022,7 +37874,7 @@
souveränität
Souveränität
- oppergezag; opperheerschappij; soevereiniteit
+ oppergezag; opperheerschappij; soevereiniteit
_____
@@ -38052,7 +37904,7 @@
soziologie
Soziologie
- maatschappijleer; sociologie
+ maatschappijleer; sociologie
_____
@@ -38145,7 +37997,6 @@
spaten
Spaten
schop; spa; spade
- spa; spade
_____
@@ -38158,7 +38009,6 @@
spaziergang
Spaziergang
tippel; wandelen; wandeling
- wandeling
_____
@@ -38194,33 +38044,31 @@
speichel
Speichel
- kwijl; speeksel; spuug; zever
+ kwijl; speeksel; spuug; zever
_____
speise
Speise
- eten; etenswaar; gerecht; spijs
+ eten; etenswaar; gerecht; spijs
_____
speiseeis
Speiseeis
- ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
+ ijs; consumptie‐ijs; ijsje; ijsco
_____
speisekammer
Speisekammer
- provisiekamer
- magazijn; provisiekamer; provisiekast; voorraadkamer
+ magazijn; provisiekamer; provisiekast; voorraadkamer
_____
speisekarte
Speisekarte
- menu
- menu; spijskaart
+ menu; spijskaart
_____
@@ -38252,7 +38100,7 @@
spektakel
Spektakel
- kijkspel; schouwspel; spektakel; vertoning
+ kijkspel; schouwspel; spektakel; vertoning
_____
@@ -38307,7 +38155,7 @@
spezerei
Spezerei
- kruid; kruiderij; specerij
+ kruid; kruiderij; specerij
_____
@@ -38385,7 +38233,7 @@
spierling
Spierling
- lijsterbes
+ lijsterbes
_____
@@ -38428,7 +38276,7 @@
spion
Spion
- bespieder; pottekijker; spion; verspieder
+ bespieder; pottekijker; spion; verspieder
_____
@@ -38533,7 +38381,7 @@
spott
Spott
bespotting; persiflage
- aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
+ aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
_____
@@ -38546,7 +38394,7 @@
spotten
Spotten
bespotting; persiflage
- aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
+ aanfluiting; persiflage; spot; spotternij
_____
@@ -38676,7 +38524,7 @@
spuk
Spuk
- blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
+ blinde; blinde bij kaarspel; geest; schim; spook
_____
@@ -38706,7 +38554,7 @@
späher
Späher
- bespieder; pottekijker; spion; verspieder
+ bespieder; pottekijker; spion; verspieder
_____
@@ -38718,14 +38566,14 @@
staat
Staat
- corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
- rijk; staat
+ corso; parade; pracht en praal; pralerij; vertoon
+ rijk; staat
_____
staats
Staats‐
- rijks‐; staats‐
+ rijks‐; staats‐
_____
@@ -38744,7 +38592,6 @@
stab
Stab
staf; stok
- staf
_____
@@ -38793,7 +38640,7 @@
stadtviertel
Stadtviertel
- buurt; wijk; stadswijk
+ buurt; wijk; stadswijk
_____
@@ -38882,7 +38729,7 @@
stange
Stange
- baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
+ baar; paal; pijp; roede; schacht; spijl; stang
_____
@@ -38906,13 +38753,13 @@
starre
Starre
- verstijving
+ verstijving
_____
starrheit
Starrheit
- houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
+ houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
_____
@@ -38924,13 +38771,13 @@
starrsinn
Starrsinn
- eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
+ eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
_____
starrsucht
Starrsucht
- catalepsie; verstijving
+ catalepsie; verstijving
_____
@@ -39053,7 +38900,7 @@
steife
Steife
- houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
+ houterigheid; stijfheid; stijfte; stramheid; stugheid
_____
@@ -39066,7 +38913,7 @@
steigbügel
Steigbügel
- stijgbeugel
+ stijgbeugel
_____
@@ -39176,8 +39023,7 @@
stempel
Stempel
- stamper; vijzelstamper
- stempel
+ stamper; vijzelstamper
cachet; merk; stempel
_____
@@ -39264,7 +39110,7 @@
sterndeutung
Sterndeutung
- astrologie; sterrenwichelarij
+ astrologie; sterrenwichelarij
_____
@@ -39309,7 +39155,7 @@
steuerbord
Steuerbord
- rechterkant; rechterzijde
+ rechterkant; rechterzijde
_____
@@ -39401,7 +39247,7 @@
stift
Stift
- nagel; draadnagel; spijker
+ nagel; draadnagel; spijker
neus; piek; punt; spits; tip; top; topje
_____
@@ -39414,19 +39260,19 @@
stil
Stil
- stijl; trant
+ stijl; trant
_____
stilistik
Stilistik
- stijlleer; stilistiek
+ stijlleer; stilistiek
_____
stille
Stille
- rust; stilte; stilzwijgen
+ rust; stilte; stilzwijgen
kalmte; rust; gerustheid; rustigheid; vredigheid
_____
@@ -39524,7 +39370,7 @@
stollen
Stollen
- gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
+ gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
_____
@@ -39566,7 +39412,7 @@
straferlaß
Straferlaß
- amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
+ amnestie; begenadiging; kwijtschelding van straf
_____
@@ -39596,7 +39442,7 @@
strang
Strang
- koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
+ koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
_____
@@ -39608,7 +39454,7 @@
strategie
Strategie
- krijgskunde; strategie
+ krijgskunde; strategie
_____
@@ -39703,9 +39549,9 @@
streit
Streit
- dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
+ dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
conflict
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
@@ -39723,14 +39569,14 @@
strich
Strich
- lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
+ lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
haal; schrap; schreef; streek; streep
_____
strick
Strick
- koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
+ koord; koorde; lijn; lijntje; snoer; touw
_____
@@ -39766,7 +39612,6 @@
strom
Strom
- vloed
stroom; bergstroom; vloed
_____
@@ -39866,7 +39711,6 @@
Studium
studie
studio
- studie
_____
@@ -39969,7 +39813,7 @@
stärke
Stärke
- stijfsel; zetmeel
+ stijfsel; zetmeel
sterkte
_____
@@ -40010,7 +39854,6 @@
stütze
Stütze
drager; leuning; steun; stut
- steun
_____
@@ -40028,13 +39871,13 @@
subjunktiv
Subjunktiv
- aanvoegende wijs; conjunctief
+ aanvoegende wijs; conjunctief
_____
subjunktivus
Subjunktivus
- aanvoegende wijs; conjunctief
+ aanvoegende wijs; conjunctief
_____
@@ -40070,7 +39913,7 @@
subtilität
Subtilität
- fijnheid; spitsvondigheid; subtiliteit
+ fijnheid; spitsvondigheid; subtiliteit
_____
@@ -40124,7 +39967,7 @@
summe
Summe
- bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
+ bedrag; som; somma; summa; totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
_____
@@ -40166,7 +40009,7 @@
supplement
Supplement
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
@@ -40214,7 +40057,7 @@
symptom
Symptom
- symptoom; teken; verschijnsel
+ symptoom; teken; verschijnsel
_____
@@ -40298,13 +40141,13 @@
szepter
Szepter
- rijksstaf; scepter
+ rijksstaf; scepter
_____
säbel
Säbel
- sabel; zijdgeweer
+ sabel; zijdgeweer
_____
@@ -40341,7 +40184,7 @@
säulengang
Säulengang
- zuilengang; zuilenrij
+ zuilengang; zuilenrij
_____
@@ -40359,7 +40202,7 @@
söller
Söller
- hoog terras; uitkijkpunt
+ hoog terras; uitkijkpunt
_____
@@ -40409,7 +40252,7 @@
süßigkeit
Süßigkeit
snoep; snoepgoed; zoet; zoetigheid
- liefelijkheid; zachtheid; zachtaardigheid; zoetheid
+ liefelijkheid; zachtheid; zachtaardigheid; zoetheid
_____
@@ -40421,7 +40264,7 @@
tabelle
Tabelle
- lijst; tabel; tafel
+ lijst; tabel; tafel
_____
@@ -40439,8 +40282,8 @@
tadel
Tadel
- aanmerking; berisping; blaam; standje; terechtwijzing
- berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
+ aanmerking; berisping; blaam; standje; terechtwijzing
+ berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
_____
@@ -40453,13 +40296,13 @@
taffet
Taffet
- taf; taffetas; tafzij; tafzijde
+ taf; taffetas; tafzij; tafzijde
_____
taft
Taft
- taf; taffetas; tafzij; tafzijde
+ taf; taffetas; tafzij; tafzijde
_____
@@ -40586,7 +40429,7 @@
tamburin
Tamburin
- rinkelbom; tamboereerraam; tamboerijn
+ rinkelbom; tamboereerraam; tamboerijn
_____
@@ -40617,7 +40460,7 @@
tanne
Tanne
den; spar; zilverspar
- spar; fijnspar; sparreboom
+ spar; fijnspar; sparreboom
_____
@@ -40647,7 +40490,7 @@
tapete
Tapete
- behang; wandtapijt
+ behang; wandtapijt
_____
@@ -40801,7 +40644,7 @@
tausch
Tausch
- keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
+ keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
_____
@@ -40844,7 +40687,7 @@
taxus
Taxus
- ijf; taxus
+ ijf; taxus
_____
@@ -40916,7 +40759,7 @@
teich
Teich
- kolk; vijver; waterplas
+ kolk; vijver; waterplas
_____
@@ -40929,7 +40772,6 @@
teil
Teil
deel; gedeelte; onderdeel; Part; stuk
- deel; gedeelte; onderdeel; stuk
_____
@@ -40989,7 +40831,7 @@
teleskop
Teleskop
- sterrenkijker; telescoop; verrekijker
+ sterrenkijker; telescoop; verrekijker
_____
@@ -41025,7 +40867,7 @@
tempo
Tempo
- ad interim; tussenpoos; tussentijd
+ ad interim; tussenpoos; tussentijd
radheid; snelheid; spoed; vaart; vlugheid
_____
@@ -41058,13 +40900,13 @@
teppich
Teppich
- karpet; kleed; tapijt; vloerkleed
+ karpet; kleed; tapijt; vloerkleed
_____
termin
Termin
- limiet; termijn; tijdslimiet
+ limiet; termijn; tijdslimiet
_____
@@ -41082,14 +40924,14 @@
terpentin
Terpentin
- terpentijn
+ terpentijn
_____
terrain
Terrain
lokaliteit; oord; plaats; ruimte; zetel
- aarde; aardrijk; bodem; grond; land
+ aarde; aardrijk; bodem; grond; land
_____
@@ -41270,13 +41112,13 @@
thunfisch
Thunfisch
- tonijn
+ tonijn
_____
thymian
Thymian
- tijm
+ tijm
_____
@@ -41290,7 +41132,6 @@
Tiefe
afgrond; kolk
diepte; kolk
- diepte
_____
@@ -41308,7 +41149,6 @@
tier
Tier
- dier
beest; dier
_____
@@ -41327,7 +41167,7 @@
tiger
Tiger
- tijger
+ tijger
_____
@@ -41369,7 +41209,7 @@
tischler
Tischler
- schrijnwerker
+ schrijnwerker
_____
@@ -41406,13 +41246,13 @@
tod
Tod
- dood; overlijden; sterfgeval; verscheiden; versterf
+ dood; overlijden; sterfgeval; verscheiden; versterf
_____
todeskampf
Todeskampf
- agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
+ agonie; doodsangst; doodsstrijd; stervensnood; zieltoging
_____
@@ -41448,8 +41288,8 @@
tollwut
Tollwut
- amok; hevigheid; razernij; verwoedheid; woestheid
- dolheid; hondsdolheid; razernij
+ amok; hevigheid; razernij; verwoedheid; woestheid
+ dolheid; hondsdolheid; razernij
_____
@@ -41467,7 +41307,7 @@
tombola
Tombola
- loterij; verloting
+ loterij; verloting
tombola
_____
@@ -41557,8 +41397,7 @@
torheit
Torheit
- domme streek; dwaasheid; zotheid; zotternij
- dwaasheid; zotheid
+ domme streek; dwaasheid; zotheid; zotternij
_____
@@ -41619,7 +41458,7 @@
tour
Tour
ronde; rondgang
- beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
+ beurt; file; gelid; reeks; rij; toerbeurt
reis; tocht; toer; trip
_____
@@ -41656,7 +41495,7 @@
tragweite
Tragweite
- belang; belangrijkheid; betekenis; gewicht; zwaarwichtigheid
+ belang; belangrijkheid; betekenis; gewicht; zwaarwichtigheid
_____
@@ -41748,7 +41587,6 @@
traum
Traum
droom; dagdroom; wensdroom
- droom
_____
@@ -41829,7 +41667,7 @@
tribut
Tribut
- cijns; schatting
+ cijns; schatting
_____
@@ -41855,7 +41693,7 @@
triebfeder
Triebfeder
- veer; drijfveer; springveer
+ veer; drijfveer; springveer
_____
@@ -41983,7 +41821,7 @@
trope
Trope
- stijlfiguur; troop
+ stijlfiguur; troop
_____
@@ -42038,7 +41876,7 @@
trotz
Trotz
- eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
+ eigenzinnigheid; koppigheid; stijfhoofdigheid; verstoktheid
_____
@@ -42057,13 +41895,13 @@
trug
Trug
- bedriegerij; bedrog; misleiding
+ bedriegerij; bedrog; misleiding
_____
truhe
Truhe
- bak; kist; schrijn
+ bak; kist; schrijn
_____
@@ -42093,7 +41931,7 @@
truppenabteilung
Truppenabteilung
- garde; wacht; lijfwacht
+ garde; wacht; lijfwacht
_____
@@ -42136,7 +41974,7 @@
träumerei
Träumerei
- gedroom; gemijmer; mijmering
+ gedroom; gemijmer; mijmering
_____
@@ -42311,13 +42149,13 @@
tyrannei
Tyrannei
- dwingelandij; tirannie
+ dwingelandij; tirannie
_____
tätigkeit
Tätigkeit
- activiteit; bedrijvigheid
+ activiteit; bedrijvigheid
functie
_____
@@ -42331,7 +42169,7 @@
täuschung
Täuschung
begoocheling; drogbeeld; illusie; waan; zinsbedrog
- bedriegerij; bedrog; misleiding
+ bedriegerij; bedrog; misleiding
_____
@@ -42367,13 +42205,13 @@
tümmler
Tümmler
- dolfijn
+ dolfijn
_____
tümpel
Tümpel
- kolk; vijver; waterplas
+ kolk; vijver; waterplas
_____
@@ -42391,7 +42229,7 @@
türkei
Türkei
- Turkije
+ Turkije
_____
@@ -42421,7 +42259,7 @@
ei
‐ei
- ‐ij; ‐plaats
+ ‐ij; ‐plaats
_____
@@ -42569,7 +42407,7 @@
umriß
Umriß
- omlijning; omtrek
+ omlijning; omtrek
_____
@@ -42611,8 +42449,8 @@
umschweif
Umschweif
- draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
- dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
+ draaierij; smoes; smoesje; toevlucht
+ dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
_____
@@ -42630,13 +42468,13 @@
umstandswort
Umstandswort
- adverbium; bijwoord
+ adverbium; bijwoord
_____
umtrieb
Umtrieb
- intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
+ intrige; konkelarij; machinatie; verwikkeling
draaiing; gedraai
_____
@@ -42662,13 +42500,13 @@
umänderung
Umänderung
herschepping; vervorming
- verandering; wijziging
+ verandering; wijziging
_____
unbill
Unbill
- onbillijkheid; onrecht
+ onbillijkheid; onrecht
_____
@@ -42698,7 +42536,7 @@
ungarn
Ungarn
- Hongarije
+ Hongarije
_____
@@ -42773,14 +42611,13 @@
unkenntnis
Unkenntnis
- onkunde
onbekendheid; onkunde
_____
unkosten
Unkosten
- kostprijs
+ kostprijs
_____
@@ -42793,20 +42630,20 @@
unrat
Unrat
drek; ontlasting; poep; uitwerpselen
- smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
+ smeerboel; smeerlapperij; smurrie; viezigheid; vuil; vuiligheid
_____
unrecht
Unrecht
- onbillijkheid; onrecht
- ongelijk
+ onbillijkheid; onrecht
+ ongelijk
_____
unregelmäßigkeit
Unregelmäßigkeit
- afwijking; anomalie; onregelmatigheid
+ afwijking; anomalie; onregelmatigheid
_____
@@ -42814,7 +42651,6 @@
Unruhe
beduchtheid; ongerustheid; verontrusting
beduchtheid; ongerustheid; zorg
- bezorgdheid; ongerustheid
_____
@@ -42870,7 +42706,7 @@
unterhandlung
Unterhandlung
- handel; handeldrijven
+ handel; handeldrijven
behandeling; onderhandeling
_____
@@ -42907,7 +42743,7 @@
unternehmung
Unternehmung
- bedrijf; onderneming
+ bedrijf; onderneming
_____
@@ -42926,7 +42762,7 @@
unterricht
Unterricht
- onderrichting; onderwijs
+ onderrichting; onderwijs
_____
@@ -42962,7 +42798,7 @@
unterschleif
Unterschleif
- bedriegerij; bedrog; misleiding
+ bedriegerij; bedrog; misleiding
_____
@@ -43060,7 +42896,7 @@
urheber
Urheber
- auteur; bedenker; schepper; schrijver
+ auteur; bedenker; schepper; schrijver
initiatiefnemer
_____
@@ -43080,7 +42916,7 @@
urlaub
Urlaub
- verlof; vrijaf
+ verlof; vrijaf
_____
@@ -43117,7 +42953,7 @@
ursprungs
Ursprungs‐
- oorspronkelijk; origineel
+ oorspronkelijk; origineel
_____
@@ -43135,7 +42971,7 @@
urzeit
Urzeit
- oertijd; voortijd
+ oertijd; voortijd
_____
@@ -43285,7 +43121,7 @@
velin
Velin
- velijn; velijnpapier
+ velijn; velijnpapier
_____
@@ -43368,13 +43204,13 @@
verbeugung
Verbeugung
- buiging; nijging; revérence; strijkage
+ buiging; nijging; revérence; strijkage
_____
verbindung
Verbindung
- associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
+ associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
bond; liga; verbond
betrekking; opzicht; relatie; verhouding
eenwording; unie; vereniging
@@ -43395,13 +43231,13 @@
verbrauchssteuer
Verbrauchssteuer
- accijns; verbruiksbelasting
+ accijns; verbruiksbelasting
_____
verbrechen
Verbrechen
- misdaad; misdrijf
+ misdaad; misdrijf
_____
@@ -43414,7 +43250,6 @@
verbreitung
Verbreitung
verbreiding; verspreiding
- verspreiding
_____
@@ -43444,7 +43279,7 @@
verdauungsschwäche
Verdauungsschwäche
- dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
+ dyspepsie; indigestie; slechte spijsvertering
_____
@@ -43471,8 +43306,7 @@
verdienst
Verdienst
baat; gewin; verdienste; winst
- verdienste
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
_____
@@ -43485,16 +43319,14 @@
verdingung
Verdingung
aanbesteding; gunning
- aanbesteding
- aanbesteding; inschrijving
+ aanbesteding; inschrijving
_____
verdrehtheit
Verdrehtheit
- absurditeit; onding; ongerijmdheid; onzin
- absurditeit; ongerijmde; ongerijmdheid; onzinnigheid
- ongerijmdheid; onzin
+ absurditeit; onding; ongerijmdheid; onzin
+ absurditeit; ongerijmde; ongerijmdheid; onzinnigheid
_____
@@ -43525,20 +43357,20 @@
vereinigung
Vereinigung
- associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
+ associatie; bond; genootschap; maatschappij; vereniging
_____
verfahren
Verfahren
- bereidingswijze; procédé; werkwijze
+ bereidingswijze; procédé; werkwijze
_____
verfasser
Verfasser
- auteur; bedenker; schepper; schrijver
- auteur; schrijver; stilist
+ auteur; bedenker; schepper; schrijver
+ auteur; schrijver; stilist
_____
@@ -43551,7 +43383,6 @@
verfolgung
Verfolgung
achtervolging; vervolging
- achtervolging
_____
@@ -43563,7 +43394,7 @@
vergangenheit
Vergangenheit
- verleden; verleden tijd
+ verleden; verleden tijd
_____
@@ -43575,7 +43406,7 @@
vergeblichkeit
Vergeblichkeit
- ijdelheid; vruchteloosheid
+ ijdelheid; vruchteloosheid
_____
@@ -43587,8 +43418,8 @@
vergehen
Vergehen
- klein vergrijp
- misdaad; misdrijf
+ klein vergrijp
+ misdaad; misdrijf
schuld
_____
@@ -43601,19 +43432,19 @@
vergißmeinnicht
Vergißmeinnicht
- vergeet‐mij‐niet; vergeet‐mij‐nietje
+ vergeet‐mij‐niet; vergeet‐mij‐nietje
_____
vergleich
Vergleich
- vergelijking
+ vergelijking
_____
vergleichung
Vergleichung
- vergelijking
+ vergelijking
_____
@@ -43626,19 +43457,18 @@
vergrößerung
Vergrößerung
uitbouwing; vergroting
- vergroting
_____
vergötterung
Vergötterung
- apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
+ apotheose; slotstuk; slottaffereel; verheerlijking
_____
vergünstigung
Vergünstigung
- gunstbewijs
+ gunstbewijs
gunst; begunstiging; genadigheid
prae; preferentie; privilege; voorrecht
afslag; korting; rabat
@@ -43661,7 +43491,7 @@
verhaltungsbefehl
Verhaltungsbefehl
- aanwijzing; consigne; instructie
+ aanwijzing; consigne; instructie
_____
@@ -43744,14 +43574,14 @@
verlag
Verlag
- uitgeverij
+ uitgeverij
druk; editie; uitgaaf; uitgave
_____
verlagsrecht
Verlagsrecht
- copyright; kopijrecht
+ copyright; kopijrecht
_____
@@ -43799,7 +43629,6 @@
verlust
Verlust
- verlies
deficit; nadeel; schade; strop; verlies
schadepost; verlies; vermissing
@@ -43835,7 +43664,7 @@
vermählung
Vermählung
- huwelijk
+ huwelijk
_____
@@ -43861,7 +43690,7 @@
vernunftforscher
Vernunftforscher
- filosoof; wijsgeer
+ filosoof; wijsgeer
_____
@@ -43909,7 +43738,7 @@
versammlung
Versammlung
- bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
+ bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
_____
@@ -43924,7 +43753,6 @@
afsluiter; beugel; slot; sluiting
sluiter
grendel; knip; schuif; schuifslot
- slot
_____
@@ -44004,7 +43832,7 @@
versteigerung
Versteigerung
- afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
+ afslag; auctie; mijn; veiling; vendu; vendutie; verkoping
_____
@@ -44147,7 +43975,7 @@
verweigerung
Verweigerung
- afwijzing; weigering
+ afwijzing; weigering
_____
@@ -44185,8 +44013,8 @@
Verzeichnis
index; inhoudsopgave; register
catalogus
- ceel; cedel; lijst; rol
- lijst; tabel; tafel
+ ceel; cedel; lijst; rol
+ lijst; tabel; tafel
_____
@@ -44210,7 +44038,7 @@
verzweiflung
Verzweiflung
- radeloosheid; vertwijfeling; wanhoop
+ radeloosheid; vertwijfeling; wanhoop
_____
@@ -44222,8 +44050,8 @@
veränderung
Veränderung
- verandering; wijziging
- keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
+ verandering; wijziging
+ keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
_____
@@ -44302,14 +44130,14 @@
vielweiberei
Vielweiberei
- polygamie; veelwijverij
+ polygamie; veelwijverij
_____
viertel
Viertel
kwartier
- buurt; wijk; stadswijk
+ buurt; wijk; stadswijk
_____
@@ -44339,7 +44167,7 @@
violinbogen
Violinbogen
- strijkstok
+ strijkstok
_____
@@ -44511,13 +44339,13 @@
vorderrhein
Vorderrhein
- Voor‐Rijn
+ Voor‐Rijn
_____
vorderseite
Vorderseite
- front; gevel; voorkant; voorzijde
+ front; gevel; voorkant; voorzijde
_____
@@ -44553,7 +44381,7 @@
vorhang
Vorhang
- doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
+ doek; gordijn; overgordijn; scherm; voorhang; voorhangsel
_____
@@ -44572,7 +44400,6 @@
vorlegung
Vorlegung
aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
- aanbieding
_____
@@ -44632,7 +44459,7 @@
vorstadtviertel
Vorstadtviertel
- buitenwijk
+ buitenwijk
_____
@@ -44653,7 +44480,6 @@
Vorstellung
begrip; benul; denkbeeld; idee; voorstelling
aanbieding; optreden; presentatie; uitvoering; voorstelling
- aanbieding
vertegenwoordiging
_____
@@ -44662,7 +44488,7 @@
Vorteil
baat; gewin; verdienste; winst
gemak; geschikte gelegenheid
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
baat; belang; nut; voordeel
_____
@@ -44695,13 +44521,13 @@
vorwand
Vorwand
- dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
+ dekmantel; draaierij; smoes; smoesje; voorwendsel
_____
vorweis
Vorweis
- berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
+ berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
_____
@@ -44713,13 +44539,13 @@
vorwurf
Vorwurf
- berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
+ berisping; blaam; standje; terechtwijzing; uitbrander; verwijt
_____
vorwürfe machen
Vorwürfe machen
- beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
+ beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
_____
@@ -44731,7 +44557,7 @@
vorzeit
Vorzeit
- oertijd; voortijd
+ oertijd; voortijd
_____
@@ -44880,7 +44706,7 @@
wagen
Wagen
spoorwagen; wagon
- rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
+ rijtuig; vehikel; voertuig; wagen
_____
@@ -44922,7 +44748,7 @@
wahlspruch
Wahlspruch
- devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
+ devies; leus; leuze; lijfspreuk; wapenspreuk; zinspreuk
_____
@@ -44934,15 +44760,13 @@
wahnsinn
Wahnsinn
- gekheid; zinneloosheid; zinsverbijstering
+ gekheid; zinneloosheid; zinsverbijstering
_____
wahrheit
Wahrheit
- waarheid
waarheid; waarachtigheid
- waarheid
_____
@@ -44961,7 +44785,7 @@
wahrscheinlichkeit
Wahrscheinlichkeit
- waarschijnlijkheid
+ waarschijnlijkheid
_____
@@ -45097,7 +44921,7 @@
wandelgang
Wandelgang
wandelgang
- gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
+ gaanderij; galerie; galerij; gang; trans
_____
@@ -45171,13 +44995,13 @@
warenhaus
Warenhaus
bazaar; markt; marktplaats; marktplein
- magazijn; pakhuis
+ magazijn; pakhuis
_____
warenrechnung
Warenrechnung
- factuur; nota; rekening; warenlijst
+ factuur; nota; rekening; warenlijst
_____
@@ -45195,7 +45019,7 @@
warte
Warte
- kraaienest; uitkijk; uitkijkpost; waarnemingspost
+ kraaienest; uitkijk; uitkijkpost; waarnemingspost
_____
@@ -45219,7 +45043,7 @@
waschanstalt
Waschanstalt
- wasserij
+ wasserij
_____
@@ -45255,7 +45079,7 @@
wasserbecken
Wasserbecken
- bassin; kom; stroomgebied; vijver
+ bassin; kom; stroomgebied; vijver
_____
@@ -45273,7 +45097,7 @@
wasserfrei
Wasserfrei
- anhydrisch; watervrij
+ anhydrisch; watervrij
_____
@@ -45357,7 +45181,7 @@
weberei
Weberei
- weverij
+ weverij
_____
@@ -45372,7 +45196,7 @@
inwisseling; ruil; omruiling; uitwisseling; verruiling
cambio; wissel
keer; kentering; verandering; verloop
- keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
+ keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
_____
@@ -45426,14 +45250,14 @@
wegweiser
Wegweiser
- wegwijzer
+ wegwijzer
_____
weh
Weh
- pijn; wee; zeer
- lijden; leed
+ pijn; wee; zeer
+ lijden; leed
leed; smart; verdriet; zorg
_____
@@ -45447,22 +45271,20 @@
wehr
Wehr
afweer; defensie; verdediging; weer; verweer
- dijk; waterkering
+ dijk; waterkering
_____
weib
Weib
- wijf
- feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
- wijf
+ feeks; furie; haaibaai; helleveeg; megera; tang; wijf; xantippe
vrouw
_____
weiblichkeit
Weiblichkeit
- vrouwelijkheid
+ vrouwelijkheid
_____
@@ -45512,7 +45334,7 @@
weigerung
Weigerung
- afwijzing; weigering
+ afwijzing; weigering
_____
@@ -45537,7 +45359,7 @@
weiher
Weiher
- kolk; vijver; waterplas
+ kolk; vijver; waterplas
_____
@@ -45555,25 +45377,25 @@
weihwedel
Weihwedel
- sproeier; wijwaterkwast
+ sproeier; wijwaterkwast
_____
weile
Weile
- duur; tijdsduur
+ duur; tijdsduur
_____
wein
Wein
- wijn
+ wijn
_____
weinberg
Weinberg
- wijnberg; wijngaard
+ wijnberg; wijngaard
_____
@@ -45585,7 +45407,7 @@
weinstock
Weinstock
- wijnstok; wingerd
+ wijnstok; wingerd
_____
@@ -45597,28 +45419,28 @@
weise
Weise
- manier; trant; wijze
- deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
+ manier; trant; wijze
+ deun; deuntje; melodie; wijs; wijsje
modaliteit
- mode; modus; wijs
+ mode; modus; wijs
_____
weisel
Weisel
- bijenkoningin; wijfjesbij
+ bijenkoningin; wijfjesbij
_____
weisheit
Weisheit
- wijsheid
+ wijsheid
_____
weisung
Weisung
- aanwijzing; consigne; instructie
+ aanwijzing; consigne; instructie
bevel; bevelschrift; gebod; order; sommatie; verordening
_____
@@ -45627,7 +45449,7 @@
Weite
afstand; eind
afstand; distantie
- ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
+ ruimheid; uitgebreidheid; uitgestrektheid; wijdte
_____
@@ -45651,7 +45473,7 @@
weißling
Weißling
- wijting
+ wijting
_____
@@ -45664,7 +45486,7 @@
welle
Welle
baar; golf; gulp
- as; drijfas
+ as; drijfas
_____
@@ -45676,7 +45498,7 @@
welt
Welt
- aardrijk; wereld
+ aardrijk; wereld
_____
@@ -45753,7 +45575,6 @@
werkstatt
Werkstatt
atelier; werkplaats
- werkplaats
_____
@@ -45810,7 +45631,6 @@
wesen
Wesen
essence; essentie; kern; wezen; wezenheid
- wezen
_____
@@ -45841,13 +45661,12 @@
westen
Westen
west; westen
- westen
_____
wettbewerb
Wettbewerb
- concours; match; wedstrijd
+ concours; match; wedstrijd
_____
@@ -45859,7 +45678,7 @@
wetteifer
Wetteifer
- mededinging; wedijver
+ mededinging; wedijver
_____
@@ -45926,7 +45745,7 @@
widerlegung
Widerlegung
- ontzenuwing; tegenbewijs; weerlegging
+ ontzenuwing; tegenbewijs; weerlegging
_____
@@ -45950,7 +45769,7 @@
widerschein
Widerschein
- weerglans; weerschijn
+ weerglans; weerschijn
_____
@@ -46059,15 +45878,14 @@
wildnis
Wildnis
- wildernis; woestenij; woestijn
+ wildernis; woestenij; woestijn
wildheid; woestheid
- wildernis
_____
wildschwein
Wildschwein
- ever; everzwijn; wild zwijn
+ ever; everzwijn; wild zwijn
_____
@@ -46097,7 +45915,7 @@
willkürherrschaft
Willkürherrschaft
- dwingelandij; despotisme
+ dwingelandij; despotisme
_____
@@ -46146,7 +45964,7 @@
wink
Wink
knipoogje
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -46225,7 +46043,7 @@
wirklichkeit
Wirklichkeit
- realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
+ realiteit; werkelijkheid; wezenheid; wezenlijkheid
_____
@@ -46353,7 +46171,6 @@
wißbegier
Wißbegier
nieuwsgierigheid; weetgierigheid
- nieuwsgierigheid
_____
@@ -46384,13 +46201,13 @@
wohl
Wohl
- gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
+ gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
_____
wohlfahrt
Wohlfahrt
- welvaart; welzijn
+ welvaart; welzijn
_____
@@ -46402,7 +46219,7 @@
wohlgeruch
Wohlgeruch
- heerlijke geur
+ heerlijke geur
_____
@@ -46420,13 +46237,13 @@
wohlsein
Wohlsein
- gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
+ gezondheid; goede gezondheid; wel; welstand; welvaren; welzijn
_____
wohlstand
Wohlstand
- welvaart; welzijn
+ welvaart; welzijn
_____
@@ -46444,7 +46261,7 @@
wohlwollen
Wohlwollen
- liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
+ liefheid; voorkomendheid; vriendelijkheid
affectie; genegenheid; goodwill; welwillendheid
_____
@@ -46464,7 +46281,6 @@
wohnort
Wohnort
domicilie; woonplaats
- woonplaats
_____
@@ -46482,7 +46298,6 @@
wohnzimmer
Wohnzimmer
- huiskamer
huiskamer; woonkamer; zitkamer
_____
@@ -46519,7 +46334,7 @@
wolken
Wolken‐
- bewolkt; onduidelijk
+ bewolkt; onduidelijk
_____
@@ -46539,7 +46354,6 @@
Wonne
geilheid; lust; wellust
vreugde
- wellust
_____
@@ -46565,7 +46379,7 @@
wortwechsel
Wortwechsel
- dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
+ dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
_____
@@ -46663,7 +46477,7 @@
wurfscheibe
Wurfscheibe
- discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
+ discus; plaat; grammofoonplaat; schijf
_____
@@ -46693,15 +46507,14 @@
wut
Wut
- razernij; woede
+ razernij; woede
best‐seller; furore
- woede
_____
wyk
Wyk
- Wijk
+ Wijk
_____
@@ -46731,7 +46544,7 @@
wäsche
Wäsche
- lijfgoed; ondergoed
+ lijfgoed; ondergoed
ondergoed; onderkleding
linnen; linnengoed; pellengoed
@@ -46764,7 +46577,7 @@
wörterverzeichnis
Wörterverzeichnis
- woordenlijst
+ woordenlijst
_____
@@ -46791,13 +46604,13 @@
würze
Würze
- kruid; kruiderij; specerij
+ kruid; kruiderij; specerij
_____
wüste
Wüste
- wildernis; woestenij; woestijn
+ wildernis; woestenij; woestijn
_____
@@ -46858,7 +46671,7 @@
zahl
Zahl
- cijfer; nummer
+ cijfer; nummer
aantal; tal; getal
_____
@@ -46885,7 +46698,7 @@
zahlzeichen
Zahlzeichen
- cijfer; nummer
+ cijfer; nummer
_____
@@ -46927,19 +46740,19 @@
zahnschmerz
Zahnschmerz
- kiespijn; tandpijn
+ kiespijn; tandpijn
_____
zahnschmerzen
Zahnschmerzen
- kiespijn; tandpijn
+ kiespijn; tandpijn
_____
zahnweh
Zahnweh
- kiespijn; tandpijn
+ kiespijn; tandpijn
_____
@@ -46951,14 +46764,14 @@
zange
Zange
- greep; grijper; handvat; oor
+ greep; grijper; handvat; oor
_____
zank
Zank
- dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ dispuut; kwestie; strijd; twist; redetwist; twistgesprek
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
@@ -46984,7 +46797,7 @@
Zauber
begoocheling; betovering
magie; toverkunst
- toverij
+ toverij
_____
@@ -47003,7 +46816,7 @@
zaubern
Zaubern
- toverij
+ toverij
_____
@@ -47033,7 +46846,7 @@
zeche
Zeche
- feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
+ feestmaal; festijn; gelag; smulpartij
gilde
_____
@@ -47052,7 +46865,7 @@
zeichen
Zeichen
- bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
+ bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk
_____
@@ -47077,31 +46890,31 @@
zeiger
Zeiger
- wijzer; aanwijzer
+ wijzer; aanwijzer
_____
zeile
Zeile
- lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
+ lijn; linie; regel; schreef; streep; toer
_____
zeisig
Zeisig
- sijs; sijsje
+ sijs; sijsje
_____
zeit
Zeit
- poos; tijd
+ poos; tijd
_____
zeitabschnitt
Zeitabschnitt
- tijdperk; tijdsgewricht
+ tijdperk; tijdsgewricht
_____
@@ -47113,8 +46926,7 @@
zeitschrift
Zeitschrift
- periodiek
- periodiek; revue; tijdschrift
+ periodiek; revue; tijdschrift
_____
@@ -47163,7 +46975,7 @@
zelot
Zelot
- drijver; ijveraar; supporter; zeloot
+ drijver; ijveraar; supporter; zeloot
_____
@@ -47265,7 +47077,7 @@
zepter
Zepter
- rijksstaf; scepter
+ rijksstaf; scepter
_____
@@ -47289,8 +47101,8 @@
zerlegung
Zerlegung
- autopsie; lijkschouwing
- lijkopening; sectie
+ autopsie; lijkschouwing
+ lijkopening; sectie
_____
@@ -47346,8 +47158,7 @@
zeughaus
Zeughaus
- arsenaal; tuighuis; wapenkamer
- arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
+ arsenaal; tuighuis; wapenkamer; wapenmagazijn
_____
@@ -47389,19 +47200,18 @@
zickzack
Zickzack
- zigzaglijn
+ zigzaglijn
_____
zider
Zider
- appelwijn; cider
+ appelwijn; cider
_____
ziege
Ziege
- geit
geit; bok; sik
_____
@@ -47446,7 +47256,7 @@
zielscheibe
Zielscheibe
- schijf; schietschijf
+ schijf; schietschijf
_____
@@ -47477,13 +47287,13 @@
ziffer
Ziffer
- cijfer; nummer
+ cijfer; nummer
_____
zifferblatt
Zifferblatt
- wijzerplaat
+ wijzerplaat
_____
@@ -47507,7 +47317,7 @@
zigarrenspitze
Zigarrenspitze
- sigarenpijpje
+ sigarenpijpje
_____
@@ -47662,7 +47472,7 @@
zirkular
Zirkular
- circulaire; rondschrijven
+ circulaire; rondschrijven
_____
@@ -47905,13 +47715,12 @@
zuflucht
Zuflucht
heenkomen; schuilplaats; toeverlaat; toevlucht; toevluchtsoord
- toevlucht
_____
zufluchtsstätte
Zufluchtsstätte
- asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
+ asiel; toevluchtsoort; vrijplaats
_____
@@ -47933,7 +47742,7 @@
zugabe
Zugabe
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
@@ -47951,7 +47760,7 @@
zukunft
Zukunft
- toekomende tijd; toekomst; verschiet
+ toekomende tijd; toekomst; verschiet
_____
@@ -47966,13 +47775,12 @@
zuname
Zuname
- bijnaam
+ bijnaam
_____
zunder
Zunder
- tondel
tondel; tonder; zwam; tonderzwam
_____
@@ -48023,7 +47831,7 @@
zusammenkunft
Zusammenkunft
- bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
+ bijeenkomst; meeting; samenkomst; vergadering
_____
@@ -48042,7 +47850,7 @@
zusatz
Zusatz
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
@@ -48054,25 +47862,25 @@
zuschauer
Zuschauer
- beschouwer; kijker; toeschouwer
+ beschouwer; kijker; toeschouwer
_____
zuschlag
Zuschlag
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
zuschlag erteilen
Zuschlag erteilen
- gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
+ gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
_____
zuschuß
Zuschuß
- aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
+ aanhangsel; appendix; bijlage; supplementie; toeslag; toevoeging
_____
@@ -48105,7 +47913,6 @@
Zuversicht
securiteit; stelligheid; vastheid; vastigheid; zekerheid
fiducie; geloof; vertrouwen
- vertrouwen
_____
@@ -48118,7 +47925,7 @@
zuwiederhandlung
Zuwiederhandlung
tegenkanting; tegenwerking
- dwarsdrijverij
+ dwarsdrijverij
_____
@@ -48142,13 +47949,13 @@
zweifel
Zweifel
- twijfel; twijfeling
+ twijfel; twijfeling
_____
zweifler
Zweifler
- twijfelaar
+ twijfelaar
_____
@@ -48229,20 +48036,20 @@
zwiespalt
Zwiespalt
scheiding
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
zwietracht
Zwietracht
geschil; meningsverschil; onenigheid; weigering
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
zwillich
Zwillich
- tic; tijk; trekking
+ tic; tijk; trekking
_____
@@ -48296,7 +48103,7 @@
zwist
Zwist
- geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
+ geschil; herrie; mot; onmin; ruzie; strijd; tweespalt
_____
@@ -48369,7 +48176,7 @@
zählung
Zählung
opsomming
- becijfering; berekening; gecijfer
+ becijfering; berekening; gecijfer
_____
@@ -48437,13 +48244,13 @@
ab
ab
van
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
_____
abbeißen
abbeißen
- afbijten
+ afbijten
_____
@@ -48455,13 +48262,13 @@
abbilden
abbilden
- afbeelden; uitbeelden; verbeelden; verzinnelijken; voorstellen
+ afbeelden; uitbeelden; verbeelden; verzinnelijken; voorstellen
_____
abbitten
abbitten
- gedaan krijgen
+ gedaan krijgen
_____
@@ -48525,7 +48332,7 @@
abergläubisch
abergläubisch
- bijgelovig
+ bijgelovig
_____
@@ -48546,19 +48353,19 @@
abessynisch
abessynisch
- Abessijns
+ Abessijns
_____
abfahren
abfahren
- afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
+ afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
_____
abfassen
abfassen
- componeren; maken; scheppen; schrijven
+ componeren; maken; scheppen; schrijven
_____
@@ -48588,7 +48395,7 @@
abführen
abführen
- afdrijven; laxeren; purgeren
+ afdrijven; laxeren; purgeren
_____
@@ -48626,13 +48433,13 @@
abgeschmackt
abgeschmackt
- absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
+ absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
_____
abgesondert
abgesondert
- afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
+ afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
_____
@@ -48657,7 +48464,7 @@
abhanden
abhanden
- kwijt; verloren; vervlogen
+ kwijt; verloren; vervlogen
_____
@@ -48669,14 +48476,14 @@
abhängen
abhängen
- afhangen; afhankelijk zijn; deel uitmaken
+ afhangen; afhankelijk zijn; deel uitmaken
_____
abhängig
abhängig
aflopend; glooiend; hellend; schuin
- afhankelijk; onderhorig
+ afhankelijk; onderhorig
_____
@@ -48694,7 +48501,7 @@
abkommen
abkommen
- afdwalen; opzijgaan
+ afdwalen; opzijgaan
_____
@@ -48712,15 +48519,15 @@
ablassen
ablassen
- afleggen; opgeven; prijsgeven
+ afleggen; opgeven; prijsgeven
afslaan; aftrekken; korten; korting geven
_____
ablehnen
ablehnen
- het oneens zijn; weigeren
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ het oneens zijn; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
_____
@@ -48752,7 +48559,7 @@
abnehmen
abnehmen
- afzetten; amputeren; wegsnijden
+ afzetten; amputeren; wegsnijden
afhalen; rissen; ritsen; wegnemen
_____
@@ -48771,7 +48578,6 @@
abordnen
abordnen
- afvaardigen; delegeren
afvaardigen; deputeren; tot afgevaardigde kiezen
_____
@@ -48803,14 +48609,14 @@
abreiben
abreiben
- aanstrijken; wrijven; uitwrijven
+ aanstrijken; wrijven; uitwrijven
_____
abreisen
abreisen
- afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
- afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
+ afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
+ afrijden; uitlopen; uitvaren; vertrekken; wegrijden
_____
@@ -48835,7 +48641,7 @@
abschaffen
abschaffen
- afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
+ afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
_____
@@ -48859,14 +48665,14 @@
abschlagen
abschlagen
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
_____
abschneiden
abschneiden
- afzetten; amputeren; wegsnijden
- afsnijden; afsteken
+ afzetten; amputeren; wegsnijden
+ afsnijden; afsteken
knippen; scheren; snoeien
_____
@@ -48880,7 +48686,7 @@
abschweifen
abschweifen
- afslaan; afwijken
+ afslaan; afwijken
_____
@@ -48911,7 +48717,7 @@
abseits
abseits
- opzij; terzijde
+ opzij; terzijde
_____
@@ -48942,7 +48748,7 @@
abstammen
abstammen
- afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
+ afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
_____
@@ -48960,7 +48766,7 @@
abstempeln
abstempeln
- aanmunten; afdrukken; slaan; stempelen; zijn stempel drukken op
+ aanmunten; afdrukken; slaan; stempelen; zijn stempel drukken op
_____
@@ -48998,7 +48804,7 @@
absurd
absurd
- absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
+ absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
_____
@@ -49022,7 +48828,7 @@
abtreten
abtreten
- afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
+ afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
_____
@@ -49035,8 +48841,7 @@
abweichen
abweichen
- afwijken
- afslaan; afwijken
+ afslaan; afwijken
schelen; uiteenlopen; verschillen
_____
@@ -49153,7 +48958,7 @@
addieren
addieren
- bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
+ bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
optellen
_____
@@ -49172,7 +48977,7 @@
adjektivisch
adjektivisch
- bijvoeglijk
+ bijvoeglijk
_____
@@ -49190,7 +48995,7 @@
adäquat
adäquat
- adequaat; bijbehorend
+ adequaat; bijbehorend
_____
@@ -49232,7 +49037,7 @@
agieren
agieren
- ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
+ ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
_____
@@ -49262,7 +49067,7 @@
akklamieren
akklamieren
- bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
+ bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
_____
@@ -49280,7 +49085,7 @@
aktiv
aktiv
- actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
+ actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
_____
@@ -49292,7 +49097,7 @@
akut
akut
- acuut; helder; scherp; voorbijgaand
+ acuut; helder; scherp; voorbijgaand
_____
@@ -49317,7 +49122,7 @@
algerisch
algerisch
- Algerijns
+ Algerijns
_____
@@ -49343,7 +49148,7 @@
allemal
allemal
- altijd; immer; steeds
+ altijd; immer; steeds
telkens
_____
@@ -49356,13 +49161,13 @@
allenthalben
allenthalben
- allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
+ allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
_____
allerdings
allerdings
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
immers; toch; wel; zeker
_____
@@ -49381,14 +49186,14 @@
allerliebst
allerliebst
- bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+ bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
alleraardigst
_____
allerorten
allerorten
- allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
+ allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
_____
@@ -49406,20 +49211,20 @@
allgemein
allgemein
- algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
algemeen; generaal
_____
alljährlich
alljährlich
- ieder jaar; jaarlijks
+ ieder jaar; jaarlijks
_____
allmählich
allmählich
- geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
+ geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
_____
@@ -49431,13 +49236,13 @@
alltäglich
alltäglich
- dagelijks
+ dagelijks
_____
allweg
allweg
- alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
+ alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
_____
@@ -49449,7 +49254,7 @@
allzeit
allzeit
- altijd; immer; steeds
+ altijd; immer; steeds
_____
@@ -49462,13 +49267,13 @@
alsbald
alsbald
alras; dra; gauw; haast; spoedig; weldra; welhaast
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
alsdann
alsdann
- dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
+ dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
_____
@@ -49493,7 +49298,6 @@
alt
alt
bejaard; oud; vergevorderd
- oud
_____
@@ -49517,7 +49321,7 @@
amen
amen
- amen; het zij zo
+ amen; het zij zo
_____
@@ -49535,13 +49339,13 @@
amortisieren
amortisieren
- afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
+ afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
_____
amputieren
amputieren
- afzetten; amputeren; wegsnijden
+ afzetten; amputeren; wegsnijden
_____
@@ -49553,14 +49357,14 @@
amtlich
amtlich
- ambtelijk
- ambtelijk; officieel
+ ambtelijk
+ ambtelijk; officieel
_____
amüsieren
amüsieren
- amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
+ amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
_____
@@ -49572,7 +49376,7 @@
am liebsten
am liebsten
- bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
+ bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
_____
@@ -49584,11 +49388,11 @@
an
an
- aan; bij; naar; tegen; tot; voor
- aan; bij; dichtbij; naast; nabij
+ aan; bij; naar; tegen; tot; voor
+ aan; bij; dichtbij; naast; nabij
jegens; met; tegen; tegenaan; tegenover; versus
aan; op
- aan; bij; ten huize van
+ aan; bij; ten huize van
_____
@@ -49600,7 +49404,7 @@
anbei
anbei
- bijgaand; hierbij
+ bijgaand; hierbij
_____
@@ -49630,7 +49434,7 @@
anbetenswert
anbetenswert
- aanbiddelijk; aanbiddenswaardig
+ aanbiddelijk; aanbiddenswaardig
_____
@@ -49680,7 +49484,7 @@
anderseits
anderseits
- aan de andere kant; anderzijds; daar staat tegenover
+ aan de andere kant; anderzijds; daar staat tegenover
_____
@@ -49698,7 +49502,7 @@
andeuten
andeuten
- aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+ aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
opmerken; opmerkzaam maken; signaleren
aanduiden; aangeven; een teken geven; merken; kenmerken; tekenen
@@ -49724,7 +49528,7 @@
aneinander
aneinander
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
_____
@@ -49742,34 +49546,33 @@
anfallen
anfallen
- aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+ aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
_____
anfangen
anfangen
- aanbinden; aanvangen; beginnen
aanbreken; aanvangen; beginnen; ingaan
_____
anfechten
anfechten
- bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+ bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
_____
anfertigen
anfertigen
fabriceren; maken; aanmaken; vervaardigen
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
_____
anfeuern
anfeuern
aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
- drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
+ drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; verlevendigen
_____
@@ -49782,7 +49585,7 @@
anfänglich
anfänglich
- aanvankelijk
+ aanvankelijk
_____
@@ -49796,8 +49599,8 @@
angeben
aanbrengen; aangeven; klikken; verklikken
geven; aangeven; opbrengen; toebrengen; toekennen; verlenen
- laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
- aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
+ laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+ aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
doen alsof; voorgeven; voorwenden
aanbrengen; melden; overbrengen; verslaan; verslag uitbrengen
aankondigen; in kennis stellen; meedelen; mededelen; verwittigen
@@ -49808,7 +49611,6 @@
angeboren
angeboren
aangeboren; ingeboren
- aangeboren
_____
@@ -49839,14 +49641,14 @@
angemessen
angemessen
- adequaat; bijbehorend
- betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
+ adequaat; bijbehorend
+ betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
_____
angenehm
angenehm
- aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
+ aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
_____
@@ -49882,7 +49684,7 @@
anglotzen
anglotzen
- dom kijken; gapen; aangapen
+ dom kijken; gapen; aangapen
aangapen
_____
@@ -49890,22 +49692,21 @@
angreifen
angreifen
agaceren; irriteren; prikkelen
- aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
- bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
+ aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+ bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
_____
angrenzend
angrenzend
- aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
- aangrenzend; aanliggend
+ aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
aangrenzend; aanliggend; naburig
_____
angängig
angängig
- bestaanbaar; mogelijk
+ bestaanbaar; mogelijk
_____
@@ -49919,7 +49720,7 @@
anhalten
anhalten
manen; aanmanen; aansporen; vermanen; waarschuwen
- afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+ afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
aanhouden; keren; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten
_____
@@ -49927,14 +49728,13 @@
anhängen
anhängen
enteren; haken; aanhaken; vasthaken
- haken
hangen; ophangen; opknopen
_____
anhänglich
anhänglich
- aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+ aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
_____
@@ -50027,7 +49827,7 @@
anmerken
anmerken
- aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
+ aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
_____
@@ -50040,7 +49840,7 @@
anmutig
anmutig
- bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+ bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
_____
@@ -50052,7 +49852,7 @@
annektieren
annektieren
- annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
+ annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
_____
@@ -50083,7 +49883,7 @@
anordnen
anordnen
- bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
+ bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -50109,7 +49909,7 @@
anpreisen
anpreisen
- lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
+ lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
_____
@@ -50137,7 +49937,6 @@
anrufen
aanroepen; oproepen; praaien
opbellen; telefoneren
- opbellen
roepen
_____
@@ -50151,25 +49950,25 @@
anschaffen
anschaffen
uitreiken; verschaffen; verstrekken
- bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
+ bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
_____
anschaulich
anschaulich
- duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+ duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
_____
anschaulig
anschaulig
- apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+ apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
_____
anscheinend
anscheinend
- in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
+ in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
_____
@@ -50181,7 +49980,7 @@
anschließen
anschließen
- bijvoegen; toevoegen
+ bijvoegen; toevoegen
berichten; mededelen; meedelen; voortzeggen
_____
@@ -50245,7 +50044,6 @@
anspruchslos
anspruchslos
bescheiden; discreet; ingetogen; teruggetrokken; zedig
- bescheiden
_____
@@ -50277,7 +50075,7 @@
anstellen
anstellen
- aan de praat krijgen; aanzetten; op gang brengen
+ aan de praat krijgen; aanzetten; op gang brengen
_____
@@ -50295,8 +50093,7 @@
anstoßend
anstoßend
- aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
- aangrenzend; aanliggend
+ aangrenzend; aanliggend; dichtbijgelegen; dichtbijzijnd
aangrenzend; aanliggend; naburig
_____
@@ -50309,7 +50106,7 @@
anständig
anständig
- degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
+ degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
_____
@@ -50383,15 +50180,15 @@
anwachsen
anwachsen
- gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+ gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
_____
anweisen
anweisen
- betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
- aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
- laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+ betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
+ aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+ laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
_____
@@ -50463,13 +50260,13 @@
aparte
aparte
- bijzonder; extra
+ bijzonder; extra
_____
apokryph
apokryph
- apocrief; twijfelachtig
+ apocrief; twijfelachtig
_____
@@ -50481,7 +50278,7 @@
approbieren
approbieren
- beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
+ beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
_____
@@ -50505,29 +50302,29 @@
arbeitsam
arbeitsam
- arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
+ arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
_____
arg
arg
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
- boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
bot; cru; grof; onbehouwen; onbewerkt; rauw; ruig; snauwerig
grof; hardhandig; lomp; onkies; ruw
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
_____
argentinisch
argentinisch
- Argentijns
+ Argentijns
_____
arglistig
arglistig
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
doortrapt; gewiekst; listig; slim; uitgeslapen
_____
@@ -50570,7 +50367,7 @@
arm
arm
- arm; armelijk; armoedig
+ arm; armelijk; armoedig
arm; beklagenswaardig; schamel
_____
@@ -50607,7 +50404,7 @@
artig
artig
- beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
+ beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
_____
@@ -50637,7 +50434,7 @@
assignieren
assignieren
- betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
+ betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
_____
@@ -50649,7 +50446,7 @@
assistieren
assistieren
- assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
_____
@@ -50691,7 +50488,7 @@
audauern
audauern
- doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+ doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
_____
@@ -50781,13 +50578,13 @@
aufgebracht sein
aufgebracht sein
- verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+ verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
_____
aufgehen
aufgehen
- opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
+ opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
opengaan; openvallen
_____
@@ -50808,7 +50605,7 @@
aufhalten
afhouden; onthouden; onttrekken; weghouden
vertragen
- houden; bijhouden; vasthouden
+ houden; bijhouden; vasthouden
_____
@@ -50821,7 +50618,7 @@
aufheitern
aufheitern
- opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
+ opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
_____
@@ -50846,7 +50643,7 @@
aufhören
aufhören
- aflaten; ophouden; stoppen; uitscheiden; wijken
+ aflaten; ophouden; stoppen; uitscheiden; wijken
langzamerhand ophouden
_____
@@ -50982,7 +50779,7 @@
aufschreiben
aufschreiben
- aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
+ aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
_____
@@ -50994,7 +50791,6 @@
aufstehen
aufstehen
- gaan staan; opstaan
gaan staan; opstaan; zich voordoen
_____
@@ -51007,7 +50803,7 @@
aufsuchen
aufsuchen
- snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+ snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
_____
@@ -51049,7 +50845,7 @@
aufwiegen
aufwiegen
- lonen; waard zijn
+ lonen; waard zijn
_____
@@ -51068,7 +50864,7 @@
aufzeichnen
aufzeichnen
- aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
+ aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
_____
@@ -51094,26 +50890,26 @@
auf die weise
auf die Weise
- aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
+ aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
_____
auf jede weise
auf jede Weise
- alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
+ alleszins; op alle manieren; op alle wijzen
_____
auf keiner weise
auf keiner Weise
- geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
+ geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
_____
augenscheinlich
augenscheinlich
- apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
- zichtbaar; zienlijk
+ apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+ zichtbaar; zienlijk
_____
@@ -51195,9 +50991,9 @@
ausdrücklich
ausdrücklich
snel; speciaal
- duidelijk; helder; klaar
+ duidelijk; helder; klaar
bepaald; beslist; per se; strikt; volstrekt; vooral; zeker
- in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+ in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
_____
@@ -51228,7 +51024,7 @@
ausfallen
ausfallen
- aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+ aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
uitvallen
_____
@@ -51247,13 +51043,13 @@
ausführbar
ausführbar
- doenlijk; haalbaar; uitvoerbaar
+ doenlijk; haalbaar; uitvoerbaar
_____
ausführen
ausführen
- bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
+ bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
exporteren; uitvoeren
nakomen; naleven; uitvoeren; verrichten; vervullen; voltrekken
@@ -51262,7 +51058,7 @@
ausführlich
ausführlich
ampel; gedetailleerd; in het klein; omstandig; uitvoerig
- rijpelijk
+ rijpelijk
_____
@@ -51274,7 +51070,7 @@
ausgedehnt
ausgedehnt
- breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
+ breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
_____
@@ -51286,20 +51082,20 @@
ausgehen
ausgehen
- uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
+ uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
_____
ausgelassen
ausgelassen
- oneerbaar; onkuis; ontuchtig; onzedelijk
- dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
+ oneerbaar; onkuis; ontuchtig; onzedelijk
+ dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
_____
ausgenommen
ausgenommen
- behalve; bij uitzondering; buiten; op ... na; uitgezonderd
+ behalve; bij uitzondering; buiten; op ... na; uitgezonderd
behalve; buiten; ongerekend
_____
@@ -51312,14 +51108,14 @@
ausgezeichnet
ausgezeichnet
- excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
+ excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
karakteristiek; zich onderscheidend
_____
ausgiebig
ausgiebig
- gefortuneerd; rijk; vermogend
+ gefortuneerd; rijk; vermogend
_____
@@ -51345,8 +51141,8 @@
aushalten
dragen; naar buiten brengen; uithouden; verdragen
doorstaan; dulden; harden; uithouden; uitstaan; verdragen
- doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
_____
@@ -51433,13 +51229,13 @@
ausmerzen
ausmerzen
- afslaan; afwijzen; nee zeggen tegen; verwerpen; weigeren; wraken
+ afslaan; afwijzen; nee zeggen tegen; verwerpen; weigeren; wraken
_____
ausnahmsweise
ausnahmsweise
- bij uitzondering
+ bij uitzondering
_____
@@ -51487,7 +51283,7 @@
ausreichen
ausreichen
- toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
+ toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
_____
@@ -51500,7 +51296,7 @@
ausrichten
ausrichten
- bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
+ bewerkstelligen; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken
_____
@@ -51519,7 +51315,7 @@
ausrücken
ausrücken
- uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
+ uitgaan; uitkomen; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden
_____
@@ -51538,19 +51334,19 @@
ausschalten
ausschalten
- afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
+ afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
_____
ausschauen nach
ausschauen nach
- snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+ snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
_____
ausschlagen
ausschlagen
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
kiemen; ontkiemen
_____
@@ -51558,7 +51354,7 @@
ausschließen
ausschließen
excommuniceren; in de ban doen
- ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
+ ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
uitzonderen
_____
@@ -51572,19 +51368,19 @@
ausschreiten
ausschreiten
naar buiten komen; optreden; stelling nemen; uitkomen
- schrijden
+ schrijden
_____
ausschweifend
ausschweifend
- liederlijk; losbandig
+ liederlijk; losbandig
_____
ausschweifend leben
ausschweifend leben
- aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
+ aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
_____
@@ -51603,7 +51399,7 @@
aussondern
aussondern
- ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
+ ontlokken; slaken; uitbrengen; uithalen; uitdrijven; uiten
_____
@@ -51629,7 +51425,7 @@
ausstatten
ausstatten
begiftigen; meegeven
- bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
+ bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
_____
@@ -51659,8 +51455,8 @@
ausstoßen
ausstoßen
- afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
- naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
+ afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
+ naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
uitstoten; wegstoten
_____
@@ -51722,7 +51518,7 @@
austreiben
austreiben
- uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
+ uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
_____
@@ -51735,7 +51531,7 @@
auswandern
auswandern
- emigreren; uittrekken; uitwijken
+ emigreren; uittrekken; uitwijken
_____
@@ -51747,7 +51543,7 @@
ausweichen
ausweichen
- mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
+ mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
_____
@@ -51759,7 +51555,7 @@
ausweisen
ausweisen
- uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
+ uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
_____
@@ -51825,7 +51621,7 @@
aus der mode sein
aus der Mode sein
- uit de mode zijn
+ uit de mode zijn
_____
@@ -51850,13 +51646,12 @@
authentisch
authentisch
authentiek; echt; onvervalst; waar
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
_____
außer
außer
- buiten
behalve; buiten; ongerekend
_____
@@ -51864,7 +51659,7 @@
außerdem
außerdem
overigens; trouwens; verder; voor de rest
- bovendien; buitendien; daarbij
+ bovendien; buitendien; daarbij
alsmede; daarenboven; op de koop toe; voorts
_____
@@ -51877,8 +51672,8 @@
außerordentlich
außerordentlich
- bijzonder; buitengewoon
- bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
+ bijzonder; buitengewoon
+ bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
_____
@@ -51909,7 +51704,6 @@
backen
backen
- bakken
bakken; fruiten
_____
@@ -51935,7 +51729,6 @@
baldig
baldig
alras; dra; gauw; haast; spoedig; weldra; welhaast
- spoedig
_____
@@ -51974,7 +51767,7 @@
bannen
bannen
uitbannen; verbannen
- naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
+ naar buiten jagen; uitdrijven; uitjagen; uitwijzen; verbannen
_____
@@ -52079,7 +51872,7 @@
beabsichtigen
beabsichtigen
- van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
+ van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
_____
@@ -52097,7 +51890,7 @@
beanstanden
beanstanden
- bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+ bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
_____
@@ -52116,7 +51909,7 @@
beaufsichtigen
beaufsichtigen
inspecteren; inspectie houden; schouwen; visiteren
- gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
+ gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
oppassen; verzorgen
_____
@@ -52136,20 +51929,20 @@
bedauerlich
bedauerlich
- betreurenswaardig; spijtig
- helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
+ betreurenswaardig; spijtig
+ helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
_____
bedauern
bedauern
- bejammeren; betreuren; spijt hebben van
+ bejammeren; betreuren; spijt hebben van
_____
bedauernswert
bedauernswert
- betreurenswaardig; spijtig
+ betreurenswaardig; spijtig
_____
@@ -52167,7 +51960,7 @@
bedenklich
bedenklich
- twijfelmoedig; twijfelzuchtig
+ twijfelmoedig; twijfelzuchtig
_____
@@ -52179,19 +51972,19 @@
bedeutend
bedeutend
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
_____
bedeutsam
bedeutsam
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
_____
bedienen
bedienen
- dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
+ dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
_____
@@ -52216,7 +52009,7 @@
bedünken
bedünken
- achten; geloven; van mening zijn; vinden
+ achten; geloven; van mening zijn; vinden
_____
@@ -52290,14 +52083,14 @@
befallen
befallen
- aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+ aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
_____
befehlen
befehlen
aanvoeren; bevelen; commanderen; het bevel voeren
- bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
+ bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -52333,7 +52126,7 @@
befinden
befinden
- achten; geloven; van mening zijn; vinden
+ achten; geloven; van mening zijn; vinden
vinden; bevinden; treffen; aantreffen
_____
@@ -52346,7 +52139,7 @@
beflissen
beflissen
- ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
+ ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
_____
@@ -52366,7 +52159,7 @@
befreien
befreien
- afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
+ afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
_____
@@ -52378,7 +52171,7 @@
befremdend
befremdend
- eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
+ eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
_____
@@ -52416,7 +52209,7 @@
befürchten
befürchten
- bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+ bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
_____
@@ -52449,7 +52242,6 @@
beginnen
beginnen
- aanbinden; aanvangen; beginnen
aanbreken; aanvangen; beginnen; ingaan
_____
@@ -52474,13 +52266,13 @@
begreifen
begreifen
- begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+ begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
_____
begreiflich
begreiflich
- begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
+ begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
_____
@@ -52499,7 +52291,7 @@
begründen
begründen
baseren; funderen; grondvesten; stichten; vestigen
- aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
+ aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
_____
@@ -52531,7 +52323,7 @@
behaglich
behaglich
- aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
+ aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
_____
@@ -52539,7 +52331,6 @@
behalten
behouden; bergen; bewaren; conserveren; onderhouden; overhouden
gedenken; onthouden; zich herinneren
- onthouden
_____
@@ -52553,7 +52344,7 @@
beharren
beharren
- doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+ doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
_____
@@ -52593,7 +52384,7 @@
beherbergen
beherbergen
- gastvrijheid verlenen aan
+ gastvrijheid verlenen aan
_____
@@ -52643,8 +52434,8 @@
bei
bei
- aan; bij; dichtbij; naast; nabij
- aan; bij; ten huize van
+ aan; bij; dichtbij; naast; nabij
+ aan; bij; ten huize van
_____
@@ -52662,46 +52453,46 @@
beiderseitig
beiderseitig
- aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
- onderling; wederkerig; wederzijds
+ aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
+ onderling; wederkerig; wederzijds
_____
beiderseits
beiderseits
- aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
+ aan weerskanten; aan weerszijden; bijderzijds
_____
beifügen
beifügen
- bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
+ bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
aanzetten; voordoen
_____
beiläufig
beiläufig
- daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
+ daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
_____
beimessen
beimessen
aanrekenen; rekenen tot
- toedichten; toekennen; toeschrijven
+ toedichten; toekennen; toeschrijven
_____
beinahe
beinahe
- bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
+ bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
_____
beipflichten
beipflichten
- goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
+ goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
_____
@@ -52713,13 +52504,13 @@
beisammen
beisammen
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
_____
beiseite
beiseite
- opzij; terzijde
+ opzij; terzijde
_____
@@ -52731,44 +52522,44 @@
beispringen
beispringen
- baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
_____
beistehen
beistehen
- assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
- baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
_____
beisteuern
beisteuern
- bijdragen; contributie betalen
+ bijdragen; contributie betalen
_____
beistimmen
beistimmen
- goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
+ goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
_____
beizeiten
beizeiten
- bijtijds; op tijd; tijdig
+ bijtijds; op tijd; tijdig
_____
beißen
beißen
- beitsen; bijten; happen; knauwen
+ beitsen; bijten; happen; knauwen
_____
bei bewußtsein sein
bei Bewußtsein sein
- beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
+ beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
_____
@@ -52818,7 +52609,7 @@
bekommen
bekommen
- genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
+ genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
_____
@@ -52905,14 +52696,14 @@
belehren
belehren
- bijbrengen; instrueren; leren; scholen
+ bijbrengen; instrueren; leren; scholen
_____
beleidigen
beleidigen
affronteren; beledigen; krenken
- beledigen; grieven; krenken; verongelijken
+ beledigen; grieven; krenken; verongelijken
_____
@@ -52960,8 +52751,8 @@
belustigen
belustigen
- amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
- opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
+ amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
+ opkikkeren; opmonteren; opvrolijken
_____
@@ -52987,7 +52778,7 @@
bemerkbar
bemerkbar
merkbaar; bemerkbaar
- zichtbaar; zienlijk
+ zichtbaar; zienlijk
_____
@@ -52999,7 +52790,7 @@
bemitleiden
bemitleiden
- beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
+ beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
_____
@@ -53017,7 +52808,7 @@
beneiden
beneiden
- benijden; jaloers zijn op; misgunnen
+ benijden; jaloers zijn op; misgunnen
_____
@@ -53053,14 +52844,14 @@
beobachten
beobachten
- gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
+ gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
_____
bequem
bequem
- comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
- doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
+ comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
+ doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
_____
@@ -53128,7 +52919,7 @@
bereichern
bereichern
- rijk maken; verrijken
+ rijk maken; verrijken
_____
@@ -53153,7 +52944,7 @@
bereitwillig
bereitwillig
- attent; bereidwillig; toeschietelijk
+ attent; bereidwillig; toeschietelijk
gaarne; graag; met genoegen
_____
@@ -53181,20 +52972,20 @@
berichtigen
berichtigen
- bijsturen; corrigeren; verbeteren
+ bijsturen; corrigeren; verbeteren
regelen; reglementeren; reguleren; vereffenen
_____
berliner
berliner
- Berlijns
+ Berlijns
_____
bersten
bersten
- barsten; scheuren; splijten
+ barsten; scheuren; splijten
barsten; breken; openbarsten; scheuren; springen; stukspringen
_____
@@ -53214,7 +53005,6 @@
beruhigen
beruhigen
bedaren; geruststellen; kalmeren
- bedaren; kalmeren
_____
@@ -53227,14 +53017,13 @@
berühmt
berühmt
alom bekend; befaamd; beroemd; vermaard; welbekend
- beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
+ beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
_____
berühren
berühren
- aandoen; aangrijpen
- aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
+ aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
aankomen; raken; aanraken; beroeren; toucheren
_____
@@ -53279,7 +53068,6 @@
beschirmen
beschirmen
- behoeden; beschermen
behoeden; beschermen; beschutten
_____
@@ -53313,13 +53101,13 @@
beschneiden
beschneiden
- besnijden
+ besnijden
_____
beschreiben
beschreiben
- beschrijven
+ beschrijven
_____
@@ -53364,14 +53152,13 @@
beschützen
beschützen
opkomen voor; verdedigen; verweren
- behoeden; beschermen
behoeden; beschermen; beschutten
_____
beseitigen
beseitigen
- afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
+ afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
_____
@@ -53403,7 +53190,7 @@
besitzen
besitzen
hebben; erop nahouden
- bezitten; erop nahouden; rijk zijn
+ bezitten; erop nahouden; rijk zijn
_____
@@ -53415,17 +53202,17 @@
besonder
besonder
- afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
+ afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
_____
besonders
besonders
- in het bijzonder; inzonderheid; vooral
- afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
+ in het bijzonder; inzonderheid; vooral
+ afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
extra
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
- in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
_____
@@ -53444,17 +53231,16 @@
besorglich
besorglich
- gevaarlijk; hachelijk; link
- zorgelijk; zorgwekkend
+ gevaarlijk; hachelijk; link
+ zorgelijk; zorgwekkend
_____
besorgt
besorgt
bang; beducht; bezorgd; ongerust
- ongerust
zorgvuldig; zorgzaam
- bekommerd; bezorgd; ongerust; zorgelijk
+ bekommerd; bezorgd; ongerust; zorgelijk
_____
@@ -53504,7 +53290,7 @@
bestehen
bestaan
bestaan uit
- doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+ doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
_____
@@ -53516,7 +53302,7 @@
besteigen
besteigen
- begaan; bestijgen; opgaan
+ begaan; bestijgen; opgaan
_____
@@ -53530,16 +53316,16 @@
bestimmen
bestimmen
bestemmen; uittrekken
- bepalen; definiëren; omschrijven
+ bepalen; definiëren; omschrijven
_____
bestimmt
bestimmt
gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
bepaald; definitief
- duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+ duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
juist; minutieus; precies; scherp; secuur; stipt; zorgvuldig
_____
@@ -53572,14 +53358,14 @@
bestürtzt
bestürtzt
- bedremmeld; beduusd; beteuterd; verbijsterd; verbouwereerd
+ bedremmeld; beduusd; beteuterd; verbijsterd; verbouwereerd
ontdaan; onthutst; verbluft; verslagen; verstomd
_____
bestürzt machen
bestürzt machen
- onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
+ onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
_____
@@ -53628,7 +53414,7 @@
betrachten
betrachten
beschouwen; nagaan; overwegen; rekening houden met
- gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
+ gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
koekeloeren
_____
@@ -53685,7 +53471,7 @@
beträchtlich
beträchtlich
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
_____
@@ -53730,7 +53516,7 @@
beurlauben
beurlauben
- toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
+ toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
_____
@@ -53755,7 +53541,7 @@
bevorstehen
bevorstehen
dreigen; bedreigen
- nabij komen; naderbij komen; naderen; nader treden
+ nabij komen; naderbij komen; naderen; nader treden
_____
@@ -53791,7 +53577,7 @@
bewegen
bewegen
- aangrijpen; bewegen; ontroeren
+ aangrijpen; bewegen; ontroeren
bewegen; verroeren
doen schudden; doen wankelen; verwikken; verwrikken
@@ -53805,14 +53591,14 @@
bewegt
bewegt
- aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
+ aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
_____
beweisen
beweisen
argumenteren; betogen; vertogen
- aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
+ aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
_____
@@ -53842,7 +53628,7 @@
bewirten
bewirten
- onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
+ onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
_____
@@ -53866,7 +53652,7 @@
bewältigen
bewältigen
- overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
+ overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
bevangen; overwinnen; verslaan; zegevieren
_____
@@ -53910,8 +53696,8 @@
bezweifeln
bezweifeln
- dubben; in dubio staan; twijfelen
- betwijfelen
+ dubben; in dubio staan; twijfelen
+ betwijfelen
_____
@@ -53937,7 +53723,7 @@
bieder
bieder
- degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
+ degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
loyaal; trouw; getrouw; trouwhartig
eenvoudig; naïef; ongekunsteld
@@ -53945,12 +53731,11 @@
biegen
biegen
- buigen; doorbuigen; ombuigen
buigen; doorbuigen; ombuigen; zich krommen; zich buigen
buigen; bukken; zich bukken
buigen; krombuigen; krommen; verbuigen
buigen; doorbuigen; trekken; kromtrekken; zich krommen
- buigen; een buiging maken; nijgen
+ buigen; een buiging maken; nijgen
_____
@@ -53970,20 +53755,20 @@
bildlich
bildlich
- figuurlijk; overdrachtelijk
+ figuurlijk; overdrachtelijk
_____
billig
billig
- billijk; fair; rechtvaardig
+ billijk; fair; rechtvaardig
goedkoop
_____
billigen
billigen
- beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
+ beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
_____
@@ -54040,7 +53825,7 @@
blank
blank
briljant; glanzend; lumineus; schitterend
- helder; proper; rein; schoon; zindelijk
+ helder; proper; rein; schoon; zindelijk
_____
@@ -54070,7 +53855,7 @@
bleiben
bleiben
- blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
+ blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
_____
@@ -54112,7 +53897,7 @@
blinken
blinken
- blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+ blinken; glanzen; schijnen; schitteren
_____
@@ -54205,13 +53990,12 @@
borgen
borgen
lenen; uitlenen; voorschieten
- lenen
_____
boshaft
boshaft
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
_____
@@ -54255,7 +54039,6 @@
braten
bakken; fruiten
braden; branden; roosteren
- braden
_____
@@ -54274,7 +54057,7 @@
brausen
brausen
- borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
+ borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
aangaan; denderen; rommelen; rumoeren; te keer gaan
brullen; bulderen; daveren; loeien
@@ -54282,7 +54065,7 @@
brav
brav
- braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
+ braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
bravo; goed zo
_____
@@ -54296,7 +54079,7 @@
breit
breit
- breed; wijd
+ breed; wijd
ruim
_____
@@ -54310,7 +54093,7 @@
brennen
brennen
blaken; gloeien; in gloed staan
- aan zijn; branden
+ aan zijn; branden
_____
@@ -54352,13 +54135,13 @@
brummig
brummig
- bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
+ bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
_____
brutal
brutal
- beestachtig; bruut; dierlijk; ruw
+ beestachtig; bruut; dierlijk; ruw
_____
@@ -54420,7 +54203,7 @@
buchen
buchen
- boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
+ boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
_____
@@ -54432,8 +54215,7 @@
buchstäblich
buchstäblich
- letterlijk
- letterlijk; naar de letter
+ letterlijk; naar de letter
_____
@@ -54451,7 +54233,7 @@
bunt
bunt
- bont; kleurig; kleurrijk; veelkleurig
+ bont; kleurig; kleurrijk; veelkleurig
_____
@@ -54469,7 +54251,7 @@
byzantinisch
byzantinisch
- Byzantijns
+ Byzantijns
_____
@@ -54493,20 +54275,20 @@
böse
böse
- boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
- beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
+ boos; kwaad; toornig; nijdig; verstoord; vertoornd
+ beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
_____
bügeln
bügeln
- strijken; gladstrijken
+ strijken; gladstrijken
_____
bündig
bündig
- beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
+ beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
juist; minutieus; precies; scherp; secuur; stipt; zorgvuldig
exact; juist; precies; scherp; vlak
@@ -54520,8 +54302,7 @@
bürgerlich
bürgerlich
- burgerlijk
- burgerlijk; civiel
+ burgerlijk; civiel
_____
@@ -54563,16 +54344,15 @@
da
da
- hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
+ hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
aangezien; daar; doordat; omdat
- aangezien; daar; omdat; vermits
- aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
+ aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
_____
dabei
dabei
- daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
+ daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
daarmee; daarmede; met dat
_____
@@ -54592,14 +54372,13 @@
dafür halten
dafür halten
- achten; geloven; van mening zijn; vinden
+ achten; geloven; van mening zijn; vinden
_____
dagegen
dagegen
daarentegen; ertegenover; integendeel
- integendeel
doch; maar
_____
@@ -54619,7 +54398,7 @@
dahin
dahin
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
daarheen
_____
@@ -54632,13 +54411,13 @@
damals
damals
- dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
+ dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
_____
damit
damit
- daarbij
+ daarbij
opdat
_____
@@ -54646,25 +54425,25 @@
danach
danach
daarop; vervolgens
- dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
+ dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
_____
daneben
daneben
- daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
+ daarnaast; ernaast; hiernaast; in de nabijheid
_____
dank
dank
- dank zij
+ dank zij
_____
dankbar
dankbar
- dankbaar; erkentelijk
+ dankbaar; erkentelijk
dankbaar
_____
@@ -54684,13 +54463,13 @@
dann
dann
achteraf; daarna; dan; naderhand; vervolgens
- dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
+ dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
_____
dann und wann
dann und wann
- af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
+ af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
_____
@@ -54703,13 +54482,12 @@
darin
darin
daarin; erin
- daarin
_____
darlegen
darlegen
- beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+ beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
_____
@@ -54772,13 +54550,13 @@
das meine
das meine
- de mijne; het mijne
+ de mijne; het mijne
_____
das seine
das seine
- de zijne; het zijne
+ de zijne; het zijne
_____
@@ -54790,7 +54568,7 @@
dauern
dauern
- aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
+ aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
_____
@@ -54808,7 +54586,7 @@
dazwischentreten
dazwischentreten
- ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
+ ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
_____
@@ -54833,7 +54611,7 @@
dechiffrieren
dechiffrieren
- ontcijferen; ontraadselen
+ ontcijferen; ontraadselen
_____
@@ -54857,13 +54635,13 @@
definieren
definieren
- bepalen; definiëren; omschrijven
+ bepalen; definiëren; omschrijven
_____
definitiv
definitiv
- definitief; onherroepelijk; vast
+ definitief; onherroepelijk; vast
_____
@@ -54900,7 +54678,7 @@
deinerseits
deinerseits
- uwerzijds
+ uwerzijds
_____
@@ -54936,7 +54714,7 @@
dekretieren
dekretieren
- decreteren; verordenen; voorschrijven
+ decreteren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -54948,14 +54726,14 @@
delikat
delikat
- fijn; lekker; smakelijk; van goede smaak getuigend
- delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+ fijn; lekker; smakelijk; van goede smaak getuigend
+ delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
_____
delirieren
delirieren
- ijlen; kolderen; malen; raaskallen
+ ijlen; kolderen; malen; raaskallen
_____
@@ -54973,7 +54751,7 @@
dem anschein nach
dem Anschein nach
- in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
+ in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
_____
@@ -54985,7 +54763,7 @@
denn
denn
- aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
+ aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
_____
@@ -55009,7 +54787,7 @@
den hof machen
den Hof machen
- het hof maken; scharrelen; vrijen
+ het hof maken; scharrelen; vrijen
_____
@@ -55058,19 +54836,19 @@
derartige
derartige
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
derartiger
derartiger
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
derartiges
derartiges
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
@@ -55108,13 +54886,13 @@
der meine
der meine
- de mijne; het mijne
+ de mijne; het mijne
_____
der seine
der seine
- de zijne; het zijne
+ de zijne; het zijne
_____
@@ -55176,7 +54954,7 @@
deutlich
deutlich
- duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+ duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
_____
@@ -55212,13 +54990,13 @@
dichten
dichten
- verzen maken; versen schrijven
+ verzen maken; versen schrijven
_____
dick
dick
- dik; lijvig
+ dik; lijvig
_____
@@ -55227,14 +55005,14 @@
de; het; 't
't; de; het
die
- 'r; d'r; haar; ze; zij
+ 'r; d'r; haar; ze; zij
_____
dienen
dienen
- dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
- baten; helpen; van nut zijn
+ dienen; bedienen; helpen; van dienst zijn
+ baten; helpen; van nut zijn
_____
@@ -55271,7 +55049,7 @@
die absicht haben
die Absicht haben
- van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
+ van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
_____
@@ -55301,7 +55079,7 @@
die türkei
die Türkei
- Turkije
+ Turkije
_____
@@ -55319,13 +55097,13 @@
die meine
die meine
- de mijne; het mijne
+ de mijne; het mijne
_____
die seine
die seine
- de zijne; het zijne
+ de zijne; het zijne
_____
@@ -55399,14 +55177,13 @@
disputieren
disputieren
- disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
+ disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
_____
divergieren
divergieren
divergeren; uiteenlopen
- divergeren
_____
@@ -55504,7 +55281,7 @@
draußen
draußen
- buiten; daarbuiten; uiterlijk
+ buiten; daarbuiten; uiterlijk
_____
@@ -55516,8 +55293,7 @@
drehen
drehen
- twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
- draaien
+ twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
draaien; keren; omdraaien; ronddraaien; wenden; wentelen; zwenken
_____
@@ -55595,7 +55371,7 @@
drängen
drängen
aandringen
- dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
+ dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
_____
@@ -55619,7 +55395,7 @@
du
du
- je; jij; ge; gij
+ je; jij; ge; gij
_____
@@ -55637,8 +55413,8 @@
dulden
dulden
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
- aanzien; dulden; lijden; toelaten; tolereren; velen; verdragen
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ aanzien; dulden; lijden; toelaten; tolereren; velen; verdragen
_____
@@ -55712,13 +55488,13 @@
durchscheinend
durchscheinend
- doorschijnend
+ doorschijnend
_____
durchseihen
durchseihen
- filteren; filtreren; zijgen
+ filteren; filtreren; zijgen
_____
@@ -55773,7 +55549,6 @@
dürfen
dürfen
- mogen
kunnen
het recht hebben; mogen
@@ -55794,7 +55569,7 @@
eben
eben
- effen; gelijk; vlak
+ effen; gelijk; vlak
juist; net; pas; straks; zoëven; zojuist
_____
@@ -55833,14 +55608,14 @@
ebnen
ebnen
- effenen; gelijkmaken; slechten
+ effenen; gelijkmaken; slechten
_____
echt
echt
authentiek; echt; onvervalst; waar
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
_____
@@ -55858,13 +55633,13 @@
effektiv
effektiv
- effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+ effectief; werkelijk; daadwerkelijk
_____
egal
egal
- eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
+ eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
_____
@@ -55944,7 +55719,7 @@
ehrlich
ehrlich
- degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
+ degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
_____
@@ -55956,13 +55731,13 @@
eifersüchtig
eifersüchtig
- jaloers; naijverig
+ jaloers; naijverig
_____
eifrig
eifrig
- ambitieus; ijverig; noest; volijverig; vurig
+ ambitieus; ijverig; noest; volijverig; vurig
_____
@@ -55980,27 +55755,27 @@
eigens
eigens
- afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
+ afzonderlijk; apart; gescheiden; terzijde; vaneen
snel; speciaal
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
_____
eigensinnig
eigensinnig
- halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
+ halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
_____
eigentlich
eigentlich
- eigenlijk
+ eigenlijk
_____
eigentümlich
eigentümlich
- apart; oorspronkelijk; origineel
+ apart; oorspronkelijk; origineel
_____
@@ -56089,7 +55864,7 @@
einerseits
einerseits
- enerzijds; enkelzijdig
+ enerzijds; enkelzijdig
_____
@@ -56108,7 +55883,7 @@
einfahren
einfahren
- binnenrijden; inrijden
+ binnenrijden; inrijden
_____
@@ -56147,7 +55922,7 @@
einförmig
einförmig
- eenvormig; gelijkvormig; uniform
+ eenvormig; gelijkvormig; uniform
_____
@@ -56173,8 +55948,8 @@
eingehend
eingehend
- rijpelijk
- grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
+ rijpelijk
+ grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
diepgaand; grondig
_____
@@ -56245,7 +56020,7 @@
einigermaßen
einigermaßen
- op de een of andere manier; op een of andere wijze
+ op de een of andere manier; op een of andere wijze
_____
@@ -56282,7 +56057,7 @@
einlegen
einlegen
- inleggen; inmaken; konfijten
+ inleggen; inmaken; konfijten
_____
@@ -56294,13 +56069,13 @@
einleuchten
einleuchten
- beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+ beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
_____
einmachen
einmachen
- inleggen; inmaken; konfijten
+ inleggen; inmaken; konfijten
_____
@@ -56339,7 +56114,7 @@
einrahmen
einrahmen
- inlijsten; in een lijst zetten; vatten
+ inlijsten; in een lijst zetten; vatten
_____
@@ -56359,7 +56134,7 @@
einreißen
einreißen
- rijten; scheuren
+ rijten; scheuren
scheuren; springen; uitscheuren
_____
@@ -56368,7 +56143,7 @@
einrichten
aanrichten; arrangeren; ordenen; regelen; terechtbrengen
aanleggen; fitten; installeren
- regelen; organiseren; uitschrijven
+ regelen; organiseren; uitschrijven
_____
@@ -56474,13 +56249,13 @@
einschreiben
einschreiben
- boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
+ boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
_____
einschreiten
einschreiten
- ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
+ ingrijpen; interveniëren; tussenbeide komen
_____
@@ -56504,7 +56279,7 @@
einseitig
einseitig
- eenzijdig
+ eenzijdig
_____
@@ -56523,7 +56298,7 @@
einsichtsvoll
einsichtsvoll
- bevattelijk; intelligent; knap; snugger
+ bevattelijk; intelligent; knap; snugger
_____
@@ -56607,7 +56382,7 @@
eintragen
eintragen
aandragen; bezorgen; brengen; aanbrengen
- boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
+ boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
_____
@@ -56638,7 +56413,7 @@
einverleiben
einverleiben
- annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
+ annexeren; inlijven; iets bijkomstigs toevoegen
_____
@@ -56658,7 +56433,7 @@
einwilligen
einwilligen
- goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
+ goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
_____
@@ -56677,7 +56452,7 @@
einzeln
einzeln
- afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
+ afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
ampel; gedetailleerd; in het klein; omstandig; uitvoerig
_____
@@ -56686,7 +56461,7 @@
einzig
alleen; enig; louter; verlaten
enig; uniek
- afzonderlijk; alleen; eenzaam
+ afzonderlijk; alleen; eenzaam
_____
@@ -56704,13 +56479,13 @@
ein anschlag ausführen
ein Anschlag ausführen
- aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
+ aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
_____
ein attentat ausführen
ein Attentat ausführen
- aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
+ aanranden; een aanslag plegen op; zich vergrijpen aan
_____
@@ -56722,7 +56497,7 @@
ein bischen
ein bischen
- een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
+ een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
_____
@@ -56740,31 +56515,31 @@
ein wenig
ein wenig
- een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
+ een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
_____
eisenhaltig
eisenhaltig
- ijzerhoudend
+ ijzerhoudend
_____
eisig
eisig
- ijs‐; ijskoud; ijzig
+ ijs‐; ijskoud; ijzig
_____
eiskalt
eiskalt
- ijskoud; ijzig; steenkoud
+ ijskoud; ijzig; steenkoud
_____
eitel
eitel
- ijdel; nietig; onbelangrijk
+ ijdel; nietig; onbelangrijk
_____
@@ -56795,7 +56570,7 @@
elegant
elegant
- bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
+ bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
_____
@@ -56819,7 +56594,7 @@
eliminieren
eliminieren
- afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
+ afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
_____
@@ -56844,7 +56619,7 @@
empfangen
empfangen
aannemen; aanvaarden; accepteren; erkennen; ontvangen
- genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
+ genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
_____
@@ -56874,7 +56649,7 @@
empfänglich
empfänglich
- gevoelig; ontvankelijk; receptief
+ gevoelig; ontvankelijk; receptief
_____
@@ -56886,7 +56661,7 @@
emsig
emsig
- ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
+ ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
_____
@@ -56899,7 +56674,7 @@
endgültig
endgültig
- definitief; onherroepelijk; vast
+ definitief; onherroepelijk; vast
_____
@@ -56912,14 +56687,13 @@
endlich
endlich
- eindelijk; per saldo; ten slotte
- eindelijk
+ eindelijk; per saldo; ten slotte
_____
endlos
endlos
- altijddurend; eindeloos; oneindig
+ altijddurend; eindeloos; oneindig
_____
@@ -57029,14 +56803,14 @@
entfernen
entfernen
- afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
+ afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
_____
entfernt
entfernt
- ver; verwijderd; ververwijderd
- afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
+ ver; verwijderd; ververwijderd
+ afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
_____
@@ -57074,14 +56848,13 @@
entgegen
entgegen
- mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
+ mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
_____
entgegengesetzt
entgegengesetzt
daarentegen; ertegenover; integendeel
- integendeel
_____
@@ -57126,7 +56899,7 @@
entheiligen
entheiligen
- ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
+ ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
_____
@@ -57182,7 +56955,7 @@
entledigen
entledigen
- afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
+ afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
_____
@@ -57194,7 +56967,7 @@
entlegen
entlegen
- afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
+ afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
_____
@@ -57207,13 +56980,13 @@
entlocken
entlocken
ontfutselen
- ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
+ ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
_____
entmannen
entmannen
- castreren; ontmannen; snijden
+ castreren; ontmannen; snijden
_____
@@ -57261,7 +57034,7 @@
entrüstet sein
entrüstet sein
- verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+ verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
_____
@@ -57312,7 +57085,7 @@
entschwinden
entschwinden
- 'm smeren; verdwijnen; wijken
+ 'm smeren; verdwijnen; wijken
_____
@@ -57343,7 +57116,7 @@
entsetzlich
entsetzlich
- ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
+ ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
_____
@@ -57361,28 +57134,28 @@
entsprechen
entsprechen
- evenaren; gelijk zijn aan
+ evenaren; gelijk zijn aan
corresponderen
_____
entsprechend
entsprechend
- adequaat; bijbehorend
- adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
+ adequaat; bijbehorend
+ adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
_____
entspringen
entspringen
- afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
+ afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
wegspringen
_____
entstehen
entstehen
- afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
+ afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
ontstaan; opkomen; worden
geboren worden; ontluiken; spruiten
@@ -57420,14 +57193,14 @@
entweichen
entweichen
- mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
+ mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
_____
entweihen
entweihen
te schande maken; schandvlekken
- ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
+ ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
_____
@@ -57479,14 +57252,14 @@
entziehen
entziehen
- ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
+ ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
afnemen; afpakken; weghalen; wegnemen
_____
entziffern
entziffern
- ontcijferen; ontraadselen
+ ontcijferen; ontraadselen
_____
@@ -57504,7 +57277,7 @@
entzückend
entzückend
- beeldig; betoverend; heerlijk; verrukkelijk
+ beeldig; betoverend; heerlijk; verrukkelijk
_____
@@ -57529,7 +57302,7 @@
ephemär
ephemär
- kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
+ kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
_____
@@ -57541,14 +57314,14 @@
er
er
- 'ie; 'm; hem; hij
+ 'ie; 'm; hem; hij
_____
erachten
erachten
calculeren; rekenen; berekenen; tellen; uitrekenen
- achten; geloven; van mening zijn; vinden
+ achten; geloven; van mening zijn; vinden
vinden; bevinden; treffen; aantreffen
_____
@@ -57574,8 +57347,8 @@
erbeuten
erbeuten
- buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
_____
@@ -57593,7 +57366,7 @@
erblicken
erblicken
- bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
+ bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
_____
@@ -57605,7 +57378,7 @@
erbärmlich
erbärmlich
- beklagenswaardig; erbarmelijk; zielig
+ beklagenswaardig; erbarmelijk; zielig
belabberd; ellendig; miserabel; schamel; schunnig; stumperig
_____
@@ -57636,7 +57409,7 @@
erdulden
erdulden
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
_____
@@ -57649,7 +57422,7 @@
erfassen
erfassen
- begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+ begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
_____
@@ -57662,13 +57435,13 @@
erforderlich
erforderlich
- nodig; benodigd; noodzakelijk
+ nodig; benodigd; noodzakelijk
_____
erfordern
erfordern
- eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
+ eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
_____
@@ -57680,7 +57453,7 @@
erfreuen
erfreuen
- verblijden; verheugen
+ verblijden; verheugen
_____
@@ -57705,8 +57478,8 @@
ergeben
ergeben
- aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
- aanhankelijk; opofferingsgezind
+ aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+ aanhankelijk; opofferingsgezind
_____
@@ -57719,23 +57492,23 @@
ergrauen
ergrauen
- grijs worden; grijzen; vergrijzen
+ grijs worden; grijzen; vergrijzen
_____
ergreifen
ergreifen
- bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
- beetpakken; grijpen
+ bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
+ beetpakken; grijpen
uitlichten; uitnemen; wegnemen
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
- aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
_____
ergreifend
ergreifend
- aangrijpend; emotioneel; roerend; ontroerend
+ aangrijpend; emotioneel; roerend; ontroerend
zielroerend
_____
@@ -57748,7 +57521,7 @@
ergötzen
ergötzen
- amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
+ amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
_____
@@ -57763,27 +57536,27 @@
erhalten
erhalten
behouden; bergen; bewaren; conserveren; onderhouden; overhouden
- genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
+ genieten; krijgen; ontvangen; toucheren
_____
erheben
erheben
stichten
- verheerlijken
+ verheerlijken
beuren; heffen; ophalen; oprichten; tillen; verheffen
_____
erheblich
erheblich
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
_____
erheischen
erheischen
- eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
+ eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
_____
@@ -57814,13 +57587,13 @@
erhärten
erhärten
- aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
+ aantonen; adstrueren; bewijzen; staven; uitwijzen; waarmaken
_____
erhöhen
erhöhen
- opdrijven; ophogen; verheffen; verhogen
+ opdrijven; ophogen; verheffen; verhogen
_____
@@ -57856,7 +57629,7 @@
erklären
erklären
- beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+ beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
_____
@@ -57868,7 +57641,7 @@
erlangen
erlangen
- buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+ buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
bereiken; behalen; inhalen; reiken tot; treffen
_____
@@ -57888,26 +57661,26 @@
erledigen
erledigen
afmaken; afsluiten; beëindigen; besluiten; uitmaken; voleindigen
- afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
+ afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
_____
erleichtern
erleichtern
- verlichten; vergemakkelijken
+ verlichten; vergemakkelijken
verlichten
_____
erleiden
erleiden
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
_____
erlernen
erlernen
- meester worden; onder de knie krijgen
+ meester worden; onder de knie krijgen
_____
@@ -57919,13 +57692,13 @@
erläutern
erläutern
- beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
+ beduiden; duidelijk maken; uitleggen; verhelderen; verklaren
_____
erläßlich
erläßlich
- vergeeflijk
+ vergeeflijk
_____
@@ -57943,13 +57716,13 @@
ermangeln
ermangeln
- absent zijn; afwezig zijn; schelen
+ absent zijn; afwezig zijn; schelen
_____
ermannen
ermannen
- aanmoedigen; bemoedigen; stijven
+ aanmoedigen; bemoedigen; stijven
_____
@@ -57980,7 +57753,7 @@
ermutigen
ermutigen
aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
- aanmoedigen; bemoedigen; stijven
+ aanmoedigen; bemoedigen; stijven
_____
@@ -57999,7 +57772,7 @@
ermöglichen
ermöglichen
- in staat stellen; mogelijk maken
+ in staat stellen; mogelijk maken
_____
@@ -58031,7 +57804,7 @@
ernst
ernst
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
bona fide; ernstig; serieus; stemmig
_____
@@ -58088,7 +57861,7 @@
erregen
erregen
aanwakkeren; opwinden; prikkelen; verhitten; werken op
- aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
+ aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
bewegen; verroeren
_____
@@ -58107,7 +57880,7 @@
erringen
erringen
- buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+ buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
behalen; verdienen; winnen
_____
@@ -58144,7 +57917,7 @@
erscheinen
erscheinen
- opdagen; opdraven; te voorschijn komen; uitkomen; verschijnen
+ opdagen; opdraven; te voorschijn komen; uitkomen; verschijnen
_____
@@ -58178,14 +57951,14 @@
erschweren
erschweren
- bemoeilijken
+ bemoeilijken
_____
erschüttern
erschüttern
schokken
- aangrijpen; bewegen; ontroeren
+ aangrijpen; bewegen; ontroeren
schokken; schudden; opschudden; wrikken
_____
@@ -58205,8 +57978,8 @@
ersichtlich
ersichtlich
- apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
- zichtbaar; zienlijk
+ apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+ zichtbaar; zienlijk
_____
@@ -58256,7 +58029,7 @@
ersteigen
ersteigen
- klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
+ klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
opkruipen
_____
@@ -58312,7 +58085,7 @@
ertappen
ertappen
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
_____
@@ -58325,7 +58098,7 @@
ertragen
ertragen
doorstaan; dulden; harden; uithouden; uitstaan; verdragen
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
_____
@@ -58337,7 +58110,7 @@
ertränken
ertränken
- doen verdwijnen; onderdompelen; verdrinken; verzuipen
+ doen verdwijnen; onderdompelen; verdrinken; verzuipen
_____
@@ -58385,7 +58158,7 @@
erwischen
erwischen
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
_____
@@ -58418,7 +58191,7 @@
erwünscht
erwünscht
- begerenswaardig; begeerlijk; wenselijk
+ begerenswaardig; begeerlijk; wenselijk
_____
@@ -58437,7 +58210,7 @@
erziehen
erziehen
dresseren; grootbrengen; kweken; opleiden; opvoeden
- onderwijzen; opvoeden
+ onderwijzen; opvoeden
_____
@@ -58497,7 +58270,7 @@
esoterisch
esoterisch
- alleen voor ingewijden; esoterisch
+ alleen voor ingewijden; esoterisch
_____
@@ -58528,20 +58301,20 @@
etwaig
etwaig
- eventueel; gebeurlijk
+ eventueel; gebeurlijk
_____
etwaige
etwaige
- bestaanbaar; mogelijk
+ bestaanbaar; mogelijk
_____
etwas
etwas
iets
- een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
+ een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
enig
_____
@@ -58578,14 +58351,14 @@
eventuell
eventuell
- misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
- eventueel; gebeurlijk
+ misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
+ eventueel; gebeurlijk
_____
evident
evident
- apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+ apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
_____
@@ -58604,7 +58377,7 @@
examinieren
examinieren
- examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+ examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
_____
@@ -58683,7 +58456,7 @@
extrahieren
extrahieren
afleiden; zetten
- ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
+ ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
_____
@@ -58728,8 +58501,8 @@
fahren
gaan; lopen; van stapel lopen; verlopen; zich begeven
varen
- gaan; karren; rijden; varen
- chaufferen; rijden; vervoeren
+ gaan; karren; rijden; varen
+ chaufferen; rijden; vervoeren
varen
_____
@@ -58742,8 +58515,8 @@
faktisch
faktisch
- effectief; werkelijk; daadwerkelijk
- feitelijk; werkelijk
+ effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+ feitelijk; werkelijk
_____
@@ -58769,7 +58542,7 @@
falsch
falsch
fout; foutief; onjuist; verkeerd
- bedrieglijk; dubbelhartig; loos; onecht; onwaar; vals; vervalst
+ bedrieglijk; dubbelhartig; loos; onecht; onwaar; vals; vervalst
onwaar
_____
@@ -58788,7 +58561,7 @@
familiär
familiär
- familiaar; gemeenzaam; vertrouwd; vertrouwelijk
+ familiaar; gemeenzaam; vertrouwd; vertrouwelijk
_____
@@ -58800,7 +58573,7 @@
fangen
fangen
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
_____
@@ -58813,14 +58586,14 @@
fassen
fassen
- beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
+ beetkrijgen; beetnemen; pakken; vangen; vastpakken; vatten
aanvatten; nemen; oprapen; pakken; vatten
_____
fast
fast
- bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
+ bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
_____
@@ -58857,7 +58630,7 @@
faßbar
faßbar
- begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
+ begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
_____
@@ -58887,7 +58660,7 @@
fehlen
fehlen
- absent zijn; afwezig zijn; schelen
+ absent zijn; afwezig zijn; schelen
_____
@@ -58931,7 +58704,7 @@
feilen
feilen
- vijlen
+ vijlen
_____
@@ -58943,7 +58716,7 @@
fein
fein
- delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+ delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
_____
@@ -58955,7 +58728,7 @@
fern
fern
- afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
+ afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
_____
@@ -58974,8 +58747,8 @@
fest
fest
- aanhoudend; bestendig; blijvend; gedurig; vast; voortdurend
- onbeweeglijk; star; vast
+ aanhoudend; bestendig; blijvend; gedurig; vast; voortdurend
+ onbeweeglijk; star; vast
gevestigd; hecht; stevig; vast
ferm; fors; hecht; potig; robuust; sterk; stevig; stoer; struis
compact; dicht
@@ -59046,7 +58819,7 @@
filtrieren
filtrieren
- filteren; filtreren; zijgen
+ filteren; filtreren; zijgen
_____
@@ -59088,7 +58861,7 @@
fix
fix
- onbeweeglijk; star; vast
+ onbeweeglijk; star; vast
bedreven; behendig; bekwaam; handig; vaardig
_____
@@ -59101,7 +58874,7 @@
flach
flach
- effen; gelijk; vlak
+ effen; gelijk; vlak
licht; ondiep; oppervlakkig
plat; slap
@@ -59140,7 +58913,7 @@
flau
flau
licht; zwak
- flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
+ flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
_____
@@ -59158,7 +58931,7 @@
fleißig
fleißig
- ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
+ ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
_____
@@ -59200,20 +58973,20 @@
flirten
flirten
- aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+ aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
_____
flott
flott
- drijvend; vlot
+ drijvend; vlot
_____
flugs
flugs
- gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
@@ -59245,7 +59018,7 @@
folgen
folgen
gehoorzamen
- bewandelen; bijhouden; volgen; voortvloeien
+ bewandelen; bijhouden; volgen; voortvloeien
_____
@@ -59276,7 +59049,7 @@
folglich
folglich
- bijgevolg; derhalve; dus; zodoende
+ bijgevolg; derhalve; dus; zodoende
_____
@@ -59294,7 +59067,7 @@
fordern
fordern
- eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
+ eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
_____
@@ -59319,7 +59092,7 @@
fort
fort
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
bovendien; daarenboven; verder; voorts
_____
@@ -59358,13 +59131,13 @@
fortgehen
fortgehen
- afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
+ afgaan; vertrekken; weggaan; zich verwijderen
_____
fortjagen
fortjagen
- uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
+ uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
_____
@@ -59394,7 +59167,7 @@
fortschaffen
fortschaffen
- afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
+ afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
_____
@@ -59425,8 +59198,8 @@
fortwährend
fortwährend
eeuwig; voor eeuwig
- achtereen; aldoor; onophoudelijk
- altijd; immer; steeds
+ achtereen; aldoor; onophoudelijk
+ altijd; immer; steeds
_____
@@ -59438,7 +59211,7 @@
fraglich
fraglich
- bedenkelijk; te betwijfelen; twijfelachtig
+ bedenkelijk; te betwijfelen; twijfelachtig
_____
@@ -59450,7 +59223,7 @@
franko
franko
- franco; vrachtvrij
+ franco; vrachtvrij
_____
@@ -59468,58 +59241,58 @@
frecht
frecht
- brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
+ brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
_____
freigeben
freigeben
- toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
+ toestemming geven om te vertrekken; vrijaf geven
_____
freigebig
freigebig
- genereus; gul; kwistig; rijkelijk; royaal; scheutig; vrijgevig
+ genereus; gul; kwistig; rijkelijk; royaal; scheutig; vrijgevig
_____
freilassen
freilassen
- afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
+ afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
_____
freilich
freilich
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
- inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
- feitelijk; inderdaad; metterdaad
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
+ feitelijk; inderdaad; metterdaad
immers; toch; wel; zeker
_____
freisinnig
freisinnig
- liberaal; vrijzinnig
+ liberaal; vrijzinnig
_____
freisprechen
freisprechen
- vrijspreken
+ vrijspreken
_____
freiwillig
freiwillig
- vrijwillig
+ vrijwillig
_____
frei machen
frei machen
- afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
+ afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken
_____
@@ -59543,7 +59316,7 @@
freundlich
freundlich
- aardig; lief; voorkomend; vriendelijk; zoet
+ aardig; lief; voorkomend; vriendelijk; zoet
_____
@@ -59586,14 +59359,14 @@
froh
froh
- blij; verblijd; verheugd
+ blij; verblijd; verheugd
_____
frohlocken
frohlocken
jubelen; juichen
- blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
+ blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
_____
@@ -59606,13 +59379,13 @@
frommen
frommen
- baten; helpen; van nut zijn
+ baten; helpen; van nut zijn
_____
frottieren
frottieren
- aanstrijken; wrijven; uitwrijven
+ aanstrijken; wrijven; uitwrijven
_____
@@ -59630,7 +59403,7 @@
fröhlich
fröhlich
- lustig; monter; vrolijk
+ lustig; monter; vrolijk
_____
@@ -59648,26 +59421,26 @@
früh
früh
- pril; vroeg; vroegtijdig
- tijdig; vroeg
+ pril; vroeg; vroegtijdig
+ tijdig; vroeg
_____
früher
früher
- daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
+ daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
_____
frühestens
frühestens
- op zijn vroegst
+ op zijn vroegst
_____
frühstücken
frühstücken
- ontbijten
+ ontbijten
_____
@@ -59691,8 +59464,8 @@
furchtbar
furchtbar
- ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
- bar; verschrikkelijk
+ ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
+ bar; verschrikkelijk
_____
@@ -59755,13 +59528,13 @@
fügen
fügen
betamem; gelegen komen; passen; schikken; uitkomen; voegen
- aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+ aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
_____
füglich
füglich
- betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
+ betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
_____
@@ -59787,7 +59560,7 @@
führen
führen
besturen; dirigeren; mennen; richten
- de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
+ de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
besturen; brengen; leiden; geleiden; voeren
presideren; voorzitten
@@ -59801,19 +59574,19 @@
fünf
fünf
- vijf
+ vijf
_____
fünfzehn
fünfzehn
- vijftien
+ vijftien
_____
fünfzig
fünfzig
- vijftig
+ vijftig
_____
@@ -59825,7 +59598,7 @@
fürchten
fürchten
- bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+ bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
_____
@@ -59844,7 +59617,7 @@
fürwahr
fürwahr
- echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
+ echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
_____
@@ -59868,7 +59641,7 @@
galant
galant
- beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
+ beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
_____
@@ -59919,7 +59692,7 @@
gar nicht
gar nicht
- geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
+ geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
_____
@@ -59931,13 +59704,13 @@
gastieren
gastieren
- gastvrijheid verlenen aan
+ gastvrijheid verlenen aan
_____
gastlich
gastlich
- gastvrij; herbergzaam
+ gastvrij; herbergzaam
_____
@@ -59956,7 +59729,7 @@
gebieten
gebieten
aanvoeren; bevelen; commanderen; het bevel voeren
- bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
+ bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -59999,8 +59772,8 @@
gedeihen
gedeihen
- gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
- bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+ gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+ bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
_____
@@ -60012,7 +59785,7 @@
gediegen
gediegen
- excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
+ excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
gevestigd; hecht; stevig; vast
_____
@@ -60020,25 +59793,25 @@
gedrängt
gedrängt
dicht; dik; gebonden
- beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
+ beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
_____
geduldig
geduldig
- geduldig; lijdzaam
+ geduldig; lijdzaam
_____
geeignet
geeignet
- betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
+ betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
_____
gefahrlos
gefahrlos
- goedaardig; ongevaarlijk; veilig
+ goedaardig; ongevaarlijk; veilig
_____
@@ -60062,7 +59835,7 @@
geflissentlich
geflissentlich
- ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
+ ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
_____
@@ -60074,13 +59847,13 @@
gefährlich
gefährlich
- gevaarlijk; hachelijk; link
+ gevaarlijk; hachelijk; link
_____
gefügig
gefügig
- buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
+ buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
gedwee; gehoorzaam; gewillig; mak; tam; volgzaam
_____
@@ -60101,7 +59874,7 @@
gegenseitig
gegenseitig
- onderling; wederkerig; wederzijds
+ onderling; wederkerig; wederzijds
_____
@@ -60123,7 +59896,7 @@
actueel; tegenwoordig
nou; nu; tegenwoordig; thans
huidig; tegenwoordig
- actueel; eigentijds; tegenwoordig
+ actueel; eigentijds; tegenwoordig
_____
@@ -60135,7 +59908,7 @@
geheim
geheim
- geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
+ geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
_____
@@ -60154,7 +59927,7 @@
geheuer
geheuer
- goedaardig; ongevaarlijk; veilig
+ goedaardig; ongevaarlijk; veilig
_____
@@ -60179,7 +59952,7 @@
gehörig
gehörig
- behoorlijk; betamelijk; fatsoenlijk; keurig; voegzaam; welvoeglijk
+ behoorlijk; betamelijk; fatsoenlijk; keurig; voegzaam; welvoeglijk
_____
@@ -60199,14 +59972,14 @@
geistig
geistig
- geestelijk
+ geestelijk
_____
geistlich
geistlich
- geestelijk; kerkelijk
- geestelijk; klerikaal
+ geestelijk; kerkelijk
+ geestelijk; klerikaal
_____
@@ -60249,7 +60022,7 @@
gelegen
gelegen
- doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
+ doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
_____
@@ -60279,7 +60052,7 @@
gelinde
gelinde
- delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+ delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
licht; zwak
gering; onnozel
@@ -60287,7 +60060,7 @@
gelingen
gelingen
- bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+ bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
doorkomen; klaarspelen; slagen; slagen voor
_____
@@ -60306,17 +60079,17 @@
gelten
gelten
- gelden; geldig zijn; opgaan; valideren; vigeren
- lonen; waard zijn
+ gelden; geldig zijn; opgaan; valideren; vigeren
+ lonen; waard zijn
_____
geläufig
geläufig
- licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
+ licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
stromend; vloeiend
- effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
- gebruikelijk; gewoon
+ effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
+ gebruikelijk; gewoon
_____
@@ -60328,7 +60101,7 @@
gemein
gemein
- algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
gemeen; infaam; laag; laaghartig; schunnig; vuig
_____
@@ -60336,14 +60109,14 @@
gemeinsam
gemeinsam
collectief
- algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
samen; tezamen
_____
gemeinschaftlich
gemeinschaftlich
- algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ algemeen; gemeenschappelijk; gezamenlijk
_____
@@ -60355,22 +60128,22 @@
gemächlich
gemächlich
- comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
- doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
+ comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
+ doelmatig; gemakkelijk; geschikt; gepast; passend
_____
gemäß
gemäß
- blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
+ blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
_____
gemütlich
gemütlich
- gezellig; huiselijk
- gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
- gezellig; huiselijk
+ gezellig; huiselijk
+ gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+ gezellig; huiselijk
vreedzaam; vredig
bedaard; gerust; kalm; rustig
@@ -60398,14 +60171,14 @@
genehm
genehm
- aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
+ aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
_____
genehmigen
genehmigen
aannemen; aanvaarden; accepteren; erkennen; ontvangen
- beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
+ beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
_____
@@ -60423,7 +60196,7 @@
generisch
generisch
- generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
+ generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
_____
@@ -60463,26 +60236,26 @@
genug
genug
- basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
+ basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
_____
genügen
genügen
- toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
+ toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
_____
genügend
genügend
genoeg; voldoende
- basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
+ basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
_____
geordnet
geordnet
- ordelijk
+ ordelijk
_____
@@ -60527,7 +60300,7 @@
geraten
geraten
- bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+ bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
_____
@@ -60539,7 +60312,7 @@
gerecht
gerecht
- billijk; fair; rechtvaardig
+ billijk; fair; rechtvaardig
_____
@@ -60551,7 +60324,7 @@
gerichtlich
gerichtlich
- gerechtelijk
+ gerechtelijk
_____
@@ -60582,34 +60355,34 @@
geräumig
geräumig
- ruimtelijk
- breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
+ ruimtelijk
+ breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
_____
gerührt
gerührt
- aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
+ aandoenlijk; aangedaan; geroerd; ontroerd
_____
gesamt
gesamt
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
_____
geschehen
geschehen
gebeuren; toegaan; voortgang hebben; worden
- aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+ aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
_____
gescheit
gescheit
verstandig
- verstandig; vroed; wijs
+ verstandig; vroed; wijs
_____
@@ -60621,7 +60394,7 @@
geschlechtlich
geschlechtlich
- generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
+ generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
_____
@@ -60634,20 +60407,20 @@
geschmackvoll
geschmackvoll
- bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
+ bevallig; elegant; net; piekfijn; zwierig
_____
geschmeidig
geschmeidig
- buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
+ buigbaar; buigzaam; lenig; smijdig
_____
geschwind
geschwind
gauw; gezwind; haastig; snel; spoedig; vlug
- gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
+ gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
_____
@@ -60659,26 +60432,26 @@
geschäftig
geschäftig
- arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
+ arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam
_____
gesellen
gesellen
- aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+ aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
_____
gesetzlich
gesetzlich
- echt; legaal; wettelijk; wettig
+ echt; legaal; wettelijk; wettig
_____
gesetzt
gesetzt
bona fide; ernstig; serieus; stemmig
- degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
+ degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
_____
@@ -60690,7 +60463,7 @@
gesinnt
gesinnt
- bedoeld; moedwillig; opzettelijk
+ bedoeld; moedwillig; opzettelijk
_____
@@ -60709,7 +60482,7 @@
gesonnen
gesonnen
- bedoeld; moedwillig; opzettelijk
+ bedoeld; moedwillig; opzettelijk
_____
@@ -60789,7 +60562,7 @@
gewahr werden
gewahr werden
bespeuren; gewaar worden
- bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
+ bespeuren; in de smiezen krijgen; in het oog krijgen; ontwaren
_____
@@ -60840,7 +60613,7 @@
gewissermaßen
gewissermaßen
- bij wijze van spreken; om zo te zeggen; zogezegd
+ bij wijze van spreken; om zo te zeggen; zogezegd
_____
@@ -60853,7 +60626,7 @@
gewiß
gewiß
gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
_____
@@ -60933,7 +60706,7 @@
giftig
giftig
- giftig; venijnig; vergiftig; verpestend
+ giftig; venijnig; vergiftig; verpestend
_____
@@ -60945,8 +60718,8 @@
glatt
glatt
- effen; gelijk; vlak
- effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
+ effen; gelijk; vlak
+ effen; gelijk; glad; sluik; zonder moeilijkheden; vlot
_____
@@ -60959,26 +60732,26 @@
glaubhaft
glaubhaft
authentiek; echt; onvervalst; waar
- aannemelijk; waarschijnlijk
- aannemelijk; geloofwaardig
+ aannemelijk; waarschijnlijk
+ aannemelijk; geloofwaardig
_____
gleich
gleich
- eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
- even; evenzeer; gelijk; gelijkelijk
+ eender; egaal; gelijk; gelijkmatig
+ even; evenzeer; gelijk; gelijkelijk
identiek
- adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
- even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
- dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
+ even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
+ dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
gleichartig
gleichartig
- gelijksoortig; homogeen
+ gelijksoortig; homogeen
_____
@@ -60996,7 +60769,7 @@
gleichen
gleichen
- lijken; gelijken; lijken op
+ lijken; gelijken; lijken op
_____
@@ -61015,7 +60788,7 @@
gleichfalls
gleichfalls
eveneens; evenzeer; mede; ook
- even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
+ even; eveneens; idem; insgelijks; van hetzelfde
_____
@@ -61027,31 +60800,31 @@
gleichklingend
gleichklingend
- gelijkklinkend
+ gelijkklinkend
_____
gleichlaufend
gleichlaufend
- evenwijdig; parallel
+ evenwijdig; parallel
_____
gleichlautend
gleichlautend
- gelijkluidend
+ gelijkluidend
_____
gleichmütig
gleichmütig
- gelijkmoedig
+ gelijkmoedig
_____
gleichnamig
gleichnamig
- gelijknamig
+ gelijknamig
_____
@@ -61063,13 +60836,13 @@
gleichwertig
gleichwertig
- equivalent; gelijkwaardig
+ equivalent; gelijkwaardig
_____
gleichzeitig
gleichzeitig
- eigentijds; gelijktijdig; simultaan
+ eigentijds; gelijktijdig; simultaan
_____
@@ -61081,7 +60854,7 @@
gleiten
gleiten
- glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
+ glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
_____
@@ -61100,13 +60873,13 @@
glimpflich
glimpflich
- gemoedelijk; mild
+ gemoedelijk; mild
_____
glitschen
glitschen
- glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
+ glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
_____
@@ -61118,7 +60891,7 @@
glorreich
glorreich
- beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
+ beroemd; glorierijk; glorieus; roemrijk; roemruchtig; roemvol
_____
@@ -61130,14 +60903,14 @@
glänzen
glänzen
- blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+ blinken; glanzen; schijnen; schitteren
_____
glätten
glätten
- banen; effenen; gladmaken; gladstrijken; uitstrijken
- boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
+ banen; effenen; gladmaken; gladstrijken; uitstrijken
+ boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
_____
@@ -61150,13 +60923,13 @@
glücken
glücken
- bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+ bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
_____
glücklig
glücklig
- gelukkig; zegenrijk
+ gelukkig; zegenrijk
_____
@@ -61253,7 +61026,7 @@
grau
grau
- grauw; grijs
+ grauw; grijs
_____
@@ -61265,7 +61038,7 @@
grausig
grausig
- angstaanjagend; angstwekkend; beangstigend; vervaarlijk
+ angstaanjagend; angstwekkend; beangstigend; vervaarlijk
_____
@@ -61277,14 +61050,14 @@
graziös
graziös
- bevallig; gracieus; sierlijk
+ bevallig; gracieus; sierlijk
_____
greifen
greifen
- bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
- beetpakken; grijpen
+ bemachtigen; grijpen; aangrijpen; vastgrijpen
+ beetpakken; grijpen
_____
@@ -61302,7 +61075,7 @@
grinsen
grinsen
- ginnegappen; grijnslachen; spotlachen
+ ginnegappen; grijnslachen; spotlachen
_____
@@ -61315,13 +61088,13 @@
grollen
grollen
- boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
+ boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
_____
grotesk
grotesk
- grillig; grotesk; potsierlijk
+ grillig; grotesk; potsierlijk
_____
@@ -61377,13 +61150,13 @@
gräßlich
gräßlich
- ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
+ ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
_____
gröhlen
gröhlen
- krijsen
+ krijsen
_____
@@ -61433,7 +61206,7 @@
gutheißen
gutheißen
- beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
+ beamen; billijken; goedkeuren; toestemmen
_____
@@ -61481,7 +61254,7 @@
göttlich
göttlich
- goddelijk
+ goddelijk
_____
@@ -61506,7 +61279,7 @@
gütig
gütig
goed; okee
- liefdadig; weldadig; zegenrijk
+ liefdadig; weldadig; zegenrijk
_____
@@ -61536,8 +61309,8 @@
habhaft werden
habhaft werden
- buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
- deelachtig worden; krijgen; verkrijgen
+ buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+ deelachtig worden; krijgen; verkrijgen
_____
@@ -61562,7 +61335,7 @@
hager
hager
- broodmager; ragfijn
+ broodmager; ragfijn
mager; schraal; schriel; spichtig
_____
@@ -61605,7 +61378,7 @@
halsstarrig
halsstarrig
- halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
+ halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
_____
@@ -61617,14 +61390,14 @@
halten
halten
- afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
- houden; bijhouden; vasthouden
+ afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+ houden; bijhouden; vasthouden
_____
handeln
handeln
- ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
+ ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
handel drijven; handelen
_____
@@ -61650,7 +61423,7 @@
harmlos
harmlos
eenvoudig; naïef; ongekunsteld
- goedaardig; ongevaarlijk; veilig
+ goedaardig; ongevaarlijk; veilig
onbedorven; onnozel; onschuldig; schuldeloos
onbezorgd; zorgeloos
@@ -61677,7 +61450,7 @@
hartnäckig
hartnäckig
- halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
+ halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
_____
@@ -61709,7 +61482,7 @@
hausen
hausen
- gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
+ gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
_____
@@ -61772,7 +61545,7 @@
heftig
heftig
- acuut; helder; scherp; voorbijgaand
+ acuut; helder; scherp; voorbijgaand
geweldig; heftig; hevig
druk; gejaagd; onrustig; rusteloos; woelig
@@ -61811,7 +61584,7 @@
heilig
heilig
- gewijd; heilig; geheiligd; sacraal
+ gewijd; heilig; geheiligd; sacraal
_____
@@ -61830,20 +61603,20 @@
heimlich
heimlich
clandestien; verborgen; verdekt; verkapt; verscholen; verstopt
- geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
+ geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
_____
heimtückisch
heimtückisch
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
- dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
_____
heiraten
heiraten
- in de echt verbinden; trouwen; uithuwelijken
+ in de echt verbinden; trouwen; uithuwelijken
_____
@@ -61855,7 +61628,7 @@
heiter
heiter
- lustig; monter; vrolijk
+ lustig; monter; vrolijk
helder; onbezorgd; sereen
_____
@@ -61881,8 +61654,8 @@
helfen
helfen
- assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
- baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ assisteren; bijstaan; helpen; ter zijde staan
+ baten; bijstaan; helpen; ter zijde staan
_____
@@ -61931,7 +61704,7 @@
heraus
heraus
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
_____
@@ -61980,7 +61753,7 @@
herkommen
herkommen
- afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
+ afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
_____
@@ -62011,7 +61784,7 @@
herreichen
herreichen
geven; aangeven; opbrengen; toebrengen; toekennen; verlenen
- aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
+ aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
aangeven; aanreiken; afdragen; overbrengen; overgeven; toereiken
_____
@@ -62024,8 +61797,8 @@
herrlich
herrlich
- aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
- beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
+ aangenaam; behaaglijk; genoeglijk; heerlijk; plezierig
+ beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
_____
@@ -62039,14 +61812,14 @@
herstellen
herstellen
fabriceren; maken; aanmaken; vervaardigen
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
neerzetten; oprichten; opslaan; vestigen
_____
herumflattern
herumflattern
- aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+ aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
_____
@@ -62096,7 +61869,7 @@
hervorrufen
hervorrufen
naar buiten roepen; ten gevolge hebben; uitlokken
- beleggen; houden; teweegbrengen; uitschrijven
+ beleggen; houden; teweegbrengen; uitschrijven
_____
@@ -62108,14 +61881,14 @@
herzlich
herzlich
- hartelijk; van harte
- hartelijk
+ hartelijk; van harte
+ hartelijk
_____
heterogen
heterogen
- heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
+ heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
_____
@@ -62171,14 +61944,14 @@
hier
hier
- hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
+ hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
_____
hierauf
hierauf
achteraf; daarna; dan; naderhand; vervolgens
- dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
+ dan; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
_____
@@ -62197,13 +61970,13 @@
hier ist
hier ist
- hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
+ hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
_____
hiesig
hiesig
- hier ter plaatse; plaatselijk
+ hier ter plaatse; plaatselijk
_____
@@ -62227,7 +62000,7 @@
hinauswerfen
hinauswerfen
- uitgooien; uitsmijten; uitwerpen
+ uitgooien; uitsmijten; uitwerpen
_____
@@ -62271,7 +62044,7 @@
hinfällig
hinfällig
aftands; bouwvallig; gammel; uitgeleefd; uitgewoond; wrak
- ijdel; nietig; onbelangrijk
+ ijdel; nietig; onbelangrijk
_____
@@ -62296,7 +62069,7 @@
hinlänglich
hinlänglich
- basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
+ basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
_____
@@ -62308,7 +62081,7 @@
hinreichen
hinreichen
- toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
+ toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
_____
@@ -62364,15 +62137,15 @@
hinterlistig
hinterlistig
- dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
+ dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
_____
hinter einander
hinter einander
- aaneen; achtereen; onophoudelijk
+ aaneen; achtereen; onophoudelijk
aaneen; aan één stuk door; in één ruk; ononderbroken
- achtereen; achtereenvolgens; successievelijk
+ achtereen; achtereenvolgens; successievelijk
_____
@@ -62384,19 +62157,19 @@
hinweg
hinweg
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
_____
hinweisen
hinweisen
- laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+ laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
_____
hinweisendes fürwort
hinweisendes Fürwort
- aanwijzend voornaamwoord
+ aanwijzend voornaamwoord
_____
@@ -62415,14 +62188,14 @@
hissen
hissen
- hijsen; ophijsen
+ hijsen; ophijsen
ophalen; optrekken
_____
hitzig
hitzig
- acuut; helder; scherp; voorbijgaand
+ acuut; helder; scherp; voorbijgaand
_____
@@ -62484,13 +62257,13 @@
hoffentlich
hoffentlich
- hopelijk
+ hopelijk
_____
hoffnungslos
hoffnungslos
- hopeloos; vertwijfeld; wanhopig
+ hopeloos; vertwijfeld; wanhopig
_____
@@ -62503,9 +62276,9 @@
hold
hold
goedgezind; gunstig; toegenegen; welgezind
- bevallig; gracieus; sierlijk
+ bevallig; gracieus; sierlijk
dierbaar; lief
- bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+ bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
_____
@@ -62537,19 +62310,19 @@
homogen
homogen
- gelijksoortig; homogeen
+ gelijksoortig; homogeen
_____
homonym
homonym
- gelijkluidend
+ gelijkluidend
_____
honett
honett
- degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
+ degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
_____
@@ -62567,7 +62340,7 @@
human
human
- humaan; menselijk
+ humaan; menselijk
_____
@@ -62659,7 +62432,7 @@
hämisch
hämisch
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
_____
@@ -62667,7 +62440,7 @@
hängen
aflopen; buigen; hellen; overhellen; zich bukken
hangen
- blijven hangen
+ blijven hangen
_____
@@ -62692,13 +62465,13 @@
häufig
häufig
veelvuldig
- dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
+ dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
_____
häuslich
häuslich
- eigen; huiselijk; vertrouwd
+ eigen; huiselijk; vertrouwd
_____
@@ -62710,13 +62483,13 @@
häßlich
häßlich
- lelijk
+ lelijk
_____
höchst
höchst
- bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
+ bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
_____
@@ -62728,7 +62501,7 @@
höflich
höflich
- beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
+ beleefd; galant; heus; hoffelijk; welgemanierd; wellevend
_____
@@ -62752,7 +62525,7 @@
hübsch
hübsch
- fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
+ fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
aardig; keurig
_____
@@ -62807,7 +62580,7 @@
ignorieren
ignorieren
- negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
+ negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
_____
@@ -62815,14 +62588,14 @@
ihm
aan 'm; aan hem; 'm; hem; naar 'm; naar hem
daaraan; daar ... aan; eraan; er ... aan; erheen; er ... heen
- 'ie; 'm; hem; hij
+ 'ie; 'm; hem; hij
't; het
_____
ihn
ihn
- 'ie; 'm; hem; hij
+ 'ie; 'm; hem; hij
'm; hem
_____
@@ -62830,10 +62603,10 @@
ihr
ihr
aan haar; aan 'r; aan d'r; haar; 'r; d'r; naar haar; naar d'r
- ge; gij; u
+ ge; gij; u
je; jullie
- haar; zijn
- 'r; d'r; haar; ze; zij
+ haar; zijn
+ 'r; d'r; haar; ze; zij
haar
_____
@@ -62846,7 +62619,7 @@
ihrer
ihrer
- 'r; d'r; haar; ze; zij
+ 'r; d'r; haar; ze; zij
_____
@@ -62871,7 +62644,7 @@
illustrieren
illustrieren
- illustreren; veraanschouwelijken; verluchten
+ illustreren; veraanschouwelijken; verluchten
_____
@@ -62889,20 +62662,20 @@
immatrikulieren
immatrikulieren
- inschrijven
+ inschrijven
_____
immer
immer
- constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
- altijd; immer; steeds
+ constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
+ altijd; immer; steeds
_____
immerhin
immerhin
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
immers; toch; wel; zeker
_____
@@ -62916,7 +62689,7 @@
impertinent
impertinent
aanmatigend; arrogant; hautain; laatdunkend; verwaand; verwaten
- brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
+ brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
brutaal; driest; onbeschaamd; schaamteloos
_____
@@ -62965,7 +62738,7 @@
imputieren
imputieren
- aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
+ aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
_____
@@ -62989,13 +62762,13 @@
im recht
im Recht
- gegrond; gelijk hebbend; juist
+ gegrond; gelijk hebbend; juist
_____
im scherz
im Scherz
- schertsenderwijs; voor de grap
+ schertsenderwijs; voor de grap
_____
@@ -63007,25 +62780,25 @@
im zickzack gehen
im Zickzack gehen
- zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
+ zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
_____
im zickzack verlaufen
im Zickzack verlaufen
- zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
+ zigzaggen; zigzag gaan; zigzagsgewijs lopen
_____
im überfluß
im Überfluß
- in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
+ in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
_____
in
in
- aan; bij; naar; tegen; tot; voor
+ aan; bij; naar; tegen; tot; voor
aan; in; binnen; per; te
_____
@@ -63044,9 +62817,9 @@
indirekt
indirekt
- indirect; zijdelings
+ indirect; zijdelings
scheef; schuin
- indirect; middellijk; zijdelings
+ indirect; middellijk; zijdelings
_____
@@ -63064,7 +62837,7 @@
individuell
individuell
- individueel; hoofdelijk
+ individueel; hoofdelijk
_____
@@ -63076,7 +62849,7 @@
infam
infam
- oneervol; schandelijk; smadelijk
+ oneervol; schandelijk; smadelijk
gemeen; infaam; laag; laaghartig; schunnig; vuig
_____
@@ -63131,7 +62904,7 @@
inmitten
inmitten
- nogal; tamelijk; tussenin
+ nogal; tamelijk; tussenin
_____
@@ -63174,13 +62947,13 @@
innig
innig
- gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+ gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
_____
insbesondere
insbesondere
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
_____
@@ -63193,7 +62966,7 @@
insgeheim
insgeheim
- heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
+ heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
_____
@@ -63205,7 +62978,7 @@
insgesamt
insgesamt
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
welgeteld
_____
@@ -63232,7 +63005,7 @@
inspizieren
inspizieren
- examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+ examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
inspecteren; inspectie houden; schouwen; visiteren
_____
@@ -63245,7 +63018,7 @@
instruieren
instruieren
- bijbrengen; instrueren; leren; scholen
+ bijbrengen; instrueren; leren; scholen
_____
@@ -63269,14 +63042,14 @@
intellektuell
intellektuell
- intellectueel; verstandelijk
- geestelijk
+ intellectueel; verstandelijk
+ geestelijk
_____
intelligent
intelligent
- bevattelijk; intelligent; knap; snugger
+ bevattelijk; intelligent; knap; snugger
_____
@@ -63330,7 +63103,7 @@
intim
intim
- gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+ gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
_____
@@ -63342,7 +63115,7 @@
intransitiv
intransitiv
- intransitief; onovergankelijk
+ intransitief; onovergankelijk
_____
@@ -63397,7 +63170,7 @@
in bestürzung versetzen
in Bestürzung versetzen
- onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
+ onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
_____
@@ -63421,13 +63194,13 @@
in ohnmacht fallen
in Ohnmacht fallen
- bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
+ bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
_____
in person
in Person
- in eigen persoon; persoonlijk
+ in eigen persoon; persoonlijk
_____
@@ -63451,7 +63224,7 @@
in unordnung bringen
in Unordnung bringen
- dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+ dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
_____
@@ -63469,7 +63242,7 @@
in verwirrung bringen
in Verwirrung bringen
- dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+ dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
_____
@@ -63493,7 +63266,7 @@
in keiner weise
in keiner Weise
- geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
+ geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
_____
@@ -63547,7 +63320,7 @@
irgendwie
irgendwie
- op de een of andere manier; op een of andere wijze
+ op de een of andere manier; op een of andere wijze
_____
@@ -63607,7 +63380,7 @@
irre reden
irre reden
- ijlen; kolderen; malen; raaskallen
+ ijlen; kolderen; malen; raaskallen
_____
@@ -63639,7 +63412,7 @@
jagen
jagen
- drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
+ drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
jacht maken op; jagen; bejagen
_____
@@ -63702,7 +63475,7 @@
jederzeit
jederzeit
- altijd; immer; steeds
+ altijd; immer; steeds
_____
@@ -63826,7 +63599,7 @@
jungfräulich
jungfräulich
- maagdelijk; ongerept
+ maagdelijk; ongerept
_____
@@ -63844,7 +63617,7 @@
jährlich
jährlich
- jaarlijks
+ jaarlijks
_____
@@ -64003,7 +63776,7 @@
kassieren
kassieren
- binnenkrijgen; incasseren; innen
+ binnenkrijgen; incasseren; innen
casseren; nietig verklaren
afgelasten; annuleren; ontbinden; tenietdoen; terugnemen
@@ -64017,7 +63790,7 @@
kastrieren
kastrieren
- castreren; ontmannen; snijden
+ castreren; ontmannen; snijden
_____
@@ -64041,7 +63814,7 @@
kaum
kaum
- amper; kwalijk; nauwelijks; ternauwernood
+ amper; kwalijk; nauwelijks; ternauwernood
_____
@@ -64092,13 +63865,13 @@
keineswegs
keineswegs
- geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
+ geenszins; in geen geval; op geen enkele wijze
_____
kennen
kennen
- bekend zijn met; kennen
+ bekend zijn met; kennen
_____
@@ -64129,7 +63902,7 @@
klagen
klagen
- klagen; zijn beklag doen
+ klagen; zijn beklag doen
_____
@@ -64141,7 +63914,7 @@
klar
klar
- duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
+ duidelijk; helder; klaar; uitgesproken; zuiver
_____
@@ -64165,7 +63938,7 @@
kleben
kleben
- lijmen; hechten; plakken
+ lijmen; hechten; plakken
_____
@@ -64201,13 +63974,13 @@
kleinstoßen
kleinstoßen
- stampen; fijnstampen
+ stampen; fijnstampen
_____
klerikal
klerikal
- geestelijk; klerikaal
+ geestelijk; klerikaal
_____
@@ -64257,7 +64030,7 @@
klug
klug
verstandig
- verstandig; vroed; wijs
+ verstandig; vroed; wijs
_____
@@ -64276,7 +64049,7 @@
kneifen
kneifen
- klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
+ klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
_____
@@ -64306,7 +64079,7 @@
kochen
kochen
- borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
+ borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
koken
_____
@@ -64325,7 +64098,7 @@
kolektiv
kolektiv
- collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
_____
@@ -64439,13 +64212,13 @@
konform
konform
- adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
+ adequaat; overeenstemmend; passend; bijpassend
_____
kongruieren
kongruieren
- congruent zijn; elkaar dekken
+ congruent zijn; elkaar dekken
_____
@@ -64463,7 +64236,7 @@
konkurrieren
konkurrieren
- concurreren; meedingen; wedijveren
+ concurreren; meedingen; wedijveren
_____
@@ -64493,7 +64266,7 @@
konsternieren
konsternieren
- onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
+ onthutsen; ontstellen; ontzetten; verbijsteren; verbluffen
_____
@@ -64523,7 +64296,7 @@
kontrollieren
kontrollieren
- aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
+ aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
_____
@@ -64553,13 +64326,13 @@
konzis
konzis
- beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
+ beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
_____
korrelativ
korrelativ
- correlatief; een wederzijdse betrekking hebbend
+ correlatief; een wederzijdse betrekking hebbend
_____
@@ -64571,7 +64344,7 @@
korrigieren
korrigieren
- bijsturen; corrigeren; verbeteren
+ bijsturen; corrigeren; verbeteren
_____
@@ -64645,19 +64418,19 @@
kriegen
kriegen
- oorlogvoeren; strijden
+ oorlogvoeren; strijden
_____
kriminal
kriminal
- crimineel; strafrechtelijk
+ crimineel; strafrechtelijk
_____
kriminell
kriminell
- crimineel; strafrechtelijk
+ crimineel; strafrechtelijk
_____
@@ -64688,7 +64461,7 @@
kränken
kränken
- beledigen; grieven; krenken; verongelijken
+ beledigen; grieven; krenken; verongelijken
bedroeven; ergeren; grieven; verdriet doen; verdrieten
_____
@@ -64738,7 +64511,7 @@
kurios
kurios
curieus; typisch; vreemd; vreemdsoortig
- eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
+ eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
_____
@@ -64756,7 +64529,7 @@
kurz
kurz
- beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
+ beknopt; bondig; kernachtig; kort; summier; zakelijk
kort
kort; kortstondig
@@ -64770,7 +64543,7 @@
kurzsichtig
kurzsichtig
- bijziend; kippig; kortzichtig
+ bijziend; kippig; kortzichtig
_____
@@ -64782,7 +64555,7 @@
kämpfen
kämpfen
- kampen; strijden; strijd voeren; vechten
+ kampen; strijden; strijd voeren; vechten
_____
@@ -64806,7 +64579,7 @@
königlich
königlich
- koninklijk; vorstelijk
+ koninklijk; vorstelijk
_____
@@ -64879,7 +64652,7 @@
laienhaft
laienhaft
- leke‐; wereldlijk
+ leke‐; wereldlijk
_____
@@ -64921,7 +64694,7 @@
lateinisch
lateinisch
- Latijns
+ Latijns
_____
@@ -65026,13 +64799,13 @@
leerstehen
leerstehen
- openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
+ openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
_____
legen
legen
- leggen; neerleggen; vlijen
+ leggen; neerleggen; vlijen
leggen; plaatsen; situeren; stationeren
leggen; steken; plaatsen; stellen; stoppen; zetten
planten; aanplanten; poten
@@ -65041,7 +64814,7 @@
legitim
legitim
- echt; legaal; wettelijk; wettig
+ echt; legaal; wettelijk; wettig
_____
@@ -65059,13 +64832,13 @@
lehren
lehren
- bijbrengen; instrueren; leren; scholen
+ bijbrengen; instrueren; leren; scholen
_____
leicht
leicht
- licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
+ licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
_____
@@ -65083,13 +64856,13 @@
leicht berühren
leicht berühren
- beroeren; strijken langs
+ beroeren; strijken langs
_____
leiden
leiden
- doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
+ doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen
_____
@@ -65101,7 +64874,7 @@
leider
leider
- helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
+ helaas; jammer; jammer genoeg; tot mijn spijt
_____
@@ -65119,7 +64892,7 @@
leimen
leimen
- lijmen; hechten; plakken
+ lijmen; hechten; plakken
_____
@@ -65137,15 +64910,15 @@
leiten
leiten
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
- de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
besturen; brengen; leiden; geleiden; voeren
_____
lenken
lenken
- de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
+ de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden
_____
@@ -65187,7 +64960,7 @@
leuchten
leuchten
- aan zijn; lichten; licht geven; schijnen
+ aan zijn; lichten; licht geven; schijnen
_____
@@ -65199,7 +64972,7 @@
liberal
liberal
- liberaal; vrijzinnig
+ liberaal; vrijzinnig
_____
@@ -65223,7 +64996,7 @@
liebeln
liebeln
- aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+ aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
_____
@@ -65236,13 +65009,13 @@
lieber
lieber
eer; liever
- bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
+ bij voorkeur; eer; liefst; liever; veeleer
_____
lieblich
lieblich
- bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+ bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
_____
@@ -65254,7 +65027,7 @@
liederlich leben
liederlich leben
- aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
+ aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten; zwijnen
_____
@@ -65267,7 +65040,7 @@
liegen
liegen
liggen
- gelegen zijn; liggen
+ gelegen zijn; liggen
_____
@@ -65279,7 +65052,7 @@
liniieren
liniieren
- lijnen; liniëren
+ lijnen; liniëren
_____
@@ -65321,8 +65094,8 @@
loben
loben
- loven; prijzen; roemen; verheerlijken
- lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
+ loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+ lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
_____
@@ -65352,7 +65125,7 @@
lokal
lokal
- lokaal; plaatselijk
+ lokaal; plaatselijk
_____
@@ -65401,7 +65174,7 @@
lustig
lustig
- lustig; monter; vrolijk
+ lustig; monter; vrolijk
_____
@@ -65437,7 +65210,7 @@
lächerlich
lächerlich
- belachelijk; gek; lachwekkend; mal; ridicuul; zot
+ belachelijk; gek; lachwekkend; mal; ridicuul; zot
_____
@@ -65480,7 +65253,7 @@
löschen
löschen
- afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
+ afbetalen; aflossen; afschrijven; amortiseren; delgen; uitdelgen
aflossen; delgen
_____
@@ -65517,7 +65290,7 @@
machen
machen
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
doen; laten; laten doen; maken
_____
@@ -65597,20 +65370,20 @@
manchmal
manchmal
- bij wijlen; soms; somtijds; wel eens
+ bij wijlen; soms; somtijds; wel eens
_____
mangeln
mangeln
kalanderen; mangelen
- absent zijn; afwezig zijn; schelen
+ absent zijn; afwezig zijn; schelen
_____
manifestieren
manifestieren
- laten blijken; manifesteren
+ laten blijken; manifesteren
_____
@@ -65682,7 +65455,7 @@
materiell
materiell
- materieel; stoffelijk
+ materieel; stoffelijk
_____
@@ -65719,19 +65492,19 @@
meiden
meiden
- mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
+ mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
_____
mein
mein
- m'n; mijn
+ m'n; mijn
_____
meinen
meinen
- achten; geloven; van mening zijn; vinden
+ achten; geloven; van mening zijn; vinden
_____
@@ -65781,13 +65554,13 @@
menschenfreundlich
menschenfreundlich
- humaan; menselijk
+ humaan; menselijk
_____
menschlich
menschlich
- humaan; menselijk
+ humaan; menselijk
_____
@@ -65811,7 +65584,7 @@
metaphorisch
metaphorisch
- figuurlijk; overdrachtelijk
+ figuurlijk; overdrachtelijk
_____
@@ -65855,7 +65628,7 @@
mirakulös
mirakulös
- miraculeus; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderdadig; wonderdoend
+ miraculeus; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderdadig; wonderdoend
_____
@@ -65874,7 +65647,7 @@
mitbringen
mitbringen
- bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
+ bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
_____
@@ -65886,7 +65659,7 @@
mitnehmen
mitnehmen
- bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
+ bijeenbrengen; meebrengen; meenemen
meevoeren
afhalen; meebrengen; meenemen; vergaderen
@@ -65902,7 +65675,7 @@
mittelbar
mittelbar
- indirect; middellijk; zijdelings
+ indirect; middellijk; zijdelings
_____
@@ -65980,7 +65753,7 @@
mißverstehen
mißverstehen
- misvatten; verkeerd begrijpen
+ misvatten; verkeerd begrijpen
_____
@@ -66010,13 +65783,13 @@
modern
modern
- bijdetijds; modern; nieuwerwets
+ bijdetijds; modern; nieuwerwets
_____
modifizieren
modifizieren
- modificeren; wijzigen
+ modificeren; wijzigen
_____
@@ -66046,7 +65819,7 @@
moralisch
moralisch
- moreel; zedelijk; zedenkundig
+ moreel; zedelijk; zedenkundig
_____
@@ -66131,7 +65904,7 @@
mutwillig
mutwillig
- dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
+ dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
_____
@@ -66173,7 +65946,7 @@
mäßig
mäßig
- bescheiden; matig; gematigd; schappelijk; sober
+ bescheiden; matig; gematigd; schappelijk; sober
bezadigd; matig; nuchter; sober; stemmig
_____
@@ -66188,20 +65961,20 @@
mögen
beminnen; houden van; liefhebben
lusten
- dol zijn op; gek zijn op; verzot zijn op
+ dol zijn op; gek zijn op; verzot zijn op
hechten aan; houden van; mogen; waarderen
_____
möglicherweise
möglicherweise
- misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
+ misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
_____
möglich machen
möglich machen
- in staat stellen; mogelijk maken
+ in staat stellen; mogelijk maken
_____
@@ -66213,7 +65986,7 @@
mühelos
mühelos
- licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
+ licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
_____
@@ -66225,9 +65998,9 @@
nach
nach
- aan; bij; naar; tegen; tot; voor
+ aan; bij; naar; tegen; tot; voor
aan; in; binnen; per; te
- blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
+ blijkens; ingevolge; langs; naar; volgens
aan; achter; na; na verloop van; over
_____
@@ -66258,7 +66031,7 @@
nachgeben
nachgeben
- afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
+ afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
_____
@@ -66294,14 +66067,14 @@
nachsehen
nachsehen
- examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
- aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
+ examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+ aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
_____
nachsichtig sein
nachsichtig sein
- ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
+ ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
_____
@@ -66385,7 +66158,7 @@
nach und nach
nach und nach
- geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
+ geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
_____
@@ -66403,20 +66176,20 @@
nageln
nageln
- nagelen; spijkeren
+ nagelen; spijkeren
_____
nahe
nahe
aanstaand; eerstvolgend; komend
- dichtbij; nabij
+ dichtbij; nabij
_____
nahezu
nahezu
- bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
+ bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
_____
@@ -66458,8 +66231,8 @@
natürlich
natürlich
- natuurlijk
- natuurlijk; uiteraard; van nature
+ natuurlijk
+ natuurlijk; uiteraard; van nature
_____
@@ -66477,8 +66250,8 @@
neben
neben
- aan; bij; dichtbij; naast; nabij
- behalve; bezijden; naast
+ aan; bij; dichtbij; naast; nabij
+ behalve; bezijden; naast
_____
@@ -66555,8 +66328,8 @@
neutral
neutral
- neutraal; onzijdig
- afzijdig; neutraal; onpartijdig
+ neutraal; onzijdig
+ afzijdig; neutraal; onpartijdig
_____
@@ -66574,7 +66347,7 @@
nicht berücksichtigen
nicht berücksichtigen
- negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
+ negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
_____
@@ -66587,7 +66360,7 @@
nicht schwierig
nicht schwierig
- licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
+ licht; makkelijk; gemakkelijk; vlot
_____
@@ -66708,13 +66481,13 @@
notieren
notieren
- aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
+ aantekenen; noteren; opschrijven; teboekstellen
_____
notwendig
notwendig
- nodig; benodigd; noodzakelijk
+ nodig; benodigd; noodzakelijk
_____
@@ -66776,7 +66549,7 @@
nächtlich
nächtlich
- nachtelijk
+ nachtelijk
_____
@@ -66800,7 +66573,7 @@
nördlich
nördlich
- noordelijk; noords
+ noordelijk; noords
_____
@@ -66812,7 +66585,7 @@
nötig
nötig
- nodig; benodigd; noodzakelijk
+ nodig; benodigd; noodzakelijk
_____
@@ -66830,13 +66603,13 @@
nützen
nützen
- baten; helpen; van nut zijn
+ baten; helpen; van nut zijn
_____
nützlich
nützlich
- bevorderlijk; dienstig; nuttig
+ bevorderlijk; dienstig; nuttig
_____
@@ -66884,7 +66657,7 @@
objektiv
objektiv
- objectief; zakelijk
+ objectief; zakelijk
_____
@@ -66914,26 +66687,26 @@
offenbar
offenbar
- apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
- blijkbaar; duidelijk; klaarblijkelijk
+ apert; duidelijk; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; uitgesproken
+ blijkbaar; duidelijk; klaarblijkelijk
_____
offen sein
offen sein
- openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
+ openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
_____
offiziell
offiziell
- ambtelijk; officieel
+ ambtelijk; officieel
_____
oft
oft
- dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
+ dikwijls; gedurig; menigmaal; vaak; veel; veelal; veeltijds
_____
@@ -66951,7 +66724,7 @@
ohnmächtig werden
ohnmächtig werden
- bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
+ bewusteloos raken; bezwijmen; flauw vallen; in zwijm vallen
_____
@@ -66999,13 +66772,13 @@
organisieren
organisieren
- regelen; organiseren; uitschrijven
+ regelen; organiseren; uitschrijven
_____
originell
originell
- apart; oorspronkelijk; origineel
+ apart; oorspronkelijk; origineel
_____
@@ -67066,7 +66839,7 @@
paradieren
paradieren
- paraderen; pralen; prijken; pronken
+ paraderen; pralen; prijken; pronken
_____
@@ -67078,7 +66851,7 @@
parallel
parallel
- evenwijdig; parallel
+ evenwijdig; parallel
_____
@@ -67102,20 +66875,20 @@
parteiisch
parteiisch
- eenzijdig; partijdig
+ eenzijdig; partijdig
_____
passieren
passieren
- aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
- omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
+ aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+ omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
_____
passiv
passiv
- lijdelijk; passief
+ lijdelijk; passief
_____
@@ -67181,8 +66954,8 @@
persönlich
persönlich
- persoonlijk
- in eigen persoon; persoonlijk
+ persoonlijk
+ in eigen persoon; persoonlijk
_____
@@ -67340,7 +67113,7 @@
plätten
plätten
- strijken; gladstrijken
+ strijken; gladstrijken
_____
@@ -67370,7 +67143,7 @@
polieren
polieren
- boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
+ boenen; poetsen; polijsten; schuren; wrijven; zoeten
_____
@@ -67406,7 +67179,7 @@
pompös
pompös
- luisterrijk; opgeprikt; pompeus; weids
+ luisterrijk; opgeprikt; pompeus; weids
_____
@@ -67466,7 +67239,7 @@
poussieren
poussieren
- het hof maken; scharrelen; vrijen
+ het hof maken; scharrelen; vrijen
_____
@@ -67484,7 +67257,7 @@
praktizieren
praktizieren
- beoefenen; betrachten; in de praktijk brengen; uitoefenen
+ beoefenen; betrachten; in de praktijk brengen; uitoefenen
_____
@@ -67496,15 +67269,15 @@
preisen
preisen
- loven; prijzen; roemen; verheerlijken
- verheerlijken
- lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
+ loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+ verheerlijken
+ lof toezwaaien; loven; prijzen; roemen
_____
preiskrönen
preiskrönen
- bekronen; een prijs toekennen
+ bekronen; een prijs toekennen
_____
@@ -67516,7 +67289,7 @@
pressieren
pressieren
- dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
+ dringen; haasten; jachten; tot haast aanzetten; urgent zijn
_____
@@ -67571,13 +67344,13 @@
profan
profan
- ongewijd; onheilig; oningewijd; profaan
+ ongewijd; onheilig; oningewijd; profaan
_____
profanieren
profanieren
- ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
+ ontheiligen; ontwijden; profaneren; schenden; verontheiligen
_____
@@ -67613,7 +67386,7 @@
promenieren
promenieren
- aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
+ aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
_____
@@ -67637,7 +67410,7 @@
proportional
proportional
- evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
+ evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
_____
@@ -67649,13 +67422,13 @@
proskribieren
proskribieren
- vogelvrij verklaren
+ vogelvrij verklaren
_____
prosperieren
prosperieren
- bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
+ bloeien; floreren; gedijen; tieren; vooruitkomen; welvaren
_____
@@ -67673,25 +67446,25 @@
protestieren
protestieren
- bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
+ bestrijden; betwisten; protest aantekenen; protesteren
_____
provinzialisch
provinzialisch
- gewestelijk; provinciaal
+ gewestelijk; provinciaal
_____
provinziell
provinziell
- gewestelijk; provinciaal
+ gewestelijk; provinciaal
_____
provisorisch
provisorisch
- tijdelijk; voorlopig
+ tijdelijk; voorlopig
_____
@@ -67703,7 +67476,7 @@
prunken
prunken
- paraderen; pralen; prijken; pronken
+ paraderen; pralen; prijken; pronken
_____
@@ -67715,7 +67488,7 @@
prämiieren
prämiieren
- bekronen; een prijs toekennen
+ bekronen; een prijs toekennen
_____
@@ -67745,7 +67518,7 @@
prüfen
prüfen
- examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+ examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
beproeven; passen; aanpassen; proberen; toetsen; uitproberen
_____
@@ -67776,7 +67549,7 @@
purgieren
purgieren
- afdrijven; laxeren; purgeren
+ afdrijven; laxeren; purgeren
_____
@@ -67860,7 +67633,7 @@
radikal
radikal
- grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
+ grondig; ingrijpend; radicaal; vergaand
_____
@@ -67872,7 +67645,7 @@
raffinieren
raffinieren
- louteren; raffineren; verfijnen
+ louteren; raffineren; verfijnen
_____
@@ -67927,14 +67700,14 @@
rational
rational
- rationeel; redelijk
+ rationeel; redelijk
rationeel
_____
rationell
rationell
- rationeel; redelijk
+ rationeel; redelijk
_____
@@ -67964,7 +67737,7 @@
real
real
- reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
+ reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
_____
@@ -67984,7 +67757,7 @@
recht
recht
correct; goed; juist; zuiver
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
goed; juist; recht
_____
@@ -68009,25 +67782,25 @@
rechthabend
rechthabend
- gegrond; gelijk hebbend; juist
+ gegrond; gelijk hebbend; juist
_____
rechtmäßig
rechtmäßig
- echt; legaal; wettelijk; wettig
+ echt; legaal; wettelijk; wettig
_____
rechts
rechts
- aan de rechterkant; aan de rechterzijde; rechts
+ aan de rechterkant; aan de rechterzijde; rechts
_____
rechtschaffen
rechtschaffen
- degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
+ degelijk; eerlijk; eerzaam; fatsoenlijk; net
_____
@@ -68081,7 +67854,7 @@
regalieren
regalieren
- onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
+ onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
_____
@@ -68105,13 +67878,13 @@
reiben
reiben
- aanstrijken; wrijven; uitwrijven
+ aanstrijken; wrijven; uitwrijven
_____
reich
reich
- gefortuneerd; rijk; vermogend
+ gefortuneerd; rijk; vermogend
_____
@@ -68123,39 +67896,39 @@
reichlich
reichlich
- in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
+ in overvloed; rijkelijk; ruimschoots; volop
_____
reif
reif
- belegen; bezonken; rijp
+ belegen; bezonken; rijp
_____
reimen
reimen
- rijmen; berijmen
+ rijmen; berijmen
_____
rein
rein
louter; puur; zuiver
- helder; proper; rein; schoon; zindelijk
- maagdelijk; ongerept
+ helder; proper; rein; schoon; zindelijk
+ maagdelijk; ongerept
_____
reinigen
reinigen
- afdrijven; laxeren; purgeren
+ afdrijven; laxeren; purgeren
_____
reinlich
reinlich
- helder; proper; rein; schoon; zindelijk
+ helder; proper; rein; schoon; zindelijk
_____
@@ -68167,7 +67940,7 @@
reiten
reiten
- rijden
+ rijden
_____
@@ -68180,7 +67953,7 @@
reizend
reizend
- bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
+ bekoorlijk; charmant; innemend; schattig; snoeperig; snoezig
_____
@@ -68188,7 +67961,7 @@
reißen
schokken
rukken
- rijten; scheuren
+ rijten; scheuren
scheuren; springen; uitscheuren
_____
@@ -68237,7 +68010,7 @@
reservieren
reservieren
- openhouden; reserveren; vrijhouden
+ openhouden; reserveren; vrijhouden
_____
@@ -68249,7 +68022,7 @@
respektiv
respektiv
- respectievelijk
+ respectievelijk
_____
@@ -68285,7 +68058,7 @@
revidieren
revidieren
- herzien; inspecteren; nakijken; reviseren
+ herzien; inspecteren; nakijken; reviseren
_____
@@ -68361,7 +68134,7 @@
ringen
ringen
kampen; worstelen
- twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
+ twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
_____
@@ -68391,7 +68164,7 @@
rmee
rmee
- heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
+ heer; heerschaar; leger; strijdkrachten; troepenmacht; weermacht
_____
@@ -68448,7 +68221,7 @@
routiniert
routiniert
- gangbaar; geijkt; geroutineerd; routine‐
+ gangbaar; geijkt; geroutineerd; routine‐
_____
@@ -68503,7 +68276,7 @@
rutschen
rutschen
- glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
+ glibberen; glijden; glippen; schuiven; uitglijden
schuiven; opschuiven
_____
@@ -68528,7 +68301,7 @@
römisch
römisch
- Romeins; van het Romeinse Rijk
+ Romeins; van het Romeinse Rijk
_____
@@ -68582,14 +68355,14 @@
rühmen
rühmen
- loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+ loven; prijzen; roemen; verheerlijken
_____
rühren
rühren
- aangrijpen; bewegen; ontroeren
- aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
+ aangrijpen; bewegen; ontroeren
+ aandoen; aangrijpen; bewegen; ontroeren; treffen
aankomen; raken; aanraken; beroeren; toucheren
_____
@@ -68705,7 +68478,7 @@
sauber
sauber
- helder; proper; rein; schoon; zindelijk
+ helder; proper; rein; schoon; zindelijk
_____
@@ -68747,7 +68520,7 @@
schalkhaft
schalkhaft
- dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
+ dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
_____
@@ -68797,28 +68570,28 @@
scheinbar
scheinbar
- ogenschijnlijk; schijnbaar
- in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
+ ogenschijnlijk; schijnbaar
+ in schijn; naar het schijnt; schijnbaar; ogenschijnlijk
_____
scheinen
scheinen
- blinken; glanzen; schijnen; schitteren
- lijken; overkomen; schijnen; toeschijnen; voorkomen
+ blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+ lijken; overkomen; schijnen; toeschijnen; voorkomen
_____
schelmisch
schelmisch
- dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
+ dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
_____
schelten
schelten
affronteren; beledigen; krenken
- beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
+ beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
_____
@@ -68854,7 +68627,7 @@
scherzend
scherzend
- schertsenderwijs; voor de grap
+ schertsenderwijs; voor de grap
_____
@@ -68879,7 +68652,7 @@
schielen
schielen
- loensen; scheelkijken; scheelzien
+ loensen; scheelkijken; scheelzien
_____
@@ -68891,7 +68664,7 @@
schier
schier
- bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
+ bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
_____
@@ -68915,7 +68688,7 @@
schimmern
schimmern
- blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+ blinken; glanzen; schijnen; schitteren
_____
@@ -68958,7 +68731,7 @@
schlecht
schlecht
- beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
+ beroerd; kwaad; kwalijk; slecht; verkeerd
_____
@@ -68970,7 +68743,7 @@
schleifen
schleifen
- aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
+ aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
_____
@@ -69074,7 +68847,7 @@
schmeißen
schmeißen
- kwakken; slingeren; smijten
+ kwakken; slingeren; smijten
_____
@@ -69087,7 +68860,7 @@
schmerzen
schmerzen
- pijn doen; zeer doen
+ pijn doen; zeer doen
_____
@@ -69144,7 +68917,7 @@
schneiden
oogsten
knippen; scheren; snoeien
- snerpen; snijden
+ snerpen; snijden
_____
@@ -69163,13 +68936,13 @@
schnell
schnell
gauw; gezwind; haastig; snel; spoedig; vlug
- gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
+ gauw; hard; in allerijl; schielijk; snel; vlug
_____
schnüren
schnüren
- aanrijgen; dichtrijgen; vastrijgen
+ aanrijgen; dichtrijgen; vastrijgen
_____
@@ -69187,7 +68960,7 @@
schonen
schonen
- ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
+ ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
_____
@@ -69211,13 +68984,13 @@
schrecklich
schrecklich
- ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
+ ijselijk; schrikaanjagend; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk
_____
schreiben
schreiben
- schrijven; neerschrijven; uitschrijven
+ schrijven; neerschrijven; uitschrijven
_____
@@ -69229,13 +69002,13 @@
schreiten
schreiten
- lopen; schrijden; stappen; treden
+ lopen; schrijden; stappen; treden
_____
schriftlich
schriftlich
- schriftelijk
+ schriftelijk
_____
@@ -69253,7 +69026,7 @@
schulden
schulden
- in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
+ in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
_____
@@ -69265,7 +69038,7 @@
schuldig sein
schuldig sein
- in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
+ in de schuld staan; schuldig zijn; verschuldigd zijn
_____
@@ -69326,13 +69099,13 @@
schweigen
schweigen
- zich stilhouden; zijn mond houden; zwijgen; stilzwijgen
+ zich stilhouden; zijn mond houden; zwijgen; stilzwijgen
_____
schweigend
schweigend
- stil; zwijgend; stilzwijgend
+ stil; zwijgend; stilzwijgend
_____
@@ -69350,25 +69123,25 @@
schwellen
schwellen
- opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
+ opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
_____
schwer
schwer
- moeilijk; lastig; slim; zwaar
+ moeilijk; lastig; slim; zwaar
_____
schwer sein
schwer sein
- wegen; zwaar zijn
+ wegen; zwaar zijn
_____
schwimmen
schwimmen
- drijven; zwemmen
+ drijven; zwemmen
_____
@@ -69393,7 +69166,7 @@
schwärmen
schwärmen
- dromen; mijmeren
+ dromen; mijmeren
krielen; krioelen; wemelen; wriemelen; zwermen
_____
@@ -69412,7 +69185,7 @@
schädlich
schädlich
- nadelig; schadelijk
+ nadelig; schadelijk
_____
@@ -69425,7 +69198,7 @@
schön
schön
- fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
+ fijn; fraai; mooi; knap; net; schoon
_____
@@ -69480,7 +69253,7 @@
segnen
segnen
- wijden; zegenen; inzegenen
+ wijden; zegenen; inzegenen
_____
@@ -69504,13 +69277,13 @@
sehr
sehr
- bijster; bijzonder; heel; erg; terdege; zeer
+ bijster; bijzonder; heel; erg; terdege; zeer
_____
seiden
seiden
- zijden
+ zijden
_____
@@ -69522,16 +69295,16 @@
sein
sein
- wezen; zijn
- verkeren; wezen; zijn; zich bevinden
- zijn
- haar; zijn
+ wezen; zijn
+ verkeren; wezen; zijn; zich bevinden
+ zijn
+ haar; zijn
_____
seiner
seiner
- 'ie; 'm; hem; hij
+ 'ie; 'm; hem; hij
_____
@@ -69584,7 +69357,7 @@
seltsam
seltsam
curieus; typisch; vreemd; vreemdsoortig
- eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
+ eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
_____
@@ -69602,7 +69375,7 @@
senken
senken
- laten zakken; neerlaten; strijken; vellen
+ laten zakken; neerlaten; strijken; vellen
_____
@@ -69633,7 +69406,7 @@
seperat
seperat
- afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
+ afgezonderd; afzonderlijk; bijzonder; los
_____
@@ -69659,13 +69432,13 @@
sexuell
sexuell
- generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
+ generatief; geslachtelijk; seksueel; sexueel
_____
sezieren
sezieren
- doorsnijden; sectie verrichten
+ doorsnijden; sectie verrichten
_____
@@ -69689,7 +69462,7 @@
sich bewußt sein
sich ... bewußt sein
- beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
+ beseffen; zich bewust zijn; zich realiseren
_____
@@ -69707,7 +69480,7 @@
sich abmühen
sich abmühen
- wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
+ wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
pogen; streven; zich inspannen
_____
@@ -69720,7 +69493,7 @@
sich anstrengen
sich anstrengen
- moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
+ moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
pogen; streven; zich inspannen
_____
@@ -69757,7 +69530,7 @@
sich befinden
sich befinden
- gesteld zijn; het maken
+ gesteld zijn; het maken
verkeren; voorkomen; zich bevinden; zich ophouden
zich bevinden
@@ -69771,7 +69544,7 @@
sich beklagen
sich beklagen
- klagen; zijn beklag doen
+ klagen; zijn beklag doen
_____
@@ -69784,7 +69557,7 @@
sich bemühen
sich bemühen
- moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
+ moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
pogen; streven; zich inspannen
_____
@@ -69894,7 +69667,7 @@
sich entrüsten
sich entrüsten
- verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
+ verontwaardigd zijn; zich ergeren; zich verontwaardigen
_____
@@ -69912,7 +69685,7 @@
sich erbarmen
sich erbarmen
- beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
+ beklagen; medelijden hebben; medelijden hebben met
_____
@@ -69930,7 +69703,7 @@
sich ereignen
sich ereignen
- aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+ aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
_____
@@ -69942,7 +69715,7 @@
sich erheben
sich erheben
- opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
+ opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
_____
@@ -69979,7 +69752,7 @@
sich erwerben
sich erwerben
- buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
+ buit maken; behalen; verkrijgen; verwerven
_____
@@ -69991,13 +69764,13 @@
sich freuen
sich freuen
- blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
+ blij zijn; genieten van; zich verblijden; zich verheugen
_____
sich freuen an
sich freuen an
- blij zijn om; vreugde scheppen in; zich verheugen over
+ blij zijn om; vreugde scheppen in; zich verheugen over
genieten; genieten van; zich verheugen in; zich verlustigen in
_____
@@ -70016,7 +69789,7 @@
sich gewöhnen
sich gewöhnen
- gewend zijn; gewoon zijn; plegen
+ gewend zijn; gewoon zijn; plegen
_____
@@ -70103,7 +69876,7 @@
sich treffen
sich treffen
- bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
+ bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
_____
@@ -70127,7 +69900,7 @@
sich verehelichen
sich verehelichen
- in het huwelijk treden; trouwen
+ in het huwelijk treden; trouwen
_____
@@ -70139,13 +69912,13 @@
sich vergewissern
sich vergewissern
- zekerheid krijgen
+ zekerheid krijgen
_____
sich vergnügen
sich vergnügen
- in zijn schik zijn
+ in zijn schik zijn
_____
@@ -70157,13 +69930,13 @@
sich verheiraten
sich verheiraten
- in het huwelijk treden; trouwen
+ in het huwelijk treden; trouwen
_____
sich verirren
sich verirren
- dwalen; afdwalen; van de weg afwijken; verdwalen
+ dwalen; afdwalen; van de weg afwijken; verdwalen
_____
@@ -70187,19 +69960,19 @@
sich verlohnen
sich verlohnen
- lonen; waard zijn
+ lonen; waard zijn
_____
sich verneigen
sich verneigen
- buigen; een buiging maken; nijgen
+ buigen; een buiging maken; nijgen
_____
sich versammeln
sich versammeln
- bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
+ bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
_____
@@ -70211,14 +69984,14 @@
sich verspäten
sich verspäten
- achterlopen; achter zijn; over tijd zijn; te laat zijn
+ achterlopen; achter zijn; over tijd zijn; te laat zijn
_____
sich verständigen
sich verständigen
- elkaar begrijpen
- afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
+ elkaar begrijpen
+ afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
_____
@@ -70242,7 +70015,7 @@
sich widmen
sich widmen
- zich toeleggen op; zich wijden aan
+ zich toeleggen op; zich wijden aan
_____
@@ -70266,19 +70039,19 @@
sich zusammennehmen
sich zusammennehmen
- op zijn qui‐vive zijn; op zijn tellen passen; voorzichtig zijn
+ op zijn qui‐vive zijn; op zijn tellen passen; voorzichtig zijn
_____
sich ängsten
sich ängsten
- bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+ bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
_____
sich ängstigen
sich ängstigen
- bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+ bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
_____
@@ -70303,7 +70076,7 @@
sie
sie
- 'r; d'r; haar; ze; zij
+ 'r; d'r; haar; ze; zij
'r; d'r; haar
_____
@@ -70328,7 +70101,7 @@
sieden
sieden
- borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
+ borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
_____
@@ -70346,7 +70119,7 @@
siehe
siehe
- hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
+ hier; hierzo; kijk; ziedaar; ziehier; ziezo
_____
@@ -70370,7 +70143,7 @@
sittlich
sittlich
- moreel; zedelijk; zedenkundig
+ moreel; zedelijk; zedenkundig
_____
@@ -70400,7 +70173,7 @@
skeptisch
skeptisch
- sceptisch; twijfelzuchtig
+ sceptisch; twijfelzuchtig
_____
@@ -70436,7 +70209,7 @@
so
so
- aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
+ aldus; op die manier; op die wijze; zo; zus
even; zo
dermate; dusdanig; zo
@@ -70456,13 +70229,13 @@
sofort
sofort
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
sofortig
sofortig
- ogenblikkelijk; prompt
+ ogenblikkelijk; prompt
_____
@@ -70474,26 +70247,26 @@
sogleich
sogleich
- dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ dadelijk; onmiddellijk; op stel en sprong; terstond; zonder verwijl
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
solche
solche
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
solcher
solcher
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
solches
solches
- dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
+ dergelijk; dusdanig; zo; zodanig; zo een; zo'n; zulk; zulk een
_____
@@ -70505,7 +70278,7 @@
solide
solide
- degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
+ degelijk; deugdelijk; flink; gedegen; hecht; solide; vast
_____
@@ -70523,7 +70296,7 @@
sonderbar
sonderbar
- eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
+ eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
_____
@@ -70566,7 +70339,7 @@
sorgen
sorgen
- bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
+ bezorgd zijn; zich bekommeren; zorg dragen; zorgen
_____
@@ -70650,13 +70423,13 @@
sozial
sozial
- maatschappelijk; sociaal
+ maatschappelijk; sociaal
_____
spalten
spalten
- klieven; doorklieven; kloven; splijten
+ klieven; doorklieven; kloven; splijten
_____
@@ -70700,7 +70473,7 @@
spazieren
spazieren
- aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
+ aan de wandel zijn; lopen; tippelen; wandelen
_____
@@ -70745,14 +70518,14 @@
spezial
spezial
- bijzonder; speciaal
+ bijzonder; speciaal
_____
speziell
speziell
- bijzonder; speciaal
- in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
+ bijzonder; speciaal
+ in het bijzonder; inzonderheid; speciaal; vooral
_____
@@ -70826,7 +70599,7 @@
spitzfindig
spitzfindig
pienter; scherpzinnig; schrander; snugger; spits; vernuftig
- fijn; spitsvondig; subtiel
+ fijn; spitsvondig; subtiel
_____
@@ -70892,7 +70665,7 @@
sprichwörtlich
sprichwörtlich
- spreekwoordelijk
+ spreekwoordelijk
_____
@@ -70923,7 +70696,7 @@
spröde
spröde
- houterig; star; stijf; stram; stug
+ houterig; star; stijf; stram; stug
breekbaar
_____
@@ -70970,7 +70743,7 @@
staatlich
staatlich
- rijks‐; staats‐
+ rijks‐; staats‐
_____
@@ -70994,7 +70767,7 @@
stammen
stammen
- afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
+ afstammen; het gevolg zijn van; ontspruiten; voortkomen
_____
@@ -71024,7 +70797,7 @@
starr
starr
- houterig; star; stijf; stram; stug
+ houterig; star; stijf; stram; stug
_____
@@ -71036,7 +70809,7 @@
starrköpfig
starrköpfig
- halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
+ halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
_____
@@ -71060,13 +70833,13 @@
stattfinden
stattfinden
- aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+ aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
_____
stattlich
stattlich
- beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
+ beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
_____
@@ -71107,14 +70880,14 @@
steif
steif
- houterig; star; stijf; stram; stug
+ houterig; star; stijf; stram; stug
_____
steigen
steigen
- opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
- klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
+ opgaan; opkomen; opstaan; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen
+ klimmen; naar boven gaan; rijzen; stijgen; bestijgen
_____
@@ -71152,7 +70925,7 @@
stenographieren
stenographieren
- snelschrijven
+ snelschrijven
_____
@@ -71164,14 +70937,14 @@
sterben
sterben
- doodgaan; overlijden; sterven; verscheiden; versmachten
+ doodgaan; overlijden; sterven; verscheiden; versmachten
_____
sterblich
sterblich
- dodelijk; doods
- sterfelijk
+ dodelijk; doods
+ sterfelijk
_____
@@ -71195,8 +70968,8 @@
stets
stets
- constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
- altijd; immer; steeds
+ constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
+ altijd; immer; steeds
_____
@@ -71239,7 +71012,7 @@
still
still
- bewegingloos; onbeweeglijk; roerloos; stationair; stil
+ bewegingloos; onbeweeglijk; roerloos; stationair; stil
bedaard; gerust; kalm; rustig
_____
@@ -71270,13 +71043,13 @@
stocken
stocken
- afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+ afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
_____
stoisch
stoisch
- stoïcijns; stoïsch
+ stoïcijns; stoïsch
_____
@@ -71294,8 +71067,8 @@
stolzieren
stolzieren
- trots zijn; zich verhovaardigen
- paraderen; pralen; prijken; pronken
+ trots zijn; zich verhovaardigen
+ paraderen; pralen; prijken; pronken
_____
@@ -71308,7 +71081,7 @@
stoppen
stoppen
- afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
+ afslaan; blijven staan; halthouden; stilhouden; stilstaan; stoppen
_____
@@ -71338,7 +71111,7 @@
strahlen
strahlen
- blinken; glanzen; schijnen; schitteren
+ blinken; glanzen; schijnen; schitteren
stralen; uitstralen
_____
@@ -71369,13 +71142,13 @@
streben
streben
- wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
+ wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
_____
strebsam
strebsam
- ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
+ ijverig; naarstig; nijver; vlijtig
_____
@@ -71387,8 +71160,8 @@
streichen
streichen
- strijken
- lijnen; liniëren
+ strijken
+ lijnen; liniëren
trekken; een streep trekken
_____
@@ -71396,7 +71169,7 @@
streifen
streifen
aanroeren; aanzitten
- beroeren; strijken langs
+ beroeren; strijken langs
dolen; dwalen; ronddolen; ronddwalen; waren; zwerven
_____
@@ -71409,7 +71182,7 @@
streiten
streiten
- disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
+ disputeren; krakelen; twisten; redetwisten; strijden
_____
@@ -71454,7 +71227,7 @@
strotzen
strotzen
- opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
+ opzetten; rijzen; uitdijen; zwellen; opzwellen
_____
@@ -71527,7 +71300,7 @@
städtisch
städtisch
- stads; stads‐; stedelijk
+ stads; stads‐; stedelijk
_____
@@ -71545,7 +71318,7 @@
stätig
stätig
- constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
+ constant; onophoudelijk; permanent; voortdurend
_____
@@ -71590,7 +71363,7 @@
stürmen
stürmen
foeteren; fulmineren; razen; tieren; uitvaren
- ijlen; jakkeren
+ ijlen; jakkeren
stormen
_____
@@ -71634,7 +71407,7 @@
subskribieren
subskribieren
- onderschrijven; tekenen; ondertekenen
+ onderschrijven; tekenen; ondertekenen
_____
@@ -71646,7 +71419,7 @@
subtil
subtil
- fijn; spitsvondig; subtiel
+ fijn; spitsvondig; subtiel
_____
@@ -71658,7 +71431,7 @@
suchen
suchen
- snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
+ snorren; uitkijken naar; uitzien naar; zoeken; opzoeken
_____
@@ -71677,7 +71450,7 @@
sukzessive
sukzessive
- geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
+ geleidelijk; langzamerhand; zoetjes aan
_____
@@ -71745,7 +71518,7 @@
synoptisch
synoptisch
- overzichtelijk; synoptisch; tabellarisch
+ overzichtelijk; synoptisch; tabellarisch
_____
@@ -71769,7 +71542,7 @@
sächlig
sächlig
- neutraal; onzijdig
+ neutraal; onzijdig
_____
@@ -71793,7 +71566,7 @@
säkularisieren
säkularisieren
- seculariseren; verwereldlijken
+ seculariseren; verwereldlijken
_____
@@ -71817,7 +71590,7 @@
südlich
südlich
- zuidelijk
+ zuidelijk
_____
@@ -71841,7 +71614,7 @@
süß
süß
- liefelijk; zacht; zoet
+ liefelijk; zacht; zoet
_____
@@ -71907,7 +71680,7 @@
tapfer
tapfer
- braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
+ braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
boud; dapper; kloek; koen; moedig
_____
@@ -71938,10 +71711,10 @@
tatsächlich
tatsächlich
- effectief; werkelijk; daadwerkelijk
- inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
- feitelijk; inderdaad; metterdaad
- echt; werkelijk; wezenlijk
+ effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+ inderdaad; metterdaad; waarachtig; waarlijk; warempel; werkelijk
+ feitelijk; inderdaad; metterdaad
+ echt; werkelijk; wezenlijk
_____
@@ -71980,7 +71753,7 @@
taugen
taugen
- deugen; geschikt zijn
+ deugen; geschikt zijn
_____
@@ -72077,9 +71850,9 @@
teuer
teuer
- duur; prijzig
+ duur; prijzig
duur
- duur; kostbaar; prijzig
+ duur; kostbaar; prijzig
_____
@@ -72133,7 +71906,7 @@
tippen
tippen
- machineschrijven; tikken; typen
+ machineschrijven; tikken; typen
_____
@@ -72183,7 +71956,7 @@
trachten
trachten
- wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
+ wurmen; zich beijveren; zich uitsloven
_____
@@ -72191,7 +71964,7 @@
trachten nach
ambiëren; dingen naar; najagen; nastreven; streven naar
bedoelen; beogen; mikken; mikken op; rooien; ten doel hebben
- moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
+ moeite doen; pogen; streven; trachten; zich beijveren; zoeken
_____
@@ -72209,7 +71982,7 @@
traktieren
traktieren
- onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
+ onthalen; trakteren; vergasten; vrijhouden
behandelen; onderhandelen
_____
@@ -72228,13 +72001,13 @@
transcendental
transcendental
- bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
+ bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
_____
transitiv
transitiv
- overgankelijk; transitief
+ overgankelijk; transitief
_____
@@ -72264,14 +72037,14 @@
trefflich
trefflich
- excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
+ excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
in optima forma; perfect; volkomen; volmaakt
_____
treiben
treiben
- drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
+ drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
douwen; dringen; duwen; stoten
_____
@@ -72280,7 +72053,7 @@
treten
gaan; lopen; van stapel lopen; verlopen; zich begeven
lopen; marcheren; tippelen
- lopen; schrijden; stappen; treden
+ lopen; schrijden; stappen; treden
_____
@@ -72293,7 +72066,7 @@
treulos
treulos
afvallig; ontrouw; trouweloos
- dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
+ dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
_____
@@ -72324,7 +72097,7 @@
triumphierend
triumphierend
- triomfantelijk; zegepralend; zegevierend
+ triomfantelijk; zegepralend; zegevierend
_____
@@ -72378,7 +72151,7 @@
trotz
trotz
- in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
+ in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
_____
@@ -72399,7 +72172,7 @@
trotzig
trotzig
- halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
+ halsstarrig; hardnekkig; koppig; stijfhoofdig; verbeten; verstokt
_____
@@ -72419,7 +72192,7 @@
träge
bewegingloos; energieloos; traag
lui
- flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
+ flauw; lijzig; loom; lusteloos; slap; sloom; traag; vadsig
_____
@@ -72444,7 +72217,7 @@
träumen
träumen
- dromen; mijmeren
+ dromen; mijmeren
dromen
_____
@@ -72458,7 +72231,7 @@
trübe
trübe
donker; somber
- duister; onduidelijk; troebel; vaag
+ duister; onduidelijk; troebel; vaag
_____
@@ -72495,7 +72268,7 @@
tun
tun
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
_____
@@ -72507,7 +72280,7 @@
tunlich
tunlich
- doenlijk; haalbaar; maakbaar; te doen; uitvoerbaar
+ doenlijk; haalbaar; maakbaar; te doen; uitvoerbaar
_____
@@ -72537,14 +72310,14 @@
täglich
täglich
- daags; alledaags; dagelijks
- dagelijks
+ daags; alledaags; dagelijks
+ dagelijks
_____
tändeln
tändeln
- aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
+ aan de scharrel zijn; fladderen; flirten; scharrelen; wapperen
dartelen; robbedoezen; stoeien
_____
@@ -72557,7 +72330,7 @@
tätig
tätig
- actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
+ actief; bedrijvend; bedrijving; werkdadig; werkend; werkzaam
_____
@@ -72576,7 +72349,7 @@
tödlich
tödlich
- dodelijk; moorddadig
+ dodelijk; moorddadig
_____
@@ -72595,7 +72368,7 @@
tüchtig
tüchtig
- braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
+ braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
energiek; ferm; flink; krachtig; voortvarend
bekwaam; capabel; kundig
bruikbaar; geschikt
@@ -72604,7 +72377,7 @@
tückisch
tückisch
- boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
+ boosaardig; hatelijk; kwaadaardig; snood; te kwader trouw; vals
_____
@@ -72622,7 +72395,7 @@
ultramarin
ultramarin
- ultramarijn
+ ultramarijn
_____
@@ -72693,7 +72466,7 @@
umgehend
umgehend
aanstaand; volgend
- aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
+ aanstonds; dadelijk; meteen; op staande voet; schielijk; subiet; zo
_____
@@ -72741,7 +72514,7 @@
umlaufen
umlaufen
- circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
+ circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
_____
@@ -72797,8 +72570,8 @@
umsehen
umsehen
- omkijken
- rondkijken; rondzien
+ omkijken
+ rondkijken; rondzien
_____
@@ -72961,7 +72734,7 @@
unaufhörlich
unaufhörlich
- achtereen; aldoor; onophoudelijk
+ achtereen; aldoor; onophoudelijk
_____
@@ -72973,13 +72746,13 @@
unausstehlich
unausstehlich
- ondraaglijk
+ ondraaglijk
_____
unbeachtet lassen
unbeachtet lassen
- negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
+ negeren; onder tafel schuiven; passeren; wegcijferen
_____
@@ -73004,7 +72777,7 @@
unberührt
unberührt
fris; luchtig; onbedorven; vers
- maagdelijk; ongerept
+ maagdelijk; ongerept
_____
@@ -73016,14 +72789,14 @@
unbescholten
unbescholten
- onberispelijk
+ onberispelijk
blank; onbesmet; rein; smetteloos; vlekkeloos
_____
unbeteutend
unbeteutend
- goedaardig; onbelangrijk
+ goedaardig; onbelangrijk
_____
@@ -73035,7 +72808,7 @@
unbillig
unbillig
- onrechtvaardig; onredelijk
+ onrechtvaardig; onredelijk
_____
@@ -73066,7 +72839,7 @@
uneben
uneben
- hobbelig; oneffen; ongelijk
+ hobbelig; oneffen; ongelijk
_____
@@ -73078,20 +72851,20 @@
unendlich
unendlich
- altijddurend; eindeloos; oneindig
+ altijddurend; eindeloos; oneindig
_____
unentgeltlich
unentgeltlich
- gratis; kosteloos; vrij
+ gratis; kosteloos; vrij
_____
unerforschlich
unerforschlich
- onnaspeurbaar; onnaspeurlijk
- ondoorgrondelijk; onpeilbaar
+ onnaspeurbaar; onnaspeurlijk
+ ondoorgrondelijk; onpeilbaar
_____
@@ -73128,7 +72901,7 @@
unerschöpflich
unerschöpflich
- onuitputtelijk
+ onuitputtelijk
_____
@@ -73166,7 +72939,7 @@
ungeachtet
ungeachtet
- in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
+ in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
_____
@@ -73179,7 +72952,7 @@
ungefähr
ungefähr
- bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
+ bijna; bijkans; haast; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
circa; een stuk of; ongeveer; plusminus; zowat
daaromheen; eromheen; in het rond; ongeveer; rondom
@@ -73187,8 +72960,8 @@
ungemein
ungemein
- bijzonder; buitengewoon
- bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
+ bijzonder; buitengewoon
+ bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
_____
@@ -73206,7 +72979,7 @@
ungereimt
ungereimt
- absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
+ absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
_____
@@ -73236,7 +73009,7 @@
ungleichartig
ungleichartig
- heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
+ heterogeen; ongelijkslachtig; ongelijksoortig
_____
@@ -73254,7 +73027,7 @@
unheilbar
unheilbar
- ongeneeslijk
+ ongeneeslijk
_____
@@ -73285,13 +73058,13 @@
unpäßlich
unpäßlich
- niet lekker; ongesteld; onwel; van streek; ziekelijk
+ niet lekker; ongesteld; onwel; van streek; ziekelijk
_____
unredlich
unredlich
- oneerlijk
+ oneerlijk
_____
@@ -73305,14 +73078,14 @@
uns
uns
ons; aan ons
- ons; we; wij
+ ons; we; wij
ons
_____
unser
unser
- ons; we; wij
+ ons; we; wij
ons; onze
_____
@@ -73343,14 +73116,14 @@
unsäglich
unsäglich
- onnoemelijk; onuitsprekelijk
- onuitsprekelijk
+ onnoemelijk; onuitsprekelijk
+ onuitsprekelijk
_____
untadelig
untadelig
- onberispelijk
+ onberispelijk
_____
@@ -73419,7 +73192,7 @@
unterhalten
unterhalten
- amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
+ amuseren; onderhouden; opvrolijken; vermaken
dragen; schoren; steunen; ondersteunen; ruggesteunen; schragen
in leven houden; onderhouden
@@ -73447,7 +73220,7 @@
unterliegen
unterliegen
- de nederlaag lijden
+ de nederlaag lijden
_____
@@ -73459,7 +73232,7 @@
unterrichten
unterrichten
- bijbrengen; instrueren; leren; scholen
+ bijbrengen; instrueren; leren; scholen
_____
@@ -73496,7 +73269,7 @@
untersuchen
untersuchen
- examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
+ examineren; nakijken; onderzoeken; nauwkeurig onderzoeken
exploreren; nagaan; onderzoeken; uitvissen; uitzoeken; vorsen
_____
@@ -73516,7 +73289,7 @@
unterweisen
unterweisen
- bijbrengen; instrueren; leren; scholen
+ bijbrengen; instrueren; leren; scholen
_____
@@ -73546,7 +73319,7 @@
untrennbar
untrennbar
- onafscheidbaar; onafscheidelijk
+ onafscheidbaar; onafscheidelijk
_____
@@ -73589,7 +73362,7 @@
unvermeidlich
unvermeidlich
- onafwendbaar; onvermijdelijk
+ onafwendbaar; onvermijdelijk
_____
@@ -73608,7 +73381,7 @@
unverschämt
unverschämt
- brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
+ brutaal; onbeschaamd; vrijpostig
brutaal; driest; onbeschaamd; schaamteloos
_____
@@ -73627,7 +73400,7 @@
unverzüglich
unverzüglich
- ogenblikkelijk; prompt
+ ogenblikkelijk; prompt
_____
@@ -73657,7 +73430,7 @@
unwirsch
unwirsch
- bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
+ bars; honds; nors; nurks; onaardig; onvriendelijk; stuurs; zuur
_____
@@ -73700,13 +73473,13 @@
urkundlich
urkundlich
documentair
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
_____
ursprünglich
ursprünglich
- oorspronkelijk; origineel
+ oorspronkelijk; origineel
_____
@@ -73743,7 +73516,7 @@
vakant sein
vakant sein
- openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
+ openstaan; vacant zijn; vaceren; vakant zijn
_____
@@ -73779,7 +73552,7 @@
verabreden
verabreden
- afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
+ afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
_____
@@ -73830,13 +73603,13 @@
verantworten
verantworten
- aansprakelijk zijn; verantwoordelijk zijn; verantwoorden
+ aansprakelijk zijn; verantwoordelijk zijn; verantwoorden
_____
verantwortlich
verantwortlich
- aansprakelijk; verantwoordelijk
+ aansprakelijk; verantwoordelijk
_____
@@ -73866,7 +73639,7 @@
verbessern
verbessern
- bijsturen; corrigeren; verbeteren
+ bijsturen; corrigeren; verbeteren
verbeteren; veredelen
_____
@@ -73881,7 +73654,7 @@
verbinden
aan elkaar vastmaken; verbinden
berichten; mededelen; meedelen; voortzeggen
- bijeenbinden; samenbinden; verbinden
+ bijeenbinden; samenbinden; verbinden
aansluiten; binden; vastbinden; vastmaken; verbinden
een verband omleggen; verzorgen van een wond
ombinden
@@ -73896,7 +73669,7 @@
verborgen
verborgen
- geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
+ geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
_____
@@ -73914,7 +73687,7 @@
verbringen
verbringen
- aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
+ aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
_____
@@ -73961,7 +73734,7 @@
verderblich
verderblich
- fataal; fnuikend; verderfelijk
+ fataal; fnuikend; verderfelijk
_____
@@ -73979,7 +73752,7 @@
verdienen
verdienen
- toekomen; verdienen; waard zijn; waardig zijn
+ toekomen; verdienen; waard zijn; waardig zijn
_____
@@ -74075,7 +73848,7 @@
vereinbaren
vereinbaren
- afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
+ afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
_____
@@ -74087,7 +73860,7 @@
vereinigen
vereinigen
- aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
+ aaneenvoegen; bijeenbrengen; samenbrengen; verenigen
verenigen
_____
@@ -74125,7 +73898,7 @@
verfahren
verfahren
- ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
+ ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
te werk gaan
_____
@@ -74139,7 +73912,7 @@
verfassen
verfassen
- componeren; maken; scheppen; schrijven
+ componeren; maken; scheppen; schrijven
_____
@@ -74151,13 +73924,13 @@
verfehlen
verfehlen
- misgrijpen; mislopen; missen
+ misgrijpen; mislopen; missen
_____
verfeinern
verfeinern
- louteren; raffineren; verfijnen
+ louteren; raffineren; verfijnen
_____
@@ -74182,7 +73955,7 @@
verfluchen
verfluchen
- vermaledijen; vervloeken; verwensen
+ vermaledijen; vervloeken; verwensen
_____
@@ -74195,13 +73968,13 @@
verfänglich
verfänglich
arglistig
- bedrieglijk
+ bedrieglijk
_____
verfügen
verfügen
- decreteren; verordenen; voorschrijven
+ decreteren; verordenen; voorschrijven
beschikken over; disponeren
_____
@@ -74214,7 +73987,7 @@
vergebens
vergebens
- ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
+ ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
tevergeefs
_____
@@ -74222,14 +73995,14 @@
vergeblich
vergeblich
onverrichterzake; zonder succes
- ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
+ ijdel; nutteloos; vergeefs; vruchteloos
tevergeefs
_____
vergehen
vergehen
- omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
+ omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
_____
@@ -74285,13 +74058,13 @@
vergleichen
vergleichen
- vergelijken
+ vergelijken
_____
vergnügt
vergnügt
- lustig; monter; vrolijk
+ lustig; monter; vrolijk
_____
@@ -74315,14 +74088,14 @@
vergänglich
vergänglich
- vergankelijk; voorbijgaand
+ vergankelijk; voorbijgaand
_____
vergöttern
vergöttern
aanbidden; adoreren; verafgoden; vereren
- vergoddelijken
+ vergoddelijken
_____
@@ -74341,13 +74114,13 @@
verhandeln
verhandeln
bespreken; discuteren; van gedachten wisselen
- handeldrijven; handelen; zaken doen
+ handeldrijven; handelen; zaken doen
_____
verharren
verharren
- doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
+ doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden
_____
@@ -74397,7 +74170,7 @@
verherrlichen
verherrlichen
- loven; prijzen; roemen; verheerlijken
+ loven; prijzen; roemen; verheerlijken
_____
@@ -74417,7 +74190,7 @@
verhältnismäßig
verhältnismäßig
- evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
+ evenredig; proportioneel; verhoudingsgewijs
_____
@@ -74455,7 +74228,7 @@
verkehrt
verkehrt
- tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
+ tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
fout; mis; onjuist; verkeerd
_____
@@ -74463,13 +74236,13 @@
verklagen
verklagen
beschuldigen; betichten
- klagen; zijn beklag doen
+ klagen; zijn beklag doen
_____
verknüpfen
verknüpfen
- bijeenbinden; samenbinden; verbinden
+ bijeenbinden; samenbinden; verbinden
_____
@@ -74506,7 +74279,7 @@
verlangen
verlangen
- eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
+ eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
_____
@@ -74519,7 +74292,7 @@
verletzen
verletzen
bederven; beschadigen; havenen; schenden; stukmaken; toetakelen
- beledigen; grieven; krenken; verongelijken
+ beledigen; grieven; krenken; verongelijken
kwetsen; wonden; verwonden
_____
@@ -74545,7 +74318,7 @@
verlieren
verlieren
verliezen
- kwijtraken; opgeven; verbeuren; verliezen; verspelen
+ kwijtraken; opgeven; verbeuren; verliezen; verspelen
_____
@@ -74588,7 +74361,7 @@
vermeiden
vermeiden
- mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
+ mijden; ontwijken; uit de weg gaan; vermijden
_____
@@ -74639,7 +74412,7 @@
vermutlich
vermutlich
- vermoedelijk
+ vermoedelijk
_____
@@ -74652,7 +74425,7 @@
vermögend
vermögend
machtig
- gefortuneerd; rijk; vermogend
+ gefortuneerd; rijk; vermogend
_____
@@ -74696,7 +74469,7 @@
vernunftgemäß
vernunftgemäß
- rationeel; redelijk
+ rationeel; redelijk
_____
@@ -74708,7 +74481,7 @@
verordnen
verordnen
- bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
+ bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -74756,7 +74529,7 @@
versagen
versagen
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
_____
@@ -74838,7 +74611,7 @@
verschlingen
verschlingen
- binnenkrijgen; innemen; inslikken
+ binnenkrijgen; innemen; inslikken
gulzig eten; schransen; schrokken
_____
@@ -74851,19 +74624,19 @@
verschneiden
verschneiden
- castreren; ontmannen; snijden
+ castreren; ontmannen; snijden
_____
verschonen
verschonen
- ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
+ ontzien; sparen; toegeeflijk zijn voor; zich laten vermurwen
_____
verschreiben
verschreiben
- boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
+ boeken; bijboeken; inschrijven; registreren
_____
@@ -74875,7 +74648,7 @@
verschweigen
verschweigen
- achterhouden; stilhouden; stilzwijgend voorbijgaan aan; verzwijgen
+ achterhouden; stilhouden; stilzwijgend voorbijgaan aan; verzwijgen
_____
@@ -74888,13 +74661,13 @@
verschwiegen
verschwiegen
bescheiden; discreet; onopvallend
- stil; zwijgend; stilzwijgend
+ stil; zwijgend; stilzwijgend
_____
verschwinden
verschwinden
- 'm smeren; verdwijnen; wijken
+ 'm smeren; verdwijnen; wijken
_____
@@ -74914,7 +74687,7 @@
versehen
versehen
- bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
+ bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
_____
@@ -74939,7 +74712,7 @@
versorgen
versorgen
behartigen; verzorgen
- bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
+ bevoorraden; provianderen; spekken; stijven; voorzien van
_____
@@ -74975,14 +74748,14 @@
verstehen
verstehen
- begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
+ begrijpen; beseffen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
_____
verstohlen
verstohlen
- geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
- heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
+ geheim; heimelijk; verborgen; verstolen
+ heimelijk; in het geheim; privatim; stiekem; stilletjes
_____
@@ -75000,15 +74773,15 @@
verständig
verständig
- bevattelijk; intelligent; knap; snugger
+ bevattelijk; intelligent; knap; snugger
verstandig
_____
verständlich
verständlich
- begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
- begrijpelijkerwijs; dat spreekt vanzelf; natuurlijk
+ begrijpelijk; bevattelijk; duidelijk; vanzelfsprekend
+ begrijpelijkerwijs; dat spreekt vanzelf; natuurlijk
alledaags; grof; ordinair; plat; vulgair
_____
@@ -75098,19 +74871,19 @@
vertraulich
vertraulich
- gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+ gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
_____
vertraut
vertraut
- gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
+ gezellig; innig; intiem; knus; vertrouwelijk
_____
vertreiben
vertreiben
- uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
+ uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
_____
@@ -75146,7 +74919,7 @@
vervolgen
vervolgen
- gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
+ gadeslaan; observeren; toekijken; toezien; waarnemen
_____
@@ -75158,7 +74931,7 @@
vervollständigen
vervollständigen
- aanvullen; bijwerken; completeren; supplementeren; voleinden
+ aanvullen; bijwerken; completeren; supplementeren; voleinden
_____
@@ -75197,19 +74970,19 @@
verweigern
verweigern
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
_____
verweilen
verweilen
- plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
+ plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
_____
verwelken
verwelken
- kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
+ kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
_____
@@ -75222,7 +74995,7 @@
verwerflich
verwerflich
- verwerpelijk
+ verwerpelijk
_____
@@ -75259,7 +75032,7 @@
verwirren
verwirren
- dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
+ dooreenhalen; van zijn stuk brengen; verwarren; verwisselen
_____
@@ -75283,7 +75056,7 @@
verwünschen
verwünschen
- vermaledijen; vervloeken; verwensen
+ vermaledijen; vervloeken; verwensen
_____
@@ -75358,7 +75131,7 @@
veränderlich
veränderlich
variabel; wisselbaar
- onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
+ onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
_____
@@ -75376,7 +75149,7 @@
veterinär
veterinär
- veeartsenijkundig
+ veeartsenijkundig
_____
@@ -75401,7 +75174,7 @@
vielleicht
vielleicht
- misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
+ misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
_____
@@ -75481,7 +75254,7 @@
von zeit zu zeit
von Zeit zu Zeit
- af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
+ af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
_____
@@ -75524,13 +75297,13 @@
vorbehalten
vorbehalten
- openhouden; reserveren; vrijhouden
+ openhouden; reserveren; vrijhouden
_____
vorbei
vorbei
- langs; voorbij
+ langs; voorbij
_____
@@ -75554,14 +75327,14 @@
vorgehen
vorgehen
- ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
+ ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
te werk gaan
_____
vorhaben
vorhaben
- van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
+ van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen
_____
@@ -75574,20 +75347,20 @@
vorig
vorig
verleden; voorafgaand; voorgaand; vorig; vroeger
- afgelopen; laatstleden; verleden; verschenen; vervlogen; voorbij
+ afgelopen; laatstleden; verleden; verschenen; vervlogen; voorbij
_____
vorkommen
vorkommen
gebeuren; toegaan; voortgang hebben; worden
- aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
+ aan de hand zijn; gebeuren; geschieden; voorkomen; voorvallen
_____
vornehmlich
vornehmlich
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
_____
@@ -75599,7 +75372,7 @@
vorschreiben
vorschreiben
- bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
+ bevelen; gelasten; sommeren; verordenen; voorschrijven
_____
@@ -75642,7 +75415,7 @@
vorteilhaft
vorteilhaft
- bevorderlijk; dienstig; nuttig
+ bevorderlijk; dienstig; nuttig
_____
@@ -75655,13 +75428,13 @@
vortrefflich
vortrefflich
- excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
+ excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
_____
vorwerfen
vorwerfen
- beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
+ beknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten
_____
@@ -75691,46 +75464,46 @@
vorzüglich
vorzüglich
- excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
+ excellent; kostelijk; tiptop; tof; uitmuntend; voortreffelijk
hoofd‐; voornaamste
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
- preferent; verkieslijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ preferent; verkieslijk
_____
vorüber
vorüber
- langs; voorbij
+ langs; voorbij
_____
vorübergehen
vorübergehen
- omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
+ omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
_____
vorübergehend
vorübergehend
- kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
+ kortstondig; vergankelijk; voorbijgaand
_____
vorüberkommen
vorüberkommen
- omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
+ omkomen; overdrijven; overgaan; vergaan; verlopen; verstrijken
_____
vor sich hertreiben
vor sich hertreiben
- drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
+ drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven
_____
votieren
votieren
- stemmen; zijn stem uitbrengen
+ stemmen; zijn stem uitbrengen
_____
@@ -75768,7 +75541,7 @@
wachsen
wachsen
- gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
+ gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen
_____
@@ -75780,7 +75553,7 @@
wacker
wacker
- braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
+ braaf; dapper; eerlijk; ferm; flink; kranig; manhaftig; vriendelijk
_____
@@ -75792,7 +75565,7 @@
wagehalsig
wagehalsig
- bedenkelijk; gewaagd; riskant; waaghalzerig
+ bedenkelijk; gewaagd; riskant; waaghalzerig
waaghalzig
_____
@@ -75817,7 +75590,7 @@
wahr
wahr
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
_____
@@ -75829,20 +75602,20 @@
wahrhaft
wahrhaft
- echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
+ echt; eigenlijk; heus; waar; waarachtig
waarheidslievend
_____
wahrhaftig
wahrhaftig
- echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
+ echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
_____
wahrlich
wahrlich
- echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
+ echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
_____
@@ -75854,20 +75627,20 @@
wahrscheinlich
wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
+ waarschijnlijk
+ allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
_____
waldreich
waldreich
- bosrijk
+ bosrijk
_____
wallen
wallen
- borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
+ borrelen; koken; op het kookpunt zijn; zieden
golven
_____
@@ -75973,7 +75746,7 @@
wechselseitig
wechselseitig
- onderling; wederkerig; wederzijds
+ onderling; wederkerig; wederzijds
over en weer
_____
@@ -75998,7 +75771,7 @@
weg
weg
- heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
+ heen; over; vandoor; verwijderd; voort; weg
_____
@@ -76010,7 +75783,7 @@
wegbringen
wegbringen
- afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
+ afschaffen; elimineren; opdoeken; uitmaken; verwijderen; wegdoen
afleiden; laten afvloeien; wegleiden; wegvoeren
_____
@@ -76037,7 +75810,7 @@
wegjagen
wegjagen
- uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
+ uitdrijven; verdrijven; verjagen; wegdrijven; wegjagen
_____
@@ -76049,7 +75822,7 @@
wegschaffen
wegschaffen
- afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
+ afvoeren; elimineren; uitschakelen; verwijderen; wegwerken
_____
@@ -76091,7 +75864,7 @@
wehe tun
wehe tun
- pijn doen; zeer doen
+ pijn doen; zeer doen
_____
@@ -76115,7 +75888,7 @@
weichen
weichen
- afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
+ afstaan; het veld ruimen; toegeven; wijken; zwichten
_____
@@ -76128,13 +75901,13 @@
weigern
weigern
- afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
+ afkeuren; afwijzen; het verdommen; terugwijzen; vertikken; weigeren
_____
weihen
weihen
- opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
+ opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
heiligen
_____
@@ -76143,32 +75916,32 @@
weil
aangezien; daar; doordat; omdat
aangezien; daar; omdat; vermits
- aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
+ aangezien; daar; omdat; vermits; want; wijl
_____
weilen
weilen
- plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
+ plakken; resideren; verblijf houden; vertoeven; wijlen; verwijlen
_____
weinen
weinen
- huilen; krijten; schreien; wenen
+ huilen; krijten; schreien; wenen
_____
weise
weise
- verstandig; vroed; wijs
+ verstandig; vroed; wijs
_____
weisen
weisen
- aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
- laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+ aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+ laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
_____
@@ -76180,10 +75953,10 @@
weit
weit
- breed; wijd
- afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
+ breed; wijd
+ afgelegen; ver; veraf; verafgelegen; verwijderd; ververwijderd
achteraf; afgelegen; ver
- breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
+ breedvoerig; groot; royaal; ruim; uitgebreid; uitgestrekt; wijd
_____
@@ -76222,7 +75995,7 @@
welken
welken
- kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
+ kwijnen; verdorren; verflensen; verleppen; verwelken
_____
@@ -76318,7 +76091,7 @@
wert
wert
eerzaam; waar; waardig
- duur; prijzig
+ duur; prijzig
_____
@@ -76342,13 +76115,13 @@
wert sein
wert sein
- lonen; waard zijn
+ lonen; waard zijn
_____
wesentlich
wesentlich
- essentieel; in essentie; in wezen; wezenlijk
+ essentieel; in essentie; in wezen; wezenlijk
_____
@@ -76366,7 +76139,7 @@
westlich
westlich
- westelijk; Westers; westers
+ westelijk; Westers; westers
_____
@@ -76378,7 +76151,7 @@
wetteifern
wetteifern
- concurreren; meedingen; wedijveren
+ concurreren; meedingen; wedijveren
_____
@@ -76396,7 +76169,7 @@
wetterwendisch
wetterwendisch
- onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
+ onbestendig; veranderlijk; vlinderachtig; wispelturig
_____
@@ -76408,7 +76181,7 @@
wetzen
wetzen
- aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
+ aanzetten; slijpen; scherpen; verhevigen; wetten
_____
@@ -76420,7 +76193,7 @@
wichtig
wichtig
- belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
+ belangrijk; erg; ernstig; voornaam; zwaar; zwaarwichtig
_____
@@ -76451,7 +76224,7 @@
widernatürlich
widernatürlich
- tegennatuurlijk
+ tegennatuurlijk
_____
@@ -76463,34 +76236,34 @@
widersinnig
widersinnig
- absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
+ absurd; dwaas; ongerijmd; onzinnig; zinneloos; zot
onzinnig; zinledig; zinloos
_____
widerspenstig
widerspenstig
- ongehoorzaam; ongezeglijk
+ ongehoorzaam; ongezeglijk
oproerig; opstandig; rebels; weerspannig
_____
widersprechen
widersprechen
- in tegenspraak zijn met; tegenspreken; tegenwerpen
+ in tegenspraak zijn met; tegenspreken; tegenwerpen
tegenspreken
_____
widerwärtig
widerwärtig
- strijdig; tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
+ strijdig; tegengesteld; tegenliggend; tegenstaand; tegenstrijdig
_____
widmen
widmen
- opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
+ opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
_____
@@ -76567,7 +76340,7 @@
wiederwärtig
wiederwärtig
afkeer inboezemend; antipathiek
- akelig; naar; onaangenaam; verdrietelijk; vervelend
+ akelig; naar; onaangenaam; verdrietelijk; vervelend
_____
@@ -76575,7 +76348,7 @@
wiegen
wiegen
het gewicht bepalen; wegen; afwegen
- wegen; zwaar zijn
+ wegen; zwaar zijn
_____
@@ -76599,13 +76372,13 @@
willfahren
willfahren
- de goedheid hebben; ter wille zijn; zo goed willen zijn
+ de goedheid hebben; ter wille zijn; zo goed willen zijn
_____
willig
willig
- gewillig; vrijwillig
+ gewillig; vrijwillig
_____
@@ -76631,7 +76404,7 @@
winden
winden
vlechten
- twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
+ twijnen; verbuigen; verdraaien; vertrekken; wringen; verwringen
_____
@@ -76667,13 +76440,13 @@
wir
wir
- ons; we; wij
+ ons; we; wij
_____
wirken
wirken
- ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
+ ageren; doen; bezig zijn; handelen; optreden; te werk gaan
effect sorteren; uitwerking hebben; werken; uitwerken
weven
@@ -76681,10 +76454,10 @@
wirklich
wirklich
- effectief; werkelijk; daadwerkelijk
- feitelijk; werkelijk
- reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
- echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
+ effectief; werkelijk; daadwerkelijk
+ feitelijk; werkelijk
+ reëel; werkelijk; daadwerkelijk; wezenlijk
+ echt; inderdaad; naar waarheid; waarachtig; waarlijk; werkelijk
_____
@@ -76714,7 +76487,7 @@
wissenschaftlich
wissenschaftlich
- wetenschappelijk
+ wetenschappelijk
_____
@@ -76744,7 +76517,7 @@
wobei
wobei
- waarbij
+ waarbij
_____
@@ -76787,18 +76560,18 @@
wohl
wohl
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
- misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; soms; wellicht
immers; toch; wel; zeker
- waarschijnlijk
+ waarschijnlijk
niet minder dan; wel
- allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
+ allicht; vast; waarschijnlijk; wel; zeker
_____
wohlbeleibt
wohlbeleibt
- corpulent; gezet; zwaarlijvig
+ corpulent; gezet; zwaarlijvig
_____
@@ -76834,19 +76607,19 @@
wohnen
wohnen
- gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
+ gevestigd zijn; huizen; resideren; wonen
_____
wohnlich
wohnlich
- comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
+ comfortabel; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; welbehaaglijk
_____
wolkig
wolkig
- bewolkt; onduidelijk
+ bewolkt; onduidelijk
_____
@@ -76891,7 +76664,7 @@
wortbrüchig
wortbrüchig
- dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
+ dubbelhartig; trouweloos; verraderlijk
_____
@@ -76948,15 +76721,15 @@
wunderbar
wunderbar
bewonderenswaardig
- beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
- verwonderend; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderlijk
+ beeldschoon; kostelijk; magnifiek; prachtig
+ verwonderend; wonderbaar; wonderbaarlijk; wonderlijk
_____
wunderlich
wunderlich
- grillig; grotesk; potsierlijk
- eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
+ grillig; grotesk; potsierlijk
+ eigenaardig; gek; raar; vreemd; vreemdsoortig; wonderlijk
_____
@@ -76986,20 +76759,20 @@
wähnen
wähnen
- begoochelen; illusies wekken bij
- dromen; mijmeren
+ begoochelen; illusies wekken bij
+ dromen; mijmeren
_____
währen
währen
- aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
+ aanhouden; beklijven; duren; standhouden; voortduren
_____
während
während
- gedurende; onder; staande; terwijl; tijdens; voor
+ gedurende; onder; staande; terwijl; tijdens; voor
_____
@@ -77023,14 +76796,14 @@
wöchentlich
wöchentlich
- wekelijks
+ wekelijks
_____
wörtlich
wörtlich
- letterlijk; woordelijk
- naar de letter; woordelijk
+ letterlijk; woordelijk
+ naar de letter; woordelijk
_____
@@ -77078,7 +76851,7 @@
zagen
zagen
- bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
+ bang zijn voor; duchten; schromen; terugschrikken voor; vrezen
aarzelen; waggelen; wankelen; wiebelen; zwichten
_____
@@ -77123,7 +76896,7 @@
zapfen
zapfen
aftappen
- ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
+ ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
_____
@@ -77135,7 +76908,7 @@
zart
zart
- delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
+ delicaat; fijn; gevoelig; iel; kies; kieskeurig; tactvol; teder; teer
_____
@@ -77186,7 +76959,7 @@
zehren
zehren
consumeren; slopen; verbruiken; verorberen; verteren
- kwijnen; opraken; uitteren; verteren; wegteren
+ kwijnen; opraken; uitteren; verteren; wegteren
_____
@@ -77199,28 +76972,28 @@
zeigen
zeigen
- aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
- laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
- laten kijken; laten zien; tonen
+ aanduiden; aangeven; aanwijzen; uitduiden
+ laten zien; tentoonspreiden; tonen; vertonen; wijzen; uitwijzen
+ laten kijken; laten zien; tonen
_____
zeitgemäß
zeitgemäß
- betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
+ betamelijk; gepast; geschikt; passend; toepasselijk
_____
zeitig
zeitig
- tijdig; vroeg
- bijtijds; op tijd; tijdig
+ tijdig; vroeg
+ bijtijds; op tijd; tijdig
_____
zeitweilig
zeitweilig
- af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
+ af en toe; bij tijd en wijlen; bij wijlen; nu en dan; van tijd tot tijd
_____
@@ -77256,7 +77029,7 @@
zerdrücken
zerdrücken
- fijnknijpen
+ fijnknijpen
_____
@@ -77270,7 +77043,7 @@
zergliedern
analyseren; ontbinden; ontleden
ontleden
- doorsnijden; sectie verrichten
+ doorsnijden; sectie verrichten
_____
@@ -77291,14 +77064,14 @@
distribueren; verdelen
afbreken; delen; splitsen; opsplitsen; verdelen
indelen; verdelen
- doorsnijden; sectie verrichten
+ doorsnijden; sectie verrichten
_____
zermalmen
zermalmen
- intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
- stampen; fijnstampen
+ intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
+ stampen; fijnstampen
_____
@@ -77311,7 +77084,7 @@
zerreißen
zerreißen
doorscheuren; vaneenscheuren; verscheuren
- rijten; scheuren
+ rijten; scheuren
_____
@@ -77319,7 +77092,7 @@
zerren
schokken
rukken
- rijten; scheuren
+ rijten; scheuren
_____
@@ -77337,7 +77110,7 @@
zerschmettern
zerschmettern
- intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
+ intrappen; verbrijzelen; vermorzelen; verpletteren
_____
@@ -77349,20 +77122,19 @@
zerstampfen
zerstampfen
- stampen; fijnstampen
+ stampen; fijnstampen
_____
zerstoßen
zerstoßen
- stampen; fijnstampen
+ stampen; fijnstampen
_____
zerstreuen
zerstreuen
uitstrooien; uitzaaien
- uitzaaien
afleiden; verstrooien
_____
@@ -77418,16 +77190,16 @@
ziemlich
ziemlich
- een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
- aardig; tamelijk
+ een beetje; een weinig; enigszins; nogal; tamelijk; wat
+ aardig; tamelijk
genoeg; voldoende
- basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
+ basta; genoeg; nogal; tamelijk; vrij
_____
zierlich
zierlich
- bevallig; gracieus; sierlijk
+ bevallig; gracieus; sierlijk
_____
@@ -77451,7 +77223,7 @@
zirkulieren
zirkulieren
- circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
+ circuleren; in omloop zijn; rondgaan; rouleren
de ronde doen; rondgaan
_____
@@ -77489,7 +77261,7 @@
zivil
zivil
- burgerlijk; civiel
+ burgerlijk; civiel
_____
@@ -77507,23 +77279,23 @@
zu
zu
- aan; bij; naar; tegen; tot; voor
+ aan; bij; naar; tegen; tot; voor
aan; in; binnen; per; te
dicht; gesloten; toe
te; al te; te veel; te zeer
- aan; bij; ten huize van
+ aan; bij; ten huize van
_____
zubringen
zubringen
- aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
+ aangeven; aanreiken; doorbrengen; verdrijven
_____
zuchtlos
zuchtlos
- ongedisciplineerd; tuchtloos; vrijgevochten
+ ongedisciplineerd; tuchtloos; vrijgevochten
_____
@@ -77550,7 +77322,7 @@
zudem
zudem
overigens; trouwens; verder; voor de rest
- bovendien; buitendien; daarbij; verder
+ bovendien; buitendien; daarbij; verder
_____
@@ -77562,14 +77334,14 @@
zueignen
zueignen
- opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
+ opdragen; spanderen; spenderen; toewijden
toeëigenen
_____
zuerkennen
zuerkennen
- gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
+ gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
dicteren
_____
@@ -77607,13 +77379,13 @@
zufällig
zufällig
incidenteel; toevallig
- bij gelegenheid
+ bij gelegenheid
_____
zufügen
zufügen
- bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
+ bijdoen; bijmengen; bijvoegen; toegeven; toevoegen
aandoen; aanrichten; stichten; teweegbrengen; veroorzaken
_____
@@ -77626,20 +77398,20 @@
zugetan
zugetan
- aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
+ aanhankelijk; gehecht; opofferingsgezind; toegenegen
_____
zugleich
zugleich
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
- gelijk; gelijktijdig; tegelijk; tegelijkertijd; tevens; tezelfdertijd
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ gelijk; gelijktijdig; tegelijk; tegelijkertijd; tevens; tezelfdertijd
_____
zugänglich
zugänglich
- genaakbaar; toegankelijk
+ genaakbaar; toegankelijk
_____
@@ -77651,7 +77423,7 @@
zujauchzen
zujauchzen
- bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
+ bij acclamatie benoemen; toejuichen; zijn bijval betuigen
_____
@@ -77687,7 +77459,7 @@
zumal
zumal
- in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
+ in het bijzonder; inzonderheid; voornamelijk
_____
@@ -77705,20 +77477,20 @@
zumuten
zumuten
- eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
+ eisen; opeisen; rekenen; vereisen; vergen; voorschrijven; vorderen
aanspraak maken op; claimen
_____
zum beispiel
zum Beispiel
- bij voorbeeld; bij voorbeeld
+ bij voorbeeld; bij voorbeeld
_____
zum trotz
zum Trotz
- in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
+ in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; ten spijte van; trots
_____
@@ -77730,20 +77502,20 @@
zunächst
zunächst
- in het bijzonder; inzonderheid; vooral
+ in het bijzonder; inzonderheid; vooral
_____
zupfen
zupfen
- rijten; scheuren
+ rijten; scheuren
_____
zurecht
zurecht
- behoorlijk; fatsoenlijk; naar behoren; netjes; passend
- gevoeglijk; op de juiste wijze
+ behoorlijk; fatsoenlijk; naar behoren; netjes; passend
+ gevoeglijk; op de juiste wijze
_____
@@ -77761,7 +77533,7 @@
zureichen
zureichen
- toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
+ toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; voldoen; volstaan
_____
@@ -77802,13 +77574,13 @@
zurückbehalten
zurückbehalten
- openhouden; reserveren; vrijhouden
+ openhouden; reserveren; vrijhouden
_____
zurückbleiben
zurückbleiben
- achterblijven; nablijven
+ achterblijven; nablijven
_____
@@ -77845,8 +77617,8 @@
zurücklegen
zurücklegen
- afdoen; afleggen; afzetten; uitdoen; uitkrijgen; uittrekken
- maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
+ afdoen; afleggen; afzetten; uitdoen; uitkrijgen; uittrekken
+ maken; aanmaken; bedrijven; doen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren
bergen; bewaren; opbergen; wegleggen; wegzetten
doorkomen; doormaken; doortrekken
@@ -77860,7 +77632,7 @@
zurücksenden
zurücksenden
- retourneren; terugbezorgen; terugsturen; terugwijzen
+ retourneren; terugbezorgen; terugsturen; terugwijzen
_____
@@ -77873,7 +77645,7 @@
zur last legen
zur Last legen
- aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
+ aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
_____
@@ -77903,7 +77675,7 @@
zur rechten zeit
zur rechten Zeit
- bijtijds; op tijd; tijdig
+ bijtijds; op tijd; tijdig
_____
@@ -77915,7 +77687,7 @@
zusammen
zusammen
- aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
+ aaneen; bijeen; ineen; samen; tezamen
_____
@@ -77945,7 +77717,7 @@
zusammenfassend
zusammenfassend
- collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
+ collectief; gemeenschappelijk; gezamenlijk
_____
@@ -77957,7 +77729,7 @@
zusammenkommen
zusammenkommen
- bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
+ bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
_____
@@ -77988,7 +77760,7 @@
zusammentreffen
zusammentreffen
samenvallen
- bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
+ bijeenkomen; samenkomen; vergaderen
_____
@@ -78024,8 +77796,8 @@
zuschreiben
zuschreiben
- toedichten; toekennen; toeschrijven
- aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
+ toedichten; toekennen; toeschrijven
+ aanrekenen; toedichten; toeschrijven; toerekenen; wijten
_____
@@ -78043,13 +77815,13 @@
zusprechen
zusprechen
- gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
+ gunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
_____
zustandekommen
zustandekommen
- in vervulling gaan; verwezenlijkt worden
+ in vervulling gaan; verwezenlijkt worden
_____
@@ -78061,7 +77833,7 @@
zustimmen
zustimmen
- goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
+ goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
_____
@@ -78110,19 +77882,19 @@
zuversichtlich
zuversichtlich
gewis; stellig; zeker; vast; vaststaand; verzekerd; wis
- gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
+ gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
_____
zuvor
zuvor
- daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
+ daarvoor; eerder; indertijd; vooraan; voorheen; vroeger; weleer
_____
zuvörderst
zuvörderst
- in het bijzonder; inzonderheid; vooral
+ in het bijzonder; inzonderheid; vooral
_____
@@ -78134,7 +77906,7 @@
zuwilligen
zuwilligen
- goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
+ goedvinden; het eens zijn; toegeven; toestemmen
_____
@@ -78146,7 +77918,7 @@
zuzüglich
zuzüglich
- bijgaand; ingesloten
+ bijgaand; ingesloten
met; samen met
benevens; mitsgaders; samen met
@@ -78208,13 +77980,13 @@
zu zweien
zu zweien
- getweeën; met zijn tweeën; onder vier ogen
+ getweeën; met zijn tweeën; onder vier ogen
_____
zwanglos
zwanglos
- frank; ongegeneerd; ongedwongen; vrij; vrijmoedig; vrijpostig
+ frank; ongegeneerd; ongedwongen; vrij; vrijmoedig; vrijpostig
_____
@@ -78226,17 +77998,17 @@
zwar
zwar
- bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; vast; wel degelijk; zeker
immers; toch; wel; zeker
al; ofschoon; wel; hoewel; alhoewel
- in naam; namelijk; te weten
+ in naam; namelijk; te weten
_____
zweckdienlich
zweckdienlich
afdoend; doeltreffend; effectief; werkdadig; werkzaam
- bevorderlijk; dienstig; nuttig
+ bevorderlijk; dienstig; nuttig
_____
@@ -78278,19 +78050,19 @@
zweifellos
zweifellos
- gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
+ gewis; ontwijfelbaar; waaraan niet te twijfelen valt; zeker
_____
zweifeln
zweifeln
- dubben; in dubio staan; twijfelen
+ dubben; in dubio staan; twijfelen
_____
zweifelsohne
zweifelsohne
- bepaald; ongetwijfeld; zeker
+ bepaald; ongetwijfeld; zeker
_____
@@ -78302,7 +78074,7 @@
zweischneidig
zweischneidig
- tweesnijdend
+ tweesnijdend
_____
@@ -78320,7 +78092,7 @@
zwicken
zwicken
- klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
+ klemmen; nijpen; knijpen; tokkelen
_____
@@ -78434,7 +78206,7 @@
zücken
zücken
- ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
+ ontlokken; tappen; trekken; te voorschijn trekken; uithalen
beuren; heffen; ophalen; oprichten; tillen; verheffen
_____
@@ -78460,7 +78232,7 @@
zürnen
zürnen
- boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
+ boos zijn; boos zijn op; kwaad zijn; kwaad zijn op; toornen
_____
@@ -78472,7 +78244,7 @@
hirn als speise
Hirn als Speise
- hersens; hersens als spijs
+ hersens; hersens als spijs
_____
@@ -78508,7 +78280,7 @@
ächtung
Ächtung
- proscriptie; vogelvrijverklaring
+ proscriptie; vogelvrijverklaring
_____
@@ -78538,7 +78310,7 @@
ähnlichkeit
Ähnlichkeit
- gelijkenis; overeenkomst
+ gelijkenis; overeenkomst
_____
@@ -78551,14 +78323,14 @@
änderung
Änderung
herschepping; vervorming
- verandering; wijziging
- keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
+ verandering; wijziging
+ keer; omkeer; verandering; verzetting; wijziging; wisseling
_____
äquator
Äquator
- equator; evenaar; evennachtslijn
+ equator; evenaar; evennachtslijn
_____
@@ -78570,7 +78342,7 @@
ära
Ära
- jaartelling; tijdrekening
+ jaartelling; tijdrekening
_____
@@ -78638,16 +78410,16 @@
äußere
Äußere
- aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
- air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
+ aanblik; aanschijn; buitenkant; uiterlijk
+ air; gelaatsuitdrukking; gezicht; uiterlijk; uitzicht
_____
äußerung
Äußerung
woord; zeggen
- betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
- dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
+ betuiging; bewoording; gezegde; uitdrukking; uiting; zegswijze
+ dunk; gedachte; mening; opinie; visie; zienswijze; zin
_____
@@ -78677,19 +78449,19 @@
ölbaum
Ölbaum
- olijfboom
+ olijfboom
_____
österreich
Österreich
- Oostenrijk
+ Oostenrijk
_____
österreicher
Österreicher
- Oostenrijker
+ Oostenrijker
_____
@@ -78701,19 +78473,19 @@
übelkeit
Übelkeit
- afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
+ afkeer; misselijkheid; walg; walging; weeheid; weerzin
_____
überbleibsel
Überbleibsel
- afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
+ afval; overblijfsel; rest; rommel; staartje
_____
überblick
Überblick
- kijkje
+ kijkje
_____
@@ -78807,7 +78579,6 @@
Überrock
jas; overjas
bovenkleed; opperkleed; overjas
- jas; overjas
_____
@@ -78826,7 +78597,7 @@
überschuß
Überschuß
baat; gewin; verdienste; winst
- baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
+ baat; belang; gewin; profijt; voordeel; winst
_____
@@ -78871,7 +78642,6 @@
Überzieher
jas; overjas
bovenkleed; opperkleed; overjas
- jas; overjas
_____
@@ -78889,7 +78659,7 @@
ächten
ächten
- vogelvrij verklaren
+ vogelvrij verklaren
_____
@@ -78908,13 +78678,13 @@
ähneln
ähneln
- lijken; gelijken; lijken op
+ lijken; gelijken; lijken op
_____
ähnlich
ähnlich
- eender; gelijkend; gelijksoortig; gelijkvormig; soortgelijk
+ eender; gelijkend; gelijksoortig; gelijkvormig; soortgelijk
_____
@@ -78969,7 +78739,7 @@
äußerlich
äußerlich
- buiten; daarbuiten; uiterlijk
+ buiten; daarbuiten; uiterlijk
_____
@@ -78987,7 +78757,7 @@
öffentlich
öffentlich
- openbaar; openlijk; publiek; ruchtbaar
+ openbaar; openlijk; publiek; ruchtbaar
_____
@@ -79017,19 +78787,19 @@
örtlich
örtlich
- lokaal; plaatselijk
+ lokaal; plaatselijk
_____
österreichisch
österreichisch
- Oostenrijks
+ Oostenrijks
_____
östlich
östlich
- oostelijk; oosters
+ oostelijk; oosters
_____
@@ -79049,7 +78819,7 @@
überall
überall
- allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
+ allerwegen; alom; overal; wijd en zijd
_____
@@ -79061,7 +78831,7 @@
überaus
überaus
- bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
+ bijzonder; danig; duchtig; geducht; schromelijk
_____
@@ -79091,13 +78861,13 @@
übereinkommen
übereinkommen
- afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
+ afspreken; een schikking treffen; het eens zijn; overeenkomen
_____
übereinstimmen
übereinstimmen
- accorderen; bijeenpassen; kloppen; overeenstemmen; rijmen; stroken
+ accorderen; bijeenpassen; kloppen; overeenstemmen; rijmen; stroken
_____
@@ -79109,14 +78879,14 @@
überfallen
überfallen
- aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
+ aangrijpen; aantasten; aanvallen; tackelen
betrappen; snappen; verrassen
_____
überflügeln
überflügeln
- overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
+ overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
_____
@@ -79128,7 +78898,7 @@
übergehend
übergehend
- overgankelijk; transitief
+ overgankelijk; transitief
_____
@@ -79185,13 +78955,13 @@
überlisten
überlisten
- te slim af zijn; verschalken
+ te slim af zijn; verschalken
_____
übermenschlich
übermenschlich
- bovenmenselijk
+ bovenmenselijk
_____
@@ -79211,7 +78981,7 @@
übermütig
übermütig
aanmatigend; arrogant; hautain; laatdunkend; verwaand; verwaten
- dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
+ dartel; olijk; ondeugend; schalks; schelms
dartel; guitig; schelmachtig; snaaks
_____
@@ -79224,13 +78994,13 @@
übernatürlich
übernatürlich
- bovennatuurlijk
+ bovennatuurlijk
_____
überragen
überragen
- overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
+ overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
_____
@@ -79242,7 +79012,7 @@
überraschend
überraschend
- bij verrassing
+ bij verrassing
_____
@@ -79272,7 +79042,7 @@
überschwenglich
überschwenglich
- schatrijk
+ schatrijk
overcompleet; overdreven
_____
@@ -79292,7 +79062,7 @@
übersehen
übersehen
overzien
- inkijken; inzage nemen van
+ inkijken; inzage nemen van
_____
@@ -79324,7 +79094,7 @@
übersinnlich
übersinnlich
metafysisch
- bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
+ bovenzinnelijk; transcendent; transcendentaal
_____
@@ -79336,7 +79106,7 @@
übersteigen
übersteigen
- overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
+ overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
_____
@@ -79355,7 +79125,7 @@
übertreffen
übertreffen
- overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
+ overtreffen; te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven
_____
@@ -79375,13 +79145,13 @@
überwachen
überwachen
bewaken; bewaren; de wacht hebben; hoeden; waken over
- aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
+ aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien
_____
überweisen
überweisen
- betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
+ betekenen; dagen; dagvaarden; voor het gerecht dagen; toewijzen
_____
@@ -79412,13 +79182,13 @@
über hinaus
über ... hinaus
- langs; voorbij
+ langs; voorbij
_____
üblich
üblich
- gebruikelijk; gewoon
+ gebruikelijk; gewoon
alledaags; grof; ordinair; plat; vulgair
_____
@@ -79431,7 +79201,7 @@
übrigbleiben
übrigbleiben
- blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
+ blijven; overblijven; resten; resteren; toeven; verblijven
_____